Voorspelling of waarzeggerij?

Het is wel eens goed om ‘voorspellingen’ uit het verleden als leugens te bevestigen. Jezus waarschuwde immers zijn volgelingen dat er nog veel valse profeten zullen volgen. Er is inmiddels het zoveelste ‘apocalyptisch jaar’ voorbij gegaan zonder dat de voorspelde rampen en catastrofen zijn gekomen. Het einde van onze planeet is al vele malen uitgesproken door allerlei paniekzaaiers, maar er gebeurde niets.

Dit keer willen we eens kijken naar de Amerikaanse evangelist William Marrion Branham die het einde van ons tijdperk aankondigde. Hij steunde deze ‘voorspelling’ op ‘zeven grote gezichten, die achtereenvolgens tot hem kwamen op een zondagmorgen in juni 1933′. Hier volgen ze in het kort. Ze zijn overgenomen uit ‘De zeven gemeentetijdperken’, door William Marrion Branham.

  • Mussolini zou Ethiopië binnenvallen.
  • Hitler zou opstaan als dictator en een wereldoorlog ontketenen.
  • Na het fascisme en het nationaal socialisme zou het communisme komen: let op Rusland, (de bekende slogan bij de eindtijdprofeten).
  • De vooruitgang van de wetenschap na de tweede wereldoorlog.
  • De degeneratie van de vrouw: kort haar, mannenkleding en oneerbare kleding, tot in de details beschreven.
  • De opkomst van de roomse kerk in Amerika. Hij zag dit instituut als een zeer schone, maar wrede vrouw. De meer letterlijke vervulling liet hij echter open: ‘een of andere vrouw die zeer veel macht zou krijgen in Amerika als gevolg van een algemene stemming door vrouwen’.

Het is moeilijk achteraf te controleren, of deze visioenen wellicht na de betreffende gebeurtenissen werden opgetekend en daarbij werden bijgewerkt en aangepast aan wat al voorbij was gegaan. Wat moeten we echter met een uitspraak:

  • ‘De katholieke kerk is in opkomst. Wij hebben al één katholieke president gehad en er zal er ongetwijfeld nog een komen’?

Dan volgt het laatste visioen:

  • ‘Als dienstknecht van God, die talrijke visioenen gezien heeft, waarvan nog nooit een niet uitgekomen is, laat ik voorzeggen, ik zeg niet profeteren, maar voorzeggen, dat dit tijdperk omstreeks 1977 zal eindigen’.

Wij merken op, dat dit ‘voorzeggen’, als niet uit God, een vorm van waarzeggerij is. Hij vervolgt dan:

  • ‘In het laatste en zevende visioen hoorde ik een verschrikkelijke explosie. Toen ik om mij heen keek, zag ik over het hele land Amerika niets dan puinhopen, kraters en rook. Op grond van deze visioenen tezamen met de snelle veranderingen die over de wereld in de afgelopen 50 jaar hebben plaats gevonden, voorzeg ik, ik profeteer niet, dat deze visioenen alle zullen zijn gebeurd tegen 1977. En hoewel velen het gevoel zullen hebben dat dit een onverantwoordelijke bewering is, in verband met het feit dat Jezus zei dat niemand de dag of het uur weet, handhaaf ik toch deze uitspraak na dertig jaar; omdat Jezus niet heeft gezegd, dat niemand het jáár of de máánd of de wéék in welke zijn komst voleindigd zou zijn, zou kunnen weten. Ik herhaal dus, dat ik met alle ernst geloof en handhaaf, als persoonlijk onderzoeker van het Woord samen met Goddelijke openbaring, dat omstreeks 1977 de wereldsystemen zullen komen te eindigen en het millennium een aanvang zal nemen.’

Niemand weet de dag en het uur volgens Mattheüs 24:36, ‘ook de engelen van de hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen.’ Maar William Marrion Branham weet wel het jáár! Wat een spitsvondigheid om de woorden van Jezus zo te verdraaien. Natuurlijk zijn de aanhangers van Branham met deze profetie verlegen. Men heeft geprobeerd door nieuwe openbaringen ze bij te schaven en om te buigen. Zo meende men ook dat zeven jaar vóór 1977 de gemeente zou worden opgenomen. Daarom zag men in 1970 uit naar de vervulling van 1 Thessalonicenzen 4:17. Op het ogenblik gaat men van de gedachte uit dat de visioenen van Branham wel onfeilbaar zijn, maar dat aan de data gesleuteld mag worden. Zo komt men tot uitleggingen die ons sterk doen denken aan de methoden van de Jehova’s getuigen in zake de jaren 1914 en 1976. Men schrijft dan:

  • ’1977 zal als een belangrijk jaar de wereldgeschiedenis ingaan. Degenen die de prediking van broeder Branham kennen, zien de samenhang van de gebeurtenissen.’

Ook in Nederland zit men met deze voorspellingserfenis in zijn maag. Toch zijn nog steeds voor veel leden van de vroegere beweging van ‘Stromen van Kracht’ in Nederland en voor de aanhangers in België, evenals voor de ‘Freien Volksmission’ in Duitsland, de uitspraken van Branham het einde van alle tegenspraak.

Branham zag eens een kalenderblok, waarvan de pagina’s vanzelf werden omgeslagen. Bij het jaar 1977 hield dit op, terwijl wij nu al de agenda’s van 2021 gebruiken om onze afspraken te noteren. Hetzelfde zagen we bij het einde van de Mayakalender in 2012 en deed in menige christelijke kring de angst om het hart slaan.

Onderscheiden van geesten

Het is goed dat een opnieuw geboren kind van God zijn voedsel vind in vast voedsel en dat hij zich oefent in het onderscheiden van goed en kwaad. Ook het onderkennen van de vele (demonische) geesten is noodzakelijk en dan vooral die van valse profetie en dwalingen die ons in deze eindtijd rijkelijk overspoelen. Het evangelie van het koninkrijk der hemelen wat Jezus predikte, is een noodzaak om niet te verdwalen in de hemelse gewesten. Alleen Zijn uiteenzettingen van de onzienlijke wereld zijn ons houvast en mét Gods Geest groeien wij, ons aan de waarheid vasthoudende, verder uit naar het volmaakt volwassen zoonschap, waar de schepping met reikhalzend verlangen op wacht. Wij houden ons daarom aan de woorden van Jezus Christus:

  • ‘Wees niet bang, deze dingen moeten gebeuren, maar het einde is het nog niet.’