Hulpeloos maar schuldig

Wij geloven in het eeuwig evangelie en dat God enkel goed, liefde en licht is en dat er uit Gods hand niets ongerijmds voortkomt (Jac.1:17). In dat godsbeeld is er geen plaats voor een negatieve en deprimerende leer als de erfzondeleer. Wij weten dat wij allen Gods uitverkorenen en heiligen zijn. Geroepenen van Jezus Christus, geroepen heiligen (Rom.1:7). Juist om onze roeping en verkiezing te bevestigen (2 Petr.1:10). Dit laatste houdt zeker ook in dat wij een on-Bijbelse leer hebben te ontmaskeren en te verwerpen. Het is een geestelijk bolwerk van de verkeerde kant waar we vanaf moeten. Hoe eerder hoe liever. Hiermee is de opgeworpen vraag eigenlijk al voldoende beantwoord. Deze leer maakt veel slachtoffers. Velen tobben met enorme schuldcomplexen en worden door schuldgevoelens, angsten en depressies achtervolgd. Zeer veel kerkverlaters zoeken een toevlucht buiten de kerken. Over deze situatie gaat de bewerkte doctoraalscriptie van Aleid Schilder: Hulpeloos, maar schuldig.

Psychologe

Aleid Schilder is klinisch psychologe. Zij was lid van de vrijgemaakt gereformeerde kerk en die heeft ze verlaten. In haar boek gaat zij de problematiek van de leer van uitverkiezing en verwerping en de uitwerking daarvan, grondig te lijf. Vaak kan ze in haar werk als klinisch psychologe (helaas) uit eigen ervaring spreken, wanneer de patiënten uit kerkelijke kringen met dezelfde problemen naar haar toekomen. In haar boek gaat zij niets uit de weg. Elk facet van de uitverkiezingsleer wordt onder de loep genomen. De oude kerkvaders,  reformatoren, belijdenisgeschriften, iedereen en alles passeert de revue. Ze geeft een indringende beschrijving van de mensbeschouwing, die voor brede lagen van de Bijbelbelt en Staphorster Varianten kenmerkend is.

Naar haar overtuiging liggen in de gangbare gereformeerde mensbeschouwing, elementen besloten die allerlei psychische vergroeiingen en depressies kunnen veroorzaken. Immers, de mens kampt met de erfzonde, hij wordt getekend als onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad (Zondag 3, vr 8). En de onbekwaamheid wordt weer gezien als gevolg van eigen schuld: 

  • Het ‘eigen ik’ van de mens wordt klein gehouden.
  • De gevoelens van dat ‘ik’ worden gewantrouwd.
  • Voldoening over iets goeds dat men heeft gedaan, mag men niet hebben.
  • Het goede dat de mens tot stand brengt, is vrucht van de genade.
  • Het kwade is het eigen werk van de mens.
  • De mens mag niet van zichzelf houden.

Zuivere en noodzakelijke eigenliefde wordt vereenzelvigd met een onzuivere, egocentrische gerichtheid en verworpen. Dat kan allerlei schadelijke effecten en depressies opleveren. Ze noemt er heel wat. Een aantal van die gevolgen kunnen zijn:

  • vervreemding van eigen waardevolle vermogens;
  • psychische desintegratie als gevolg van verwaarlozing van de gevoelsfunctie;
  • hypocrisie, arrogantie, zelfgenoegzaamheid, discriminatie;
  • verdringing van het kwade in de mens, projectie op anderen;
  • ik-zwakte, onvrijheid;
  • afkeer van zichzelf;
  • angst- en schuldgevoelens;
  • zelfdoding, etc.

Aan dit soort zaken probeert Aleid Schilder bij haar patiënten waar nodig wat te doen. Maar ze moet toegeven met wisselend resultaat. Elk psychologisch model, hoe goed ook, kan dit echter nooit afdoende verhelpen. Het gaat hier immers over geestelijke zaken en de tegenstanders zijn Satans demonen. Aleid Schilder kan de mens niet zien als fundamenteel goed, want dat leidt tot verabsolutering van het goede en verdringing van het kwade. Dat de mens van nature slecht zou zijn, kan ook niet, want dat kan tot depressies leiden. Ze voelt het meest voor het vertrekpunt dat de mens noch fundamenteel goed, noch fundamenteel kwaad is. In het bezit van potentiëlen ten goede en ten kwade. Ze voegt daaraan toe: ‘Ik ben (toch) onuitroeibaar gereformeerd’. Ze ziet de potentiëlen ten kwade als het radicaal aangetaste in de mens (sinds de zondeval). Letterlijk schrijft ze:

  • ‘Wij zijn overduidelijk beperkt, sterfelijk en vaak kwaadwillend en negatief. Dat is de niet weg te denken ‘schuld’ in het menselijk bestaan’.

Hoe eerlijk en open zij de dingen ook stelt, toch blijft ze steken in een stuk oud zuurdesem. De titel van haar boek klopt in haar visie: ‘Hulpeloos maar schuldig’. Er ontbreekt echter nog een derde facet: ‘En nu geen zondaar meer!’ Dat is ‘het èchte evangelie van Jezus Christus’! (Rom.7:24,25).

De psychiater en theoloog drs. P.J. Verhagen heeft het boekje ‘Depressiviteit en depressie, een christelijke handreiking’ geschreven. Niet onbelangrijk, want in de neutrale hulpverlening vermijdt men godsdienstige vragen bij voorkeur of bestrijdt men ze zelfs. Verhagen levert wel wat kritiek op de benadering van Aleid Schilder, maar in het praktische vlak staan ze toch vrij dicht bij elkaar. Verhagen heeft de problematiek van erfzonde, uitverkiezing en verwerping ook niet zo aan den lijve ondervonden als Aleid Schilder. Hij is het met haar eens dat het mensbeeld en de theologie in de gereformeerde gezindte zal moeten veranderen. Hij zegt:

  • ‘Ik ben trouwens niet de enige die dat bepleit. Er is een open brief verschenen van predikanten van de Gereformeerde Bond in de hervormde kerk, die met andere woorden hetzelfde zeggen. Mijn standpunt is, dat er binnen de orthodoxie genoeg ruimte is voor een ander mensbeeld, maar dat die ruimte gaandeweg is verengd. Gelukkig komt er nu ook in onze kring aandacht voor de gaven van de Heilige Geest en aandacht voor de heelheid van de mens’.

Hoe kan het zover komen? Waarom komt men in de praktijk van alle dag vaak niet verder? Men heeft toch ook een door God Zelf ingeschapen geweten en zelfs zijn er heidenen die nog van nature doen wat de wet gebiedt. En staat er niet in Hebreeën dat wie God serieus zoekt, Hem ook zal vinden? Zoekt men wel serieus of is de familie, het dorp of het baantje belangrijker? Men kan wel strak in het zwarte pak of lange jurk met hoedjes gaan zitten, maar innerlijk toch creperen. Heeft God de mens niet een goed werkend verstand gegeven met het van nature kunnen onderscheiden van goed en kwaad? Is het gemakkelijker om je verstand maar in te leveren, om maar met rust te worden gelaten, terwijl de satan feest viert in je leven?

In ‘Zoeken wat verborgen is’ (zoektochten in psychiatrie en theologie) schrijft de VU-theoloog Heitink dat de Reformatie bedoeld was als weg naar bevrijding, maar uiteindelijk angst opriep: ‘De bevrijde mens kan zijn vrijheid niet aan. Erfzonde, maar verkiezing en verwerping pakken in de Dordtse Leerregels als donkere wolken samen boven de nieuwe mondigheid van de door God gerechtvaardigde zondaren’.

De mens door God bedoeld, bekleedt een uitermate hoge positie. De dichter van Psalm 8 zei het al:

  • ‘U hebt hem bijna goddelijk gemaakt en hem met heerlijkheid en eer gekroond’. Dat is Gods kijk op de mens, dat is zijn uitverkiezing. ‘U doet hem heersen over de werken van uw handen, alles hebt u onder zijn voeten gelegd’.

Maar waardoor is het dan toch misgegaan in de Reformatie en kreeg uiteindelijk die onzalige erfzonde- en uitverkiezingsleer handen en voeten? Met de kennis van het Koninkrijk der hemelen kunnen wij slechts tot een conclusie komen, namelijk dat zij in de 15e eeuw zijn blijven steken bij een kerk die al veel eerder de weg kwijt geraakt was. Augustinus (354-430), leerde dat zuigelingen vanwege hun ouders bij de geboorte al geheel en al verrot voor God zouden zijn. Hij stichtte als eerste veel kloosters en leerde dat het is goed is voor een mens geen vrouw aan te raken’. Hij achtte het zelfs een kostelijke zaak, wanneer heel het mensdom door een universeel celibaat zelfmoord pleegde!’ Men hoeft toch werkelijk niet te vragen door wie hij bij dit soort uitspraken geïnspireerd werd. Ook leerde hij dat alle ongedoopte, stervende kinderen naar de hel gaan.

Vanaf de 3e eeuw is het eigenlijk alleen maar slechter geworden, 1200 roomse jaren tot Calvijn en Luther hebben enkel rampen achtergelaten. Onderweg in de geestelijke ontwikkeling, die de Heer voor hen wilde, is het luisterende oor verloren gegaan en kwam men zelfs aan het ware Bijbelse fundament niet toe. Noch de doop in water, noch de doop in Heilige Geest kregen hun Bijbelse plaats. Behalve enkele uitzonderingen ook daarna niet. De boodschap van totaal goddelijk herstel voor ziel, geest en lichaam, de complete geestelijke mens, kwam er niet uit. Nergens in alle geschriften lees je iets van of over de geestelijke wereld, van overwinning door de kracht en de gaven van de Heilige Geest over het rijk van de duisternis. De strijd in de onzienlijke wereld was toen – en is nu – nog steeds geen overtuigend onderdeel van het christenleven, ook al is men kerkverlater. Men was tot het hoogste geroepen (uitverkoren) en men heeft het niet gegrepen. Dat is het intrieste van deze 18 eeuwen schijnchristendom, met alle afschuwelijke gevolgen van dien. Zelfs de blijdschap en intense vreugde in God verdween als sneeuw voor de zon. Zwaarmoedigheid werd troef. Heel gemakkelijk kon (en kan) satan zijn klimaat van (zijn) verwerping over de geestelijk niet-uitgegroeide mens brengen. Jezus zei:

  • ‘Ik verzeker u, onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is niemand groter dan Johannes. Maar in het koninkrijk van God is de kleinste groter dan hij’ (Luc.7:28). De van ‘Boven’ geboren mens van God is van hoge komaf en geroepen, zoals Jezus, om het hoogste te grijpen: ‘Zoals mijn Vader Mij het koningschap heeft aangeboden, zo bied Ik jullie een plaats aan’ (Lucas 22:29).

Wie het hoogste niet grijpt en daarin volhardt, zal ervaren dat het leven door de volheid van Heilige Geest blijft steken en men struikelt. De volharding is de enorme uitdaging, die altijd blijft. Zelfs al ben je gedoopt in Gods Geest, je kunt verslappen, terug gaan, verliezen. Hoe jammer dat ook is, het gebeurt. Het ‘niet door kracht, noch geweld, maar door mijn Geest! zegt de Heer van de hemelse legermachten’ (Zach.4:6), blijft in alle tijden rechtop staan. Ten diepste heeft men dat losgelaten en door de slinkse wegen van de satan met zijn demonen, zijn brute kracht en geweld is het – omdat er geen waarachtig geestelijk inzicht was – zover gekomen. En daarom moet men terug naar het Bijbelse fundament. En bovenal naar Jezus Christus, de Doper in Heilige Geest. In de leer van Jezus Christus, zijn apostelen en profeten is geen plaats voor een tergende en bedreigende valse leer van erfzonde, uitverkiezing en verwerping. De Bijbel staat vol woorden die vertellen dat God wil dat alle mensen behouden worden:

  • ‘Want de genade van God is verschenen, heilbrengend voor alle mensen.
  • Petrus zegt: ‘God is vol geduld jegens u, omdat Hij niet wil dat sommigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen’ (2 Petr.3:9).
  • ‘Wij zijn tot vrijheid geroepen’ (Gal.5:13).
  • ‘Jezus maakt werkelijk vrij’ (Joh.8:36).
  • ‘U bent uitverkoren tot volmaakt handelen’ (Matth.5:48).
  • Voor heel zijn schepping bedoelt God de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God (Rom.8:21).
  • Dat doel bereikt God. Leef door de wet van de vrijheid (Jac.2:12).
  • Dat is de wet van de Geest, die door de Heilige Geest in het verstand wordt geschreven als de wil van God. Die geestelijke wet functioneert in vrije mensen. Zo’n vrij mens bent u in Christus als u daadwerkelijk Zijn fundament in uw leven gelegd hebt en van uw inwonende demonen bent verlost (Hebr.6:1-3).