Wie waren ‘the children of God’?

Het begon in 1968 te Huntington, Californië. David Berg, 54 jaar oud, had al lang genoeg moeilijkheden ondervonden met de officiële godsdienst, hij besloot nu zijn eigen religie te stichten. Hij verzamelde een groep van twaalf mensen om zich heen. Dezen kwamen bijeen in de hoop meer diepte aan het beleven van hun christelijk geloof te kunnen geven. Zij noemden zich de ‘Children of God’ en vormden het begin van een sekte die zich al gauw naar 90 landen zou uitbreiden, een gebied waarin 40 verschillende talen gesproken worden.

De oorspronkelijke doelstellingen van de ‘Children of God’ waren goed. Deze jonge mensen waren vurig van geest en brachten het evangelie van liefde en vergeving in Jezus Christus met geestdrift en toewijding. De hippie, de aan verdovende middelen verslaafde, diegenen in de maatschappij waar niemand om gaf, werden door hun boodschap aangeraakt. En zij hadden succes. Zij werkten hard en leerden grote gedeelten van de Bijbel uit hun hoofd; hun organisatie groeide snel. Van Huntington Beach verspreidden zij zich naar Tucson en toen heel Californië door. Al die tijd werd er geen woord gerept over Berg die een profeet zou zijn en hun activiteiten draaiden om een vorm van evangelisatie die recht op de man af was. De gevestigde kerken waren van mening dat er iets niet in de haak was; maar niemand scheen te kunnen zeggen wat dat nu precies was.

Er vond echter een radicale verandering plaats in 1969. Ten overstaan van 100 mensen zette Berg zijn 20-jarige vrouw aan de kant en nam zijn secretaresse tot vrouw. Dit gebeurde in Vienna, Virginia. Volgens Berg was dit profetisch: God deed het oude weg en bracht het nieuwe – een nieuwe bruid. Vanaf dit moment werden de voornaamste leiders van de organisatie overspoeld door een golf van onzedelijkheid. Tot aan dat moment was dit tot Berg beperkt gebleven. Wat er in die selecte groep van voornaamste leiders gebeurde, was totaal onbekend bij de gewone leden van de ‘Children of God’ en zij waren zich dus van niets bewust.

Omstreeks 1970 is Berg naar Europa vertrokken; hij nam zijn secretaresse en nog een ander meisje mee. Hiervandaan begon hij brieven te schrijven aan zijn volgelingen. Zij werden brieven van Paulus genoemd (zijn aangenomen naam). Maar hij veranderde deze naam in Mozes, met als argument dat God hem deze naam gegeven had en niet Paulus. Zijn brieven waren nu als komende van Mozes en zij werden daarom de ‘Mo’-brieven genoemd.

Een jaar daarna liet hij zijn dochter en nog 6 personen naar Engeland komen. Hier vonden zij een warm onthaal bij veel kerkleden, die uitzagen naar een opwekking onder de jeugd. Er kwamen nog 50 personen uit Amerika en men begon ook in ons land te werken. Het breidde zich snel uit naar Frankrijk, Duitsland en Italië. Toch kon men in de beweging geen in het oog springende fout bemerken. De beweging telde veel ex-drugsverslaafden, die andere verslaafden van hun verslaving wilden afhelpen, door middel van een ‘terugkeer naar God’. De beweging raakte bekend om de aardige leden, die makkelijk contact maakten en niet meteen over God en Jezus begonnen. Ook raakten de leden berucht om hun losse seksuele mores, wat hen in sommige landen in contact met politie en justitie bracht. Na kritiek veranderden ze in 1977 hun structuur in een naar eigen zeggen democratischer model en namen de naam The Family of Love aan.

Na het overlijden van Berg, in november 1994, werd de koers omgegooid. De beweging richtte zich ten eerste op Oost-Europa en Afrika, waar leden makkelijker te werven waren. Dit zou gepaard gaan met terugtrekking uit West-Europa, waar men ‘te onverschillig’ was. Ten tweede werd een gedragscode opgesteld. Deze bepaalde tot in details hoe men moest leven en wat men mocht eten en drinken. Ook werd bepaald dat seks niet in openbare ruimten van de gemeenschap plaats mocht vinden en dat men op straffe van uitstoting hier geen kinderen bij mocht betrekken.

De ‘Mo’-brieven

In 1972 kwam er een omwenteling van betekenis. In opdracht van Berg werden de ‘Mo’-­brieven gepromoveerd. Deze promotie hield in dat de brieven nu het geïnspireerde Woord van God veronderstelden te zijn. De Bijbel, zo beweerde men, was de ‘brief’, of de ‘oude zakken’. Dit bevatte het woord van God voor gisteren. De ‘Mo’-brieven waren nu de ‘nieuwe wijn’ en het woord van God voor vandaag. Tot op de dag van vandaag zijn er ongeveer 400 van deze brieven in omloop en deze spraken positief over zaken als pornografie, immoraliteit, reïncarnatie en spiritisme. De fouten begonnen zich te vermenigvuldigen en de verdorvenheid begon zich af te tekenen. Het Koninkrijk van God, zo zei men, was in feite de organisatie van de Children of God’.

Een vreselijke god

Laten we nu eens kijken naar de jeugdige persoon die betrokken raakt bij de ‘Children of God’. Een van de eerste dingen die hij leert is dat het woord van zijn groepsleider voor hem hetzelfde is als het Woord van God. Ongehoorzaam zijn aan dit woord is vragen om vreselijke gevolgen. Men vertelt de nieuweling verhalen zoals die betreffende een jongeman, die op zekere dag het ‘gezin’ (commune) verliet en naar huis ging om zijn vriendin te trouwen. Spoedig daarna kwam zijn vrouw op een bizarre wijze om het leven doordat ze stikte en wel vlak voor de ogen van haar man. Men zei dat dit Gods oordeel was voor wat deze man had gedaan, door de ‘Children of God’ te verlaten. Een andere jongeman werd gedood bij een verkeersongeluk toen hij van een kolonie weggereden was. Dus wordt God gemaakt tot een vreselijke en een terreur-uitoefenende god. Terwijl de ‘Children of God’ naar de buitenkant over liefde spreken, zit hun hart vol angst. Terwijl ze met een glimlach en een schijn van vreugde rondlopen, bedekt een donkere wolk hun ziel. Hoe meer zij verstrikt raken, hoe meer hun blijdschap op een broze schijn gaat lijken.

Wat zullen we verder nog zeggen over de morele druk die op de jonge man of vrouw gelegd wordt? In een van de ‘Mo’-brieven, getiteld ‘Flirtende Vissen’, geeft Berg onderricht in godsdienstige prostitutie. Het is een dienst aan het Koninkrijk, zegt hij, om met iemand naar bed te gaan om ze te winnen. In andere ‘Mo’-brieven buit men seksualiteit uit en gebruikt men grove taal en vloeken. Dit kan slechts vernietigende gevolgen hebben op het leven van deze jonge mensen. Naast dit alles leert men de ‘Children of God’ te rebelleren tegen ouders, regeringen, het algemeen onderwijssysteem, kerken en alle door God aangestelde overheden. Men onderwijst hen in het bedrog om geheimhouding te bewaren en om hun medeleden voor hun ouders verborgen te houden. Leden worden vaak van de ene staat naar de andere overgebracht om contact met de ouders te vermijden.

Profeet van de eindtijd

We zouden kunnen doorgaan met het spreken over de verdorvenheden van David Berg (en zijn volgelingen). Waarom hij gelooft dat het ontstaan van de ‘Children of God’ het herstel is van het ware Israël, de 144.000. Waarom in 1968 (het jaar dat de ‘Children of God’ hun werk begonnen) de volheid van de heidenen ingegaan is. Berg gelooft ook dat hij de grote profeet voor de eindtijd is en eist vele profetieën die op Christus betrekking hebben, voor zichzelf op. Hij heeft zich de ‘waterdrager’ genoemd en redder voor het tijdperk van de Waterman. Berg heeft ook vele valse profetieën uitgesproken. Zo zei hij dat een deel van Californië in de oceaan zou wegzinken en dat in de verkiezingen van 1972 de communisten de macht in Amerika zouden overnemen. Hiervan is niets uitgekomen.

Astrologie is ook één van die dingen waar Berg zich mee bezig hield. Hij beweerde vele persoonlijkheden uit het verleden door de geest ontmoet te hebben. Men geloofde op een gegeven moment dat David ‘Mozes’ Berg in een geheime en zwaarbewapende plaats ergens in Engeland verbleef en dat hij daar veel rijkdommen vergaarde die de ‘Children of God’ over de hele wereld voor hem inzamelen. Maar waar wij waarschijnlijk het meest bezorgd dienen te zijn, is over de jonge man of de jonge vrouw die weggaat bij de ‘Children of God’. Zo iemand duikt haast altijd onder. Zij willen niet dat iemand weet dat zij bij de ‘Children of God’ zijn geweest en zij zijn ook bang, heel erg bang. Er is slechts een kans van 50% dat deze jongeman of vrouw een werkelijke ervaring van het wedergeboren-zijn­-in-Christus, zou hebben gehad.

Losmakingsproces

Jack Wassen was zo’n persoon. Na een succesvolle studie aan een van de universiteiten van de Assemblees of God in Amerika, sloot hij zich in 1972 aan bij de Children of God. Zijn vrouw was een van de oorspronkelijke 12 uit Huntington Beach. Toen ze in Amsterdam waren, raakten zij overtuigd van de dwaling bij de ‘Children of God’ en verlieten deze organisatie. Na hun vertrek begonnen zij echter een diepe angstaanjagende neerslachtigheid te ervaren en het was misschien doordat Jack goed in het Woord van God gefundeerd was en de ware ervaring met Christus kende, dat hij en zijn vrouw op de been bleven. Zij werden in verzoeking gebracht zich van het leven te beroven en ook hun kinderen te vermoorden.

Naderhand beschreef Jack dit als een ‘losmakingsproces’, oftewel een zich terugtrekken. Niet een fysiologisch ontwenningsproces zoals bij heroïne, maar een psychologisch losmakingsproces van het lid geweest zijn van een organisatie als ‘Children of God’. Na zo lang onder de tirannie van een vreselijke God te hebben geleefd, na in zo’n besloten en tegennatuurlijk systeem te hebben geleefd, moest er wel een reactie op volgen. Elk jeugdig persoon die bij de ‘Children of God’ weggaat, ondervindt ditzelfde ‘losmakingsproces’.

Tegenwoordig horen we niets of nauwelijks meer iets over de ‘Children of God. Er waren rond 1980 allerlei ruzies onder de leiders van de organisatie. Na de dood van Berg is er ook bijna geen samenhang meer te zien. De twee voornaamste bijbelleraren heeft men toen uit de organisatie gezet. Alles wat er nu nog over is, zijn de ‘Mo’-brieven en er zijn geen verdere bijbelleraren als zodanig. Gelukkig maar, hoewel men tot lang daarna wel de handen vol gehad aan het opvangen van jonge mensen die de ‘Children of God’ hebben verlaten. Daarom willen we iets meer info geven over de ‘Children of God’.

De aardse uitleg in ‘foldertjes’

  • Jesaja 40:20: ‘Hij troont boven het rond van de aarde.’
  • In de tijd van Columbus (2300 jaren na Jesaja) dacht iedereen nog dat de wereld plat was!

 

  • Job 26:7a: ‘Hij strekt het noorden uit boven de woeste leegte’.
  • Er is een ledige ruimte in het noorden. Sinds er grote telescopen zijn, heeft men ontdekt dat er een tunnel is door de sterren, in het noorden. Overal elders is er een deken van sterren te zien.

 

  • Job 26:7b: ‘Hij hangt de aarde op, boven het niets’.
  • De aarde drijft in de ruimte rond. Nog maar sinds korte tijd gelooft men in de wetenschap niet meer dat de aarde door allerlei fundamenten ondersteund wordt.

 

  • Job 38:35: ‘Kun jij de bliksems uitsturen, zullen ze jou zeggen: ‘Wij staan klaar’?
  • Dit duidt op de elektrische transmissie van de stem (telefoon, ‘hallo’).

 

  • Prediker 1:6 ‘De wind waait naar het zuiden, dan draait hij naar het noorden. Hij draait en waait en draait, en al draaiend waait de wind weer terug’.
  • Het verschijnsel van de luchtstromingen werd pas in de 20e eeuw ‘ontdekt.’

 

Het kan de ‘Children of God’ niet worden verweten, dat ze er on-Bijbelse leringen op na houden. Bovenstaand begin uit een folder, die door de groep in Amsterdam wordt verspreid, geeft er wel duidelijk blijk van. De hele Bijbel wordt als het letterlijk geïnspireerde Woord van God geaccepteerd en er staat geen letter teveel of te weinig in. Het in het Engels gestelde foldertje wil bewijzen, dat de Schriften geïnspireerd zijn door de Geest van God, lang voordat de wetenschap de ontdekkingen deed, die een bevestiging vormen van wat de Bijbel zegt. Het foldertje gaat dan verder met, uiteraard (!) te wijzen op Israël, waar Gods beloften in het nabije oosten in vervulling gaan, met een verklaring van Amos 8:12 ‘Dan zullen zij zwerven van zee tot zee.’ En hierin zien de ‘Children of God’ dan een voorzegging van de fantastische toename van transportmiddelen en van de velen, die wereldreizen maken. In Nahum 2:4 staat:

  • ‘Langs de wegen razen de wagens, zij vliegen over de vlakten’.
  • Deze tekst heeft zijn vervulling gevonden in de hedendaagse wanhopige verkeerssituatie, de vele botsingen in de samenleving en op de autowegen (zie ook Jeremia 50:37).

Tenslotte vinden we in het foldertje ook nog deze ‘oude bekende’ terug:

  • ‘Rusland is NU paarden aan het fokken bij miljoenen!’ Dit wordt de vervulling van Ezechiël 38 en 39: ‘Mesach en Tubal, Moskou en Tobolsk, zullen optrekken met paarden en houten wagens!’

Dit zijn de leringen, waar gevorderden bij de ‘Children of God’ mee te maken krijgen. Maar voordat u zich met de exegese van hierboven genoemde teksten zult kunnen bezighouden, zal het moeten worden vastgesteld, of u een ‘Bergbewoner of een vallei-huichelaar’ bent! Dit is vragenderwijs de titel van de eerste Nederlandse folder, die met het zo aantrekkelijke ‘Love, the Children of God, Amsterdam’ is ondertekend. In deze folder (geïllustreerd alsof het een Kuifje-verhaal betrof) maken de broeders en zusters ons duidelijk dat we allemaal naar de bergtop moeten. Wat is daar te vinden?

  • ‘Iets glorieus, iets opwindends. Een soort glorie, die je niet voor jezelf houdt, maar die je aan iedereen wilt geven’.

Tussen deze bergtoppen is ook de vallei, waar de comfortabele vallei-huichelaars hun stadje hebben gebouwd. In die vallei-stad vinden we dan, u raadt het natuurlijk al, de dominees en priesters, evangelisten, maar ook scholen, stinkende fabrieken en geldzuchtige handelslieden. Verder rondkijkend in de stad van de vallei-huichelaars vinden we echter ook de ‘Jesus People Army’, die wel heel erg blij doet, maar nog nooit werkelijk op de bergtop is geweest. Een apart hoofdstukje is aan deze huichelaars gewijd.

In het laatste punt vinden we dan nog twee bergbeklimmers, die de vallei verlieten maar plotseling niet verder wilden, omdat ze zich kopzorgen maakten over voeding en uitrusting. De overigen bereiken de bergtop. En wie zijn daarop die stralende bergtop, ver boven het verontreinigde milieu uitstekend, te vinden? Jezus! Samen met de ‘Children of God’! Het foldertje vertelt nog niet een-twee-drie, wat het glorieuze en opwindende van de bergtop dan wel is. Maar daar komt u direct achter, wanneer u contact probeert te zoeken met de broeders.

Het blijkt dat het glorieuze en opwindende in de voornaamste plaats bestaat in het opgeven van aardse bezittingen, ook uw baan, zelfs uw vrouw en kinderen en dat u radicaal Jezus moet gaan navolgen. Dit navolgen houdt uitsluitend in: in de commune, in de kolonie komen. Waarom is dit nou nodig? Op deze vraag blijkt de Bijbel wederom een afdoend antwoord te geven. Ik krijg Lucas 14:26 en Handelingen 2:44 onder mijn ogen gedrukt:

  • ‘Als iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn leerling niet zijn’.
  • ‘En allen, die tot geloof gekomen en bijeen vergaderd waren, hadden alles gemeenschappelijk’.

Hoe wisten zij deze teksten zo snel te vinden? Heel eenvoudig: de dagelijkse ‘Bijbelstudie’ houdt in dat de teksten, die voor de beweging van de ‘Children of God’ van fundamenteel belang zijn, uit het hoofd geleerd worden. Samen teksten opzeggen, zo nodig met behulp van een cd.

De basisteksten houden allen verband met alles prijsgeven. Bij dit prijsgeven wordt natuurlijk tegelijk verondersteld, dat de ‘opbrengst’ van uw bezittingen wordt meegenomen naar de commune. Daar weten ze er dan wel raad mee, want ‘de Heer zorgt goed voor zijn kinderen’. Zij, die hun behoud zoeken in de ark van de ‘Children of God’, hebben echter meestal niet zoveel mee te brengen, omdat ze vóór hun ‘bekering’, of liever toetreding, ook al behoorden tot de verschoppelingen van deze maatschappij. Dus van de nieuwkomers kun je niet zoveel verwachten.

Maar gelukkig zijn er zeer veel belangstellenden. Immers, de ‘Jesus People’ zijn bekend; iedereen praat erover en de ‘Children of God’ varen voor het oog van Jan Publiek onder de graag geziene vlag van de ‘Jesus People’. Op deze manier krijgen ze van allerlei kanten wel eens wat toegestopt. Dit blijkt onder andere uit de vriendelijke nieuwjaarsbrief, die de commune van de ‘Children of God’ heeft rondgestuurd aan alle bekende adressen. De ontvangers van deze brief, die nog altijd hun positie in ‘dit stelsel’ hebben, worden bij voorbaat bedankt voor hun vriendelijke donaties en hulp. De brief besluit:

  • ‘Blijf alstublieft contact met ons houden. Wij allen houden van u.’

Zij, die hun baan en bezit nog niet prijsgegeven hebben, kunnen niet gerekend worden tot de ware navolgers van Jezus. Het is echter voor de ‘Children of God’ iets anders, wanneer deze vallei-huichelaars vanuit hun boosaardige collaboratie met de huidige maatschappij de kolonie ondersteunen.

Wiens kinderen?

Dit is de vraag boven een artikel in het Amerikaanse blad ‘Time’. Als een van de eerste bladen stuurde ‘Time’ een uitvoerige reportage de wereld in over de ‘Jesus Movement’. Het blad blijkt heel vaak goed geïnformeerd te zijn en weet ons ook nu precies te vertellen, waar de ‘Children of God’ hun communes in Europa hebben: Stockholm, Oslo, Glasgow, Belfast, Essen, Amsterdam, Brussel. Inmiddels is dit aantal echter enigszins gegroeid. ‘Wiens kinderen?’ zo vraagt ‘Time’ zich af. Deze vraag kwam op, omdat er in Amerika ouders zijn, die zich nota bene hebben verenigd in een organisatie onder de uitvoerige naam:

  • ‘Oudercomité ter bevrijding van onze kinderen van de ‘Children of God’.

‘Time’ weet te berichten, dat de ‘Children of God’ niet altijd letterlijk de Schriften navolgen. Zo hebben ze – na door vier leiders van deze ouderorganisatie op de linkerwang geslagen te zijn – niet de rechterwang toegekeerd, maar ze hebben voor niet minder dan ruim één miljoen dollar schadevergoeding geëist wegens smaad en laster. Meer van dergelijke berichten worden verspreid. Het komt ons niet onbekend voor, wanneer ‘Time’ schrijft dat er ‘geen overduidelijke bewijzen zijn van kidnapping, onder verdoving brengen en echte hypnose, maar de betiteling van ‘hersenspoeling’ is niet ver naast de waarheid…’ Het zijn geen kleinigheden die de lieve kinderen van God in de schoenen geschoven krijgen.

De verontruste berichten komen echter niet alleen van ‘Time’. In Nederland hebben wij de ‘Children of God’ leren kennen als erg lief, maar ongenaakbaar. Er is maar één doel, één weg; één geloof: alles opgeven en de huidige maatschappij de rug toekeren. Nu moet het mij intussen van het hart: ik houd van radicale mensen. Trouwens, ik zou niet weten hoe je Jezus anders kunt navolgen dan door radicaal te zijn. Er is geen tussenweg. Maar de vraag, die aan de ‘Children of God’ gesteld moet worden, is niet: ‘Hoe ga je de weg met Jezus zo goed mogelijk?’, maar ‘Hoe ga je de enig juiste weg met Jezus?’

‘De Children of God’ baseren zich op een onjuiste interpretatie van Handelingen 2:44, waar staat dat de eerste christenen ‘alles gemeenschappelijk hadden’. Voor de eerste gemeente betekende dit niet dat men samen in een commune leefde, maar dat er voor alle leden gezorgd werd in het natuurlijke: er was voedsel. In de Bijbel blijft het huisgezin de uitbeelding van de gemeente! Deze ‘Children of God’ zoeken in deze tekst slechts een rechtvaardiging voor hun oude manier van leven. Zij blijken totaal geen kennis te hebben van de geestelijke wereld en kunnen hun toewijding slechts in het zichtbare tot uitdrukking brengen. Dit richt zich dan voornamelijk op het voorwerp van de afkeer van velen van hen: de huidige samenleving. En hier zijn ze eigenlijk ook weer te begrijpen. De maatschappij is inderdaad verziekt. De jacht naar bezit en geld is tomeloos.

Het koninkrijk der hemelen komt echter niet door bezit, noch door armoe. Het is ook niet dichterbij te trekken door maatschappijvernieuwing. Er moet iets in de inwendige mens plaatsvinden. De ‘Children of God’ zullen de christenen, die aan hun spulletjes vastzitten, de stuipen op het lijf jagen. Maar dit is dan ook alles. Daar zit niet veel positiefs in. Het brengt de mens hoogstens opnieuw onder de wet. Als de ‘Children of God’ het voor zichzelf goed vinden om niets te bezitten (wat niet zo moeilijk is, omdat ze toch al niets bezaten) en op die manier Jezus navolgen, is dit hun goed recht. Maar het gaat tegen de waarheid in, als ze dit als eis stellen voor iedereen. Daarbij komt, dat het er alle schijn van heeft dat hun ‘bekering’ alleen maar een gesublimeerde vorm is van de hippe leefwijze van vroeger nu echter onder een religieus mom. De antipathie tegen de onrechtvaardige samenleving kan ten volle tot zijn recht komen, wanneer zij ondersteund wordt door fragmentarische Bijbelgedeelten. Bij een bezoekje in de commune wordt dit vermoeden versterkt.

Op de vraag, waarom broeder X in de commune is, antwoordt hij:

  • ‘Omdat ik dit de enige manier vind om deze maatschappij omver te werpen en een rechtvaardige samenleving te krijgen’.

Geen innerlijke vernieuwing, maar vermaatschappelijking van het evangelie. Dat moet ook wel, want als ze werkelijk het héle Woord van God serieus namen, zouden er vanwege Mattheüs 5:29,30 beslist wel enkele afgekapte rechterhanden en uitgerukte rechterogen tussen zitten. Maar dit radicalisme hebben ook de ‘Children of God’ nog niet bereikt. Van de uitspraak van Paulus in 2 Thess. 3:12, om rustig aan je werk te blijven, bleek geen van de mij bekende ‘Children of God’ ooit gehoord te hebben! In het pand waar de beweging onderdak heeft gekregen, ligt ook een ‘visitors log’, een gastenboek. De broeders en zusters kunnen zich verheugen in een naar hun aantal onevenredige belangstelling. Van heinde en ver komt men kijken: hervormde en gereformeerde ambtsdragers, christelijke studenten, een vertegenwoordiger van de Mariënschwestern, enzovoort. Een aangestoken bezoeker noteerde:

  • ‘Als jullie kopieën of kleren nodig hebben, schrijf dan maar … !’

In feite komt het hier op neer: terwijl de brede stroom van de ‘Jesus People’ zich volledig heeft gedistantieerd van de ‘Children of God’, heeft de laatstgenoemde voor zich het alleenrecht opgeëist om met Jezus te zitten op de bergtop. Dit vanwege hun maatschappijkritiek en hun afkeer van bezit. Veel steun zullen ze niet krijgen, zeker niet bij het bourgeois-christendom dat veel prijs stelt op baantjes, eer, euro’s, wachtgelden en vette pensioenregelingen. Wie er wel warm voor zullen lopen, zijn ongetwijfeld de Gutmenschen, de wereldverbeteraars en politieke activisten, die het evangelie van het Koninkrijk der hemelen nog verder willen laten verschrompelen en deze droesem als dekmantel gebruiken voor hun ‘maakbare’ samenleving met terreur en slaven drijven. Met het uit het hoofd leren van Bijbelteksten bereiden de ‘Children of God’ zich voor op de machtsovername. Dit alarmerende ‘evangelie’ is al eens eerder in Nederland gepredikt.

Wij houden ons liever bij de woorden van de apostel, dat wij met betrekking tot de komst van de Heer Jezus Christus niet spoedig onze bezinning zouden verliezen of in onrust verkeren, maar rustig opgroeien mogen in de waarheid, waardoor wij in staat zullen zijn te ontkomen aan de vele valstrikken van satan.