Mozes
In de Bijbel vinden wij voorbeelden van machten die in het leven van mannen van God overwonnen leken, maar die later opnieuw zich met kracht manifesteerden en hen geheel of gedeeltelijk ten val brachten. Mozes had van nature waarschijnlijk een driftig karakter. Mozes klaagde dat hij niet rap genoeg was met de tong. Waarschijnlijk kwam het daardoor dat, als de driftmacht hem opjoeg, hij liever zijn handen gebruikte. Toen een Egyptenaar een van zijn broers sloeg, ging Mozes onmiddellijk op de vuist en werd een moordenaar die naar zijn goede geweten handelde. God riep hem ondanks dat tot een machtig werk. Hij moest Israël verlossen uit de hand van de Farao en naar Kanaän leiden. Hij stelde zich met hart en ziel in dienst van God en werd ‘een zeer zachtmoedig man, meer dan enig mens op de aardbodem’.
Wat heeft Mozes veel moeten verdragen en veel genade moet hebben gehad om in deze rust te blijven. Maar juist toen Mozes er aan dacht om aan het hoofd van een geestelijk vernieuwd volk Kanaän binnen te trekken, sloeg de demon van drift opnieuw toe. Bij Meriba ziet hij het ontrouwe volk voor zich, waarin nog altijd de demonen van weerspannigheid van het voorgeslacht werken. Op dit kritieke ogenblik kan Mozes de woorden van God niet spreken. Hij slaat met zijn staf op de steenrots, hij is kwaad en roept:
- ‘Luister rebellen, zullen wij water voor u uit de steenrots geven?’
Het volk haalde de drift naar boven, die er bij Mozes nog in zat! Mozes werd overweldigd door een macht, die ogenschijnlijk overwonnen was. Het verdrietige gevolg was dat hij zijn doel miste en Kanaän niet binnenging. Hoe vaak spreken wij mensen, die belijden moeten dat zo’n driftmacht of geïrriteerdheid hen telkens op de meest onverwachte en vaak kritieke ogenblikken overvalt. Zij dienen oprecht de Heer en denken de overwinning behaald te hebben, maar plotseling overkomt hun dit weer.
Gideon
Gideon (Rechters 6) groeit op in een centrum van occultisme. Hij breekt met de afgoderij van zijn vader en hakt de gewijde paal om. Men geeft hem de naam Jerubbaäl, omdat hij met deze afgod ruzie maakt. Gideon staat in de rij van de geloofshelden. Met driehonderd man verslaat hij de Midianieten, die als sprinkhanen het land bedekten. Hij dient God tot de demonen toeslaan, waarmee hij meende radicaal gebroken te hebben:
- ‘Gideon liet van de buit uit Midian een priestergewaad maken. Hij gaf het een plaats in Ofra, waar heel Israël het als een afgod kwam vereren. Dit zou uiteindelijk leiden tot de ondergang van Gideon en zijn familie’ (Recht.8:27).
De duivel laat Gideon vervolgens een tijd met rust. Hij wordt door de stroom van de opwekking meegevoerd en deze bewaart hem voor het kwaad. Maar de duivel heeft er alles voor over om de Eljakims te laten vallen. Alle machten die in zijn familie gewerkt hadden, concentreren zich nu op Gideon. Wie had gedacht dat Jerubbaäl door afgoderij ten val zou komen? Alleen het inzicht in de onzienlijke wereld toont ons de ware oorzaak.
David

David moest in Psalm 51:7 belijden:
- ‘Ik was al schuldig toen ik werd geboren, al zondig toen mijn moeder mij ontving’.
David is een man naar Gods hart, een profeet en een geroepene van de Heer. Maar in zijn familie komt veel onreinheid voor. Denk aan Rachab de hoer. Wie had haar bevrijd? (Hebr.11:31). Zij was de moeder van Boaz, de grootvader van Isaï. David dacht ook aan zijn eigen moeder. Later waren in zijn gezin veel voorbeelden van ontucht aanwijsbaar. Op het hoogtepunt van zijn koningschap grijpt de onreine geest hem. Wie had kunnen denken dat de zanger van zoveel lofliederen, die steeds tegenover de vijanden van de Heer zich erop beroemde dat zijn schuilplaats bij de Allerhoogste was, zo diep kon vallen? Deze geest van onreinheid brengt nog andere demonen met zich, zoals die van wreedheid, leugen en moord.
Zo zien wij ook in onze dagen grote mannen van God vallen in onreinheid, geldzucht, leugen, hoogmoed of zij raken verslaafd aan drank en drugs. Hun oprechtheid in dienst van de Heer, hun ijver en overgave hadden hen jaren voor deze bepaalde familiezonden bewaard. Zij werden niet zo gemakkelijk tot kwaad verleid, maar deze machten zijn vijanden, die hen gemakkelijk omringen of hen verstrikken. Zij hebben een schijn van recht, omdat zij al zo lang in de geslachten gewerkt hebben en men is er zo bekend mee in de familie. Zo zijn er zelfs ziekten en lichamelijke afwijkingen, die in het natuurlijke leven niet besmettelijk zijn, maar toch in een familie geregeld voorkomen.
Zacharias
Zacharias was een rechtvaardige man en hij leefde onberispelijk naar al de geboden van God. Maar hij had een geest van twijfel en ongeloof. Toen de aartsengel Gabriël hem de beloften van God meedeelde, was zijn reactie: ‘Hoe zal ik dit weten?’
Johannes de Doper
Zijn zoon Johannes was al voor zijn geboorte vervuld met Gods Geest en hij getuigde van Jezus: ‘Zie, het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt’. Dan komt de crisis in het leven van deze grote man van God. Veel vragen komen bij hem op, als hij in de gevangenis zit. De geest van twijfel grijpt hem aan en hij stelt Jezus de vraag:
- ‘Bent U het, die komen zou, of hebben wij een ander te verwachten?’
Alles wat hijzelf geprofeteerd had, wordt als het ware weggeslagen door deze macht, die zijn gedachteleven infiltreert. Was Johannes een riet, door de wind bewogen? Het antwoord van de Heer is, dat hij de grootste uit het oude verbond was. Maar, zo voegde Jezus eraan toe:
- ‘De kleinste in het Koninkrijk van de hemelen is groter dan hij’ (Matth.11:1-11).
Johannes kon nog geen inzicht hebben in de hemelse gewesten, maar voor de gemeente van het nieuwe verbond geldt dat de opnieuw geboren christenen de demonen zullen binden en uitdrijven of weerstaan in de naam van Jezus. De waarheid van het nieuwe verbond (de kennis van het Koninkrijk van de hemelen) zal de mens echt vrij maken als zij in de praktijk ook toegepast wordt.
- Kent u die plotseling opkomende twijfel, vooral wanneer u in moeilijke situaties bent en ogenschijnlijk onoplosbare problemen hebt? Onderken dan dat die oude familiemacht weer aan u hangt en u uit de gemeenschap met de Heer probeert los te wrikken. Weersta dan de duivel, vast in het geloof en hij zal opnieuw van u wegvluchten!
Betere Eljakims – Medewerkers van God

De Heer geeft aan zijn knechten het bevel om waakzaam te zijn tegenover de vijand, die onophoudelijk zal proberen de dienstknechten van God te laten vallen. Laten wij niet zeggen dat ons niets kan overkomen. Ook wij kunnen in de genade achterop raken, omdat wij demonenblind en soms bedrijfsblind gaan worden. Misschien constateren wij dat een bepaalde zonde uit onze jeugd onverwacht terugkomt. Misschien openbaart er zich opnieuw een ziekte waarvan wij allang genezen zijn. Zij zijn dan middelen in de hand van de duivel om ons geestelijk aan te randen. Wij hebben mannen van God zien vallen, waarvan wij overtuigd waren dat zij oprecht de Heer dienden. Maar zij misten hun doel en werden een prooi van demonen, omdat zij geen kennis bezaten. Medewerkers van God staan in het bijzonder bloot aan de verleiders en de overweldigers, die in de familie werkten.
De haat van familie en werkkring

Voor velen is het nodig (in het bijzonder als zij zich als volwassenen IN water laten dopen) om te breken met hun natuurlijke familie: vader, moeder, broers of zusters, grootouders of kinderen. Men wordt daardoor immers een paria binnen een verleugend dorp, streek, stad of ‘geloofsgordel‘ Maar laten zij zich ook bevrijden van de invloed van de machten, die eeuwenlang in deze families werken en waardoor zij zelf ook vaak beïnvloed werden? Helaas, tot aan vandaag dragen zij hun gevangeniskleding met een mooi baantje.
Gelukkig leven wij in een tijd dat de Heer zijn schatkamer opnieuw opent. Hij geeft ons inzicht in de onzienlijke wereld en onderscheiding van de geesten. Laten wij dan niet hoogmoedig zijn en bij voorbaat vaststellen, dat wij niet gebonden kunnen zijn of in een strik van de duivel kunnen vallen en dus deze weg niet nodig hebben. Wie de weg van Jezus gaat, zal deze volkomen moeten gaan, anders loopt hij op een fiasco uit.
Bevrijding
Waarom zijn toch zoveel kerkmensen tegen deze boodschap van bevrijding? Zijn zij dit zelf of zijn dit de demonen, die hen vasthouden? Onderzoek uzelf of Gods Geest onbelemmerd in u zijn werk kan doen. Wanneer er remmingen zijn, vraagt u zich dan eens af, of soms machten uit de voorgeslachten als een last aan u hangen. Laat u dan bedienen om vrij te komen. Schaam u niet om hulp te vragen. Kom met uw onreinheid, jaloersheid, koppigheid, hoogmoed, geldzucht, eerzucht, drift en geïrriteerdheid. God weerstaat immers de trotse mens, maar de nederige mens geeft Hij genade. De apostel schreef aan de Efeziërs:
- ‘Neem geen deel aan de vruchteloze praktijken van de duisternis maar ontmasker die juist!’
Wij moeten onze vijand het masker afrukken, waarachter hij zich zo lang verborgen gehouden heeft. Het is geen wonder dat hij bij deze ontmaskering, furieus wordt en deze boodschap zo fel tegenwerkt. Maar u komt in de vrijheid en in de overwinning. God zal u zegenen, wanneer u deze hoge weg kiest!



