Hij deed zo zijn best…!

Er is een tijd geweest dat hij enorm zijn best deed om een christen te zijn. Trouw naar de kerk, bidden (aan tafel), Bijbel lezen, ieder het zijne geven en vooral nooit onwaarheid spreken. Op deze manier spande hij zich in om ‘God welgevallig’ te zijn. Maar het lukte niet. En de aanklager nestelde zich in zijn nek en sarde te pas en te on pas: het lukt je niet omdat jij niet deugt, van binnen deug jij niet!

Hij geloofde de aanklager. Want, inderdaad, als hij bij zichzelf naar binnen keek, zag hij daar een warboel – een kluwen van zonden en wonden, van misleidingen en mislukkingen waar hij zelf van schrok. Waarop maar één reactie mogelijk leek: verbergen. Zo werd hij die hij eigenlijk niet was: een stille, een op de achtergrond-kruiper, vooral in groepsverband. Alleen bij zijn God zuchtte hij soms: God, ik zou graag anders zijn, verander mij!

God veranderde hem niet. God deed hem wel een licht opgaan. Hij vond het eeuwig evangelie. Met heel zijn hebben en houden zei hij ‘ja’ tegen Jezus. En direct al een blijdschap zoals nooit tevoren: Dit is het! Heer, u gaat mijn leven veranderen, U gaat het ‘God welgevallig’ maken!

In de gemeente kreeg hij acceptatie en veiligheid, kreeg hij vernieuwende, genezende gedachten aangereikt, kreeg hij het persoonlijke, intieme gesprek. Hij kwam tot inzicht en erkenning: de warboel bij mij van binnen komt door beïnvloeding van boze geesten, daar wil ik vanaf. Hij beleefde bevrijding onder handoplegging.

Was hij er toen? De christen, de opgroeiende zoon van God, zoals hij altijd had willen zijn. Zoals hij nu geloofde te kunnen zijn? Nou uhm, hij kon er aan beginnen. Nu kon hij beginnen aan het grote geloofsavontuur: heel anders te reageren en te doen. Weg uit de gewoonten, weg uit de mentaliteit van satan. Wat hij niet kon, wat hij niet mocht, wat hij niet durfde, wat hij niet geleerd had: het positieve, het zegenende, het ruimte en rust gevende, dat ging hij bedenken, geloven en doen. Zoekend, oefenend in de gewone dingen van de dag.

Ik hoef u niet te vertellen dat dit zo gemakkelijk is, ook niet dat dit zo moeilijk is. Ik vertel alleen: deze man doet het. En onlangs had hij, vooraan in de gemeente, dit getuigenis:

  • ‘Er zijn van die mensen die steeds meer te vertellen krijgen en daar ben ik er een van. In het bedrijf waar ik werk, worden regelmatig vergaderingen gehouden van de chefs van de interne diensten. Toen ik enige jaren geleden magazijnbeheerder werd, kreeg ook ik voor het eerst een uitnodiging om aan deze vergaderingen deel te nemen. Ik keek met een scheef oog naar de uitnodiging en stelde me min of meer tevreden met de gedachte: een uitnodiging, daar kun je ‘nee’ op zeggen. Het werd nee. Ik realiseerde me intussen wel dat mijn ‘nee’ en de geest van verwerping heel veel met elkaar te maken hadden. Maar toch. Na afloop kreeg ik commentaar: Waarom was jij er niet? Je hoort daar nu toch ook bij? Ja, je hoort erbij… Ik wist dat alles wat daar bij mij innerlijk tegenin werd gebracht, berustte op de oude leugen: jij deugt er niet voor. De keren daarna was ik erbij. In het begin met spanning vanbinnen. Daardoor viel het me vaak moeilijk om de gang van zaken goed te kunnen volgen. Maar er kwam verbetering in. Ik zat er steeds rustiger bij, stelde eens een vraag, maakte eens een opmerking.
  • Kortgeleden kwam er een voorstel op tafel, dat de chefs van de grootste diensten voortaan bij toerbeurt de gespreksleider zouden zijn. Ik hoorde al zeggen: ja hoor dat vinden we prima. Ook ik herkende bij mij iets dat zei: prachtig geregeld, dan blijf je zelf buiten schot. En toch, het was of er een kans om verder te komen aan mij voorbij ging. Ik heb toen, gewoon eerlijk, de opmerking gemaakt, dat ik bij mijzelf angst onderkende om gespreksleider te zijn en dat het me goed leek om eens de gelegenheid te krijgen om deze angst te overwinnen. Ik hoef u niet te vertellen wie voor de volgende vergadering als gespreksleider werd aangewezen. Het werd me af en toe flink bemoeilijkt om de datum van de vergadering dichterbij te zien komen. En dan die ‘inspiratie’: Had je mond dan dicht gehouden. Nu zit je ermee. Ik heb toen op een bidstond voorbede en versterking gevraagd. Afgelopen dinsdagmorgen was die vergadering. Het lukte me om te weren wat wilde verstoren. Ik werd o.a. versterkt door de gedachte: Hij die in je is, is meerder dan wie tegen je is. En het ging uitstekend! Ik was er erg blij mee. Het geeft grote vreugde, mensen, eindelijk geestelijk het lef te hebben om dingen anders te gaan doen. Ik heb daar plezier in. En God, volgens mij ook.’