2. Keuzes maken

Wanneer men in de maanden vóór het begin van de veertigdaagse vasten in winkels rondloopt, vooral in het zuiden van het land en daar alle artikelen ziet uitgestald, die straks moeten dienen om met carnaval de bloemetjes buiten te gaan zetten, dan kan zoiets echt pijn doen bij iemand, die Jezus liefheeft. Daar klopt iets niet! Alles wat er in het katholieke zuiden plaats vindt rondom carnaval, doet mij telkens weer denken aan het woord kiezen. Wie carnaval viert, geeft blijk van een verkeerde keus. En dan bedoel ik daar echt niet mee: de keuze van een kerk, want daar hebben de meeste rooms-katholieken en protestanten nooit echt bewust voor gekozen. Ze zijn lid van hun kerk, meestal omdat hun ouders daar al lid van waren en omdat zij in dat milieu zijn opgegroeid. Nee, het gaat niet over de keuze van een kerk, maar over het kiezen van een levenshouding, het kiezen van een levensrichting, het kiezen van een weg: de Woorden van God zeggen dat er een brede en een smalle weg is. De carnavalsvierders hebben voor de brede weg gekozen; anders zouden zij geen carnaval vieren.

Twee mogelijkheden

Als men de Bijbel leest, blijkt daaruit voortdurend, dat het is: óf het één, óf het ander. Men gelooft zoals de Schrift dat zegt óf men gelooft het niet. Men is het eigendom van Jezus óf van de duivel. Men dient Jezus óf de duivel; de wereld en het vlees. Men leeft heilig óf men doet de zonde. Men doet de werken van de oude mens óf die van de nieuwe mens. Men heeft het eeuwig leven óf men is geestelijk dood. Men wandelt in het licht óf in de duisternis. Het is óf … óf … Deze indruk krijgt men bij het Bijbellezen.

Deze indruk krijgt men echter niet als men de mensen observeert. Als men hen, die zich christenen noemen, ziet leven, krijgt men soms een heel ander idee. Dan lijkt het er niet meer op dat het is óf …óf, maar daar schijnen beide dingen heel goed samen te gaan. Men noemt zich het eigendom van Jezus, maar men doet de werken van de duivel, van het vlees en van de wereld. Men zegt dat men gelooft dat Jezus de Heer is, maar men doet waar men zelf zin in heeft; men is eigen baas én heer. Men belijdt Jezus als Verlosser, maar men is tevreden met het feit dat men door de duivel gebonden is. Men meent dat men in Christus heilig en rechtvaardig is, maar men vindt het heel gewoon, dat men elke dag veel zonden blijft doen. Men noemt Jezus Overwinnaar, maar men blijft zelf steeds in de nederlaag leven. Men noemt zich een christen, maar men doet even vrolijk met de wereld mee.

Kiezen…

De Woorden van God nodigen iedereen uit om te kiezen. Elk mens moet zelf kiezen wie hij dienen wil. Ik kan niet voor een ander kiezen, tenzij voor mijn onmondige kinderen. Maar zo gauw deze het zelf kunnen uitmaken, gaan zij ook zelf kiezen. Men moet kiezen: vóór of tegen Jezus. Men moet kiezen tussen Licht óf duisternis, dat wil zeggen tussen een heilig leven of een zondig leven. Elk mens moet kiezen, ongeacht van welke kerk hij of zij lid is, tussen vlees of geest, tussen de duivel of Jezus, tussen dood of leven, tussen de brede of de smalle weg. En denkt u nu niet te gemakkelijk daarover. Als men de zaak scherp gaat stellen, dan kiezen de meesten met de mond het leven boven de dood.

Maar de zaak wordt meestal niet scherp gesteld. Door een verkeerde prediking is de indruk gewekt dat de twee tegenstellingen met elkaar samen kunnen gaan. Als iemand daarvoor ‘voelt’, kan hij kiezen voor het kloosterleven. Dan kan men de wereld met haar genoegens lekker vaarwel zeggen, zich opsluiten en door Rome nutteloos laten maken. Die mogelijkheid is er ook. Maar daar is ieder vrij in. Men is ook vrij om in de wereld te zijn en te blijven. En het profetische ‘Wee u!’ wordt niet gehoord door hen, die als christen met de wereld mee doen. Denkt u niet te licht over die keuze. Het laatste evangelie van de roomse mis kent u misschien al wel van buiten. Dat is het begin van het evangelie van Johannes. Daarin staat het mysterie van boosheid beschreven:

  • ‘Het Licht (Jezus) kwam in de duisternis en … de duisternis heeft het Licht niet gegrepen’. ‘Jezus, de Schepper (uit Gods Logos, Joh.1:1) van de wereld, is in zijn eigen huis gekomen, maar zijn eigen mensen hebben Hem niet opgenomen’.

In het derde hoofdstuk van datzelfde Johannesevangelie staat de verklaring van die verschrikkelijke verkeerde keuze:

  • ‘Dit is het oordeel, dat het licht (Jezus) in de (duistere = zondige) wereld gekomen is maar de mensen waren meer gesteld op de duisternis (de zonde) dan op het licht, omdat hun daden slecht waren … Wie kwaad doet, haat het licht: hij komt niet naar het licht toe, want dan worden zijn daden openbaar gemaakt; maar wie de waarheid doet, komt wel naar het licht toe, want dan zal blijken dat zijn daden in God zijn verricht.’

Geen compromis mogelijk

De Bijbel spreekt duidelijke taal. De mensen willen graag van twee walletjes snoepen. Ze willen graag christen heten en ze willen ook wel iets hebben van wat Jezus is komen brengen, maar tegelijkertijd wil men ook met de wereld meedoen, ongeacht of men nu rooms-katholiek of protestant is. Maar dat kan niet. Als men het toch doet, bedriegt men zichzelf. Er is geen verschil tussen doodzonde en dagelijkse zonde. Wie de zonde doet, is uit de duivel, zegt het Woord van God onomwonden. Waar het Licht komt, daar verdwijnt de duisternis. Waar de waarheid komt, wordt de leugen ontmaskerd. Waar de Verlosser binnenkomt,  wordt men vrij van gebondenheid. Waar Jezus Heer wordt, verliest de duivel al zijn recht.

Kies vandaag wie u dienen wilt, zo spreekt het Nieuwe Testament. U kunt geen twee heren dienen. U kunt geen christen zijn en tegelijkertijd naar geld jagen. Zoek wat hierboven is, niet wat van deze aarde is, zegt het Woord. Word niet gelijk aan deze wereld, zo spreekt de Bijbel. Word hervormd door de vernieuwing van uw denken. Wees afkerig van het kwaad, maar hecht aan het goede. U mag niet langer wandelen zoals ook de heidenen (de niet-gelovigen) wandelen. U geheel anders: wat uw vroegere (wereldse) wandel betreft, moet u de oude mens afleggen; die van uw vroegere levenswandel, die te gronde gaat aan zijn bedrieglijke begeerten. U moet verjongd worden door de geest van uw denken. U moet de nieuwe mens aandoen, u moet u vernieuwen naar geest en verstand.

U moet kiezen

U moet stelling nemen tegen elke vorm van ongerechtigheid. Iets als carnaval wordt in roomse gebieden getolereerd, maar het mag er niet zijn. De roomse kerk neemt geen duidelijke stelling tegen deze uitspattingen en daar ligt haar schuld. In haar stilzwijgen ligt haar goedkeuring. Men is bang zieltjes te verliezen, maar Gods Woord stelt elke mens voor de keus: voor óf tegen Jezus. Er is geen compromis mogelijk tussen de wereld en het Koninkrijk van God. Breed is de weg van de wereld. De meeste mensen lopen op die weg. Wijd is de poort naar de pretparken die de wereld u biedt. Maar besef ook, dat de weg, waar Jezus ook u toe roept, smal is. Maar weinigen geven gehoor aan zijn uitnodiging. Dat moet u te denken geven met het oog op die miljoenen rooms-katholieken, die zich ‘gelovig’ wanen, terwijl zij in alles met de wereld meedoen…

Maar weinigen vinden de smalle poort van het Koninkrijk der hemelen, zo heeft Jezus zelf heel nadrukkelijk gezegd, terwijl er miljoenen besprenkelde ‘christenen’ zijn. Dat klopt toch ergens niet! De meeste mensen hebben de duisternis (de zonde) liever dan het Licht: vindt u dat geen reden om u af te vragen hoe het met u staat? Verschuil u niet achter het lidmaatschap van uw kerk. Dat doen de meesten, maar zij zullen bedrogen uitkomen. Elk mens moet kiezen. Niet allereerst voor een bepaalde kerk, maar allereerst vóór of tégen Jezus. Beeldt u niet al te gauw in, dat u vóór Jezus gekozen heeft. Dat moet dan in uw handel en wandel te zien zijn.