3. De dwaling van de Noorse broeders

De kern van de Noorse dwaling is: het voortdurend verwisselen van allerlei begrippen. Slechts enkele voorbeelden:

  • Leven wordt verwisseld met de zondige natuur.
  • Sterven wordt verwisseld met dagelijkse zelfverloochening.
  • Bloed wordt verwisseld met het eigen-ik-leven.
  • Lichamelijk lijden wordt verwisseld met geestelijk lijden.

Dit zou men de ‘Noorse bril’ kunnen noemen. Wie deze bril eenmaal opzet, krijgt een ‘andere’ Bijbel, ontdekt een ‘ander’ evangelie. Die ziet de Noorse leer ineens overal staan. Die snapt niet, dat hij daar vroeger zo blind voor is geweest. Die raakt verbijsterd over de blindheid van alle andere christenen en legt zich neer bij de bikkelharde uitspraken van de Noorse oudsten: alle andere gemeenten zijn ‘hoeren’-gemeenten, waar men géén licht heeft over Christus, geopenbaard in het vlees en ook niet over de weg door het vlees. Door die begrippenverwisseling staat de deur wagenwijd open voor allerlei dwaalleer. Ik haal nu een aantal Bijbelse uitdrukkingen aan, waar de Noren hun eigen betekenis aan geven.

  • Het bloed van Jezus: Zijn eigen-ik-leven.
  • Jezus gaf zijn bloed: Hij gaf heel zijn leven lang zijn eigen-ik-leven in de dood, waardoor Hij rein was en bleef van alle zonden.
  • Jezus stierf aan het kruis: verloochende zijn eigen wil dagelijks als een voorbeeld voor ons.
  • Jezus’ bloed reinigt van alle zonden: als ik mijn eigen-ik-leven net als Jezus dagelijks in de dood geef, word ik langs dié weg rein en vrij van alle zonden.
  • Jezus nam het kruis op zich: leefde zijn leven lang gekruisigd.
  • Jezus is waarlijk Mensenzoon geworden: Hij had veel in Zijn natuur dat niet van God was, dat zelfs vijandschap jegens God was. Hij had de bron van alle ongerechtigheid en onreinheid in zijn eigen natuur.
  • Jezus baande de weg door het voorhangsel, dat is Zijn vlees: dagelijks zei Hij trouw ‘nee’ tegen de stroom van onreinheid die uit zijn eigen vlees zijn hart binnen wilde komen en zo was Hij de éérste die de tirannie van het vlees doorbrak.
  • Met Christus gekruisigd zijn: voortdurend op sterven liggen door onophoudelijk ‘nee’ te zeggen tegen de dagelijkse verzoekingen.
  • Door veel verzoekingen het leven binnengaan: uit alle macht onophoudelijk ‘nee’ zeggen tegen elke eigen wil.
  • Altijd het sterven van Jezus in ons lichaam ronddragen: ieder van ons moet zijn eigen-ik-leven meer en meer in de dood geven.

Nee, nee en nog eens nee!

Door een dergelijke begrippenverwisseling wordt de sleutel van de kennis weggenomen.

  • Op die manier wordt de Schrift verdraaid en vals uitgelegd.
  • Op die manier wordt Gods Woord van z’n kracht beroofd.
  • Op die manier wordt de duidelijke en heldere openbaring van de Zoon van God in de Schrift volkomen vertroebeld.
  • Op die manier wordt het plaatsvervangend lijden en sterven van Jezus miskend.
  • Op die manier wordt het werk, dat Jezus heeft gedaan, gedegradeerd tot alleen maar een voorbeeld, dat nagevolgd moet worden.
  • Op die manier wordt het accent volkomen verschoven van ‘geloven in wat Jezus voor ons deed’ naar ‘wat wij zelf moeten doen in navolging van Hem’.
  • Op die manier worden we gered door onze gehoorzaamheid en wordt de centrale betekenis van Jezus’ lijden en sterven op Golgotha volkomen miskend.
  • Op die manier wordt elke gelovige belast om zelf alles te doen wat Jezus Christus reeds voor ons gedaan heeft.
  • Op die manier ligt de sleutel voor een overwinningsleven in een voortdurende zelfverloochening, terwijl de Bijbel leert, dat de weg van overwinning over de zonde in het geloof ligt (1 Joh.5:4,5, Hebr.10:10).

Uiteindelijk willen zij Jezus Christus exact nadoen, zonder Hemzelf nodig te hebben! Dit is wel het allerergste wat een christen kan doen. De satan overwinnen ZONDER het bloed van het Lam (als ze de duistere kant van hemelse gewesten al kennen, Op.12:11). Een onmogelijkheid.

Het is en blijft waar, dat de Noorse leer een reactie is op het uitgeholde geloof van het eeuwenoude naamchristendom. Geloof zonder de werken is inderdaad waardeloos, maar dat rechtvaardigt nog niet een dergelijke begrippenverwisseling waardoor de eer van Jezus Christus wordt aangetast. De Noren vervangen het ‘met Christus gestorven zijn’ door een levenslang, voortdurend en smartvol sterven door dagelijkse kruisiging. De Noren vervangen het ‘dood voor de zonde zijn’ door een met Christus, stervende zijn.

De gevolgen blijven niet uit

De praktijk van hun prediking is een logische gevolgtrekking uit al die dwalingen. Het heeft geen zin om veel te praten over Jezus als het uiteindelijk neer komt op wat IK zal doen en laten. Dit is de reden dat de Noren niet zingen over Golgotha, want daar hebben zij niets aan als ze niet zélf alle dagen opnieuw aan het kruis gaan. Daarom wordt er niet gezongen over Jezus’ bloed, aangezien hun ‘eigen-ik-leven’ alle aandacht krijgt. Vandaar dat ze geen lust hebben om te luisteren naar of te zingen over wat Jezus allemaal voor ons deed, want het komt er maar op aan wat zij zelf wel of niet doen. Daardoor heeft het helemaal geen zin voor de Noren om te jubelen over wat je al bent; zij zingen over wat ze nog-niet-zijn en willen worden. Daarom géén gejuich bij de Noren over wat ze al hebben, maar wel geklaag over wat er nog ontbreekt. Zodoende wordt er in hun samenkomsten onophoudelijk gemoraliseerd, worden wetten en wetjes uitgeplozen en worden allerlei lasten opgelegd, die niet in de Bijbel staan. Praten over Jezus is ‘geleuter’ voor de Noren (‘Goed voor de vuilnisbelt’, zegt hun voorganger uit Deventer). Waar de Noren wat aan hebben, dat is licht over hun vlees! Daar zijn de samenkomsten op gericht.

Als iemand na de prediking z’n getuigenis geeft en staat te janken of te Jeremiassen, dat het helemaal niets met hem is, dan zijn de Noren in hun element. De betrokken huilebalk heeft duidelijk licht gekregen en het gaat de goede kant op met hem. Vandaar, dat hysterische gilpartijen van zusters een normaal verschijnsel zijn. Kermend komen die stakkers dan openlijk bezweren, dat ze hun man onderdanig willen zijn in alles, of, dat ze alle kindertjes willen accepteren, die God hun wil geven. (Van enige beperken van de kant van de broeders, heb ik daar nooit iets over gehoord). Huilend komt men getuigen, dat ze geoordeeld zijn door het Woord, dat ze ‘licht’ hebben gekregen over hun vlees, dat het van nu af aan afgelopen zal zijn. Men wroet en wroet in het onderbewustzijn om allerlei verborgen neigingen te ontdekken elke ontdekking is dan weer ‘licht van God’.

Een trieste zaak?

Veel te zwak uitgedrukt! Bekijk de trieste gezichten maar eens, als u ze op straat tegenkomt! De Noorse stenen liggen hun zéér zwaar op de maag. En uit eigen ervaring weet ik, dat het geen gemakkelijke zaak is om te gaan erkennen, dat die hoog vereerde Noorse oudsten met hun on-Bijbelse leer een rechtstreekse aanval doen op de eerste liefde tot Jezus, onze Verlosser en Redder, Die waarlijk vrij maakt van alle ongerechtigheden. Die schijnapostelen hebben de eer van Jezus gestolen en nu worden zij zélf onophoudelijk geëerd en geprezen in allerlei toonaarden. En de naam van Jezus klinkt in hun midden als een vreemd geluid.

Verslagen en uitgedoofde geesten hebben de Noren van hun slachtoffers gemaakt, die niet meer kunnen zingen en jubelen over Jezus, maar enkel maar kunnen weeklagen over hun vlees. Maar wel zijn ze openlijk heel erg trots op hun lange rokken en hun vaatdoekjes op het hoofd. Dat is het bewijs van hun ‘geestelijkheid’ en van hun ‘beter’ zijn dan alle anderen.