Een Jehova Getuige geeft antwoord

Wij ontvingen een reactie op het artikel onder de naam: ‘Jehova’s Getuigen en het spreken in nieuwe talen’.

  • ‘Graag wil ik reageren op een artikel dat verschenen is op uw site. Inderdaad worden Jehova’s getuigen op dit moment van alle zijden en ook door de diverse media aangevallen. Hoewel dit niet aangenaam is voor de Getuigen, is het op zich natuurlijk wel een goede zaak, want wanneer dit niet zou zijn dan zouden zij kunnen denken dat zij de waarheid niet verkondigen. Jezus heeft immers gezegd: ‘Zoals zij mij vervolgen, zullen zij u vervolgen’ (Joh.15:20). Meestal zijn het tegenstanders die op een of andere wijze een lasterlijke bewering uiten, wellicht gebaseerd op een halve waarheid of iets waarover men wat gehoord heeft en daarna als waarheid verder vertelt. Soms hebben zulke onwaarheden een lang leven, zoals nu weer blijkt uit de opmerking over C. T. Russell, die inmiddels al 76 jaar (een mensenleven geleden) is overleden.
  • Omdat ik dat tragisch vind en het toch noodzakelijk is om de ‘stem’ van de Jehovah’s Getuigen te doen horen, voeg ik twee fotokopieën van gedeelten van jaarboeken van Jehovah’s Getuigen bij. U kunt dan hun (gedocumenteerde) visie van de betreffende aangelegenheden lezen. Hoe Jehovah’s Getuigen over het spreken in nieuwe talen denken, is niet een persoonlijke mening, maar is gebaseerd op de Schrift. Omdat zij alles ‘open’ doen, voeg ik een uitgave van ‘Ontwaakt’ bij, waarin deze aangelegenheid wordt besproken’.

De schrijver reageert wel op ons artikel, maar gaat op geen enkel argument van ons in. Wel een opmerking dat zijn opvattingen op de Schrift zijn gebaseerd. Een dooddoener, want het ging er juist om of de ‘Wachttoren’ zich in zake zijn verwerping van de glossolalie op de Bijbel kon beroepen. Augustinus schreef eens: ‘Roma locuta, causa finita’, dat is: de paus heeft gesproken, de zaak is dus afgedaan’. Een getuige van Jehova argumenteert niet, maar poneert. Hij aanvaardt blindelings, niet wat dit keer in Rome, maar in het Amerikaanse Brooklyn wordt gedicteerd. Het ons toegezonden nummer van ‘Ontwaakt’ was een afleidingsmanoeuvre, want dit ging over de Charismatische vernieuwing. ‘Ontwaakt’ wijst dan op de bekende tekst uit 1 Corinthiërs 13:8, maar net als de ‘Wachttoren’ dit deed, weer onvolledig: ‘Profetische boodschappen zullen verdwijnen, het spreken in vreemde talen zal verstommen’. Opzettelijk wordt opnieuw weggelaten: ‘Kennis, zij zal afgedaan hebben’. De Jehova getuige die dit immers voor nu gelooft, zou immers dan alle zekerheid verliezen in zijn eigen organisatie. Verder lezen we:

  • ‘In talen te kunnen spreken was een van de gaven van de heilige geest (opzettelijk zonder hoofdletters, maar wel Jehovah’s Getuigen met twee hoofdletters!!) die eerste-eeuwse christenen werden gegeven om mensen te helpen de organisatie te identificeren die God gebruikte’.

Het woord ‘organisatie’ is in dit verband een anachronisme, want het past niet in de organische structuur van de eerste gemeente. Wel stonden de gelovigen uit de Joden verbaasd, dat de Heilige Geest ook over de heidenen was uitgestort, ‘want zij hoorden hen spreken in nieuwe talen en God groot maken’ (Hand.10:45). Zij identificeerden hen daarmee als gelijkwaardig. ‘Ontwaakt’ vervolgt dan:

  • ‘En deze speciale gave diende ook het praktische doel de prediking van het ‘goede nieuws’ tot andere taalgroepen te ondersteunen.’

Het evangelie werd echter in het begin gebracht in de Griekse-Romeinse wereld en de Griekse taal was na Alexander de Grote, de wereldtaal. Men had beslist geen tongentaal nodig om de prediking te ‘ondersteunen’, maar wel de innerlijke mens, ‘want wie in een nieuwe taal spreekt, spreekt niet tot mensen, maar tot God’. Daarom dankt Paulus God, dat hij meer dan allen in talen sprak (1 Cor.14:2,18). De ‘Wachttoren’ en ‘Ontwaakt’ vallen de nieuwe talensprekers aan. Dezen zouden ‘occult’ zijn, ‘demonisch’ geïnspireerd, ‘seksueel’ scheef gaan. Een zelfmoordpartij in Jonestown (Guyana), van bijna 40 jaar geleden, wordt op sluwe wijze in verband gebracht met de charismatische vernieuwing. In dit verband schreven wij, dat de Jehova’s getuigen hun eigen chronique scandaleuse hebben. Als wij dan de kopieën doorlezen, merken wij dat ze heel veel moeite moeten doen om hun straatje schoon te vegen.