Oudste broeders over wier onberispelijke levenswandel de sterkste verhalen de ronde doen…
We staan eerst stil bij de Pinksterbeweging. Vanuit de Pinksterbeweging kwam ik bij de Noorse Broeders terecht en nu schrijf ik óver die Noorse Broeders. Ik zal beginnen met de hand in eigen boezem te steken, wat ook al niet zo simpel is. Er is het oude Pinksteren, min of meer georganiseerd in de ‘Broederschap van Pinkstergemeenten in Nederland’. Er zijn allerlei onafhankelijke gemeenten, die zich typeren met ‘Pinksteren’ of ‘Evangelisch’. Onder die twee verzamelnamen (Pinksteren en Oecumene) zit een grote en zeer bonte verscheidenheid. Veel koren en héél veel kaf. Velen, die onder al die charismatische bewegingen varen, hebben ‘Pinksteren’ in een zeer kwaad daglicht gesteld. Anderen weer beleven in dat Pinksteren de volkomen verlossing. Opzettelijk laat ik de verzamelnaam ‘Pinksteren’ nu zeer vaag, zodat ieder gelegenheid heeft zichzelf te onderzoeken.
De roep die van de Noren uitgaat
Voordat ik bij de Noorse Broeders terechtkwam, was ik wel bij de charismatische bewegingen maar nergens aangesloten. Ik was nog zoekend. In die tijd had ik mijn ogen en oren wel open en had de gelegenheid om achter veel schermen te kijken. Naast het goede was er tegelijkertijd veel negatiefs: ruzie, jaloezie, eerzucht, wereldgelijkvormigheid en ook grootheidswaanzin. Dit laatste was een valstrik voor velen en na verloop van tijd tijd waren die gemeenten dan ook verdwenen, hun schapen achterlatend in rimboe Nederland.
Tot ik in Deventer hoorde over een ‘broederschap’ waar nooit ruzie is. Waar men al meer dan honderd jaar lang in grote harmonie met elkaar omgaat en waar zeer grote geestelijke groei is. Men heeft daar modellen van voorgangers! Zó was de roep zoals die tot mij kwam. Ik liet me echter niet zo gauw wat wijs maken, maar de uitnodiging ‘kom en zie’ kon ik toch niet afslaan. En zo maakte ik als ‘waarnemer’ mijn eerste reis naar Noorwegen.
Conferentiezaal
Wat ik daar zag en hoorde, was inderdaad indrukwekkend. Een grote conferentiezaal met elke dag drie samenkomsten van ongeveer drie uur, een grote ingetogenheid bij de zusters, bedekte kleding ondanks de zomerwarmte, grote discipline onder zoveel mensen. Heel anders dan wat ik in Nederland overal gezien had. En dan de boodschap! Ik kwam voor de spiegel te staan en kreeg te zien hoe ik er zelf uit zag. Ontstellend! Ik ontdekte dat ik het abc van het geestelijke leven nog niet verstond…
Het aanbidden van heiligen (sic)
Als een geslagen hond keerde ik naar Nederland terug. Ik wilde weer leerling worden. Leerling van broeders die de wijsheid in pacht leken te hebben; leerling van oudste broeders over wier onberispelijke levenswandel de sterkste verhalen de ronde deden. Er hangen nog steeds foto’s zoals hierboven in veel Nederlandse huiskamers. Een afgodische aanbidding (vergelijk de Jehova Getuigen)!
Gevangen in het spinnenweb
De door mij lang gezochte ‘geestelijken’ had ik ontdekt: echte voorgangers, die mij ver vooruit waren op het smalle pad. Betrouwbare gidsen, die net als Paulus mochten zeggen: wordt allen mijn navolgers. Heel typerend in dit verband is, wat een voorganger van de Noorse Broeders in Nederland mij eens schreef:
- ‘Oudsten zijn oudsten en geen oudsten. Zij hebben een verborgen leven met Christus en het ontbreekt hun aan geen ding…’
Deze roep gaat nog steeds van hen uit en velen raken betoverd.
Mensenverering: Aslaksen
Citaat Aksel: ‘Ik en de Vader zijn een…!’
Vanwege de eer van Jezus Christus wil ik nu deze roep als een leugen bestempelen. Vanwege de eer van God wil ik deze oudstencultus van de Noorse Broeders aan de kaak stellen. Deze ‘hoog vereerde oudsten’ blijken rovers te zijn van de eer, die alleen God toekomt. De Noorse heiligingsbeweging – in de geest begonnen – is ontaard in weerzinwekkende mensenverering!
Riskant
Als men om bepaalde redenen ‘nee’ gaat zeggen tegen een heiligingsbeweging, brengt dit een zeker risico met zich mee. Het gevaar is niet denkbeeldig, dat juist diegenen die mat van ziel zijn, die achterblijven, die géén ernst maken met het grote geluk dat ons gegeven is, dat juist zij de verkeerde conclusies trekken. Zoiets van:
- ‘Zie je wel wat je te wachten staat als je gaat overdrijven. Ze blijven dan maar liever ‘nuchter’. Zij hoeven niet zo ‘hoog te vliegen’. Ze blijven liever als toeschouwer met twee benen op de grond staan en vinden het nog plezierig ook om te lezen hoe anderen hun vingers branden of hun hoofd stoten bij het zich richten op het volkomene. Dat komt ervan, als je zo hoog mikt.’
Het ontwaken van de dwaze maagden
Van dit risico ben ik me zeer goed bewust. Veel lauwe kinderen van God zouden met zéér veel nut een tijdje bij de Noorse Broeders in de leer kunnen gaan. De wereldgelijkvormigheid onder lauwe christenen is soms ontstellend. Bij velen staat het licht onder de korenmaat. Velen zijn smakeloos zout, alleen maar goed om weggeworpen te worden:
- ‘U bent het zout van de aarde; maar als het zout zijn smaak verloren heeft, waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden.U bent het zout van de aarde; maar als het zout zijn smaak verloren heeft, waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden’ (Matth.5:13).
Ik zeg dit met Jezus Christus al huilend. De afgoden van de wereld worden met grote begeerte nagestreefd door hen, die toch de schijn van godsvrucht willen hebben. Hoewel niemand twee heren kan dienen, komt men bijna niets anders tegen. Om de schaapjes bij elkaar te houden (en genoeg in de collectezak te blijven houden) wordt aan alle kanten van de waarheid afgedaan, en wel op zo’n manier dat de beminde gelovigen rustig onveranderd kunnen blijven voortleven en vooral slapen.
Onbetaalde rekeningen
Wie lijdt onder deze wereldgelijkvormigheid onder de ‘zich christelijk noemenden’, kan het als een verademing ervaren een groep als de Noorse Broeders te leren kennen. De vele pluspunten die men daar ziet, liegen er niet om. Het zullen de ‘serieuze’ christenen zijn, die juist dit zullen weten te waarderen. En hier ligt nu net het grote gevaar:
- De Noorse broeders zijn een onbetaalde rekening van het slechte deel in ‘Pinksteren’. De pinksterkringen zelf zijn op hun beurt weer een onbetaalde rekening van de schijnkerken. Het nog steeds ‘onbetaald’ zijn van die rekening moet éérst onder de aandacht gebracht worden, voordat de Noorse heiligingsbeweging zelf aan de orde komt.
- Omdat in de meeste pinksterkringen in Nederland géén consequente boodschap van de heiligmaking is (zonder welke niemand God zal zien), dáárom krijgen de Noorse broeders de kans om de vette schapen uit de verschillende gemeenten te stelen.
- Omdat in de pinksterkringen, waar men beweert méér van Gods Geest te bezitten dan in de kerken, méér verdeeldheid en ruzie is dan waar ook, dáárom lenen de besten onder hen een oor aan de leer van de Noorse Broeders, onder wie een grote eenheid van geest en eensgezindheid wordt gezien. Dat dit een zeer geforceerde eenheid is weet men nog niet.
- Omdat men in de pinksterkringen zolang zoeken moet, voordat men iemand vindt die rijk is aan vruchten van Gods Geest (iemand die werkelijk ‘geestelijk’ is), dáárom staat een heiligingsbeweging als de Noorse Broeders zo sterk als ze zeggen dat zij, en zij alleen, de gemeente zijn en dat al de overige kringen geestelijke hoererij plegen. Men treft onder de Noorse Broeders namelijk veel mensen aan met een bewonderenswaardige levenswandel, waardoor zij in woord en daad een opvallende tegenstelling zijn met wat er in andere religieuze kringen tentoongespreid wordt.
- Omdat men in de pinksterkringen het enige Bijbels Fundament niet afmaakt, men niet op dat fundament wil bouwen (of dit openlijk afwijst), niet aan de eigenlijke geestelijke strijd in de hemelse gewesten toekomt, dáárom maakt de leer van de Noorse Broeders op velen zo’n indruk. De leer van de Noorse Broeders komt namelijk neer op het zich richten op het volkomene (Hebr.6:1), op wat aan de orde komt nadat men klaar is met het fundament van het geloof.
- Omdat men in de pinksterkringen verwend is met melk en naar eigen begeerte tal van leraars bij elkaar haalt die het oor strelen, dáárom heeft men geen weet van de echte boodschap van Jezus Christus. Dáárom kunnen Noorse Broeders met een verkeerde heiligingsboodschap ingang vinden. In het land van blinden is eenoog koning!
Omdat diegenen die verder zouden willen komen, die naar geestelijke groei en ontwikkeling verlangen en die in veel gevallen tevergeefs uitzien naar voorgangers die voorgegaan zijn in deze groei en ontwikkeling, maken de Noorse Broeders indruk met hun pretentie, dat zij ‘onberispelijke’ leiders hebben, die nooit meer zondigen en altijd en zonder uitzondering overwinning hebben over elke zonde. Het is nuttig om éérst de hand in eigen boezem te steken, voordat men wijst naar de fouten bij anderen, in casu: de fouten in de leer van de Noorse Broeders.
Oordelen en vooral véroordelen
De Noren zelf gaan daar zo verschrikkelijk mank aan: zij oordelen en veroordelen alles wat ‘predikant’ is en het woordje ‘dominee’ is een heel vies woord onder hen en wordt gehanteerd als een scheldwoord. De Noorse broeders staan niet open voor enige vorm van zelfkritiek. Daarom zijn deze artikelen ook niet voor hen bestemd, maar voor diegenen die het moeilijk hebben met het slechte deel in ‘Pinksteren’, met het onkruid onder het tarwe en daardoor de neiging hebben te luisteren naar de Noorse lokroep:
- ‘Verlaat de hoerengemeente waar je nu bij hoort en kom bij ons waar het zó goed is…’
Dezen wil ik behoeden voor de misstap in de richting van de Noorse Broeders. Ik deed deze misstap en ik ga ervan vertellen tot waarschuwing van anderen.
Tégen de Noorse broeders, vóór Jezus Christus!
Eensgezindheid heeft een magnetische kracht. Eendrachtig vóór iets zijn is aantrekkelijker dan als enkeling tégen iets zijn. Van een eensgezinde massa gaat een sterke suggestie uit. Dat imponeert sterk. De rebellerende enkeling heeft bij voorbaat de schijn tegen zich. De Noorse Broeders zijn ontegenzeggelijk een eensgezinde groep ‘christenen’ met een indrukwekkende eenheid van hart en ziel. Gewoonweg een verademing voor wie de vele gemeentescheuringen in andere kringen beu is.
Tégen een dergelijke eendrachtige groep schrijven, zonder naar een equivalent te kunnen wijzen wat betreft kwaliteit en/of aantal, is een hachelijke zaak. Toch waag ik mij hieraan, in de wetenschap dat wie tegen iets strijdt, tegelijkertijd ook vóór iets anders is. Ik durf het aan om tégen die eensgezinde Noorse Broeders te schrijven, omdat ik heb ervaren dat hun eensgezindheid doorgevoerd wordt tot in het zondige negativisme.
Als eenling ben ik negatief tegenover de Noorse heiligingsbeweging, omdat ik positief vóór Jezus Christus ben. De Noorse Broeders, eensgezind in hun verregaande aanbidding van hun leiders, tasten collectief de eer van mijn Redder en Verlosser aan. Als eenling heb ik onder de Noorse Broeders de eenzijdigheid in hun boodschap willen doorbreken door ook de andere kant van de waarheid te belichten. Eensgezind in hun collectieve hoogmoed werd dit arrogant afgewezen. Omdat ik positief vóór de hele waarheid en voor het héle evangelie ben, dáárom schrijf ik tégen deze Noorse, zelfgemaakte heiligen met een ander evangelie dat door Paulus vervloekt werd:
- ‘Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden brengen, anders dan wat wij u gebracht hebben, die is vervloekt. Zoals wij al eerder gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer: Als iemand u een evangelie brengt anders dan wat u ontvangen hebt, die is vervloekt!’ (Gal.1:8,9).
Eendrachtigheid en eensgezindheid zijn hoe dan ook geen bewijzen voor waarachtigheid en waarheid. Het kan gemakkelijk ontaarden in kuddegeest en blinde volgzaamheid tot in het kwade toe en tot in het zondige toe. Collectieve hoogmoed, liefdeloosheid en partijdigheid is de trieste balans, die ik moet opmaken na een tienjarige kennismaking met de Noorse Broeders. Eén brok tragiek! Veel lieve mensen op weg naar de heiligmaking, via partijschap ontspoord en ontaard tot mensen met harde ogen, koude harten en hoogmoedige gedachten. Om te huilen!






