De juf wil van elke jongen een meisje maken…

De geforceerde feminisering van de samenleving

Jongens haken af in het onderwijs, zegt gedragsdeskundige Lauk Woltring. Op de middelbare school is dat al een tijd zo, maar ook op de basisschool gaat het nu de verkeerde kant op: ‘En al het groene gras verbrandde…’ (Op.8:7). Dit feministisch denken zet zich ook voort in de Staphorster Varianten en Rome.

De Oecumenische Vrouwensynode (alleen al de term…) pleit bij het Nederlands Bijbelgenootschap om God niet meer weer te geven als ‘Hij’, maar als ‘hij’. Terwijl het Nederlands Bijbelgenootschap dit net weer ingesteld had bij de nieuwste Bijbelvertaling. Volgens de ondertekenaars is het gebruik van een zogeheten eerbiedkapitaal, oftewel een hoofdletter, voor vrouwen een ‘klap in het gezicht.’ Ja, het staat er echt:

“Het opnieuw invoeren van ‘Hij’ versterkt een patriarchaal Godsbeeld. En dat is niet zonder gevolgen: Er zijn talloze studies verschenen die de trieste en schadelijke gevolgen van een patriarchaal Godsbeeld en het doorgeven daarvan voor voornamelijk vrouwen in kerk en samenleving hebben aangetoond…”

Het is al bijzonder dat deze synode erkent dat God bestaat en Hij (sorry… hij) is nog nèt niet dood, maar dan wel liever een God die een god is. Het liefst hadden ze waarschijnlijk gezien dat hun ‘god’ een vrouw zou zijn, geheel volgens de geforceerde, westerse massa feminisering.

  • Hoe zou God deze vrouwelijke academici en theologen beoordelen?
  • Hoe denkt Hij over deze vernuftig verzonnen ‘Oecumenische Vrouwensynode’?
  • Is dit wat Hij als doel heeft met mensen? Eerst met de man Adam en daarna met de vrouw Eva en hun nageslacht?
  • Moet Hij zich voor alle eeuwigheden verbinden met deze synodale vrouwen?
  • En daar ook nog vriendelijk om moet vragen of mag Hij als hulpje meelopen in hun nieuwste Utopia?

De valstrikken van Satan (de grootste Godhater van de schepping) zijn talrijk en wee hen die deze valstrikken nog fijn vinden ook…! Maar voor de oprechten van hart geldt:

  • ‘En de troon van God en van het Lam zal daar zijn en Zijn dienstknechten- en meiden(!) zullen Hem dienen en zullen Zijn aangezicht zien en Zijn Naam (met hoofdletter!) zal op hun voorhoofd zijn’ (Op.22:3,4).