Gehoorzaamheid aan het geloof

Paulus schenkt aan het begin en aan het einde van de Romeinenbrief aandacht aan de opdracht, die de Heer hem gegeven heeft. Door zijn prediking moet de mens tot geloof en gehoorzaamheid aan God komen, tot eer van Jezus Christus. Gehoorzamen is vrijwillig of gedwongen iemands bevelen opvolgen. Het betekent de wil, het gebed of een voorschrift van een meerdere ten uitvoer brengen. Gehoorzamen betekent steeds: horen en doen. De mens gehoorzaamt altijd ergens aan. Hij staat tussen twee partijen, twee heren, die gehoorzaamheid van hem vragen, namelijk God en de duivel. Hij gehoorzaamt de macht van de duisternis òf die van het licht. Er is geen tussenweg mogelijk zonder dat de mens innerlijk verdeeld wordt.

God vraagt van de mens gehoorzaamheid om te wandelen op de weg van de gerechtigheid. Een mens kan ook naar de stem van de verleider luisteren, die hem verleiden wil en hem a.h.w. dwingt om het pad van de verlossing en de redding te verlaten. Hij kan vrijwillig gehoorzamen en doen wat de duivel hem influistert. Deze komt telkens terug. Spoedig gaat het dan van kwaad tot erger en wordt hij gedwongen te handelen, ook al zou hij niet meer willen. Door middel van zijn onreine geesten, die in één of ander opzicht wetteloosheid bewerken, heerst de duivel dan over de mens. De ziel en geest worden zo verbonden met de boze geesten. Er is echter een weg tot bevrijding: ‘Laat de zonde dus niet langer als koning heersen over uw sterfelijke bestaan, geef niet toe aan uw begeerten’ (Rom.6:12).

Gehoorzamen aan de zonde betekent gehoorzamen aan de demonen die de mens in slavernij brengen en naar de dood voeren. De zonde is geen begrip, maar zij is een geestelijke macht. Sommigen maken dan nog verschil tussen ‘zonde hebben’ en ‘zonde doen’. Zij beweren dat iemand zonde kan hebben, zonder dat hij deze ook doet. Zo maken zij de zonde tot een abstractie. Kan men vol haat zijn, maar niemand haten? Kan men onreinheid hebben, maar geen last hebben van slechte gedachten of onreine daden? Of tegenovergesteld: zou men vol liefde kunnen zijn, zonder ooit iemand liefde te bewijzen? Wie zonde in zich heeft, heeft duistere demonen in zich en dezen zullen hem dwingen tot gehoorzaamheid en wetteloze daden zullen hieruit voortvloeien. Is de macht van de duisternis buiten de mens, dan kan deze geest door verleiding en verdrukking proberen de mens tot gehoorzaamheid te brengen. Dan bestaat dus de mogelijkheid een bepaalde zonde niet te doen. Wanneer de apostel zegt: ‘Ik bewerk het kwade niet, maar de zonde die in mij woont’, wijst dit op een werkzame demonische geest, die te onderscheiden is van de mens zelf (Rom.7:20). In het geval van Paulus was dit werkelijk geen kleine macht, die hem opjoeg de gemeente van God tot bloedens toe te vervolgen.

Gehoorzaamheid naar de wet

Er kan ook iets anders gebeuren: de mens hoort de woorden en geboden van God en hij wil aan deze gehoorzamen, Hij wil de woorden van God horen en doen. Daarom zegt hij, net als het Joodse volk Israël in de woestijn: ‘Alles wat U bevolen hebt, zal ik doen.’ Hij weet dat de mens die de geboden van God onderhoudt, de weg van de gerechtigheid bewandelt, zal leven. Leven wil zeggen: verbinding ontvangen met het geluk en de heerlijkheid van God. ‘Doe dit en u zult leven.’ Dit doen vereist inspanning en moeite. Zo wil de mens het doel van de wet, de gerechtigheid, ontvangen: ‘Bij de wet gaat het niet om geloof, maar wie dat doet, zal daardoor leven’ (Gal.3:12).

Wanneer de duivel een mens niet kan beletten om God te dienen, zal hij hem met list en bedrog ook nu nog op deze weg voeren. De mens wordt door hem gebonden aan de ‘vrome’ wereldgeesten (Gal.4:3,8). De duivel en zijn trawanten helpen de mens, omdat zij immers heel goed weten, dat deze er niets van terecht brengt, zelfs niet uit dankbaarheid: ‘Toen echter het gebod kwam, begon de zonde te leven, maar ik begon te sterven’ (werd naar de dood gevoerd). De boze geesten worden bij degene die Jezus volgen wil juist actief en deze man/vrouw moet oppassen dat hij niet de moed verliest. Hij wordt wijsgemaakt dat hij ‘tot de dood toe een zondaar blijft’, dus een dienstknecht is van de duivel. ‘Want zonder wet is de zonde dood’ (Rom.7:8,9). De mens onder de wet verlegt daarom al gauw het accent en zoekt iets uit te voeren dat hij wel kan. Het worden dan altijd uiterlijke zaken en het opvallendste hiervan is het aanhangen van een ‘zuivere’ leer. Verder volgen dan de tempeldienst, het houden van sabbatten, instellingen van mensen, kerkbesef, donkere gewaden en jurken en oude schrijvers. Men wordt in deze dingen stipt en nauwgezet, maar men durft zich niet blijmoedig een kind van God te noemen. Men zoekt een leven met God en moet toch erkennen, dat men zijn schuld dagelijks groter maakt. Daarom haat zo’n wetsbetrachter de kinderen van God, die door het geloof zonder enige inspanning datgene ontvangen, waarnaar zij streven:

  • ‘Maar Israël, dat ernaar streefde door de wet rechtvaardig te worden, heeft dat niet bereikt. Wat is daarvan de oorzaak? Ze handelden alsof het van hun daden afhing en niet van geloof. Ze zijn over de steen gestruikeld waarover geschreven staat: ‘In Sion leg ik een steen neer waarover men struikelt, een rotsblok waaraan men zich stoot. Maar wie in Hem (Jezus Christus) gelooft, komt niet bedrogen uit’ (Rom.9:31-33).

De overheden en machten ontmaskerd

De gehoorzaamheid aan de wet houdt geen rekening met de demonen die in de mens wonen. De eigenlijke ‘bewerkers van de ongerechtigheid’ worden in het oude verbond niet genoemd. Als Jezus verschijnt, roepen de demonen het uit: ‘Bent U gekomen om ons te vernietigen?’ Hij pakte het kwaad bij de wortel aan. Hij kwam niet om de menselijke natuur te bestrijden, maar wel om de werken van de duivel te verbreken. Iedereen zei van Hem: ‘Hij werpt demonen uit.’ Hij zei: ‘De vijand is de duivel.’ Hij zei ook: ‘Als ik door de vinger van God demonen uitwerp.’ Jezus zag de boze geesten aan het werk. Hij gaf zijn leerlingen de opdracht om slangen en schorpioenen te vertrappen. In de grote opdracht beval Hij alle gelovigen duivelen uit te werpen. Hij getuigde: ‘Kijk, Ik drijf boze geesten uit en genees, vandaag en morgen en op de derde dag ben ik gereed.’ Bij deze laatste woorden wees Hij naar het kruis en de opstanding, waar de overwinning voleindigd werd.

Toen Jezus aan het kruis hing, werd het handschrift dat tegen de kinderen van God was, de wet, aan het kruis genageld. De wet stelde de mens in staat van beschuldiging en werd door de duivel gebruikt om de gebondenheid van de mens aan de macht van de duisternis aan te tonen. Dit bewijsstuk van de zondeschuld werd uitgewist en de werkers van de ongerechtigheid werden openbaar gemaakt en ‘openlijk ten toon gesteld’ terwijl Christus over hen zegevierde (Col.2:14). Op het kruis van Golgotha werd Christus omringd door vele vijanden:

  • ‘Alle ongerechtigheid liep om Hem aan’. ‘Vele stieren hebben mij omringd, buffels van Basan hebben mij omsingeld; zij sperren hun muil tegen mij open … een verscheurende, brullende leeuw.’ ‘Want honden hebben mij omringd, een bende boosdoeners heeft mij omsingeld’ (Ps.22:13).

De lucht werd zwart van de machten van de duisternis. Zelfs de dood, de laatste vijand viel Hem aan. Op Golgotha bleek wie de echte vijanden zijn. Hier werd aangetoond waarom kinderen van God, ondanks hun inspanningen, de wet niet kunnen volbrengen. Maar Goddank, Jezus heeft de overheden en machten ontwapend (door de wet uit te wissen) en openlijk ontmaskerd en Hij heeft hen overwonnen. Op de derde dag kwam Hij als overwinnaar uit het graf!

De zonde overwinnen betekend in de eerste plaats: de vijand kennen. De mens is niet de bewerker van het kwaad, maar hij is collaborateur, een handlanger van de demonen. Hij heeft daarmee een zware schuld op zich geladen. Wie echter gelooft in de verzoening op Golgotha, weet dat de schuld vergeven is. Door dit geloof ontvangt hij de gerechtigheid, die het einde en het doel van de wet was. Opnieuw geboren christenen zijn rechtvaardigen door het geloof in het verzoenend bloed van Jezus Christus. Zij bezitten de gerechtigheid door te aanvaarden, dat Jezus voor hun zonden gestorven is. Aan deze rechtvaardigen belooft de Vader zijn Geest. In deze gave ligt de zekerheid, dat de kinderen van God door het geloof en het gebruik van de naam van Jezus de duivelen (de zonde in het vlees) kunnen uitdrijven en hun aanvallen weerstaan. Voortaan hebben zij geen recht meer op de mens, die Jezus toebehoort. Hij wijst de weg om bevrijd te worden uit de macht van de demonen. Het gebed is daarom niet: verlos ons van de oude mens, maar verlos ons van de satan!

Gehoorzaamheid van het geloof

Veel ‘zich christelijk noemenden’ leven als het volk van God onder het oude verbond. Door offers werd de schuld vergeven, maar ‘het was onmogelijk dat het bloed van stieren en bokken zonden zou wegnemen.’ Jezus was het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegnam. Door het geloof aanvaarden opnieuw geboren christenen de schuldvergeving en daarom zijn zij rechtvaardig. Dit belijden zij voor de mensen en de engelen. Zij hebben niets meer met het rijk van de satan te maken. Zij zijn een nieuwe schepping. Maar Jezus neemt ook de zonden weg, zodat zij ervan verlost worden. Zij hebben de gerechtigheid ontvangen en kunnen er in blijven.

Bij de gehoorzaamheid van het geloof gaat het over horen en doen. God spreekt in zijn Woord over heil (heling) en heerlijkheid, over redding, verlossing en genezing, over bewaring en herstel van de mens. De gehoorzaamheid van het geloof is nu het handelen, dat aan het geloof in deze redding beantwoordt. Het is dus geloven en dan handelen. Als iemand niet gelooft, kan hij ook niet doen wat God zegt. Geloven is een verbinding maken met de genezing door de geest. Deze richt zich op God en niet op de duivel. Het is een zeker weten, dat men aan de hand van God kan blijven gaan. Geloven is een functie van de geest. Mensen, engelen en ook demonen kunnen geloven.

De mens kan door het geloof kennis verzamelen buiten de plaats en de tijd van zijn bestaan. Zijn kennis wordt niet begrensd door wat zijn zintuigen in eigen omgeving opnemen. De menselijke geest weet van dingen die ver af zijn in plaats en in tijd. Wanneer dit geloven op Gods Woord gericht is, weet men zeker dat wat God zegt, de waarheid is. Zonder enig zintuiglijk bewijs aanvaarden ware christenen dan niet alleen de schuldvergeving, maar ook de heerschappij over de onreine geesten. Zij zien ze niet met hun zintuigen, maar op grond van het Woord, dat zij geloven, weten zij dat zij onze vijanden zijn en dat zij ze mogen binden, uitdrijven, tegenstaan en bestraffen in de naam van Jezus. De machten hebben geen recht meer op de mens en daarom wordt ‘Sion door recht verlost.’  Wanneer iemand zo door het geloof staat in de vrijheid, wanneer Christus iemand zo heeft vrijgemaakt en door het geloof de gave van de Geest ontvangen hebben, bezit die persoon ook de kracht om te gehoorzamen en de weg van de gerechtigheid te bewandelen door het geloof. De oude mens wordt afgelegd.

Sommigen menen dat de oude mens niets met de machten van de duisternis te maken heeft. Maar het is juist de oude mens, waarmee de mens de satan diende en daardoor is hij onrein geworden. Leg daarom de oude mens af, als u dit nieuwe leven wilt. De oude mens is mee gekruisigd, zodat aan het lichaam van de zonde zijn kracht ontnomen zou worden. Door de gehoorzaamheid, die aan het geloof beantwoordt, kan Gods Geest deze oude mens met de machten van de duisternis, die erin opereren, afstoten. U bent dan zwak in Hem, maar u zult met Hem leven uit de kracht van God. Wanneer u zwak bent in Hem, verloochent u uzelf. Stel geen vertrouwen meer op enige inspanning van uw kant, maar geloof dat Hij die trouw is, alles in u doen zal. Jezus zei: ‘Wie achter Mij wil komen, verloochent zichzelf.’

Dit is de eerste stap die de mens van God in het koninkrijk der hemelen zet. Hij begint dus met al zijn eigen inspanning in te leveren en gelooft dat hij door de leiding en de kracht van de Geest die dingen doen zal, die naar de wil van God zijn. Wanneer de Bijbel spreekt over het afleggen van de oude mens, veroorzaakt dit geen worsteling en strijd. Wij zijn immers een nieuwe schepping, geschapen in Christus Jezus tot goede werken. Wanneer iemand een fijn reukorgaan heeft en zeer zuinig is op zijn lichaam, zal hij hinder hebben van een vuile, naar olie ruikende jas. Het kost hem meer strijd om deze jas aan te houden dan uit te doen. Het kost een kind van God meer strijd om de zonde vast te houden, dan er afstand van te doen. Het kost hem zijn vrede, blijdschap, rust en geluk. De overwinning komt door het geloof en niet door inspanning. Voor wie gelooft, is alles mogelijk zonder inspanning. Ook het volbrengen van de wet van God. Dan zijn er geen grenzen aan de macht van Jezus.