Heb geloof in een god?

Vier eeuwen calvinisme

  • ‘Denk erom dat je niets bent, stof en as, een waardeloze zondaar met slechts een klein beginsel van goed’ (citaat Johannes Calvijn).

Doorsnee Nederlanders zijn nederig en voelen zich schuldig voor alles. Zij zijn de schijnkerken ontvlucht, maar hun inwonende vrome geesten zijn nog springlevend en deze nemen zij allen mee. In alle aspecten van het leven komt dit tot uiting. Een dichtgeschroeid geweten, zich graag laten aanklagen door iedereen, het kruipen, likken en huichelen zit er fors ingebakken na vier eeuwen calvinisme. Calvijn heeft het er in geramd en daar heeft men zich al die eeuwen door aan gehouden en daar heeft men naar geleefd. Geen wonder dat men het ‘zondaar zijn’ en het ‘geen geloof hebben’ als een soort deugd is gaan beschouwen. Hoevelen zeggen niet met een glimlach:

  • ‘Och, maar ik ben zo gelovig niet’ of – zich verschuilend achter ‘het moet je gegeven worden’ – zelfs beweerd dat ze helemaal geen geloof hadden.

Ergens is men trots zo nederig te zijn. Zij denken God er een plezier mee doen. Hele westerse continenten worden vrijwillig weggegeven aan barbaren en dit vinden zij nog lekker ook. Dit gedachtegoed is echter zo enorm kwalijk dat die zogenaamde eenvoud en nederigheid met wortel en tak uitgeroeid moet worden. Alsof vrijwillige zelfmoord in de Bijbel wordt gepromoot! Wee hen!

Ongeloof

‘Heer ik geloof, kom mijn ongelovigheid te hulp’, zei de vader die met zijn bezeten zoon tot Jezus kwam. ‘Heer ik geloof, kom mijn ongelovigheid te hulp’ is de lijf tekst van vele naamchristenen in deze dagen. Zij leggen dan het accent op het laatste gedeelte, namelijk op ‘hulp’ en denken dat God een dergelijk geloof of liever ongeloof op dezelfde manier zal honoreren als bij die vader. Zij vergeten echter dat de vader van de bezeten jongen onder geheel andere omstandigheden leefde. ‘Als U iets kunt doen, help ons’ sprak de vertwijfelde vader (Marc.9:22). Hij kende de Messias nog niet en hij wist niet wat Jezus doen kon. 

Nu echter kan iedereen Jezus kennen als de Koning van hemel en aarde. Hoe durft men dan nog te zeggen: ‘Als U iets doen kunt?’ De macht van Jezus wordt zo in twijfel getrokken. Iedereen kan weten dat Jezus ‘iets kan doen’. Jezus kan àlles doen: ‘Mij is alle macht in hemel en op aarde gegeven’. De kreet ‘Kom ons ongeloof te hulp’ heeft daarom geen enkele basis. Wat dat ‘kunnen’ betreft, op deze vertwijfelde uitroep is het antwoord van de Heer in Marcus 9:23: ‘Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft’. Niet de kracht van Jezus, maar het nederig en vrome geloof is het probleem. Als iemand geloof heeft, kan Jezus wonderen doen.

Geen excuses

Onder veel naamchristenen heerst ook de opvatting: als je veel geloof hebt, bof je. Dan heb je een basis in je leven, waarop je veel heerlijke beloften van God tot je eigendom kunt maken. Heb je echter geen geloof, dan tref je het niet, want in dat geval kun je geen enkele aanspraak maken op een gelukkig en onbezorgd leven. Zo is het echter niet. Ieder die Gods beloften niet gelooft, staat schuldig tegenover Hem. Zijn grootheid en eer worden gelasterd, wanneer zijn beloften en uitspraken niet serieus genomen worden. In 1 Joh. 5:10 staat: ‘Wie God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, omdat hij niet geloofd heeft in het getuigenis, dat God getuigd heeft van zijn Zoon’. Het ongeloof zet God voor leugenaar. Wie durft er zo’n verantwoording op zich nemen?

Ook heerst onder velen de gedachte: het is normaal wanneer je geen of weinig geloof hebt. Mensen met een groot geloof zijn de uitblinkers, de genieën, de geestelijke krachtpatsers. Wanneer voor een bepaalde zaak veel geloof geëist wordt, kan men zich ervan afmaken met een laconiek: ‘Och, ik hoor nu eenmaal niet bij die geestelijke upper ten’.

Jezus denkt er echter totaal anders over. In Mattheüs 8:26 roept Hij het zijn leerlingen toe: ‘Waarom bent u bevreesd, kleingelovigen?’ In Mattheüs 17:17 gaat onze Heer zover, dat Hij zijn leerlingen toevoegt: ‘O, ongelovig en verkeerd geslacht, hoe lang zal Ik nog bij u zijn? Hoe lang zal Ik u nog verdragen?’ Jezus zegt niet: ‘Och, jullie zijn nog niet zo ver, jullie zijn nog maar zo kort op de weg’, of: ‘Dat is nu jammer voor jullie, maar het uitdrijven van zo’n sterke macht is het werk van een meer gelovige categorie mensen’. Jezus striemt hen met zijn woorden, omdat zij geen geloof bezaten. Toch hadden zij hun best gedaan en zich erg ingespannen. De Heer heeft echter geen consideratie met goede bedoelingen. Hij vraagt GELOOF.

Vanwaar dat ongeloof?

Ongeloof is daarom een grove zonde, een kwaad waar men zo gauw mogelijk mee breken moet. Om dit te doen is het goed om na te gaan, wat zoal de oorzaken van dit ongeloof kunnen zijn.

  • Nalatigheid en passiviteit

Nalatigheid en passiviteit zijn wel de voornaamste redenen van ongeloof in het christelijke leven. Geloof kost inspanning van de wil. Het ‘vrome’ calvinisme heeft geleerd dat menselijke inspanning waardeloos is. Volgens deze leer gaat alles wat het geloofsleven betreft buiten de menselijke wil om. Daarmee kan de mens zich dan een passieve levenshouding aanmeten, die zo heerlijk aansluit bij zijn natuurlijke verlangens. Een mens zonder geloof kan en moet zich echter wél ernaar uitstrekken om dit te verkrijgen. Met hart en ziel zal hij zich erop toe moeten leggen. De meeste mensen weigeren echter zich hiervoor in te spannen. Ze gaan teveel op in de gewone sleur van het dagelijkse leven en hebben geen fut zich hieraan te ontworstelen. Anderen leven te zorgeloos en zijn wel tevreden met de situatie, zoals deze reilt en zeilt. God kent echter geen pardon met dezen. Hebreeën 10:38 zegt: ‘En mijn rechtvaardige zal uit geloof leven; maar als hij nalatig wordt, dan heeft mijn ziel in hem geen vreugde’. Wie in het geloof nalatig wordt, is op weg naar het verderf, zegt vers 39 dan verder en God heeft geen plezier meer in hem.

  • Ongehoorzaamheid en ongeloof

Ongehoorzaamheid en ongeloof zijn equivalente begrippen in het Woord van God. Wanneer ik weiger Gods bevel te gehoorzamen, is dit omdat ik zijn Woord niet geloof, en omgekeerd: als ik Gods Woord niet geloof, is dit omdat ik weiger te gehoorzamen. In Johannes 7:17 lezen wij: ‘Als iemand diens (Gods) wil doen wil, zal hij van deze leer weten of zij van God komt’. Wanneer dus iemand werkelijk gehoorzamen wil, zal hij ook echt geloven kunnen. In Hebreeën 4:2 wordt beschreven hoe de prediking de Israëlieten niet van nut was, omdat het luisteren niet met geloof gepaard ging. In vers 11 wordt dit een voorbeeld van ongehoorzaamheid genoemd. Ongehoorzaamheid en ongeloof zijn synoniem. Wie niet gelooft, is metterdaad ongehoorzaam aan God.

  • Satanische beïnvloeding en gebrek aan strijdbaarheid

Satan is doodsbenauwd voor mensen met geloof. Daarom is het niet verwonderlijk dat christenen juist het mikpunt van satanische aanvallen worden, wanneer zij zich gaan uitstrekken naar meer geloof en groter vertrouwen. Satan probeert uit alle macht het ontwakende geloofsleven te vernielen. Zo kan de Heer in Lucas 22:31 tot Petrus zeggen: ‘Simon, Simon, de satan heeft geëist jullie te mogen ziften als het koren. Ik heb voor je gebeden dat je geloof niet zou bezwijken’. In de gelijkenis van de zaaier staat: ‘Daarna komt de duivel en neemt het woord uit het hart weg, zodat zij niet zouden geloven’. Het is echter niet de bedoeling van God dat het geloof vernietigd wordt. God wil de mens het vermogen geven om de duivel te weerstaan. ‘Weersta hem vast in het geloof’. Wanneer men strijdbaar is, zal men wij in staat zijn de macht van de satan te verbreken en in het geloof te volharden.

Er is echter een omstandigheid, waarin de mens niet de kracht kan opbrengen om de duivel te weerstaan. Dat is in de situatie waar hij al volkomen overheerst is door de demonen. De duivel, die al bezit van de mens genomen heeft, zal niet toelaten dat er één sprankeltje geloof in zo’n ziel binnenstroomt. Ook zo’n gebondene heeft geen excuus voor zijn ongeloof. Hij zal zich door gelovigen moeten laten bevrijden, zodat hij zichzelf kan gaan uitstrekken naar geloof en kracht om satan te weerstaan.

Een nijpende vraag:

Tot slot een hieruit voortvloeiende vraag:

  • hoe krijgt u meer geloof?

Geloof is voor iedereen

Geloof is niet alleen voor een geestelijke elite, maar voor iedereen. In Romeinen 12:3 spreekt Paulus over ‘de mate van het geloof, dat God elk in het bijzonder heeft toebedeeld’. Het gaat erom, dat u datgene wat God geeft, gaat gebruiken. God eist van u dat u gaat handelen. Marcus 11:22 beschrijft hoe Jezus tot zijn leerlingen zegt: ‘Heb geloof in God’. De Heer bedoelt niet een vaag geloof, dat er ergens een God in de hemel bestaat. Uit vers 23 blijkt dat Jezus een actief geloof bedoelt voor een reële zaak. ‘Heb geloof’ is een opdracht voor iedere christen.

Geloof ontstaat door het Woord

Hoe zal men geloven in wat men niet weet? Hoe zal men vertrouwen op een God, die men niet kent? Door het Woord leert u God kennen, zoals Hij is, leert u zijn almacht en grootheid verstaan. Als u door het Woord van God hebt leren begrijpen hoe groot zijn heerlijkheid en macht is, zult u geloof krijgen voor uw eigen leven. Ook leert u uit de Schrift Gods beloften kennen voor uw persoonlijke leven, voor de gemeente en ook voor deze tijd.

Het gebed

De kennis van het Woord zal echter geen geloof schenken, wanneer zij niet gepaard gaat met gebed. Talloze christenen hebben de eeuwen door de Bijbel bestudeerd zonder geloof te hebben ontvangen. Maar het gebed verlicht het Woord, zodat het geloof kan schenken. Echter niet het gebed om geloof schenkt geloof. Gebed om geloof is meestal een vorm van ongeloof. Het is de gemeenschap met de Heer zelf waardoor geloof in het hart van de mens ontstaat. En bidden betekent: bezig zijn in de hemelse gewesten.

Het directe contact met God brengt het Woord tot leven en geeft u kracht om actief te geloven. Niet in de eerste plaats het gebruiken van het Woord van God, niet het appelleren op de beloften, maar de innige gemeenschap met de Heer in het Koninkrijk van God zal krachten en wonderen doen in deze dagen. In Marcus 9:14-29 staat hoe de leerlingen tevergeefs probeerden een bezetene te bevrijden. De oorzaak van de mislukking lag niet in het feit, dat ze te hoog grepen. Ze hadden de jongen kunnen verlossen, als zij maar geloof gehad hadden. In het laatste vers staat de oorzaak van hun ongeloof: gebrek aan gebed.

Concentratie op de beloften

Wanneer u in het Woord van God de vele heerlijke beloften ontdekt, is het niet voldoende deze alleen maar te aanvaarden en dan maar te zien hoe ze uitkomen. Iedere belofte van God voor uw leven zal gerealiseerd moeten worden. Van dag tot dag zult u u erop moeten concentreren, zult u het hart erop moeten zetten. Zonder op de omstandigheden te letten en voor de moeilijkheden opzij te gaan, zult u God aan zijn beloften moeten houden. Zo deed ook Abraham. In Romeinen 4:19 en 20 wordt meegedeeld hoe Abraham wist dat de mogelijkheid tot het krijgen van kinderen voor hem en voor Sara voorbij was. Toch twijfelde hij niet aan de beloften van God; hij werd versterkt in zijn geloof. Zo zal ook uw geloof versterkt worden, als u op de beloften van God staat.

Actie

In Jacobus 2:17 staat: ‘Zo is het ook met het geloof: als het niet met werken gepaard gaat, is het op zichzelf genomen dood’. Geloof uit zich in daden. Geloof is: de duivel weerstaan, wetende dat hij van je vluchten zal. Geloof is: de slappe handen opheffen en de knikkende knieën strekken, een recht spoor maken met de voeten, zodat wat kreupel is niet uit het gelid raakt, maar veeleer geneest, zoals Hebreeën 12:13 zegt. Zo bezig zijnde in het geloof, wordt het geloof versterkt dat God heerlijke dingen gaat doen.

Geloof en vervulling met Gods Geest gaan hand in hand. Geloof en de gaven van de Geest horen bij elkaar. In 1 Corinthiërs 12:9 is sprake van de gave van geloof door de Heilige Geest. Stefanus was een man vol geloof en Heilige Geest. Verlangt u naar meer geloof en groter vertrouwen, laat u dan vervuld worden met Gods Heilige Geest. Bent u in Heilige Geest gedoopt, streef dan naar de geestelijke gaven. Want dat is de wil van God wat uw leven betreft. Ga iets doen. Wacht niet langer tot er ‘iets gaat gebeuren’ en leg de handen niet in de schoot met het excuus dat u nu eenmaal zoveel geloof niet bezit. Geen excuses meer gemaakt. Werp u vandaag nog voor honderd procent in de strijd. Gebruik de middelen die God u gegeven heeft om uw geloof te versterken en ga machtige wonderen beleven met God en zijn Zoon Jezus.