Huisbezoek

  • Wij streven naar de volmaaktheid, want er staat: ‘maar leid een leven dat in alle opzichten heilig is, zoals Hij die u geroepen heeft heilig is. Er staat immers geschreven: ‘Wees heilig, want Ik ben heilig’ (1 Petrus 1:15,16). God vraagt dit van u en mij.
  • Dat kan toch niet? Er staat immers, dat ‘ook onze beste werken in dit leven alle onvolkomen en met zonde besmet zijn.’ *

 

  • Waar staat dat?
  • In de Bijbel.

 

  • Nee, dat staat niet in de Bijbel, maar in de catechismus (let op het zwart, de sfeer van het dodenrijk).
  • O, maar er staat toch in de Bijbel, dat we ‘na dit leven tot de volkomenheid zullen komen?’ **

 

  • Nee, dat staat ook niet in de Bijbel; ook dat staat in de catechismus.
  • Maar, u wilt toch niet beweren dat wij hier op deze aarde nu heilig kunnen leven? Dat lukt immers nooit, want ‘de allerheiligste heeft toch maar een klein beginsel van gehoorzaamheid.’ ***

 

  • Waar staat dat?
  • Dat zegt de Bijbel.

 

  • Nee, dat zegt weer de catechismus.
  • Maar de ‘rechtvaardige is toch ook nog tot alle slechtheid geneigd?’ ****

 

Dat is viermaal! Ik krijg de indruk, dat u de leer van uw voorvaders belangrijker vindt en dat u de belijdenisgeschriften van de kerk beter kent dan het Woord van God. Want ook uw laatste opmerking staat weer niet in de Bijbel en gaat bovendien lijnrecht in tegen Gods bedoelingen. God maakt het mogelijk, door de kracht van Zijn Geest, dat men de satan nu al in dit leven overwint. De Bijbel leert:

  • ‘Doe alles zonder morren en tegenspreken, zodat u zuiver en smetteloos bent, onberispelijke kinderen van God te midden van een verdorven en ontaarde generatie, waartussen u schittert als sterren aan de hemel’ (Fil.2:14,15).

 

  • * Zondag 24, antwoord 62
  • ** Zondag 44, antwoord 115c
  • *** Zondag 44, antwoord 114
  • **** Zondag 23, antwoord 60c

 

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _  

 

  • Dus de zonde kan wel bestreden worden, maar kan niet geheel verdwijnen?
  • Nee, in dit leven niet helemaal.

 

  • Dus wel voor een deel?
  • Ja, dat wel.

 

  • Laten we bijvoorbeeld zeggen 30%
  • Ja, dat zou gaan.

 

  • Ook wel voor 50%?
  • Waarschijnlijk wel.

 

  • 55%?
  • Nee, nee, dat gaat te ver!

 

  • O, dus 54%?
  • Nee, dat kan niet.

 

  • Dus voor 50%, meer niet?
  • Nee, 50 % ook niet!

 

  • Hoeveel dan?
  • Nee, het gaat eigenlijk helemaal niet!