Pas op voor profeten!

‘Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan’ (Matth.24:24)

Wees gewaarschuwd!

De volgelingen van Jezus zullen zich naar diens eigen woorden moeten oppassen voor leugenprofeten, die de christenen proberen te misleiden en op de verkeerde weg te brengen. De Heer bedoelt hier niet de farizese Schriftgeleerden, maar zijn waarschuwing betreft de gemeente. Het gaat hier over christelijke dwaalleraars. Die komen als schapen verkleed naar de kudde van argelozen. Valse profeten zijn leiders die geïnspireerd en gedreven worden door verkeerde geesten. De apostel schreef: ‘Geliefden, vertrouw niet iedere geest, maar beproef de geesten, of ze uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan’ (1 Joh.4:1). Jezus bedoelde in Matth.24 dat er onder christenen velen zijn die misschien dezelfde woorden spreken en termen gebruiken als de ware profeten, maar de geestelijke weg van de Heer niet gaan. Zo blokkeren het ware geestelijke leven van veel christenen. Zij veroorzaken een mengelmoes van confessies, omdat ze het evangelie van het Koninkrijk der hemelen dat Jezus zelf bracht, niet kennen of loslieten.

Valse liefde

Jezus spreekt hier niet over mensen met ergerlijke zonden zoals echtbrekers, moordenaars, dieven, lasteraars, want dat zijn zonden die onder ons zelfs niet genoemd horen te worden. De Openbaring voorspelt echter dat er een beest zal komen met twee horens als die van het Lam, maar het spreekt als de draak (Op.13:11). De valse profeten zijn uiterlijk als een lam, zachtaardig en beminnelijk. Ze doen zich vroom en godsdienstig voor en zien er uit als schapen van de kudde. Zij spreken veel over acceptatie en over onderlinge liefde die de eenheid zou schenken. Het woord ‘liefde’ wordt door de valse profeten vele malen op ergerlijke wijze misbruikt. Ze verbergen hiermee hun gemis aan liefde tot de waarheid, tot het evangelie van het Koninkrijk der hemelen.

De satan komt door hen als een engel van het licht. Een wolf in schaapskleren is beslist geen schaap en zelfs geen bok; hij is beeld van een boze geest, een demon. Jezus zei: ‘van binnen zijn ze roofgierige wolven’. Zij hebben het rijk van God losgelaten en zijn opgehouden in de hemelse gewesten te leven. Valse profeten missen de Geest van God, die hen in de waarheid wil leiden en hun het verlossings- en herstelplan van de Vader wil bekend maken. Het evangelie van het Koninkrijk der hemelen wordt door hen niet verstaan, maar vervangen door een keten van tradities en vastgestelde zienswijzen, die hun volgelingen onvatbaar maken voor wat de Geest in onze tijd aan de gemeenten heeft te zeggen.

Leven in de Geest

Een goede profeet wijst op het belang van leven in de Geest. Hij heeft geen vastigheden en zekerheden dan enkel in de onzienlijke wereld. Met een gelijkenis sprak Jezus erover, dat de vossen holen in de grond hebben, aardse schuilplaatsen van waaruit ze opereren en de vogels van de hemel nesten hebben, van waaruit ze een compromis sluiten met het hemelruim, om zich daar een tijdje te verlustigen om dan weer terug te keren naar hun aards steunpunt. Wanneer Jezus zijn hoofd neerlegt om te gaan slapen, beeld van enkel bezig zijn in de geestelijke wereld, bezit Hij in de zichtbare wereld geen zekerheid. Hij zelf, het Woord van God, kan alleen daarop ‘terugvallen’. De ware profeet is alleen vervuld met gedachten over de geestelijke wereld. Toen het Jezus ging ontbreken aan aardse vrienden, aan natuurlijke zekerheden, toen Hij op zichzelf werd teruggeworpen in de hof van Gethsémané, vertrouwde Hij alleen op de toezeggingen van zijn Vader. Diens woorden gaven Hem kracht om de schande te verachten en het kruis op zich te nemen.

Laster en leugen

Paulus waarschuwde de oudsten in Efeze in Handelingen 20:29 dat na zijn sterven grimmige wolven zouden komen, die de kudde zouden verscheuren. Uit hun midden zouden mannen opstaan, die verkeerde dingen zouden zeggen om de leerlingen weg bij Jezus te houden. Gehuld in het kleed van een profeet zouden ze de ware dienstknechten van God beschuldigen en belasteren. Door hun leugens zouden de schapen verstrooid worden en heen en weer waaien als bladeren door een stormwind gedreven en zij zouden dan zijn als schapen zonder herder. Johannes schreef later aan de gemeente in Efeze: ‘Ik heb tegen u, dat u uw eerste liefde verzaakt hebt. Bedenk dan, van welke hoogte, uit de hemelse gewesten, u gevallen bent en bekeer u’ (Openb.2:4,5). Valse profeten tasten het lichaam van de Heer, de gemeente, aan.

Boom en vrucht

Jezus stelde dat valse profeten herkend zouden worden aan de uitwerking van hun boodschap: ‘Zo zult u hen dan aan hun vruchten kennen!’ De Heer zei in dit verband dat men geen druiven van dorens of vijgen van distels kan lezen. En ook kan een goede geen boom slechte vruchten dragen of een slechte boom goede vruchten voortbrengen.

Ongetwijfeld zijn veel dogma’s en leerstellingen zulke doorns en distels. Ze brengen geen druiven voort en wanneer de grond doorns en distels draagt, is hij ondeugdelijk en niet ver van de vervloeking, die uitloopt op verbranding (Hebr.6:8). Een gezonde leer brengt goede vruchten voort van bevrijding uit de hand van de vijanden, van redding uit de macht van de satan en van genezing en herstel naar lichaam, ziel en geest. Goede vruchten zijn vruchten die bij de mens passen, zoals elke goede boom de bij hem behorende vruchten draagt.

De christen wordt herkend aan de gewone dingen van het leven en niet aan de ongewone dingen. Is hij zichzelf en hoe leeft hij in zijn gezin en dagelijkse omgeving? De profeten zijn ook bomen en zij dragen de vruchten die bij de bomen horen. Daarom zegt Jacobus dat niet zoveel uw leraars moeten zijn, omdat ze er des te strenger om geoordeeld zullen worden. De Farizeeërs zaten op de stoel van Mozes en onderwezen de wet, maar ze waren hoogmoedig, geldgierig en wreed. Daarom konden ze de mensen niet verder brengen en deden de vreselijke uitspraak dat de menigte vervloekt was, omdat ze de wet niet kende. De vrucht van de Heilige Geest is daarentegen: liefde, blijdschap, trouw en zachtmoedigheid.

Vernieuwing

Slechte bomen, doorns en distels staan in verband met de vervloeking van de aarde. Ze zijn gedemoniseerd, misvormd en gedegenereerd, net als sommige andere levende wezens. In deze schepping werken de machten van de duisternis. Doorns en distels zijn niet nuttig, maar lastig, want ze halen de huid open, wanneer men het onkruid wiedt. Negatieve mensen met stekelige opmerkingen en met een jaloerse geest, bederven de goede sfeer. Zij passen niet in het Koninkrijk van God. De Heer wil echter slechte planten veranderen in goede:

Doornstruiken maken plaats voor cipressen, distels voor mirtestruiken. Zo zal de Heer zich roem verwerven, het is een eeuwig en onvergankelijk teken dat niet uitgeroeid zal worden (Jesaja 55:13).