In de knoop met Pinksteren

Met verwondering lazen wij in het Reformatorisch Dagblad (voor onze veiligheid op een woensdag) een ontboezeming van een van haar predikanten. Hij schreef als volgt:

  • ‘Van alle feesten van het kerkelijke jaar zitten wij misschien wel het meest in de maag met het Pinksterfeest. Waarschijnlijk omdat het zo ontdekkend is. Want niemand kan zich aan de indruk onttrekken dat de kerk van vandaag een heel eind afstaat van de kerk op het eerste Pinksterfeest; en dat natuurlijk niet in tijdsorde, maar in de beléving van dat feest. De volheid van de kerk van tóen ontdekt de kerk van vandaag aan haar leegte.’

Tot zover deze predikant. Wat is het jammer dan we ieder jaar dit soort geluid rond Pinksteren van vele predikanten horen. Gelooft men dan niet dat de Geest is uitgestort en dat Jezus de Doper is met Heilige Geest en met vuur? Deze predikant schrijft ook nog:

  • ‘De kerk vandaag is eerder ergerniswekkend dan verbazingwekkend.’

Wij vragen ons toch wel af: Wélk evangelie predikt men dan toch in deze kerk dat men ieder jaar rond Pinksteren met deze klaaggeluiden komt? Men kan verstandelijk heel mooi over Pinksteren spreken maar wij moeten het allemaal persoonlijk beleven en dat kan óók. Wat zijn wij dan dankbaar dat wij zoveel dankzegging en lofprijzing kennen en mensen in Gods Geest gedoopt zijn en in talen de Heer kunnen loven en prijzen.

Onlangs was er een gereformeerde predikant, die zich nogal afzette tegen de Pinksterbeweging. Hij wilde ook graag meer van de Geest in de kerken, maar niet zoals bij de Pinkstergemeenten.

  • ‘Wij zouden ook graag die vervulling met de Geest hebben maar dan meer op reformatorische wijze’,

zei deze predikant. Alsof we God voorwaarden kunnen stellen over deze doop met de Geest. We dienen ons te houden aan de woorden van de Verlosser zélf. Jezus zegt in Lucas 11:9: ‘Bidt en u zal gegeven worden’. En in vers 13: ‘hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de Heilige Geest geven aan hen, die daarom bidden’. Het komt op geloof aan! We denken aan Jezus, hoe Hij (volgens Johannes 7:37) daar stond op de laatste, grote dag van het feest. Hij riep, zeggende: ‘Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken! Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt (dus niet op reformatorische wijze), stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dit zei Hij van de Geest, die zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was’. En de Geest is er! En Jezus is verheerlijkt! We kunnen alleen maar vaststellen dat de volle raad van God niet gepredikt wordt. Men weet inderdaad geen raad met o.a. de hoofdstukken 12 en 14 uit de eerste brief van Paulus aan de Corinthiërs.

Onlangs had ik een predikant aan de telefoon en deze vroeg: ‘Hoe kun je nu weten vervuld te zijn met de Heilige Geest?’ Van het spreken in talen moest hij niet veel hebben, maar gaf wel toe dat in zijn kerk veelal de kracht van de Geest gemist werd. Je vraagt je af hoe deze predikanten het Woord kunnen brengen met betoon van Geest en kracht. De kracht zal er zeker niet zijn, gezien deze klaaggeluiden ieder jaar met Pinksteren. Het is opvallend dat vrijwel alle schijnkerken vaak de opmerking maken dat wij zo hoogmoedig zijn. ‘Ja, jullie met je zekerheden, wees maar niet zo hoogmoedig’, zei eens iemand tegen mij. Ook in het genoemde kerkblad treft men deze manier van spreken aan. De predikant schrijft:

  • ‘Zo komt de Geest alleen maar bij mensen, die nederig en in ootmoed bidden om de Geest; niet bij mensen, die hoogmoedig zijn; daar stroomt Hij wel omheen; niet in een kerk, waar men het allemaal wel weet: waar men hoogmoedig beweert de ware pinkstergemeente te zijn; niet waar men vertrouwt op wat eenmaal vastgelegd is en ook niet waar men een hoop kouwe drukte maakt.’

Wat wil deze predikant eigenlijk? Hij constateert aan de ene kant een grote geestelijke armoede in zijn kerk en aan de andere kant ergert hij zich schijnbaar aan geestelijke zekerheden. Zijn de christelijk gereformeerden dan zo hoogmoedig dat ze nog niet vervuld zijn met Gods Geest? Wij geloven dat de schijnkerk de plaats van Jezus heeft ingenomen. ‘Het Koninkrijk komt niet met uiterlijk gelaat’, zei Jezus. Wij moeten kiezen voor het Koninkrijk van God en niet voor een of andere nepkerk. Velen hebben de schijnkerken gekozen, want die kwam wel met uiterlijk gelaat, vooral de roomse kerk. Mensen van het uiterlijk die dan ook het uiterlijke kozen: de nepkerk!

Wij gaan zondags naar de gemeente. Maar als het goed zou zijn gaat de kerk zondags naar de samenkomst. De kerk, ecclesia, de er tussenuit geroepenen, dienen zondags naar de samenkomst te gaan. Waarom heeft men veelal Gods Koninkrijk vervangen door de kerk? Het licht van het Koninkrijk van God heeft men weggestopt onder de korenmaat van het kerkisme. Daarom zien wij dat al deze nepkerken langzaam maar zeker aan het afglijden zijn. Laat men toch geloven, zoals de Schrift het zegt. Er is kracht uit de hoogte. De kerk heeft Geestvervulde christenen nodig want de nood van deze wereld schreeuwt en zucht naar het Koninkrijk van God en de openbaring van de zonen van God. Jezus, de Doper met de Geest doopt ook vandaag.