Wanneer u aan een van de Jehova’s getuigen vraagt, wie de eerste van hen is geweest, ontvangt u een antwoord dat u waarschijnlijk niet verwacht had. Zij zeggen namelijk dat het Abel, de tweede zoon van Adam, geweest is. Hij legde immers een getuigenis af m.b.t. Jehova, in de aanbidding die hij Hem bewees. Zijn offer werd aanvaard. Dit in tegenstelling tot het offer van zijn broer Kaïn, die net als de hedendaagse christenheid (volgens de Jehova’s) een valse, eigenzinnige religie had. Men zal verwijzen naar Hebreeën 11, waar Abel bij de grote wolk van getuigen wordt genoemd.
- Jehova’s Getuigen achten zich even exclusief de woordvoerders van God, als destijds mensen zoals Abel, Abraham en Johannes de Doper dat waren. In dezelfde mate zelfs als de apostelen Petrus, Paulus en Johannes….
Zij zeggen in ‘De moderne geschiedenis van Jehova’s getuigen’ dat er al getuigen van Jehova zijn sinds de oudheid. Zij leefden dus in het voorchristelijke tijdperk. Er waren ook christelijke getuigen van Jehova in de dagen van Jezus en zijn apostelen. Zo komen ze uiteindelijk uit bij de huidige (in de Nieuwe Wereldmaatschappij georganiseerde) getuigen-voor-Gods-naam.
Ch. T. Russell
Deze laatste groep getuigen zijn sinds 1919 samengebracht in een zogenaamde ’theocratische organisatie’, maar het eerste ‘licht’ begon al rond het jaar 1870 te schijnen. De toen 22-jarige Ch. T. Russell richtte omstreeks die tijd een groep op, die zich ging bezighouden met het bestuderen van de Bijbel. Zij kregen al snel de overtuiging dat ze in het einde van het evangelietijdperk leefden en voor het begin stonden van de terugkomst van de Heer. Ze leerden dat de terugkeer van de Heer Jezus onzichtbaar zou zijn, alleen waar te nemen met het geestesoog.
N. H. Barbour
In dezelfde tijd waren er ook andere ‘vroege stemmen’ (zoals die van N. H. Barbour en zijn groep, waarmee Russell twee jaar samenwerkte. Tenslotte zou maar één groepering de goedkeuring van Jehova ontvangen om door te gaan. De groep van Russell kreeg uiteindelijk toestemming om hem als zijn getuigen te vertegenwoordigen voor het toekomstige bedieningswerk’. Zijn groep was de voorloper van de huidige, zich ’theocratisch’ noemende organisatie. In enkele jaren tijd groeide Russells Bijbelclubje uit tot een gemeente.
Vanuit de (Pittsburgse) gemeente werd op 1 juli 1879 het eerste nummer van ‘Zions Wachttoren en Heraut van Christus’ tegenwoordigheid’ uitgegeven, in een oplage van 6.000 exemplaren. Al snel ging men ertoe over de Wachttorenabonnees in andere Amerikaanse steden te organiseren in Bijbelstudie groepen. Zo’n doorgaans heel vlug tot ‘ecclesia’ of gemeente uitgebouwde groep werd (zegt ‘De Wachttoren’) ‘naar congregationalistische en presbyteriaanse vorm van kerkbestuur’ georganiseerd. Alle leden stemden op democratische wijze over zekere zaken en kozen ook een raad van zeven of meer ouderlingen (presbyters), die de algemene bestuurszaken van de gemeente regelden. (De theocratische vorm van bestuur over gemeenten zoals in de eerste eeuw, werd bij Jehova’s getuigen niet eerder hersteld dan in 1938).
Propagandawerk
In het jaar 1881 werd het propaganda werk voor gemeenteleden en Wachttorenabonnees centraal gesteld. Ieder die de helft of meer van zijn tijd kon vrijmaken om te getuigen, kreeg – ter bestrijding van zijn onkosten – de te verspreiden lectuur gratis. Dit werd gefinancierd door het in datzelfde jaar opgerichte en onder beheer van Russell staande ‘Zions Wachttoren Traktaat genootschap’. Zij die minder van hun tijd konden geven, konden traktaten verspreiden bij buren en bekenden. In die dagen werden ook de eerste verkopers naar Europa gestuurd, die de verspreiding van vlugschriften in Engeland en Ierland begonnen. In 1891 maakte Russell zijn eerste ‘zendingsreis’ buiten het Amerikaanse continent gelegen gebieden. Hij schreef daarover:
- “Wij zagen géén open deur voor de waarheid in Rusland, niets om ons aan te moedigen te hopen op enige oogst in Italië of Turkije of Oostenrijk of Duitsland. De Italianen zijn zolang onder de verderfelijke invloed van het pausdom geweest, dat zij, net als de Fransen, bezig zijn zich snel te wenden tot een openlijk ongeloof. Maar Noorwegen, Zweden, Denemarken, Zwitserland en in het bijzonder Engeland, Ierland en Schotland zijn velden die gereed en in afwachting zijn om te worden geoogst…”
Naar aanleiding van Russells ervaringen, werd er een lectuurdepot in Londen opgericht. In het jaar 1900 werd dit depot omgezet in het eerste bijkantoor van het genootschap. Mede door de buitenlandse reis van Russell werd de blik van het genootschap wereldwijd. Men begon de verschillende boeken en brochures ook in andere talen te publiceren. Een en ander had tot gevolg dat in het jaar 1903 (tijdens Russells tweede Europese rondreis) het tweede bijkantoor van het genootschap werd gevestigd. Dit tweede filiaal werd gerealiseerd in Barmen-Elberfeld, in Duitsland. In 1904 volgde het derde in Australië. In diezelfde dagen werden de activiteiten van Russells volgelingen uitgebreid tot Zuid-Afrika, Japan en Brits West-Indië, waarmee zij de periode van het prille begin wel definitief achter zich gelaten hadden.
Het is zeker niet mijn bedoeling de jaren van Russells’ voorzitterschap te idealiseren. Maar onder zijn leiding werd vrijheid van de geest gevonden onder zijn geestverwanten. De nadruk werd gelegd op de individuele verhouding tot God en zijn Christus. Ook op persoonlijke bekering en nieuwe geboorte, gevolgd door de waterdoop (door onderdompeling) als teken van het nieuwe leven in Christus. De dopeling werd gezien als een nieuwe schepping die aan het oude vlees afgestorven was. Kortom, tal van Bijbelse aspecten waren in hun opvattingen te zien.
De onzichtbare terugkomst van Jezus
Als misschien wel de meest opmerkelijke dissonant in de vroege wachttorengeschiedenis, geldt de jarenlang door hen op de voorgrond geplaatste ‘profetie’ van Jezus’ onzichtbare terugkomst, in het jaar 1914. Toen er in dat bewuste, door de wereldgeschiedenis gekenmerkte jaar, nergens iets van het aangekondigde millennium te bespeuren viel en sommigen zich hierover teleurgesteld toonden, ging men het jaar 1925 naar voren schuiven als het tijdstip voor de oprichting van het nieuwe rijk.
Later heette het tóch 1914 te zijn geweest. Men had in die tussentijd uitgevonden dat de Heer in 1914 alleen de eerste fase van het Godsrijk had ingeluid, door de nieuwe hemelen te verwerkelijken met het naar beneden werpen van de duivel en al zijn engelen. Zij hebben nog maar een korte tijd. Zij gaan rond als brullende leeuwen, op zoek naar prooi, totdat de Heer (nog tijdens het nu levende geslacht), zijn rijk ook tot de aardse regionen zal uitbreiden. Als zichtbaar teken van de strijd in de hemel en het op de aarde geworpen zijn van de vorst van de duisternis, zien de getuigen vandaag nog steeds de uitbarsting van de eerste wereldoorlog en de reeks rampen die daar het gevolg van waren!



