Jehova’s Getuigen

Bijbehorende artikelen: zie onder deze pagina

Jehova’s Getuigen hebben Jezus Christus verlaagd tot een randfiguur. In het gunstigste geval is Hij een goedwerkende handwerkman (vergelijk de Bedelingenleer waarin Jezus heeft gefaald). Zij weigeren de doop in Heilige Geest door handoplegging. Het spreken in talen verwerpen zij en omarmen van harte een zielenslaap; het eeuwig niets zijn voor hen die niet bij hun 144.000 horen. Dezen hebben nl. niet voldaan aan de spijkerharde eisen uit Brooklyn. Jehova’s hebben een misvormd fundament waarop nooit een tempel van God kan worden gebouwd. Hun fanatisme is afstotelijk en mensonterend. Om met Paulus te spreken:

  • ‘Vervloekt is hij die een ander evangelie predikt!’ ‘Want allen, die door de Geest van God geleid worden, zijn zonen van God. Want u hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar u hebt de Geest van het zoonschap ontvangen, door welke wij roepen: Abba, Vader’ (Romeinen 8:15).

Zoals bij alle valse leringen, zijn er ook bij Jehova’s Getuigen sterke, vrome leugengeesten actief. Deze spijkerharde en wrede demonen die een kadaverdiscipline eisen van hun aanbidders, missen iedere vorm van leven. Samen met de satan zijn zij verbannen van Gods troon en op de aarde geworpen. Vanaf de aarde zijn zij nu bezig met hun laatste wanhoopoffensief (Jesaja 14:12-15; Ezechiël 28:16,17; Openbaring 12:12). Vóórdat zij voor eeuwig in de vuurpoel worden geworpen, hebben deze demonen nog maar één doel: de mens afhouden van de werkelijke redding en verlossing door Gods eniggeboren Zoon, Jezus Christus. Deze occulte geesten weten dat hun vonnis allang is uitgesproken en vaststaat. Ook dat Jezus Christus de dood heeft overwonnen en dat zij uiteindelijk voor eeuwig zullen wegteren in de vuurpoel die voor hen is bereid. Maar zolang zij niet ontmaskerd, tentoongesteld en uitgedreven worden, hebben zij vooralsnog weinig te vrezen….

Bij de Jehova’s Getuigen, aangestuurd uit Brooklyn, jagen de demonen voortdurend hun gevangenen tot het uiterste voort. Forse dwang bij alle facetten in het leven van hun slaven is normaal. Waarachtig geluk, innerlijke rust en vrede, zijn in dit commandosysteem niet te vinden. De slaven van deze aardse organisatie laten zich door hen misbruiken en omdat zij zélf de eeuwigheid moeten verdienen, beheerst hen een permanente angst om te falen en niet te voldoen aan de eisen van dit aardse, wereldse instituut. De eisen van dit elitaire en sterk hiërarchische wachttorengenootschap zijn aards, gewetenloos en demonisch. Met talrijke, letterlijke krachtinspanningen, proberen hun onderdanen zelf de hemelse eindbestemming te bewerken. Niet door geloof in het volbrachte werk van Gods Zoon, maar (zoals altijd en ook hier weer) door eigen krampachtige inspanningen.

Alle innerlijke zekerheden of een reële Bijbelse blik op de toekomst, zijn bij de Jehova’s Getuigen in nevelen gehuld. Hun leven wordt sterk bepaald door aardse prestaties en quota’s m.b.t. traktaten, verplichte ‘Wachttorenstudies’, hiërarchische ladders naar omhoog – of als straf naar beneden – huisbezoeken, het eindeloos controleren van anderen en zelf ook eindeloos gecontroleerd worden. Verder verdeelt Brooklyn hen in aparte ‘kastenstelsels’, zoals de hemelse en aardse slaafklasse en een wel of niet-slaaf van Jehovah. Ook financieel zijn zij schatplichtig aan dit systeem, het genootschap eist immers absolute gehoorzaamheid! Hoe dieper zij zich in hun aardse bolwerk storten, hoe meer zij gebonden worden aan de wrede demonen. Hoe meer gehersenspoelde studies, hoe fanatieker zij hun dwalingen verdedigen.

Hun leven wordt sterk bepaald door aardse prestaties en quota’s m.b.t. folders, verplichte ‘Wachttorenstudies’, hiërarchische ladders naar omhoog – of als straf naar beneden – huisbezoeken, het eindeloos controleren van anderen en zelf ook eindeloos gecontroleerd worden.

De aardse leiders van deze beweging dulden geen enkele tegenspraak. Als een volgeling ook maar de minste twijfel heeft wordt hij direct neergesabeld met massa’s bevelen uit Brooklyn. Alleen al de wetenschap dat hij/zij bij het uittreden van dit wrede systeem, voor eeuwig verloren gaat, doet menige Jehova’s Getuige  sidderen van angst. In dit opzicht doet het aardse genootschap niet onder voor de Noorse Broeders, het aardse Jodendom, incl. de ‘Messiasbelijdende’ Joden, Mormonen of de Zevendedagsadventisten. Al deze dwalingen hanteren strenge regels, verordeningen, geboden en verboden, wet op wet en eis op eis. Let ook bepaalde leringen die zij aanhangen, zoals de zielenslaap (het eeuwig niets zijn) en de nieuwe geboorte, die volgens het genootschap alleen toekomt aan de letterlijke 144.000 uit Openbaring 14:1-5.

Ook het letterlijk lezen van het Oudtestamentische bloedverbod aan Noach, brengt hen in een permanente kramp. Zoals bij alle Oudtestamentische schaduwbeelden moeten wij ook ‘het onthouden van bloed’ transponeren naar het nieuwe en betere verbond. Waar zelfs Petrus en Jacobus zich op dit punt vergisten en Paulus gelukkig niet, gaan de J.G. ers gewoon door met lezen wat er staat, maar niet verstaan wat ze lezen (Handelingen 6:7; 8:1; 10:11; 15:1-5; Hebreeën 10:11). Jezus verklaarde immers alle spijzen rein en niet wat door de mond naar binnen gaat maakt een mens onrein, maar wat er door de mond uitkomt (Matth.15:10-20). Het bloed verbeeldt in het Nieuwe Verbond – naast de vergeving door Jezus Christus – ook het aardse leven en de valse leringen van satan, tegenover de Levensrivier van helder water als kristal van Gods Geest (Openbaring 6:12; 8:7,8; 11:6; 14:20; 16:3,4,6b; 22:1). De hieruit voortgekomen leugen, dat bloedtransfusie niet wordt toegestaan door de Heer, is een ramp voor de Jehova’s Getuige. Het slachtoffer gaat dan óf dood door de infectie, óf wordt simpelweg dood verklaard door Brooklyn!

Jezus Christus zien zij in het gunstigste geval als een ‘geschapen engel’ of een ‘goed opgeleide handwerkman.’ Dit is niet zo verwonderlijk, omdat het leugenmachten zijn die deze beweging inspireren. Het feit dat God de Vader, zijn Zoon Jezus alles in handen heeft gegeven voor het herstel van de hele schepping, is voor de demonen en hun slaven onverteerbaar. Jezus Christus wordt daarom door dit genootschap (en ook hier weer!), vernederd. Zij vertroebelen ook op uiterst geraffineerde wijze Gods naam via spitsvondigheden en gegoochel met klinkers en medeklinkers. En weer hetzelfde verhaal; de demonen haten de enkel goede God en maken hun haat via Brooklyn aan de wereld kenbaar. Daarnaast doet het slavenleger veel voorspellingen over het einde van de wereld in allerlei vormen en variaties, waarvan er nog nooit één is uitgekomen.

Verder hebben de heersers uit Brooklyn m.b.t. de terugkomst van Jezus Christus, allerlei letterlijke en aardse tijdsberekeningen overgenomen uit de grafieken en tabellen van de ‘Bedelingenleer’ met de uitgevonden kanttekeningen van Darby en Scofield, waarbij de laatstgenoemde deze zeer geraffineerd aan de Bijbel vastplakte. Scofield wist heel goed dat bij het toe-, of afnemen van Gods Woord, hij dezelfde plagen zou ontvangen als die hij met zijn Schriftvervalsingen veroorzaakte (Openbaring 22:18,19). Maar zijn leugens verbloemen (als aangeplakte commentaren op de Bijbel) zullen hem daarbij niet gaan helpen.

Een Katholieke uitvinding en compromis, de Drie-eenheid, geïntroduceerd op een pauselijk feestje in Nicéa, +/- 325 n.C. plaatsen we hier niet, omdat de Jehova’s Getuigen deze leugen niet aanhangen.

Onderstaande artikelen gaan wat dieper in op de materie met verschillende getuigenissen van ex- Jehova’s Getuigen die wisten te ontsnappen uit de Wachttorengevangenis. De langdurende trauma’s die zij in die jaren hebben opgelopen, zeggen genoeg over deze aardse en demonische cultus. Wij hopen van harte dat de voortgejaagde slaven de onderstaande artikelen lezen en dat ook zij de ware vrede van Jezus Christus in hun hart mogen ervaren. Ook zij mogen zich bij de verdwaalde schapen weten, waar onze Heer zich graag over wil ontfermen:

  • ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie de schaapskooi niet door de deur binnengaat, maar van elders naar binnen klimt, die is een dief en een rover. Maar wie door de deur naar binnen gaat, die is herder van de schapen. Voor hem doet de deurwachter open en de schapen horen zijn stem en hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten (Joh.10:1-3).

Artikelen: