Wees niet bang

Geen inzicht, maar onrust

In zijn tweede brief aan de Thessalonicenzen behandelt Paulus in het tweede hoofdstuk een probleem, dat ook in deze tijd actueel is. In de gemeente te Thessalonica werden dwalingen gebracht die in verband stonden met de parousia of de komst van de Heer. Nu begint deze aankomst of tegenwoordigheid van Jezus Christus met de doop in Gods Geest en zij vindt haar hoogtepunt voor de ware gelovigen (die nog levend overgebleven zijn bij Zijn terugkomst op aarde) in de verandering van het vernederde lichaam in een verheerlijkt lichaam. Dezen voegen zich bij degenen die al in Christus ontslapen waren en die met een geestelijk lichaam bij Hem hun intrek genomen hebben. De kracht van de geestelijke, innerlijke en onsterfelijke mens is bij de overgebleven gelovigen dan zo groot, dat het sterfelijke lichaam erdoor ‘opgeslokt’ wordt (1 Cor.15:54). Het natuurlijke lichaam gaat dan helemaal op in het geestelijke lichaam, in het gebouw dat zij in de onzienlijke wereld al bezitten (2 Cor.5:1).

Deze gebeurtenis wordt hier aangeduid door de uitdrukking: ‘Onze vereniging met Hem’. De apostel zegt hier ‘onze’ zoals hij in 1 Thessalonicenzen 4:17 spreekt van: ‘Wij levenden, die achterbleven’, omdat hij er rekening mee hield zélf te kunnen horen bij deze categorie, die de ‘dag van de Heer’ zou meemaken. De Thessalonicenzen hadden geen inzicht in dit aspect van de ‘dag van de Heer’, dus in die periode dat de oogst van de hele wereld rijp zal zijn en binnengehaald wordt. Daarom waren er onder hen, die hun bezinning verloren hadden en ‘in onrust leefden’.

Valse profeten

Onder invloed van bepaalde eindtijdleringen gebeurde in de laatste helft van de 20e eeuw en ook nu hetzelfde. Er zijn mensen die naar Amerika emigreerden, omdat de Heer daar te midden van een bepaalde groep gelovigen zou terugkeren. Sommigen van hen keerden later, gedesillusioneerd en beroofd van hun goederen, naar het vaderland terug. Anderen reisden naar Jeruzalem om op de Olijfberg de komst van Jezus te verwachten. Lichtgelovige mensen verkochten hun bezit en legden het ontvangen bedrag aan de voeten van de jetsetprediker of zij lieten hun kinderen niet meer studeren, maar stuurden dezen de huizen langs om ‘het goede nieuws’ te verspreiden. Er zijn mensen, die voor het slapen gaan, opzien naar de hemel, om na te speuren of ‘het teken van de Mensenzoon’ aan de hemel al te zien is. Er zijn er ook die uit de staatspropaganda menen te kunnen opmaken hoe laat het op de wereldklok is of hoever het is met een herstel van het natuurlijke volk Israël.

Van al deze gedachtegangen maken sommige evangelisten een handig gebruik om hun werk gefinancierd te krijgen of om medewerkers te werven om naar de zendingsvelden te gaan. Velen verliezen door deze eindtijdpsychose hun bezinning, worden ontgoocheld of zijn permanent in onrust. Dit laatste als gevolg dat hun geweten hen aanklaagt, omdat zij niet naar Amerika of naar Israël verhuisd zijn. Zij verkochten hun stukje land niet of ruimden hun spaarrekening niet op. Zij trokken na de massale oproep om zich als zendeling te melden, ook niet uit naar verre en vreemde landen. Zij gingen niet naar Rusland of naar het oerwoud, maar bleven gewoon bij hun gezin, want zij waren zich niet bewust een speciale roeping ontvangen te hebben. Zij doen hun dagelijkse werk en blijven hun taak in de gemeente en in de maatschappij doen, maar de activerende boodschap maakt hen toch onrustig.

De Bijbel leert dat men ook in de eindtijd ‘niet bezorgd moet zijn tegen de dag van morgen’ en ‘dat men zich geen angst zullen laten aanjagen’ en dat we ‘onze bezinning niet zullen verliezen’, of ‘onrustig worden’. Zwartkijkende profeten voorspellen echter: ‘Nog slechts enkele jaren resten ons, voor ons land (Nederland) bezet zal worden en die nacht zal ingaan. Een vreselijke tijd die komen zal over allen die op het oppervlak van de aarde wonen (Lucas 21:35). Nu al zijn er christenen over de hele wereld die zich op deze nacht voorbereiden. Die boerderijen inrichten om deze straks als ‘vluchtheuvels’ voor de bedreigde kinderen van God te laten zijn’. Dit soort ‘gelovigen’ prepareert zich voor ‘de vallende nacht’ door morsetekens te leren, zodat zij later in de gevangenis met elkaar zullen kunnen communiceren, dwars door dikke muren heen. Zou dit dan het antwoord zijn op de raad van Paulus: ‘Neem daarom de wapenrusting van God, om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel’?

Tijden en gelegenheden

In de gemeente te Thessalonica waren profetieën uitgesproken – net als in deze tijd – waaruit men concludeerde dat de terugkomst van Jezus aanstaande was. Men beriep zich hiervoor bovendien op uitspraken van Paulus en op een brief, die aan hem toegeschreven was. Hetzelfde doet men tegenwoordig door de woorden van de apostel naar bepaalde eindtijdleringen te verdraaien. Paulus waarschuwde zijn lezers zich niet op de verkeerde weg te laten brengen, op welke manier dan ook. Ook Jezus had in zijn Olijfbergrede gezegd, dat men profeteren zou: ‘De tijd is dichtbij gekomen’. Hij had echter geadviseerd aan deze opruiende uitspraken geen gehoor te geven (Lucas 21:8). De Vader heeft immers de tijden en de gelegenheden in eigen hand gehouden.

God heeft in zijn Woord wel zijn plannen geopenbaard, maar Hij bepaalt zelf het tijdstip, wanneer een periode is beëindigd en een nieuwe gaat beginnen. Men kan niet berekenen hoever men van de volgende mijlpaal verwijderd is, maar de Heer vraagt dit ook niet. Hij leert om bij de dag te leven. Ware gelovigen moeten naar de innerlijke mens altijd met de Heer samen zijn en op Gods Geest afgestemd zijn. In  het natuurlijke mogen zij normaal doorgaan, want zij hebben immers hun levensdoel nooit in de dingen van deze aarde. Zij zijn geen slaven van de aarde.

Wetteloosheid

In het begin van zijn eerste brief had Paulus gesproken over de onberispelijkheid van de gemeente bij Jezus’ komst (1 Thess.5:23). Nu noemt hij voorwaarden die ook nog vervuld moeten worden, voordat de dag van de Heer of die van Christus (vers 2 Statenvert.) aanbreekt. Let erop dat deze alle geestelijk zijn en in geen direct verband staan met het volk Israël of de politieke gebeurtenissen op deze wereld. Het christendom zal zich ontwikkelen, maar een deel zal blijken niet het ideaal van de volkomenheid na te jagen. Het zal afvallen van deze hoge roeping. De tijd komt dat de mens van de wetteloosheid zich gaat openbaren (vers 3). Hoewel velen een uiterlijk vertoon van godsdienstigheid bewaren, worden zij innerlijk geleid door wetteloze geesten en wel speciaal door ‘vrome’.

Dè zoon van het verderf – Dè antichrist

Jezus zei dat de wetsverachting zou toenemen. Ook het verleugenen van de bevolking staat vandaag op een ‘all time high’. Dit kan alleen als de leidende elites zichzelf bewust(!) verleugenen en daarna de massa. Het geweten wordt dus éérst dichtgeschroeid bij allerlei overheidsinstanties en hun bananenkartels. Het dieptepunt hiervan is de openbaring van dè zoon van het verderf met zijn aanhang, de zonen van het verderf, de tegenstanders van Christus en van de ware gemeente. Allen zijn dan geïnspireerd door het beest uit de afgrond, Apollyon.

Door hen die de weg van God loslaten, zal de duivel proberen zijn oorspronkelijk voornemen uit te voeren, namelijk de troon van God te bezetten. Hij begint hiermee door de ontrouwe kerk te gebruiken. Hij wil, in plaats van God, de mens inspireren en deze tot een god zijn en doordringen met zijn gedachten. Hij wil ook de verering, die God als enige Schepper toekomt, tot zich trekken. Daartoe neemt hij de mens volledig in bezit en laat deze spreken en handelen naar zijn goeddunken. Hij bootst hierin het werk van Gods Geest na.

De antichrist verheft zich niet alleen tot goddelijke hoogte, maar hij duldt ook geen verdere afgoderij naast zich. Hij zet zich in de tempel van God, dat is in de mens die God zich tot zijn woonplaats heeft uitgekozen. Merk op dat de apostel alleen wijst op tekens in de geestelijke wereld die aan de komst van de Heer voorafgaan. Voor het natuurlijke leven geldt, dat de aardse, natuurlijke mens, van de ‘dag van de Heer’ niets merken zal. Men zal immers zeggen:

  • ‘Waar blijft de belofte van zijn komst? De generatie voor ons is al ontslapen, maar alles is nog steeds zoals het van het begin van de schepping geweest is’ (2 Petr.3:4).

Elkaar hatend door de inspiraties van Apollyon

Het beest uit de zee is er altijd al geweest, maar wordt door gewetenloze satanskinderen in de laatste dagen steeds verder ‘opgeroepen’ uit zee, beeld van het dodenrijk (Op.13:1a). Dit is vooral in het natuurlijke leven zichtbaar, want oorlogen, revoluties en opstanden worden steeds wereldwijder, groter en heftiger. Zelfs een reële, wereldwijde kernoorlog staat nu voor de deur, al wordt hier nauwelijks over gesproken. Vergelijk Noach’s dagen

Was het eerste teken de grote ontrouw en de openbaring van de mens van de zonde, er wordt nog een tweede teken door de apostel toegevoegd:

  • ‘En wij vragen u dringend, broeders, met betrekking tot de komst van onze Heer Jezus Christus en onze vereniging met Hem, u niet snel aan het wankelen wordt gebracht of verschrikt, niet door een uiting van de geest, niet door een woord, en ook niet door een brief die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag van Christus al aangebroken zou zijn. Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden. Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf, geopenbaard is, de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet. Herinnert u zich niet dat ik u deze dingen zei, toen ik nog bij u was? En u weet wat hem nu weerhoudt, opdat hij op zijn eigen tijd geopenbaard wordt. Want het geheimenis van de wetteloosheid is al werkzaam. Alleen is er iemand die hem nu weerhoudt, totdat hij uit het midden verdwenen is’ (2 Thess.2:1-7).

Zijn lezers zullen zich nog wel herinneren wat hij hun over de tegenstander vertelde en hoe het kwam dat de antichrist zich niet ogenblikkelijk kon openbaren. De apostel had gesproken over een kracht die hem weerhield om de mensheid helemaal wetteloos te maken. Deze barricade werd in het verleden nog gevormd door de menselijke geesten met een goed werkend geweten, waarin de wetten van God gebundeld waren in overheden, rechterlijke macht, regeringen en instellingen (verg. Rom.13). Er is nu een tijd dat dit gezag van deze menselijke geesten faalt en onder de voet wordt gelopen. Dit is het wat zich in deze tijd ontwikkelt tot ongekende proporties.

Dan komt de periode dat de wetteloze zich in zijn totaliteit gaat openbaren. Hij zal zich verzetten tegen God en tegen alles wat voorwerp van verering heet en waaraan gehoorzaamheid verschuldigd is. Voor zijn tijd constateerde de apostel dat de wetteloosheid al begonnen was te werken, maar dat zij zich nog niet volledig ontplooien kon. Zij moest wachten tot het wettige gezag in elkaar stortte, zodat de tegenhoudende macht uit hun midden verwijderd zou zijn. Men hoeft in de eindtijd niet bang te zijn voor ‘de komende Russen of Chinezen’, want deze volken handhaven nog steeds haar menselijke ‘wetten en verordeningen’, vaak wel op spijkerharde wijze. De Russen of Chinezen vormen geen gevaar in de geestelijke wereld, omdat zij zich richten op de materie, op de macht in de stoffelijke wereld. De geestelijke ondermijning van alle gezag komt op in de zogenaamde ‘christelijke’ landen en zij vindt nu al steun in de kerken en partijen met haar onbekeerde aanbidders.

De oogst

Wanneer de wetteloosheid niets meer in de weg staat, zal zij zich volledig openbaren in de vorming van een gemeente van de antichrist. Maar Christus zal in de eindtijd zich ook volledig openbaren naar het plan van God in zijn gemeente, waar Gods wetten dan volmaakt zullen functioneren. Als de oogst van de aarde rijp geworpen is, zowel de goede als de kwade, zet God meteen de sikkel erin (Marcus 4:29; Op.14:14-20).

Armageddon

Er komt een tijd van zeer harde strijd, maar deze zal uitgevochten worden op het geestelijke front. Armageddon ligt in de hemelse gewesten (en niet op aarde) en daar valt de beslissing van de worsteling, waarvan de apostel schreef, dat deze is tegen de ‘overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten’ (Ef.6:12). Deze verschrikkelijke legers zullen vanuit de hemel op de aarde geworpen worden, dit wel zeggen dat satan zijn hele leger zal inzetten om de mens volkomen te demoniseren, omdat hij weet dat zijn tijd kort is. Maar de overwinning is voor de Heer en zijn gezalfde, dat is zijn gemeente. Hij zal overwinnen door zijn Geest (adem) en door zijn Woord, die Hij beide aan zijn volk geschonken heeft.

Verlies uw rust niet, wordt niet bang door de gebeurtenissen in de zichtbare wereld. Laat uw aandacht hierdoor niet afleiden, want God blijft zorgen, zodat u aan niets gebrek zult hebben. De eindtijd vraagt echter een volkomen toewijding in de geestelijke wereld, zodat u kunt overwinnen door het bloed van het Lam en het woord van uw getuigenis.