Vrome geesten

Addergebroed! Wie heeft u laten weten dat u moet vluchten voor de komende toorn? (Matth.3:7)

Johannes de Doper was gekomen, om voor de Heer een goed toegerust volk gereed te maken. Dit was zijn opdracht. Hoe deed hij dit? Hij riep het volk op tot bekering: men moest afzien van alle hulpmiddelen en inspanning om zich in de geest alleen tot God te keren. Wanneer de naar God zoekende mensen onder belijdenis van hun schulden tot God kwamen, werden zij door Johannes gedoopt en ontvingen zij schuldvergeving. Dit was de raad van God of het plan van God voor die tijd. Meer dan schuldvergeving had Johannes niet te bieden en hierdoor – èn door de doop IN water – maakte hij het volk klaar voor het werk van Jezus Christus, van wie Johannes zei: ‘Zie het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.’ Door het uitdrijven van onreine geesten en het genezen van ziekten, zou onder Jezus Christus het Koninkrijk der hemelen aan dit toegeruste volk geopenbaard worden.

Een nieuw middel om de toorn van God te ontlopen?

Ook de leiders van het volk kwamen naar Johannes om door hem gedoopt te worden. Zij kwamen niet om hun zonden te belijden en zich te bekeren, maar alleen om zich te laten dopen. Zij zagen dit uitwendige teken als een nieuw middel om de toorn van God te ontlopen. Zij begrepen dat er een weg moest zijn om van zonde, ziekte en het dodenrijk bevrijd te worden. Wanneer de toorn van God was weggenomen, zouden zij deel hebben aan het Koninkrijk van God in gerechtigheid, vrede en blijdschap, door Gods Heilige Geest. Zoals zij God steeds probeerden te benaderen door het onderhouden van uiterlijke liturgieën en instellingen, zo meenden zij ook deze nieuwe ceremonie wel te kunnen accepteren. Maar het Koninkrijk van God komt nooit met uiterlijk vertoon, maar het is binnen in ons. Het wordt van binnenuit geopenbaard. Johannes doorzag dat hun drijfveren verkeerd waren. Daarom zei hij: Addergebroed! Wie heeft u laten weten dat u moet vluchten voor de komende toorn?’

Hun komst kon niet door God bewerkt zijn, want zij verwierpen de volle raad van God (Luc.7:30). Zij wilden wel door Johannes gedoopt worden, maar zij wilden niet vanuit hun ongehoorzaamheid gebracht worden tot de gezindheid van de rechtvaardigen (Luc.1:17). Van bekering en van schuld belijden wilden zij niets weten, want zij meenden dat hun afkomst uit Abraham genoeg was, net zoals vandaag hele volksstammen zich beroepen op een verzonnen verbond met Abraham via hun kerken, zonder ook maar een begin te hebben gemaakt met het Bijbels fundament in hun leven. Zo komen zij in samenkomsten. Zij willen wel van hun zonden en van hun ziekten af en willen zich veilig stellen voor de eeuwigheid, maar zij weigeren zich werkelijk tot God te wenden, hun schuld te belijden en hun hart voor de Heer open te stellen. Voor dezen is er vanuit het eeuwig evangelie geen boodschap. Ook daar wordt eerst gevraagd: bekeer je, richt je geloof op God, laat je zonden los en geef je hart aan Jezus Christus; kerkelijke afkomst zegt helemaal niets. Nogmaals: Leg eerst het enige Bijbelse fundament in je leven.

Kerkbesef

Als wegbereider bracht Johannes de bekering onder belijdenis van schulden en daarna de doop door schuldvergeving. Om verder te komen wees hij op Degene die na hem kwam, die de zonden wegnemen zou (ervan verlossen) en zou dopen met Gods Heilige Geest en met vuur. Johannes stond tegenover de kerkelijke elites van zijn tijd. Deze dachten God te kunnen dienen zonder bekering, nieuwe geboorte en kracht van Gods Geest. Zij wensten zonder meer alleen de doop in water. Dit verschijnsel in de kerken ook zichtbaar. Hoe weinig wordt er gesproken over bekering, nieuwe geboorte en de noodzakelijke vervulling met Heilige Geest. Wordt aan de ‘babybesprenkeling’, waarbij het kind door de ouders in de kerk gebracht wordt, geen alles bepalende waarde toegekend? Het kind heeft zogenaamd Abraham tot vader, dat wil zeggen: het heeft in iets gelovende, of aan een instelling verbonden ouders. Wat een trieste komedie.

De Farizeeën misten de belangrijkste voorwaarde om Gods geboden te volbrengen, namelijk het geloof. Zij waren natuurlijke mensen die met God niet door de Geest verbonden waren. Zij wilden God dienen door het onderhouden van uiterlijke vormen uit kracht van het eigen vlees. Zij waren fanatiek in hun ijver, maar geloof en inspanning gaan nooit samen. Johannes weigerde ieder compromis tussen het vlees en de geest te aanvaarden. De Geest die hem Jezus deed aanwijzen als het Lam van God, legde het diepste wezen van de Farizeeën en Sadduceeën bloot. Johannes zag satans’ demonen die hen voortdreven. Vol afschuw, maar ook wetende dat alleen de liefde tot waarheid hen kon vrijmaken, zei hij tot hen: ‘Addergebroed, wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent voor het komende oordeel?’ Het Koninkrijk der hemelen dat Johannes aankondigde, is een hemelse, dus geestelijke zaak. Deze leiders meenden echter door hun vleselijke afkomst iets te bezitten. Zij veronderstelden dat de God, die hun voorgeslacht droeg, ook met hen verbonden moest zijn. Johannes tastte dit kerkelijke besef tot de wortel aan: ‘Beeldt u niet in, dat u bij uzelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham tot vader.’

Alleen door nieuwe geboorte wordt men zaad van Abraham. Nooit gaat men het Koninkrijk der hemelen binnen langs een natuurlijke weg. De geestelijke oorsprong van Farizeeën en Sadduceeën lag in het rijk van de duisternis. Daar waren zij innerlijk mee verbonden. Jezus zou later zeggen ‘U bent uit uw vader, de satan.’ Zij waren gelijk aan witgepleisterde graven, waarop nog nooit de moker van Gods Geest gekomen was. Toen echter de buitenkant door het woord van Johannes verbrijzeld werd, openbaarden zich de machten van zonde en dood in hen. In plaats van langs de voorgestelde weg van bekering en doop tot vergeving van zonden te komen en zich zo te laten toerusten lot verdere reiniging, verwierpen zij de raad van God en de toorn van de Allerhoogste bleef op hen. Daarom misten zij de vruchten die aan de bekering beantwoorden. De werken van het vlees waren in hen openbaar: hoogmoed, jaloersheid, huichelarij, leugenachtigheid, onreinheid, geldgierigheid en hardvochtigheid. Zij vormden het Jeruzalem dat altijd de Heilige Geest weerstaat en daarom de profeten, Jezus Christus en de twee getuigen – die door de Geest met God verbonden zijn – doodt.

Geboden van mensen

Wanneer Jezus duidelijk wijst op de verbondenheid van de vrome, kerkelijke elites met het rijk van de duisternis en op het feit dat hun bekeerlingen kinderen van de hel werden, is het van groot belang om het wezen en de gedragingen van de vrome demonen te onderkennen. Deze verleiden de mensen om zich tevreden te stellen met een uiterlijke schijn, terwijl zij de kracht van de godsvrucht verloochenen. Soms is hun werking duidelijk aanwijsbaar, maar dikwijls zijn het subtiele verschillen, die alleen door de Geest ontdekt en onderscheiden kunnen worden. De Farizeeën waren godsdienstig, dat wil zeggen dat zij God probeerden te dienen, maar zij deden dit niet in geest en waarheid. God, die geest is, zoekt contact met de geest van de mens. Dit kan Hij alleen krijgen als een functie van deze geest, het geloof, zich op Hem richt. Want zonder geloof is het onmogelijk God te behagen of gemeenschap met Hem te krijgen. De Farizeeërs meenden God te behagen door goede werken en wettisch leven. Daarom kwamen zij tot de doop. Ook de natuurlijke mens kan zich laten dopen. In deze zaak wilden zij van hun kant een daad stellen, waarop zij later konden terugvallen. Een goedkope back-up voor het geval dat…

God had aan zijn volk wetten gegeven vanwege de hardheid van hun hart (Galaten 3:19). Zij is tijdelijk voor het volk toegevoegd totdat de volmaakte (Jezus Christus), zou komen, schrijft Paulus. Deze is geestelijk en door inspanning nooit te volbrengen. Zij kan alleen via een eigenschap van de geest, het geloof, gehouden worden. Door het geloof ontvangt men kracht van God om te overwinnen. Mensen die door vrome geesten worden geleid, spreken nooit van overwinning maar wel van een zondaar-zijn-tot-de-dood. De boze geesten die in hen schuilen of hen overweldigen, kunnen ook niet door inspanning en goede werken overwonnen worden, want voor één kleine overwonnen demon komen zeven sterkere demonen terug. Alleen de geestelijke mens, dat is de opnieuw geboren christen, vertrapt schorpioenen en slangen en overwint deze.

Omdat zij wel wisten innerlijk niet gereinigd te zijn en ook de kracht van God daartoe niet kenden en zover zij deze kenden, verwierpen, stelden de leiders zich tevreden met het ophouden van een schijnvroomheid. In hun godsdienstige leven gingen zij dan ook het accent verleggen naar uiterlijkheden. Zij voerden geboden van mensen in, die men wel met veel moeite (dikwijls met veel geld) kon volbrengen. Zo vielen zij in handen van vrome geesten, die hun slachtoffers tot steeds meer inspanning en opoffering prikkelen, maar nooit vrede, rust, blijdschap en gerechtigheid schenken.

Vrije dagen

In zijn goedheid had God aan zijn volk veel vrije dagen geschonken, waarop het moest rusten van het werk, zowel werkgever als werknemer en ook het lastdier. Het aantal vakantiedagen naast de wekelijkse rustdag was zeer groot. Vrome geesten bonden de mensen echter aan voorschriften en bepalingen, die God niet bedoeld had. Gods barmhartige wetten werden tot kleingeestige plagerijen omgevormd. Het zijn dezelfde vrome demonen die in onze tijd soortgelijke kwellingen bewerken en hiervoor de zondag uitzoeken. Wij herinneren ons een kleine jongen, die op zondag niet schaatsen mocht. Vol verlangen stond hij de hele middag aan de kant van de sloot naar het spel van zijn vriendjes te kijken. Wanneer deze vrome demonen in de ouders niet uitgedreven worden, zal zo’n gezin nooit tot de ware sabbatsrust komen.

Jezus waarschuwde met het oog op de Farizeeën om bij het bidden geen omhaal van woorden te gebruiken, zoals de derwisjen en fakirs. Wij hebben iemand aan tafel horen bidden met een onnatuurlijke, plechtige stem. Kennelijk gebruikte de man niet zelf zijn stem, maar een vrome geest bad door zijn mond en zo lang, dat het eten koud werd. Ook bij het Bijbellezen hoorden wij vaak een andere stem plechtstatig zalven of ‘piepen en mompelen’. Een onderwijzer die twaalf keer per dag een maaltijd of schooltijd ‘beginnen en eindigen’ moet, loopt gevaar een vroom woordenspelletje af te draaien, waarvan hij vaak niet weet of hij het al gedaan heeft: ‘Hebben wij al gebeden of niet?’ En wat nog te denken van het eindeloos afdraaien van gebedsmolentjes, een bijna verplichte kost voor Boeddhisten en Dalai Lama-aanhangers. De verplichte waslijsten aan weesgegroetjes en onze vadertjes door Roomse slavendrijvers. Het oeverloos herhalen van Hara Krishna-kreten, of het eindeloos repeteren van het hypnotiserende Yoga-woord ‘Oem’, waardoor men probeert het eigen lichaam met zijn geest te verlaten?

Vrome geesten bouwden de graven van de door henzelf vermoorde profeten. Zij probeerden daarmee een occulte binding te leggen tussen de doden en de levenden. Dit contact is er ook nu nog tussen de godsdienstige mens en zijn voorgeslacht. De slachtoffers lezen bij voorkeur oude schrijvers of uit een oude Statenbijbel. Zij zijn gebonden aan door voorvaderen opgestelde formulieren of leerstellingen en gebruiken daarbij uit eerbied nog dezelfde, voor onze tijd onbegrijpelijke zinsbouw en verouderde uitdrukkingen.

In het buurtschap De Valk op de Veluwe met +/- 1700 inwoners, komen ouders van leerlingen van een reformatorische school in opstand, omdat de school niet reformatorisch genoeg zou zijn. De kerkenraad van de gereformeerde gemeente De Valk-Wekerom heeft daarom een commissie opgericht die ging beoordelen of er wel of geen, niet-reformatorische leerlingen op de school geplaatst mogen worden. Op deze school wordt nog de antieke Statenvertaling van 4 eeuwen geleden gehanteerd, met een taalgebruik wat vrijwel niemand nog goed verstaat of begrijpt. Deze leerlingen zijn ook verplicht om de Psalmen te leren in de berijming van 1773 (!). De school en de ouders maken hiermee het evangelie van Jezus Christus tot een bespotting.

Vrome geesten hechten ook zeer aan eigen, vaak kostbare kerkgebouwen, waarvoor grote offers moeten worden gebracht. Toen David Goliath versloeg, bezat hij geloof in God. Hij weigerde zelfs een natuurlijke wapenrusting, maar hij bezat iets wat niet te omschrijven viel en ook niet te ondertekenen. Daarmee redde hij het hele volk.

Rampzalige dogma’s en belijdenisgeschriften

Vrome geesten hebben tastbare zaken nodig en uitwendige voorschriften, die men houden kan. Hierin kunnen zij zich dan manifesteren. Daarom zoeken velen naar eenheid door het ondertekenen van belijdenisgeschriften en zij zien niet, dat zij overheerst worden door schijnkerken of leergeesten. Wij denken aan de Jehova’s getuigen, aan Mormonen of aan Zevendedagsadventisten. Deze dwingen tot het aanvaarden van bepaalde leerstellingen en toekomstvisies, die het Koninkrijk van God niet raken en geen gerechtigheid, vrede en zeker geen blijdschap verschaffen. Deze dwingende demonen maken hun aanhangers tot willoze werktuigen en mechanische organismen.

Tijdens een opbouwweek verscheen eens onverwacht een jonge Zwitser van omstreeks vijfentwintig jaar. Zijn blote voeten waren in sandalen gestoken en hij was gekleed in een bruin habijt. Hij had een ascetisch gelaat. Wij waren juist bezig de wet te behandelen en erop te wijzen, dat velen hun kracht zoeken in uiterlijke vormen. Men kan op sandalen lopen, een soepjurk aantrekken, een zuivere leer hebben, maar daarom is men niet opnieuw geboren of vrij van de zonde. De vrome geest van de ongenode gast werd binnen enkele minuten openbaar. De man bleek zich aan enige burgerlijke beleefdheid of fatsoen niet te storen en moest door de politie verwijderd worden. Merkwaardig was dat enkele broeders van buiten onze gemeente, geïmponeerd door zijn gewaad en sandalen, hem in hun kring het avondmaal lieten bedienen!

‘Men gaat hier godsdienst bedrijven’

Mijn vrouw en ik reden eens op zondagmiddag door een dorp in een ‘zware’ streek in de Bijbelgordel. Toen wij de verschillende groepen zagen optrekken, zei mijn vrouw: ‘Men gaat hier godsdienst bedrijven’. Aan de voorzichtige en trage manier van lopen, wisten wij dat men zich naar het kerkgebouw begaf. Wij probeerden aan de al dan niet zwarte kleding of hoedjes, wel of niet vastgeklemde Bijbel en de gelaatsexpressie op te maken bij welke richting men hoorde. Wat voor demonen dwongen deze mensen tot deze ernstige en plechtige vertoning? Wat is het verband toch duidelijk tussen de donkere kleding en gemeenschap met duistere machten in vrome schijn. Uit ervaring weten wij dat nog geen vijf procent van deze kerkgangers een antwoord zou willen of kunnen geven op de vraag of zij een kind van God zijn!

Vrome geesten zijn net als alle onreine machten wreed en bovendien zeer sterk. Jezus sprak van hen dat zij onder de schijn van lange gebeden de huizen van weduwen opaten. Een geest van wellust of verslaving probeert nog een aanknopingspunt in de mens zelf te vinden, maar een vrome geest dwingt mensen tot dingen, die tegen de natuur ingaan en vaak belachelijk zijn. Zo dwingen deze geesten jonge meisjes tot een sombere, ouderwetse klederdracht. Welke krachtige geest drijft een moeder om het vrolijke spel van haar kind op een zondag als zonde aan te merken? Waarom worden hele gezinnen door futiele leergeschillen uit elkaar gescheurd!

Martelkamers, schavot en brandstapels

Wrede, vrome demonen brachten duizenden in de martelkamers, op het schavot en op de brandstapels, omdat zij “zuiver in de leer” waren. Zo werden met een beroep op de Bijbel ontelbare z.g. ‘heksen’ en ‘tovenaars’ uitgeroeid en op deze manier ook de profeten. Zeker is het dat hele streken, ook nu nog, onder grote druk van vrome geesten staan, waardoor het onmogelijk wordt tot de volle waarheid te komen en de kracht van de volle verlossing te ervaren.

De Farizeeërs bezaten ‘brede gebedsriemen’. Zij waren immers vroom. Het oorspronkelijke woord voor gebedsriem is in het Engels ‘phylactery’, talisman, een bescherming tegen boze geesten. Een uitwendige interpretatie van bijvoorbeeld Exodus 15:9 en 16 werd aanleiding tot bijgelovige en heidense praktijken. De gebedsriemen moesten dienen om kwade machten te weren en demonen te verdrijven!

Het is opmerkelijk dat juist onder hen die zich beroemen de zuivere ‘leer’ te hebben, zo’n openheid is voor occultisme. Men spreekt graag over de eer van God, maar de bovennatuurlijke werkingen en krachten verwacht men van magnetiseurs, hypnotiseurs, telepaten en horoscooptrekkers. De bovennatuurlijke krachten, die de Heilige Geest schenkt, veracht men en zoekt de redding en het geluk bij occulte demonenaanhangers.

Vandaag nog ontvingen wij een schrijven van de stichting die zich ‘Uit de bron van Christus’ noemt. Volgens deze stichting zouden engelen aan ene Lhyza de Vries, boodschappen doorgeven over reïncarnatie, wat zij ziet als een onderdeel van het Christendom. Via reïncarnatie zou het bewustzijn en het geluk voor de mensheid zijn weggelegd! Hier wordt op subtiele wijze het werk van de Heilige Geest aan de kant geschoven en laat men zich inpakken door demonen. Heilige engelen dringen nooit bij de mens binnen, maar zij willen juist zelf een blik slaan in het eeuwige evangelie wat ons door de Heilige Geest door God is gezonden (Judas 6; 1 Petr.1:12). Het zijn echter vrome, occulte demonen die via deze stichting graag binnendringen in de mens en het zal voor deze stichting-aanhangers uiteindelijk erger worden dan in het begin. Vrome geesten hebben immers alleen de complete vernietiging van de mens als doel.

Een Gereformeerd Weekblad schreef in verband met duivelbanners en dergelijken:

  • ‘Kijkt u nu bij al het voorgaande niet al te meewarig, want ook wij maken (nog) gebruik van magnetiseurs en waterkijkers. Alleen spreken wij niet over duivelskunstenaars, maar over paranormaal begaafden!

Vrome geesten zijn bang voor de naam van Jezus, omdat in deze naam de machten van de duisternis gebonden worden. Daarom hebben zij een diepe afkeer van liedjes, waarin Jezus verheerlijkt en grootgemaakt wordt. Zij zingen bij voorkeur psalmen op een onnatuurlijke, slepende wijze (halve, maar nog liever en vaker op hele noten), want ze zijn verzekerd daarin de naam van Jezus niet tegen te komen!

Ernst en boetedoening…

De duivel is zeer op ernst en plechtigheid gesteld. Wie de godsdiensten van heidenen bestudeerd heeft, weet dat deze diepe stilte in hun tempels prefereren. Als kind waren wij eens in de groene kamer van een vrijmetselaarsloge. Midden tussen de afgodsbeelden durfden wij in die gewijde stilte alleen maar fluisterend te spreken. Vrome geesten houden van ernst en boetedoening, want zij weten dat de mens hierdoor niet verandert en zijn blijdschap nog verder wegzinkt. Boete doen betekent betalen. Men moet zelf iets opbrengen als tegenwicht voor zijn zonde. Boete doen is het tegengestelde van het aanvaarden van genade. Men komt dit begrip dan ook nergens in het Nieuwe Testament tegen.

Het bedrijven van godsdienst vindt geen natuurlijke aansluiting bij kinderen. De kerkdiensten worden voor de kinderen een straf, want zij ‘moeten’ naar die kerk. In een kerkbode herinnert de schrijver van een artikel aan een dominee, die bij een moeder huisbezoek deed. Hij vroeg waarom haar kinderen nooit meegenomen werden naar de kerk. En wat antwoordde die moeder? ‘Dominee, dat is voor zulke kinderen haast geen doen, om zo lang stil te zitten, het is niet om uit te houden voor jonge, gezonde kinderen.’ En weet u, ouders, wat die dominee antwoordde?

  • ‘Vrouw’, zei hij ‘u bent een goddeloos mens, ik moet u bestraffen. U geeft de kinderen toe in de zonde en steunt hen om Gods wil te overtreden en de genademiddelen niet te achten. Als u zegt dat het in de kerk voor de kinderen niet uit te houden is, hoe zullen zij het dan in de hel uithouden, als ze onbekeerd moeten sterven?’ De schrijver vervolgt dan: ‘Dat het antwoord van die dominee ter waarschuwing mag zijn.’

Kinderen kunnen het echter noch in de hel, noch in deze kerk uithouden en wij vragen ons af of de hel voor een trouwe kerkganger beter te dragen zou zijn als hij onbekeerd erin terecht komt. Wij stellen ons de gemeente voor als het huisgezin van God en haar vergaderingen als feestelijke bijeenkomsten. Wanneer in het gezin vader jarig is, verzamelen zich de huisgenoten en is er gezelligheid en zegen. Er heerst een ontspannen sfeer: ieder heeft iets en ieder doet iets om de tijd zo prettig mogelijk te benutten (Col.3:16; 1 Cor.14:26).

Waar vrome geesten heersen, is altijd een drukkende atmosfeer. Men spreekt graag over stilte en eerbied. Het geheim van deze stilte is niet dat de mens in de rust van God komt, maar dat hij vrijblijvend en veilig op de kerkbank kan blijven zitten. De gedachten van zijn hart worden niet openbaar en het is onnodig amen te zeggen op de dankzegging. Hij hoeft zich niet in de levende stroom te werpen. Er is ook geen plaats voor een lach en de woorden overwinning en blijdschap zijn onbekend. Bij vrome geesten gaat het feest niet door! Wij prijzen de Heer voor samenkomsten waar kinderen het een straf vinden, als zij thuis moeten blijven. In deze vergaderingen heersen vreugde, ongedwongenheid, natuurlijkheid en spontaniteit. Daar is men wars van een gestileerd samenzijn.

Op een van onze samenkomsten kwam een echtpaar. Zij waren met een kennis meegekomen en wilden zich op de hoogte stellen van het eeuwig evangelie. Tijdens de dienst gaf een jonge zuster een getuigenis. Zij was in verwachting en de dokter had gezegd dat zij alleen in het ziekenhuis geholpen kon worden. Deze vrouw wist uit ervaring bij de geboorte van haar eerste kind wat dit allemaal betekende. Er was met haar gebeden en in de naam van Jezus waren haar de handen opgelegd. Na enkele weken onderzocht de dokter haar weer. Hij sprak niet meer over het ziekenhuis. Met een blijde lach vertelde deze vrouw haar ervaringen en gaf Jezus de eer.

Aan het einde van de samenkomst deden wij een uitnodiging. Aan de voor ons onbekende vrouw vroegen wij of zij zich een kind van God wist. Het antwoord was ontkennend. Wij vroegen haar naar voren te komen om haar hart aan de Heer te geven. Wij merkten al spoedig dat wij met sterke, vrome machten te doen hadden. Hoewel de vrouw naar voren kwam, bad zij slechts algemeenheden. Vrome geesten spreken nooit tot Jezus en gebruiken nooit het persoonlijke ik, maar de meer onpersoonlijke wij-vorm. Zij beginnen dan met: ‘Vader, wij komen tot U’, wat een Jood of islamiet ook bidden kan. Ook kunnen hun slachtoffers nooit spontaan ‘halleluja’ of ‘prijs de Heer’ zeggen. Dit is voor hen ten enen male onmogelijk. Wij lazen een brief van deze vrouw aan een familielid gericht, waarin zij klaagde over onze samenkomst. Het oordeel luidde als volgt:

  • ‘Wat ik toen gezien en gehoord heb, lijkt wel een jeugddienst met een groot lawaai. Er is geen ernst en dan die lachende gezichten van die voorgangers en dan geven ze nog wel eens getuigenissen. Nou, wat ik daar gehoord heb van een jonge vrouw, wat die daar stond te vertellen, nu ik vind het spotten. Het lijkt wel of het geloof daar aan de lopende band gaat. Het gaat daar makkelijk. Ik zou nog veel kunnen vertellen, wij zijn nu achter een heleboel dingen gekomen, waar wij ons als christen niet mee kunnen verenigen. Ik ben bang dat wij God gaan verzoeken. Maar wij hebben veel gebeden en geworsteld, dat de Heere ons licht en wijsheid gaf in deze zaak. Wij zeggen: het zijn massale bijeenkomsten met krijgsrumoer en Jezusband. Ik vind het verschrikkelijk, zo makkelijk als die mensen dat allemaal maar geloven, want ik had wat anders verwacht.’

Tot zover de naar eigen getuigenis onbekeerde, vrome vrouw, die een samenkomst bezocht waar ongeveer tachtig kinderen van God samen waren. Volgens vrome geesten heeft godsdienst niets te maken met het leven van elke dag en zeker niet met een ongeboren kind. Hierover te spreken is onoorbaar. Vrome geesten laten de mensen liever spreken over droefheid om zonde en over boete doen.

‘Zo gemakkelijk gaat het niet!’

Vrome geesten hebben er belang bij de mensen wijs te maken, dat er wel strijd is in de hemelse gewesten, maar dat een mens in dit leven geen overwinning door Jezus Christus kan behalen. Zij leren de mensen er over te treuren dat zij zulke grote zondaars zijn, dat zij daarvoor moeten boeten en er berouw over hebben. Zij verzwijgen echter dat Jezus de schuld met zijn bloed heeft betaald en wanneer iemand dit in het geloof aanneemt, hij ook van alle schuld verlost is. Zij leren nooit dat het bloed van Jezus van álle zonden reinigt en dat wij door het geloof van ál onze vijanden verlost, in vrede en blijdschap voor God leven mogen. Zij voeren tegen deze verlossing aan, dat het allemaal zo gemakkelijk niet gaat. Gods Woord leert echter dat er maar één strijd is, namelijk om in het geloof te blijven, om op Gods Woord te blijven vertrouwen ondanks alle influisteringen van vrome demonen, die daar tegen in gaan.

Vrome geesten dwingen de mensen om in vage termen dagelijks hun schuld te belijden en hun gemeenschap met het rijk van de duisternis. De zonden worden nooit met name genoemd. Wanneer dit gebeurde, zouden ze ook weggenomen kunnen worden, want wie zijn zonden belijdt en laat, zal barmhartigheid ontvangen. Vrome geesten verhinderen dat de mens persoonlijke zonden als hoogmoed, oneerlijkheid, onreinheid, zelfzucht, haat, nijd en achterdocht belijdt. Tegelijkertijd zijn echter deze zondaars-tot-de-dood zeer trots op de zuiverheid van hun leer, die hen niet verlossen kan. Verder verliezen zij zich in eindeloze discussies, die noch de gerechtigheid, noch de blijdschap, noch de vrede onder de kinderen van God vermeerderen.

Vrome geesten oefenen altijd druk uit

Zij nemen de leiding en dwingen hun slachtoffers tot gehoorzaamheid. Op hun beurt oefenen deze druk uit op de verdere omgeving. Men moet dit en mag dat niet! Jezus oefent nooit druk uit. Dwingen en druk uitoefenen is kenmerkend voor boze geesten. Deze dulden niet dat iemand een afwijkende mening bezit. Een ‘vrome’ vader dwingt vrouw en kinderen in een bepaald gareel te lopen, dat hun noch geluk, noch gemeenschap met onze Heer Jezus geeft. Is er dan een, die niet wenst te gehoorzamen, dan zijn de machtsmiddelen die aangewend worden niet van Gods Geest, maar driftaanvallen, verwijten en het lichamelijk overwicht wordt aangewend om de weerspannigen tot gehoorzaamheid te dwingen. Jezus nodigt tot verlossing en redding: ‘Wie dorst heeft, komt en wie wil, neemt het levenswater gratis.’ De Heer zoekt een vrijwillig volk, dat zijn geest tot Hem zoekt en zijn hart aan Hem schenkt. Een kerk wordt alleen zuiver, wanneer haar leden opnieuw geboren zijn en die geleid door Heilige Geest in het spoor van de gerechtigheid wandelen.

’Zo gemakkelijk gaat het alweer niet!’

Zij wensen in andere gezindten geen werking van God te erkennen. Een bekering bij het leger des Heils wordt als te licht zijnde verworpen. Want zo gemakkelijk gaat het alweer niet! Deze slogan is echter in de hel geformuleerd en alleen de duivel heeft bij deze uitspraak belang. Wanneer het niet gemakkelijk gaat, komt er moeite en inspanning bij te pas en wordt het geloof terzijde gesteld. Vrome geesten dulden niet, dat de mens zich gaat beroepen op het Woord van God en gaat spreken over ‘de koningen van de aarde, die hun heerlijkheid in de stad van God brengen’ (Op.21:24). Zij fluisteren de mens in, dat hij zondaar is en blijft tot de dood en dagelijks zijn schuld groter maakt. Nooit spreken zij erover dat hij erfgenaam is van God en mede-erfgenaam van Jezus Christus, dat God dit gezegd heeft en men zich deze belofte in het geloof mag toe-eigenen.

Vrome geesten sluipen ook rond in de pinksterkringen. Wanneer daar bekeerden naar de doop in Heilige Geest zoeken, fluisteren zij: ‘Dat gaat zo gemakkelijk niet. Je moet eerst wat heiliger leven en het een en ander meegemaakt hebben of voelen, of je moet er aanleg voor hebben.’ Gods Woord vraagt alleen geloof. De Bijbel zegt: ‘Bekeer u, laat u dopen en u zult de gave van de Geest ontvangen’ of: ‘De gelovigen zullen in talen spreken’. Wanneer wij prediken dat door geloof de beloften van God moeten worden aangenomen en de Heer deze ook stuk voor stuk realiseert, komen de vrome geesten in het geweer.

In Middelburg spraken wij eens over deze blijdschap van Gods kinderen. Onder de toespraak begon een vrouw te protesteren. Wij dachten er te gemakkelijk over en het ging zo gemakkelijk niet. Wij wezen de hoorders erop, dat niet deze vrouw sprak, maar een vrome geest. Na de dienst kwam de vrouw bij ons voor een gesprek. Wij attendeerden haar erop, dat zij geen recht had om een samenkomst te verstoren waar zij zelfs geen lid van was. Zij zei toen dat zij opeens gedwongen werd en móest spreken. Kenmerkend voor een dwingende demon uit het rijk van de duisternis!

In het Koninkrijk van God is het zo, dat de geesten van profeten aan de profeten onderdanig zijn. Daarom hoeven kinderen van God nooit verwarring te stichten. De vrouw vroeg of wij met haar wilden bidden, maar zij stond ons niet toe haar de handen op te leggen om de macht te binden en uit te drijven! In een andere plaats hadden wij enkele weken daarna dezelfde ervaring. Wij spraken over de openbaring van Gods zonen en over de duisternis, die over de Alblasserwaard hangt. Plotseling hoorden wij een stem:

  • ‘Ik heb tot nu toe liggen slapen, maar nu ben ik goed wakker. Ik neem dit niet. Zo gemakkelijk gaat het niet.’

Wij namen de proef op de som om te zien of hier sprake was van een vrome geest. Na de dienst gingen wij naar de vrouw toe, die deze woorden gesproken had. Als zij ze zelf gezegd had, zou zij erop doorgaan en onvriendelijk zijn. Dit was niet het geval. Zij klaagde over haar geestelijke nood en vertelde dat zij haar toevlucht nam tot diverse predikanten, die haar helpen moesten.

Worden ook enkelen van onze lezers niet misleid? Als de Heer hen duidelijk maakt dat zij zich Bijbels moeten laten dopen, komt de gedachte bij hen op dat zij dan geen werk in de kerk meer kunnen verrichten. Zij vrezen daar hun goede invloed te zullen verliezen. Anderen moeten om de eenheid van het gezin het maar uit- of afstellen. Als echter iemand ongehoorzaam is aan een duidelijke opdracht van de Heer, die hij heeft verstaan en begrepen, zal hij merken dat zijn leven verder onvruchtbaar blijft. Bij vrome geesten is de uitverkiezing niet tot aanneming, maar tot verwerping. Zij zijn zo vroom dat in hele streken van ons land het avondmaal praktisch is afgeschaft, omdat er geen deelnemers zijn!

Vrome geesten geloven meer aan de vasthoudendheid van de duivel dan in de vrijmaking door Jezus Christus. Daarom spreken zij liever over de ziekte dan over de Grote Specialist, meer over het zondaar zijn dan over de overwinning. Zij geloven dat het spreken in talen door de duivel bewerkt kan worden, hoewel zij geen enkel Schriftbewijs ervoor hebben. Daarom worden er in bepaalde pinksterkringen zo weinig gedoopt in Gods Geest en spreken er soms zo weinigen in talen. Men gelooft meer in de macht van satan dan in de belofte van de levende God. Men neemt geen risico, dat wil zeggen: men weigert te geloven en schroeit hiermee zijn geweten dicht!

Vrees en sentimentaliteit

Om de mensen tot gehoorzaamheid te dwingen, wekken de vrome geesten graag vrees bij hen op. Zij dreigen met allerlei straffen en op de achtergrond brandt het helse vuur. Zij weten dat de mensen, hoewel zij niet gezind zijn hun vrome voorschriften te onderhouden, altijd nog wel geneigd zijn de toorn van God te ontvluchten. Onder allerlei bedreigingen stellen zij het zo voor, dat er via hun verordeningen en voorschriften een weg tot ontkoming is. Hoewel er geen liefde tot navolging van vrome geesten aanwezig is, weet de vrees deze te bewerken. Daarom gaan velen naar de kerk en willen zij de ‘genademiddelen’ niet ontlopen en onderhouden zij een uitwendige vorm van sabbatsviering. Jezus zegt echter: ‘Vrees niet!’ Hij trekt met de koorden van liefde en de volmaakte liefde drijft alle vrees uit. Jezus vraagt alleen geloof. Vrees brengt altijd spanning, maar wie gelooft, leeft ontspannen en in het volle vertrouwen in Hem, die machtiger is dan alle aanvallen van het rijk van de duisternis en sterker dan de omstandigheden. Wanneer er geen geloof is, hoeft men niet te proberen iets te doen of na te laten om God toch te behagen. Wij geven hiervan een paar voorbeelden:

Er zijn mensen die nooit een dokter halen. Bij een aanval van ziekte komen zij niet in spanning, maar brengen de zieke in het geloof bij de Heer. Zij handelen met hem naar de Schrift door handoplegging of zalving met olie. In rustig geloofsvertrouwen zien zij uit naar de genezing die de Heer beloofd heeft. Vaak zijn er mensen die ons vragen: ‘Moet ik nu een dokter halen of mag ik dit niet doen?’ Uit alles blijkt dat zij geen vertrouwen hebben, maar wel spanning en onrust. In zo’n geval is het beter een dokter te raadplegen. Een dienstknecht van God moet het geloof opbouwen, maar nooit mag hij spanningen opwekken. Want spanning en druk zijn altijd van de duivel en nooit uit God.

Een van onze kennissen heeft een aantal vrachtwagens in zijn bedrijf. Hij kwam bij ons met de vraag of hij deze verzekeren mocht. Wij vroegen hem waarom hij met deze vraag tot ons kwam. Het antwoord was dat zijn vader, een gelovig man, tegen verzekeren was (ja, vroeger kon dat nog). Wij vroegen wie hij de schuld zou geven, als hij per ongeluk een auto van de dijk zou rijden. Waarschijnlijk aan zijn vader, zei hij. Wij raadden hem toen aan zich toch te verzekeren.

Wanneer iemand geloof heeft, bezit hij rust en is hij ontspannen. Hij kan in overleg met zijn hemelse Vader de dingen van het dagelijkse leven regelen. Deze zal hem leiden door zijn Geest, zodat hij nooit in een kramptoestand komt. Net als een vader van zijn kind niet zal eisen, dat het iets draagt dat boven zijn vermogen is, zo zal ook de hemelse Vader zijn kinderen niet in dingen leiden, die groter zijn dan hun geloof. Als een vader vraagt dat een kind een voorwerp van de bovenste plank afhaalt, zal hij het eerst optillen!

Vrome geesten leggen lasten op die te zwaar zijn om te dragen en zij spreken: ‘Je mag niet naar de dokter, je mag je niet verzekeren’, maar zij laten hun slachtoffer al deze lasten alléén dragen. De last van Jezus is licht en zijn juk is zacht!

Vrome geesten houden van sentimentaliteit, van iets dat het gevoelsleven in beweging brengt. Zij zingen heel aandoenlijk over het hiernamaals en schuiven graag alle redding en verlossing daar naar toe of naar het mysterieuze duizendjarig vrederijk, terwijl de Heer zegt: ‘Nu is het de dag van de redding en nu is het aangename jaar’. Zij zingen graag van de toekomende stad van God met zijn poorten van parels, terwijl de Bijbel zegt, dat wij onze voeten er nu al inzetten. Zij smeken zo vol overgave: ‘Heer, ach, zend de late regen’, dat hun slachtoffers niet zien dat de Heer al bezig is van zijn Geest uit te storten op alle vlees (wat voor God leeft). Als deze het wel zien, dan denken zij dat het niet echt is en zij stellen hun vergaderingen er niet voor open.

Sommigen komen heel vroom vragen: ‘Wilt u voor mijn vrouw of mijn zoon bidden?, maar zij hebben er zelf nog nooit voor op de bres gestaan en er zelfs geen dag voor gevast. Zij bidden voor alle Russen, Chinezen en voor de donkere stammen in Midden-Afrika, maar hebben nog nooit een offer gebracht om één zendeling uit te sturen. Zij bidden voor de gevangenen en zieken in de inrichtingen, maar zoeken er niet één op om hem de verlossing in Christus te verkondigen. Zij staan niet dag en nacht op de bres voor de zieke zondaar, die de Heer op hun weg brengt. Zij bidden: ‘Heer, wilt U mij van de zonde bevrijden?’, maar zij nemen de verlossing niet aan en weerstaan de machten van de duisternis niet. Vrome geesten drijven geen demonen uit, want er staat dat de gelovigen dit zullen doen.

Waar vrome geesten de overhand hebben, wordt met een schijn van godsvrucht de kracht van het Koninkrijk van God verloochend (2 Tim.3:5). Er is geen overwinning op zonde en verslaving. Waar zij in pinksterkringen werkzaam zijn, wordt wel met veel woorden geschermd over een zuivere leer, maar weinigen komen tot bekering, weinigen worden gedoopt met Gods Geest en spreken in talen en profetie wordt niet meer gehoord en genezingen komen slechts sporadisch voor. Vrome geesten omtrekken zee en land om iemand bij een bepaalde kerkformatie te brengen of tot een bepaald inzicht, zoals de Jehova’s getuigen dit doen.

Maar de ware kinderen van God kennen geen grotere vreugde dan mee te werken aan de redding en verlossing van de mens uit de macht van de duisternis. Zij brengen geen woorden, maar openbaren de kracht van Gods Heilige Geest. Zij verlangen rond te gaan, weldoende en allen te genezen, die door de duivel overweldigd zijn. Zij willen spreken zoals Jezus en de werken doen, die Hij deed. Zij willen alleen in zijn voetsporen wandelen!