Het jaar 1992

In het Reformatorisch Dagblad stond ooit een artikel, waarin de lezers erop attent werden gemaakt, dat de in orthodoxe kringen zo geliefde en gezaghebbende Bijbelverklaring van Dächsel het voor velen magische jaar 1992 (long time ago inmiddels…), verbindt met de verschijning van de antichrist. De artikelschrijver merkt op, dat bij de verklaring van Openbaring 13:3-5 letterlijk wordt gezegd:

  • ‘In 1992 verschijnt de antichrist. En drie en een half jaar later (halverwege 1995), als hij al zijn macht zal ontplooid hebben, zal het duizendjarige rijk aanbreken. De wereld bestaat dan precies 6000 jaar’.

Karl August Dächsel vervaardigde zijn negendelige Bijbelverklaring tussen 1862 en 1880. In het kort is de uitleg als volgt:

  • ‘Volgens Openbaring 11:1-3 zullen de heidenen de heilige stad 42 maanden of 1260 dagen vertreden. In eerste instantie zijn deze heidenen, islamieten, die sinds 637 Jeruzalem in handen kregen. Deze heerschappij van islam zou volgens Dächsel 1260 jaren duren, dus tot 1897. Een profetische dag rekent men dan op één jaar. De marge in deze voorspelling is: ‘Het loopt in alle gevallen tussen 1892 en 1902 ten einde, en wijst duidelijk op het slot van onze eeuw, wanneer er een grote omkering op de ganse aardbodem, vooral in de islamwereld en in Europa zal plaatsvinden’.

De geschiedkundige feiten logenstraffen echter deze voorspelling, want pas op 11 december 1917 hield de Engelse generaal Allenby zijn intocht in Jeruzalem. Hij was blootshoofds en ging te voet, meer als pelgrim dan als veroveraar. De heerschappij van de Turken liep toen ten einde. Het jaar daarop was al sprake van ‘de oprichting van een Joods nationaal tehuis’. Het jaar 1897 kunnen we alleen verbinden met het eerste Zionistische congres te Bazel, toen na achttien eeuwen vertegenwoordigers van het Joodse volk bijeenkwamen om geleid door het Zionisme op mars te gaan naar het Heilige Land en de islam te verdrijven. Pas na de Yom-Kippuroorlog, die op Grote Verzoendag in oktober 1973 begon, kwam Jeruzalem geheel in Joodse handen.

Deze overwinning bleek geen oplossing voor de hedendaagse islamitische rampen. Volgens Dächsel is de islam een antichristelijke macht, maar het pausdom is net zo goed een antichristische macht:

  • ‘Ze hebben allemaal hetzelfde doel voor ogen en dragen hun macht en gezag over aan het beest’ (Op.17:13).

Ook de Statenbijbel kanttekenaars schrijven bij dit vers dat zij: ‘met de oudvaders en alle Gereformeerde leraars het daarover eens zijn.’ Naar hun mening vertreedt het pausdom de stad van God in geestelijke zin. Het samengaan van de afvallige roomse kerk en de wereld zou in het jaar 732 begonnen zijn. De snelle opmars van de Moren in Europa werd in dat jaar tot staan gebracht. Karel Martel versloeg hen tussen Tours en Poitiers. In de ‘Geschiedenis der wereld’ wordt optimistisch opgemerkt: ‘West-Europa werd voor altijd van het mohammedaanse gevaar gered’ (dachten ze toen nog, webb.). Dächsel vervolgt dan in verband met het jaar 732: ‘Het rijk der Franken werd de krachtigste steunpilaar van de roomse kerk. Haar macht breidde zich uit over heel Europa’.

De voorspelling is dat 1260 jaar later, dus in 1992 deze antichristelijke kerk zou overgaan in de antichristische, dus in de kerk van de antichrist. Volgens dezelfde Bijbelverklaring komt dan de ‘Evangelische Kerk’ tot haar hoogste bloei. Deze zou dan de tempel van God zijn uit Openbaring 11:1. De voorspellingen van Dächsel over de openbaring van de antichrist berusten op het analyseren van allerlei tumultueuze historische gebeurtenissen, die voornamelijk verband houden met wat in West- Europa en in Duitsland zich afspeelde. Heel het denken hield zich bezig met dit ene continent. Van twee wereldoorlogen had men toen nog niet gedroomd. De strijd in de hemelse gewesten, waarover de Bijbel spreekt, past niet in deze eschatologische visie.

Wat moet een christen uit Zuid Amerika, Hongkong of Groenland aan met de Karolingen, een geslacht van Franse koningen van wie Karel Martel in 732 de islamieten versloeg? Moet men nu echt ieder dag het staatsjournaal volgen om zijn Bijbel te kunnen verstaan? In Openbaring 12 staat dat Johannes tekens zag in de hemel. Wij lezen daar over een vrouw die een mannelijke zoon baarde en over de draak, die haar kind probeerde te verslinden. De zuchtende schepping wacht op het openbaar worden van deze zonen van God. De draak sleept echter een derde van de sterren van de hemel mee en werpt ze op de áárde (Op.8:8,9). Hij verleidt een deel van een geestelijk gevorderd christendom door natuurlijke visies en aardse voorstellingen. Wie een geschiedenisboekje raadpleegt, ziet achterom en wordt onbekwaam voor het Koninkrijk van God. Christenen moeten horen wat de Geest nú in en tot de gemeenten zegt!