Redeloze godsdienst

Zijn ziekten van God?

Omdat er ook vandaag nog veel christenen zijn die aan God, naast het goede, ook het kwade toeschrijven, is het goed eens te zien waar deze verleugende gedachten vandaan komen. Ook al zijn de dwaalleraren allang gestorven, hun valse leringen woekeren nog bij velen voort als een kankergezwel. Wij willen hier ingaan op een paar nummers van ‘Middernachtsroep’, waarvan dr. Wim Malgo eens redacteur was. Naar aanleiding van een motto tekst uit Johannes 11:4a, waar staat: ‘Deze ziekte is niet tot de dood’ merkte hij op:

  • ‘Uit de woorden van onze Heiland volgt, dat iedere ziekte een doel heeft. De Heer Jezus zegt met betrekking tot de levende God over deze ziekte: ‘Zij is ter heerlijkheid van God’ en dan vervolgt Hij door er Zich Zelf bij te betrekken en zegt: ‘Opdat de Zoon van God door haar verheerlijkt wordt’ (vers 4b en c). En als Hij spreekt ‘Niet tot de dood’, dan is dit woord het laatste doel van de ziekte samengevat, een doel waarboven dit ziek zijn niet mag uitgaan. En hoewel Lazarus in dit geval door de dood moest heengaan, was de dood niet het doel van zijn ziekte. Iedere ziekte, ja, iedere aanvechting en iedere beproeving van het kind van God heeft de eer van God tot doel. De Goddelijke wijsheid hangt als een thermostaat aan de deur van de oven van de verdrukking en houdt toezicht op de hitte daarvan’.

Wij weten dat ziekte als doel heeft, de beschadiging van het lichaam en de ondermijning van het leven. Zulke dingen zijn nooit tot eer van de Schepper en van de Schepper van het lichaam en van het leven. God zal de mens dan ook nooit ziekte of letsel toebrengen om zijn naam groot te maken, evenmin als een beroemd schilder zijn eigen kunstwerk opzettelijk meer of minder zal beschadigen, om er zo meer eer mee in te leggen. Wanneer echter een vandaal zijn schepping zou beschadigen, is het de roem van de maker om dit schilderij zodanig te restaureren, dat niets meer van de vernieling te zien is.

De god van de zieke Heidelberger – Zondag 10:

Uit alles blijkt dat Wim Malgo veronderstelde dat God zelf de ziekte en het lijden de mens toebedeelt. Wij hebben echter een goede God, die zijn zon doet opgaan over bozen en goeden en die het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Jezus bedoelt dan ook niet in Johannes 11:4 dat deze ziekte Gods heerlijkheid zou bewerken, maar dat het herstel van Lazarus zou aantonen dat God door Jezus Christus alleen in staat is om te genezen en te herstellen diegenen die door de duivel overweldigd werden. Hij zou zelfs overwinnen over dood en zijn cipiers, de doodsmachten. Daarom zei Jezus bij de spelonk waarin Lazarus begraven was, tot Martha: ‘Heb Ik u niet gezegd, dat u, als u gelooft, de heerlijkheid van God zal zien?’ (vers 40). Toen hadden de demonen van ziekte en de doodsmachten hun werk al gedaan! Niet de ziekte en de dood van Lazarus waren tot eer van God, maar zijn opwekking was de oorzaak dat de Joden bij de intocht te Jeruzalem uitriepen: ‘Hosanna, gezegend is Hij, die komt in de naam van de Heer!’ (12:13). Vergelijk verder 12:9-11 en 17. De menigte loofde dus God en verheerlijkte Jezus. Trouwens op veel plaatsen in de Bijbel lezen wij, dat God verheerlijkt werd, wanneer de Heer iemand genezen had. Wim Malgo gebruikte wel het woord ‘Heiland’, maar hij koppelde het aan ziekte en lijden, in plaats van aan heling en herstel. Zelfs de Farizeeën die de heerlijkheid van Jezus in de genezing van de blindgeborene niet erkennen wilden, zeiden toch tot deze: ‘Geef God de eer!’ (Joh.9:24). Wim Malgo merkte op:

  • ‘Gods allereerste en voornaamste doel is nooit de verwoesting, maar de beproeving van degenen, die Hij door lijden wil louteren. Hij waakt echter zeer zorgvuldig over de maat van het lijden’.

Dit is helemaal uit de lucht gegrepen. God verdrukt nooit, maar zijn doel is de verheffing van de mens en om te verbrijzelen, wie verdrukt’ (Ps.72:2). Wanneer dit gebeurt, zegt de psalmist, ‘zal Hij hun vrolijk op doen dagen het heil, hun toegezegd’. Wat denkt u van de god van Wim Malgo, van wie hij schreef:

  • ‘De Heer, Die voor u zorgt, heeft bij uw ziekten zowel het begin, de soort, de omvang, de duur en de uitwerking vastgelegd. Iedere aanval van pijn is tevoren bepaald, ieder slapeloos uur tevoren vastgesteld, iedere instorting tevoren bedacht, ieder ogenblik van geestelijke neerslachtigheid voorzien en iedere heiligende uitwerking van ons ziek-zijn van eeuwigheid af naar Gods eeuwig voornemen verordineerd’.

Hij voegt er dan nog ‘vertroostend’ aan toe:

  • ‘Het mes van de hemelse chirurg snijdt niet dieper dan beslist noodzakelijk is’.

Er zijn landen waar men politieke tegenstanders foltert en waar een dokter met een witte jas bijstaat om ‘de omvang, de duur en de uitwerking van de pijnen vast te leggen’. Hun wijsheid ‘hangt als een thermostaat aan de deur van de verdrukkingsoven en houdt toezicht op de hitte daarvan’. Wanneer men deze pijnigers erop aan zou spreken, zullen ze wellicht ook wel wijzen op de goede bedoelingen van deze martelingen in verband met de rust en de veiligheid van de staat. De humane mens gebruikt echter het woord ‘sadisme’ voor deze handelingen om mensen te kwellen. Wanneer Wim Malgo dan nog spreekt van ‘het mes van een chirurg’, weten wij dat dit mes of het scherpe zwaard, Gods Woord is, dat niet uitgezonden is om de mensen te verwonden, maar om ze te behouden. Het gaat uit om te oordelen, dat is om het goed van het kwade te scheiden, dus om te herstellen.

Verder heeft God zich van eeuwigheid de volmaakte mens voorgesteld en ook in zijn ‘eeuwig voornemen’ het Lam in zijn plan opgenomen, dat de schuld van de wereld wegnam en de ziekte droeg. Gods eer en zijn heerlijkheid zijn de verlossing en het herstel van de mens. Zelfs uit het Oude Testament blijkt duidelijk uit de geschiedenis van Job, dat de duivel de ziekte en het lijden bewerkt en dat God inderdaad aan die activiteiten paal en perk stelt. Anders zou immers geen vlees behouden worden, als de duivel zijn gang kon gaan met stelen, roven en verslinden. God de Vader én Jezus Christus willen enkel ‘het goede, welgevallige en volkomene’ voor de mens (Rom.12:2b). De duivelse gedachte dat daar ook vleselijke pijniging ten goede bij hoort, verwerpen wij dan ook met klem!