Ontworsteld aan de koningin van de hemel

Koningin van de hemel – Een sterke demon uit de afgrond van het dodenrijk 

De strijd in de hemel is een strijd tegen de duivel en zijn demonen. Eén van die demonen is de koningin van de hemel. Deze grootvorst is een zeer sterke demon, die vanaf het begin een gezonde ontwikkeling tegenhoudt. De mens die in de greep van deze grootvorst is, wordt onmondig gehouden en zal niet kunnen uiten wat echt in hem is. De titel van dit artikel geeft aan dat men van deze macht verlost kan worden. Men moet daarom de aard en kenmerken van deze grootvorst kunnen onderscheiden. Naast deze koningin van de hemel zijn er andere grootvorsten, zoals bijvoorbeeld Belial: deze staat in hiërarchie boven de koningin van de hemel.

  • ‘Zolang de erfgenaam onmondig is, verschilt hij in niets van een slaaf, al is hij ook eigenaar van alles; maar hij staat onder voogdij en toezicht’ (Gal.4:1).

Ieder mens wordt geboren als erfgenaam van God. Hij beseft dat dan nog niet, maar hij bezit bij z’n geboorte in principe al heel veel in de hemel. Daarover krijgt hij in de loop der jaren de beschikking. Hij krijgt – geestelijk gezien – eerst melk en vervolgens vast voedsel. Op deze manier gaat een mens in de geestelijke wereld functioneren. Hij gaat koning worden in zijn leven, door zich bewust te zijn wie hij is. Vanuit dit bewustzijn zijn wie hij is, volgen eigen acties en persoonlijke stellingname. Dit geldt voor ieder mens nadat het gezondigd heeft (besmet door demonen) en zodoende in de dood is terecht gekomen. Als deze mens pleit op het volbrachte werk van Jezus Christus, door nieuwe geboorte en bekering en vergeving vraagt voor zijn zonden, is de erfenis, Gods heerlijkheid, binnen bereik. Dan is de weg open om ècht leven te ontwikkelen.

Er staat: ‘zolang de erfgenaam onmondig is’, in het Grieks ‘nepios’. Dat betekent: een baby, een klein kind, onmondig. Wie zich bekeert is in Christus. Wie gedoopt is met Gods Heilige Geest, kan mondig worden in de geestelijke wereld. Paulus schrijft in Ef.4:14: ‘Dan zijn we niet meer onmondig, niet meer heen en weer geslingerd onder invloed van allerlei leringen’. Wie zich laat toerusten (elke dag) tot dienstbetoon en tot opbouw van het lichaam, wordt mondiger. Men groeit dan, zegt Ef.4:15, zich aan de waarheid houdende in liefde naar Hem toe, die het hoofd is, Christus. In Romeinen 2:20 noemt Paulus de wet een leermeester van jonge kinderen. Wie ‘onmondig’ is, heeft wetten, regels en structuren nodig om mondig te worden. Mondig worden houdt in: de vermogens ontwikkelen gericht in het koninkrijk van God in denken, geloven, liefhebben. Men wordt daarbij geholpen door Jezus met Gods Geest.

De geestelijk nog niet volwassene, ontwikkelt zich vanuit de basisveiligheid en verbondenheid. Geënt in Christus gaat het ontdekken, wie het is. Belangrijk bij deze ontwikkeling is het onderkennen en onderscheiden van geesten. Gods Geest geeft onderscheidingsvermogen in de geestelijke wereld. Er zijn veel demonen die de geestelijk nog niet volwassen mens aanvalt. In de gemeente mag hij of zij deze ontwikkeling doormaken zodat hij of zij zelf in staat is te onderscheiden waar het op aan komt. Uiteindelijk wordt de onmondige, mondig.

De koningin van de hemel houdt goede ontwikkeling tegen

Dè grootvorst die een goede menselijke ontwikkeling en vrucht dragen tegenhoudt, is de koningin van de hemel. Vanaf het prille begin van een mensenleven is er strijd voor wie dit leven zal zijn. Welke geest (de Heilige Geest of de koningin van de hemel) zal invloed krijgen, de leiding krijgen in dit leven? De koning van de hemel houdt een mens afhankelijk en klein. Terwijl er een goede ontwikkeling mogelijk is en er in het evangelie zóveel daarvoor wordt aangedragen.

De koningin van de hemel kapselt a.h.w. de echte ontwikkeling van de vermogens van een kind in. Ze worden in de opvoeding al geofferd aan de koningin van de hemel. Deze grootvorst gaat een door Heilige Geest gebruik en ontwikkeling van vermogens tégen. Op den duur lijdt de zich gelovige noemende mens niet meer dan een oppervlakkig religieus leven. De grootvorst stuurt daartoe andere geesten aan, b.v. een onreine geest. Deze geest ondermijnt het opbouwen en onderhouden van relaties. Ook het gevoelsleven wordt een probleem door deze geest. 

Een treffend voorbeeld hiervan zien we uitgebeeld in de rooms katholieke kerk. Wie daar binnenloopt, ziet het kindje Jezus nog steeds op de arm van Maria. Maar dat is toch niet de verheerlijkte Heer die in ons leven werkt? Hij zit toch niet als klein kind op de arm van Maria? In deze Maria, met het Jezuskind op de arm, zien we de werking van de koningin van de hemel.  Jezus moet kind blijven. De mens moet kind blijven, zodat hij niet toekomt aan het zoonschap. Als Jezus kind was gebleven, was Hij geen Zoon van God, Verlosser, Redder en Genezer van zieken geworden.

De koningin van de hemel wil dat de mens klein blijft; dat hij onmondig blijft; dat hij géén vrucht draagt. Die geest wil dat de mens niet toekomt aan zoonschap. Alles is mogelijk, maar nièt dat zoonsleven. Deze geest kan het niet verdragen dat er een zelfstandig, qua vermogens gaaf ontwikkeld mens tevoorschijn komt. De koningin van de hemel werkt vanaf het begin tégen Gods plan in en neemt de plaats in die Jezus Christus en Gods Geest toekomt.

De koningin van de hemel is er debet aan als een mens blijft steken in de beginselen van de wereld, in organisaties, regels en dogmatiek. De koningin van de hemel is dus een geest die ieder mens in zijn macht probeert te krijgen. Met als doel: ònklaar, ònmondig, ònvruchtbaar maken voor gedachteontwikkeling voor klimaat van Gods koninkrijk, voor de gezindheid van Gods koninkrijk; daar wil hij de mens onklaar voor maken, onmondig en onvruchtbaar. Deze geest verstoort van jongs af aan het uitgroeien naar volwassenheid en mondigheid. Deze geest houdt de mens:

  • Onmondig m.b.t. veiligheid.
  • Onmondig m.b.t. het verbinden met een ander; dit komt men tegen in relaties, maar zeker ook in een huwelijk.
  • Onmondig m.b.t. het weten wie je eigenlijk bent.
  • Onmondig in het aanvaarden van jezelf.
  • Onmondig in het uiten van je denken en je gevoelens.
  • Onmondig in het grenzen kunnen stellen.

De koningin van de hemel in het Oude Testament 

Jesaja 47

  • ‘Daal af, en zet je neer in het stof, jonkvrouw, dochter van Babel. Zet je neer ter aarde, zonder zetel, dochter van de Chaldeeën, want men zal jou niet langer verwekelijkt en verwend noemen. Op de grijsaard heb jij ook jouw juk zwaar doen drukken. En je zei: Ik blijf eeuwig gebiedster. Dit zal altijd zo blijven. Dit kan niet veranderen’.

Deze grootvorst wil mensen verwekelijkt en verwend maken. Verwekelijkt wil zeggen: zonder kracht, bij het minste of geringste van slag. Niet meer vol geloof kunnen strijden; dus niet echt zicht hebben op al het goede van God in het leven en op hoe de koningin van de hemel dat blokkeert. Niet meer de dagelijkse strijd strijden en denken: ‘o, ik heb al zó lang gestreden en zó lang gebeden’. Of de verkeerde strijd strijden: ‘ik heb het zó zwaar, het gaat bijna niet meer, er is al zó vaak over gepraat, er is al zó vaak voor gebeden’. Verwend wil zeggen dat alles altijd goed moet goed gaan. Alle problemen worden weggehaald, want het moet goed gaan. Er is op die manier geen ontwikkeling. Deze grootvorst houdt het strijdbaar-zijn tegen.

Mensen krijgen door de koningin van de hemel levenslang een juk opgelegd. Vanaf hun jeugd af aan gaan ze daaronder gebukt en worden ze grijs en oud. Ze geven zichzelf levenslang door deze manier van leven voort te zetten en niet te veranderen met de hulp van de Heer. De grootvorst laat de mens geloven dat er niets aan te veranderen is. Ook in Op.18:7b wordt dit beschreven:

  • ‘Want zij zegt in haar hart: Ik troon als koningin, ik ben geen weduwe en geen rouw zal ik zien. Nu dan, hoor dit, wellustige, die zo onbezorgd woont; die bij jezelf zegt: Ik ben het en niemand anders; ik zal niet als weduwe neerzitten en geen beroving van kinderen kennen. Maar deze beide zullen u overkomen, plotseling, op één dag; beroving van kinderen en weduwschap; in volle omvang zullen zij u overkomen, ondanks uw vele toverijen en zeer krachtige bezweringen.’

Deze grootvorst zegt: ‘Ik troon, ìk heb de macht, ìk ben je de baas’; zo overheerst hij, manipuleert hij in relaties. Palmt mensen in, om te krijgen wat hij wil. Deze vorst oefent druk uit, zodat de dingen gebeuren die hìj wil. Hij bewerkt jaloezie, laster en laat de mens praten op een manier die kwaad sticht en niet opbouwt.

Deze grootvorst aanvaardt geen enkele leiding, zeker niet de leiding in de gemeente. Want hij zal de baas zijn. Juist bij de leidinggevenden. Heeft hij de leidinggevenden, dan heeft hij ook de gemeente. Hij zal vertellen hoe het zit in de gemeente. Ondertussen verwacht hij op een voetstuk gezet te worden en aanbeden te worden door de gemeente. Het is een grootvorst, die met andere demonen samenspant met maar één bedoeling: de mens zal géén koning zijn! De grootvorst zelf zal ‘niet als weduwe zal neerzitten en geen beroving van kinderen kennen’ (in vers 8b). Deze geest claimt zelfs dat Gods Geest werkt, dat de Heer aan het werk is.

De koningin van de hemel wil dat de mens wèl weduwschap kent en juist wèl beroving van kinderen meemaakt. Dit betekent dat er geen echte verbondenheid in Gods Geest is, omdat men een verbinding met een andere geest (uit de afgrond) is aangegaan. Ook zullen er geen kinderen zijn die zich tot zonen ontwikkelen, zij kennen geen echte relatie met de Heer ook al is die er misschien wèl geweest. Dit resulteert in een leven waar de God van de hemel niet kan werken, maar waar de koningin van de hemel werkt. Die geeft zich ook uit voor de heilige geest, met profetieën, gezichten en visioenen. Waar mensen rouw en verdriet kennen, kent de koningin van de hemel echter geen rouw: ‘Er bestaat geen dood’. Er bestaat geen mislukking. ‘Alles gaat goed’, roepen ze. ‘Prijs de Heer’ en ‘het gaat goed waar ik nu ben’. De koningin van de hemel ontkent mislukking.

  • ‘Je zei: niemand ziet mij. Uw wijsheid en uw kennis zijn het die je verleid hebben, zodat je bij jezelf zei: ‘ik ben het en niemand anders. Het zal jóu overkomen. Ondanks je vele toverijen, ondanks je krachtige bezweringen’.

Deze vorst verschuilt zich achter andere demonen. De mens wordt verleid door zogenaamde wijsheid en kennis. Er ontstaat op die manier een eigenwijsheid. En tegelijk wordt de mens op het hart gedrukt dat hij kind moet blijven, geen zoon kan worden. De geest van verwerping krijgt zo veel invloed, de mens moet vooral weten dat hij niets waard is, dat hij niets kan, dat hij niets voorstelt. En zo wordt de mens betoverd.

Jeremia 7

Boven dit gedeelte staat in de NBG-vertaling: ‘de dienst van de koningin van de hemel’:

  • ‘En u, bid niet voor dit volk, hef voor hen geen geroep of gebed aan, dring niet bij Mij aan, want Ik zal niet naar u luisteren. Ziet u niet wat zij doen in de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem? De kinderen sprokkelen hout, de vaders steken het vuur aan en de vrouwen kneden deeg om offerkoeken te maken voor de koningin van de hemel. Zij gieten plengoffers uit voor andere goden, zodat zij Mij tot toorn verwekken. Verwekken zij Mij tot toorn? spreekt de Heer. Doen zij het zichzelf niet aan, tot schande van hun eigen gezicht? Daarom, zo zegt de Heere Heer: Zie, Mijn toorn en grimmigheid zullen uitgegoten worden over deze plaats, over de mensen en over de dieren, over de bomen op het veld en over de vruchten van het land. Die zullen branden en niet geblust worden.’

Het gaat hier over de dienst van de koningin van de hemel. De hele familie is met die dienst bezig. Het is een religieus bezig zijn, niet voor de God van de hemel ,maar voor de koningin van de hemel, die mensen klein wil houden en gemeenten uit de hemel weg wil halen. De Heer vindt het een gruwel. Deze mensen horen in de tempel te dienen en te offeren. De gevolgen van hun offeren zijn: ‘woestenij en géén vrucht’:

  • ‘Maar zij hoorden niets, noch neigden hun oor, maar zij wandelden naar de verstokte overleggingen van hun boos hart en keerden zich achterwaarts en niet voorwaarts’. Zeg daarom tegen hen: Dit is het volk dat naar de stem van de Heer, zijn God, niet luistert en de vermaning niet aanvaardt.’

Mensen zijn gesloten voor het woord van God. Ze willen niet horen, ze luisteren niet. Ze laten hun oren naar andere dingen hangen. De geest van weerspannigheid heeft vrij spel. Hun hart is verstokt, staat er letterlijk, door andere overleggingen. Er zijn andere overleggingen waardoor het hart verstokt wordt. De grootvorst zorgt ervoor dat men liever aan de religieuze oppervlakte wil blijven.

Jeremia 44

Dit gedeelte gaat over de hernieuwing van de dienst van de hemelkoningin (de Baäl van de hemelen). De Judeeërs in Egypte worden hier aangesproken, want het woord komt tot Jeremia voor hen (in vers 1). Zij zijn afgevoerd naar Egypte, of zelf gegaan. Zij offeren daar aan de koningin van de hemel. Ze worden vanaf vers 2 door de Heer vermaand. Deze mensen antwoorden vervolgens in vers 15-18:

  • ‘Toen antwoordden al de mannen die wisten dat hun vrouwen reukoffers brachten aan andere goden, en al de vrouwen die daar stonden, een grote menigte, en heel het volk dat in het land Egypte, in Pathros, woonde, aan Jeremia: Wat het woord betreft dat u in de Naam van de Heer tot ons gesproken hebt – wij zullen niet naar u luisteren. Nee, wij zullen beslist alle dingen doen die uit onze mond zijn uitgegaan, door reukoffers te brengen aan de koningin van de hemel en plengoffers voor haar uit te gieten, zoals wij gedaan hebben, wij en onze vaderen, onze koningen en onze vorsten, in de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem. Toen werden wij met brood verzadigd, hadden wij het goed en hebben wij geen kwaad gezien. Maar van toen af dat wij ermee zijn opgehouden aan de koningin van de hemel reukoffers te brengen en plengoffers voor haar uit te gieten, hebben wij aan alles gebrek gehad en kwamen wij door het zwaard en door de honger om.’

Deze mensen zeggen: ‘We doen alles zoals wij het uitgesproken hebben’. Ze willen géén offers brengen in de tempel. Zij willen offers blijven brengen aan de koningin van de hemel. Als ze daarvoor niet hun best blijven doen, krijgen ze – is hun rotsvaste overtuiging – een leven mèt rampspoed. Als ze wèl hun best doen, ervaren ze de valse veiligheid, de valse rust van de koningin van de hemel. Ze zijn bang dat het uit de hand loopt als ze veranderen. Het gevolg is dat ze zich niet verootmoedigen, ze blijven hoogmoedig. Ze hebben geen ontzag voor de Heer, voor wie Hij werkelijk is. In plaats daarvan zijn ze bezig met allerlei menselijk, religieus gedoe. De wetteloosheid is merkbaar. Ze denken absoluut vrij te zijn en ze denken te kunnen doen wat ze zelf willen. Ze houden zich niet aan Gods wetten.

Het is een ‘nee’ tegen een leven in de hemel en een ‘nee’ tegen vrucht dragen. Hierin komt Belial naar voren, de fundamentlegger van deze overheersing. De gevolgen van die buitenkantenreligie is dat ze (vers 27) omkomen door honger en zwaard. Ze hebben eigenlijk niets te eten. Dit is hetzelfde als waar Openbaring 6:1-4 over spreekt, als het gaat over het tweede, derde en vierde zegel.

De koningin van de hemel in het Nieuwe Testament

Hiervoor is het uitgangspunt Handelingen 19:21 t/m 40:

  • “En toen dit alles voorbij was, nam Paulus zich voor door Macedonië en Achaje naar Jeruzalem te reizen, en hij zei: Als ik daar geweest ben, moet ik ook Rome zien. En hij zond twee van zijn helpers, Timotheüs en Erastus, naar Macedonië, maar hij bleef zelf nog een tijd lang in Asia’
  • En omstreeks dat tijdstip ontstond er geen geringe opschudding inzake de weg. Want iemand, genaamd Demetrius, een zilversmid, die zilveren Artemistempels vervaardigde, verschafte aan de mannen van het vak niet weinig inkomsten. Hij riep dezen bijeen, met de werklieden in dit vak, en zei: Mannen, u weet, dat wij aan dit werk onze welvaart danken, en u ziet en hoort, dat deze Paulus een talrijke menigte, niet alleen van Efeze, maar ook van bijna geheel Asia, overgehaald en afkerig gemaakt heeft door te zeggen, dat goden, die met handen worden gemaakt, geen goden zijn; en wij lopen niet alleen gevaar, dat deze tak van arbeid niet meer in tel zal zijn, maar ook, dat het heiligdom van de grote godin Artemis van geen betekenis meer geacht zal worden, en dat zij ook van haar luister beroofd zal worden, zij, die door geheel Asia en de gehele wereld als godin wordt vereerd.
  • Toen zij nu dit hoorden, riepen zij in heftige opwinding: Groot is de Artemis van de Efeziërs! En de stad werd een en al verwarring en zij stormden als één man naar het theater en sleurden Gajus en Aristarchus, Macedonische reisgenoten van Paulus, mee. En toen Paulus zich onder het volk wilde begeven, lieten de leerlingen hem dit niet toe; zelfs zonden enige van de oversten van Asia, die hem welgezind waren, hem de waarschuwing, zich niet in het theater te wagen. Nu riep de één dit, de ander dat, want de volksvergadering was verward en de meesten wisten niet eens, waartoe zij samengekomen waren. En uit de menigte gaf men inlichtingen aan Alexander, die de Joden naar voren geschoven hadden, en Alexander wenkte met de hand en wilde een verdedigingsrede houden voor het volk. Maar toen zij bemerkten, dat hij een Jood was, ging er één geroep van allen op, wel twee uren lang; Groot is de Artemis van de Efeziërs!
  • Maar de secretaris van de stad bracht de menigte tot kalmte, doordat hij zei: Mannen van Efeze! Wie ter wereld weet niet, dat de stad van de Efeziërs de tempelbewaarster is van de grote Artemis en van het beeld, dat uit de hemel is gevallen? Omdat dit nu buiten kijf is, hebt u zich kalm te houden en niets overhaast te doen. Want u hebt deze mannen opgebracht, zonder dat zij tempelrovers zijn, of onze godin lasteren. Als daarom Demetrius en zijn vakgenoten iets tegen iemand hebben in te brengen, er worden rechtszittingen gehouden en er zijn landvoogden; laten zij een aanklacht tegen elkaar indienen. En als u nog iets meer te verlangen hebt, zal dit in de wettige volksvergadering worden beslist. Want wij lopen gevaar van oproer te worden aangeklaagd om de dag van heden, omdat er geen enkele reden is aan te voeren, waarover wij verantwoording zullen kunnen afleggen, ter zake van deze samenscholing. En met deze woorden ontbond hij de volksvergadering.”

Paulus treedt vrijmoedig in Efeze op. Hij voert gesprekken met mensen, om hen te overtuigen van het koninkrijk van God. Sommigen raken verhard en blijven ongehoorzaam. Zij blijven kwaad spreken van dè weg. De weg van God, de weg van Jezus Christus. Paulus maakt zich los van hen en zondert ook zijn leerlingen af. Hij gaat niet in een isolement, maar houdt dagelijks besprekingen in de gehoorzaal van Tyrannus, een ‘geleerde’. ‘s Middags staat die gehoorzaal leeg, omdat het siësta-tijd is. Paulus gaat daar naar toe om mensen, die honger hebben naar het evangelie, te kunnen bereiken. Dat gaat twee jaar zo door, zodat allen Gods woord horen. De Heer doet buitengewone krachten door de handen van Paulus. Mensen worden van hun kwalen genezen, boze geesten varen uit.

Vervolgens krijgt Paulus te maken met de zeven zonen van Skevas. Skevas is een voormalig hogepriester. Een boze geest keert zich tegen die zonen door te zeggen: ‘Ja, Jezus ken ik wel en van Paulus weet ik, maar wie ben jij?’ We zien hierin dat hun namen niet opgetekend staan in de hemel. Die boze geest overweldigt hen. Dat maakt diepe indruk op Joden en Grieken. Velen worden gelovig. Zij belijden hun schuld en spreken uit wat ze misdaan hebben. En enigen van hen, die toverijen hebben uitgeoefend, verzamelen hun boeken en verbranden ze. Zo groeit het woord van de Heer krachtig en het wordt sterker. Het woord ìs sterk en krachtig. Het wordt sterk en krachtig ìn die mensen doordat Gods Geest werkt in hen. Deze beweging is bezig in Efeze en anderen zien het. In de hemel wordt het óók gezien door de tegenstander.

De religie van Artemis

In Efeze vereert men Diana, de Artemis van de Efeziërs. Een schuilnaam voor de koningin van de hemel. Er staat een groot heiligdom van Artemis in Efeze, ongeveer 1½ keer zo groot als de Dom van Keulen. Daardoor is er een hele religie van beelden en verering rondom Artemis ontstaan. Artemis heeft geen man, wel een tweelingbroer. Ze is ontoegankelijk voor de liefde. Dus deze geest maakt ontoegankelijk voor liefde.

Apollon

Het is ook een maangodin naast broer Apollon, de zonnegod. Hier zien we de namaak vanuit het antichristelijke kamp. Tegenover God en Jezus met zijn gemeente staat in Efeze het tegenbeeld: de koningin van de hemel met zijn gemeente. Deze religie van Artemis met toverijen en bezweringen werkt tegen mensen die de Heer volgen. Daardoor ontstaat er grote opschudding m.b.t. dè weg. Een oproer op aarde die al in de hemel is begonnen. Een oproer in de hemel brengt chaos op aarde die zich richt tegen de brenger van het levende woord De weg van de Heer.

Demetrius zwengelt de oproer aan. Hij heeft voor zichzelf een zilveren Artemistempel gemaakt, waar hij voor knielt. Hij vervaardigt die tempels ook voor anderen. Godsdienst is voor hem handel. De mannen die weer voor hem werken, ontvangen ook veel inkomsten, de handel loopt goed. Demetrius maakt deze mannen er op attent dat hun werk, dus hun inkomsten verloren zullen gaan als Paulus en het evangelie steeds meer invloed krijgen. De koningin van de hemel stuurt hier aan op een leven voor hem èn een leven voor eigen broodwinning. Op die manier wordt het geloofsleven afgevlakt. De vermogens als denken, geloven en liefhebben, worden niet meer geheiligd om in de dingen van God te zijn en gedachten van God op te vangen. Er is weinig of geen gebedsleven meer. Mensen zeggen nog christelijke gebedjes op, maar het dagelijks bestaan, de broodwinning, de dagelijkse gang van zaken worden belangrijker. Zo zijn er ook in deze tijd Demetriussen met hun werklieden, die zich niet bezighouden met Gods plan voor hun leven. Demetrius denkt: Paulus is bezig heel Asia afkerig te maken van de koningin van de hemel door te zeggen dat goden, die met handen gemaakt zijn, geen goden zijn. In Psalm 115:5 staat:

  • ‘Ze hebben een mond, maar spreken niet, ze hebben ogen, maar zien niet, ze hebben oren, maar horen niet, ze hebben handen maar tasten niet, ze hebben voeten maar ze wandelen niet’.

Dat wil zeggen dat er geen enkele beweging in zit. Het is hartstikke dood. Dat is geen godsdienst  Demetrius ziet hierdoor zijn broodwinning verdwijnen. Hij verpakt zijn bezwaren tegen Paulus en zijn leer, slim in (gedreven door de grootvorst) als hij zegt dat niet alleen hun werk in gevaar komt, maar ook ‘dat het heiligdom van de grote godin Artemis van geen betekenis meer zal worden’. De koningin van de hemel zal inderdaad niet meer van betekenis zijn als hij ontmaskerd wordt. Het aanbidden van beelden zal dan niet meer gebeuren. Niet alleen maar stenen beelden, maar er zijn zoveel andere ‘beelden’ die aanbeden kunnen worden. Denk aan het verslaafd zijn aan klimaathysterie, NPO, BLM, Trumphaat, deugen, enz, enzovoort. In het aardse leven betekent dit dat het heiligdom van Artemis zijn betekenis verliest. De koningin van de hemel wordt zo van haar luister beroofd. Waar dat gebeurt, kan de Heer werken. Daar mag de mens opgroeien tot zoon van God.

De geest van hysterie doet vervolgens zijn werk in Efeze. De verontwaardigde mensen, opgezweept door Demetrius roepen opgewonden: ‘Groot is de Artemis van de Efeziërs!’ Zij willen hun godsdienstig leven, maar vooral hun welvaart niet kwijt. De grootvorst zorgt er voor dat zij zich nu richten tegen mensen die Gods koninkrijk ècht verkondigen, die de satan ècht ontmaskeren. Gajus en Aristarchus worden meegesleurd naar het theater waar ter ere van de koningin van de hemel spelen worden gehouden. Het is het theater waar mensen, die niét geloven in Diana, voor straf moeten vechten met wilde dieren. Wanneer Paulus zich dan tussen het volk wil begeven, houden de leerlingen hem tegen.

Er komt een volksvergadering. Ook hier werkt de geest van hysterie: de ene roept dit, de ander roept dat; ze zijn zó verward dat ze niet eens meer weten waarom ze samenkomen. De koningin van de hemel weet het wel: Hij wil verering, wil aan de macht blijven. Eerst alles compleet afbreken, dan in stilte verdwijnen incl. oceanen vol wachtgelden en daarna sneaky terugkomen in een andere gedaante. What’s new? De Joden schuiven Alexander naar voren, een filosoof. Hij wil een verdedigende toespraak houden. De mensen worden echter nog hysterischer. Ze roepen wel twee uur lang: ‘Groot is de Artemis van de Efeziërs’.

Het is een valse aanbidding, niet de aanbidding van de levende God. Deze antichristelijke beweging wil de gemeente uit de hemel halen. Dan komt er een wijze man, de secretaris. Hij brengt de menigte tot kalmte door te zeggen dat de stad Efeze de tempelbewaarster is van de grote Artemis. De mensen uit Efeze zullen deze Artemis, deze koningin van de hemel, blijven aanbidden. Artemis blijft centraal in hun leven. De secretaris zegt: ‘Als je dit nou allemaal gelooft, dan hoef je toch niet zo direct te reageren. We kunnen toch niet zeggen dat zij iets uit de tempel hebben geroofd of onze godin lasteren’. Hij zegt zinvolle dingen en ontbindt daarna de volksvergadering.

Het gaat erom dat wij het beeld van Artemis niet aanbidden. Voor ons geldt het beeld van Christus. En wat is het beeld van Christus? Rust, gerechtigheid, vrede. Er is geen ruimte voor weerspannigheid, verwerping en hysterie. Wie daar nog wel onder gebukt gaat, mag herstel vinden door bevrijding van deze demonen. Wie in eigen leven hier iets van tegenkomt, mag de werking van deze demonen ontbinden. De Heer wil echte aanbidding en verering. Hij wil dat de mens in Christus tevoorschijn komt. Hij wil koning zijn in uw leven.

Nog enkele kenmerken

De koningin van de hemel probeert zijn naam verborgen te houden. De koningin van de hemel komt men in allerlei godsdiensten tegen, zoals in de rooms katholieke kerk. Het is altijd een soort moedergodin. Denk aan de verering van Astarte in het oude testament. Asjera, dat is zij die aan vele wateren zit. Artemis, bekend als de Diana: ‘Groot is de Diana van de Efeziërs’,  Maria is in de katholieke kerk officieel op Vaticaan II bevestigd als de moeder van de Heilige kerk. In de kerkelijke litanie wordt ze aangeroepen als Regina Caeli (= koningin van de hemel) en als ‘Ster van de zee.‘ De ster van de zee staat synoniem voor de koningin over de zee, over het dodenrijk. Het occulte Rome aanbidt zo de ster van de zee.

De koningin van de hemel verstopt zich in organisaties, vormen en structuren, maar er is geen echte relatie met de Heer. Het organisme van Gods Geest werkt niet. Men wordt opgeslokt door van àlles op aards en religieus gebied. De koningin van de hemel kan hierin z’n slag slaan en ontneemt mensen hun persoonlijke relatie met de Heer of bemoeilijkt die. De koningin van de hemel geeft ook stemmen en gedachten door als zijnde van God of van de Heer. In dit alles is onderscheiding van geesten nodig.

Hoe is het nu met u gesteld? Bent u mondig?

Hoe werkt(e) de koningin van de hemel in uw eigen leven door de opvoeding heen? Komt u hem nu nog tegen in uw hemel? Wat voor fundament is er gelegd in uw leven? De koningin van de hemel legt een fundament in levens van mensen. Een vals fundament. Hij pint de mens vast op het leven vanuit die valse basis. Het is mogelijk om dat valse fundament af te breken. Wie ontdekt hoe deze grootvorst werkt, zal zien dat het ook anders kan. U mag dus veranderen. U mag daar los van komen. U mag eindelijk vrij zijn en vrucht dragen. Na bevrijding is het mogelijk dit fundament te vervangen door het fundament van Gods koninkrijk:

  • Dan gaat u zich veilig voelen vanuit het leven met Jezus Christus in Heilige Geest.
  • Dan kunt u zich met Hem verbinden en zo ontdekken wie u bent. Van hieruit kunt u zich ook met anderen verbinden.
  • Dan komt u tot volledige aanvaarding van uzelf.
  • Dan leert u grenzen stellen in uw leven, in uw eigen hemel.