In het voorgaande artikel is duidelijk geworden dat God nooit tegelijk een mens is, of dat de mens Jezus, tegelijk God zou zijn. De Bijbel leert nergens dat Jezus Christus ook God is. Ook niet in die teksten die, oppervlakkig en naar de letter gelezen, dat wel schijnen te beweren. Er zijn twee duidelijke uitspraken die er niet om liegen dat onze Heer mens is:
- ‘Door de overtreding van één mens moesten alle mensen sterven, maar de genade die God aan alle mensen schenkt door die ene mens, Jezus Christus, is veel overvloediger’ (Rom.5:15). ‘Want er is maar één God en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus’ (1 Tim.2:5).
Wat zou hier toegelicht moeten worden? Dit spreekt voor zich! Het mens zijn van Jezus zullen we eerst uitwerken. Het andere aspect: Zoon van God, komt ook verderop aan de orde.
Dienstknecht
In Filippenzen 2:7 staat:
- ‘Maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En is als mens verschenen.’
Men meent hier dan een tekst gevonden te hebben waarmee Paulus zou leren dat Jezus (als God zijnde) mens werd. Dat zou dan zijn ‘afstand nemen’ zijn en een vernedering. Maar is mens-zijn vernederend? Nee, de mens is juist de kroon van de schepping en mag het beeld van God dragen. Een dergelijke uitleg is op zich al onjuist. De apostel schrijft hier over iets heel anders. Het woord ‘slaaf’ doelt op de gevallen mens die in een situatie van slavernij verkeert. Door de zonde is hij in de macht van de duivel gekomen. Jezus nam nu, als Lam van God tijdens zijn plaatsvervangend lijden en sterven, deel aan die vernederde, aan de duivel onderworpen toestand. Hij werd door dit ‘slaaf zijn’ gelijk aan de gevallen mens en nam diens plaats in het rijk van de duisternis. Daarom legde Hij tijdelijk zijn heerlijkheid af (dat is de inwoning van de volheid van God, Col.2:9) die Hij tevoren, tijdens zijn bediening, vol liefde had ingezet tot redding, verlossing en genezing van velen. Deze tekst is dus per definitie geen uitleg van een goddelijke ‘Drie-eenheid’.
Omdat Jezus dus mens is, worden er in de Bijbel ook nog andere termen gebruikt die daaraan ontleend zijn, zoals zoon, vlees, broer. Wij zullen deze bespreken om te proberen een zo volledig mogelijke Bijbelse onderbouwing te bieden aan dit belangrijke gegeven. Het gaat hier immers niet om een theologische woordenstrijd of muggenzifterij. Of Jezus Christus mens óf God is, heeft zeer verstrekkende gevolgen voor ons! Als Hij God is, was Hij ‘als mens’ een uitzondering ten opzichte van ons allen. Dan is het een klein kunstje voor Hem geweest om te overwinnen. De conclusies uit zo’n zienswijze zijn voor de mensheid afschuwelijk.
Allereerst zal voor ons nooit haalbaar zijn, wat bij Hem wel kon: overwinning, volmaaktheid, koningschap, zoonschap. Ten tweede zou de duivel dus door God zijn verslagen en niet door de mens. Maar de Bijbel beweert juist het tegendeel: ‘Ik zal vijandschap zetten tussen jou (Satan) en de vrouw en tussen uw zaad en haar zaad’. Openbaring 12:11 getuigt van de goede afloop. Als God de satan zou moeten bestrijden dan was het pleit allang beslecht. Ten derde zou de (gevallen) mensheid dus niet geschikt zijn geweest om het goede voort te brengen: de Christus. In het paradijs spreekt God echter al dat er uit ‘uw zaad’ een komt die de kop van Satan zal vermorzelen (Gen.3:15b). Daarom noemt Jezus zichzelf steeds ‘Mensenzoon’. Duidelijker kan het niet gezegd worden.
Mensenzoon
Jezus is de grootste, volmaaktste en heerlijkste zoon die uit de mensheid, uit haar zaad, is voortgekomen. Hij is dè zoon die de mensheid door Gods ingrijpen alsnog mocht voortbrengen. Dat dit mogelijk was, had de duivel nooit gedacht. Hierin schittert God in al zijn wijsheid en kundigheid. Hij hoefde niet op een andere planeet een nieuw soort wezen, mens, te scheppen om zijn plannen daarmee dan maar uit te gaan voeren. Wie en wat zou er trouwens garant voor staan dat er dan niets mis zou gaan?
De grootheid van onze God is dat Hij oplossingen kan aandragen binnen de mogelijkheden van het al bestaande. Zijn schepping is zó goed, dat Hij ondanks haar val toch nog een Christus, een Lam, uit haar tevoorschijn kon laten komen. Ook toont Hij daarin zijn liefde voor de mens(heid). Dit is echte aanvaarding, de ware balsem op de wonden van verwerping door de duivel aangebracht. Dit is rehabilitatie. De benaming ‘Mensenzoon’ biedt zekerheid en hoop voor de mensheid. Het is een erenaam, waar wij God onuitsprekelijk dankbaar voor zijn.
Het blijkt dat God zijn plan met ons absoluut tot een goed einde kan brengen. Deze Mensenzoon zal komen op, in, of met een wolk (de gemeente) met grote macht en heerlijkheid. Zowel de Heer als de zijnen zullen met eer en heerlijkheid gekroond zijn en alle dingen zullen onder de voeten van de mens van God onderworpen zijn (Hebr.2:5-9). God heeft het laatste woord; zijn voornemen met de mens zal uitgevoerd worden. Om zijn wil was hij en werd hij geschapen. Jezus Christus is de Mensenzoon. Deze realiteit biedt oneindig veel troost en perspectief voor de mensheid, voor de mens, voor ons. Zijn solidariteit met de mens rust op het feit dat Hijzelf ook mens is. Wat dit aspect betreft, mogen we zeggen: Hij is er iemand als wij. De profeet Micha schrijft in hoofdstuk 5:1:
- ‘Uit u, Bethlehem in Efratha, te klein om bij Juda’s geslachten te horen, uit u komt iemand voort die voor mij over Israël zal heersen. Zijn oorsprong ligt in lang vervlogen tijden, in de dagen van de eeuwigheid.’
Dr. A.H. Edelkoort
De ‘kerkgeleerde’ Dr. A.H. Edelkoort noteert in de ‘Bijbel met kanttekeningen’ bij enkele deeltjes van deze tekst het volgende:
- ‘Uit u zal Mij voortkomen: Men heeft wel vermoed, dat in het Hebreeuws een woord uitgevallen zou zijn, bijv. ‘kind’: uit u zal Mij een kind voortkomen.
- oorsprong: het Hebreeuws heeft hier meervoud staan, dus oorsprongen.
- lang vervolgen tijden: Daarmee doelt de profeet op de tijd van koning David, die al drie eeuwen achter hem lag. Tot zo ver zou de afstamming van de Messias teruggaan.
- dagen van de eeuwigheid: Hier wordt niet de Pre-existentie van de Zoon geleerd. Het woord ‘eeuwigheid’ heeft hier de Israëlitische betekenis van: onafzienbaar lange tijd. En zo mocht van Micha’ s tijd uit gezien de eeuw van David wel heten.
Deze kanttekeningen kunnen wij geheel onderschrijven. De tekst kan dan als volgt gelezen worden:
- ‘En u, Bethlehem Efratha, al bent u klein onder de geslachten van Juda, uit u zal voor Mij een kind (zoon) voortkomen die een heerser zal zijn over Israël en wiens oorsprongen van lang geleden zijn, historisch gezien zelfs een onafzienbare lange tijd geleden’.
Bovengenoemde tekst wordt wel eens aangehaald om de Pre-existentie van Jezus te bewijzen.
Het gaat hier o.a. over de menselijke afstamming van Jezus. Met deze notities wordt namelijk uiteen gezet dat Micha in zijn profetie verwijst naar de diverse beloften van God voor de komende Messias. Deze waren in vroegere tijden aan de aartsvaders en profeten door Hem bekend gemaakt. De eerste maal is dat aan Eva: de paradijsbelofte. Vervolgens spreekt God tegen Abraham weer over nageslacht. Paulus schrijft – deze gebeurtenis in Galaten 3:16 aanhalend – over ‘zaad’. En dat is Christus. Daarna volgt Juda. En tenslotte David: ‘De Heer heeft David een dure eed gezworen, waarop Hij niet terugkomt: Een van uw lijfelijke zonen zal Ik op uw troon zetten’ (Ps.132:11; 2 Sam.7:12). Dit wordt dan ook door Petrus in zijn pinksterrede aangehaald. Jezus’ wortels liggen diep verankerd in het menselijk geslacht! Hij is mens. Hij wordt terecht de wortel van Isaï genoemd (Jes.11:1). Terugziend in de tijd vanaf Micha en zeker vanaf Maria, zijn zijn dagen van ouds en ‘van de oude tijden’, zoals de letterlijke vertaling luidt van de woorden ‘dagen der eeuwigheid’.
Gods’ spreken zou belachelijk worden als Hij Maria alleen gebruikt zou hebben als draagmoeder. In haar baarmoeder zou Hij dan een kant en klaar embryo geplaatst hebben. De Bijbel spreekt echter andere taal. Op haar vraag aan de engel Gabriel hoe zij zwanger zou kunnen word en zonder omgang met een man, antwoordt hij: ‘Gods Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God’ (Luc.1:34,35). Hij zal Zoon van God genoemd worden: God verwekt (d.m.v. zijn Geest) als een vader een zoon. Hebreeën 1:5a zegt: ‘Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt.’ Overbodig te zeggen dat het wonder, dat een maagd zwanger zou worden, geen enkele inhoud meer zou hebben als er geen bevruchting plaats had gevonden. Deze Bijbelse gegevens, gekoppeld aan die over ‘zaad’ en ‘nageslacht’, getuigen van het vaderschap van God en het moederschap van de mens.
Het heelal – Volgens de laatste cijfers, 13,82 miljard jaar oud
God heeft met zijn Geest een volmaakte verbinding geschapen met Maria, zoals ook in Genesis de schepping van de mens wordt beschreven. Alles is immers door God geschapen in 13,82 miljard jaar en Mozes heeft dit kort samengevat tot een week (ook voor Rouveen en Genemuiden…). Zo werd God de vader van Jezus en Maria de moeder van de mens Jezus van Nazareth. Hierin is Jezus uiteraard uniek, want op die manier zijn wij niet verwekt. Die door God geschapen Geestelijke verbinding bracht bij Maria een mens voort. God is geest en bezit geen (goddelijke) zaadcellen, waarmee Hij Zich zou kunnen verbinden met mensen om Zich zo te kunnen voortplanten.
Maria, de moeder van God zelf?
- Als kanttekening zij hier opgemerkt dat de Drie-eenheid-’leer’ – met o.a. Jezus is God – bij de rooms-katholieken ertoe geleid heeft dat Maria de moeder van God wordt genoemd. Vanuit die valse leer geredeneerd logisch, maar het demonstreert wel tot welke dwaasheden men kan komen!
Als Hij een andersoortige zaadcel geschapen zou hebben, dan zou Hij de verliezer zijn geworden t.o.v. Satan. Hij zou dan als God niet in staat zijn geweest om zijn bestaande schepping te gebruiken, waarvan Hijzelf getuigd had dat zij zeer goed was.
De leugen
Gods beloften aan de mens en zijn plannen met hem zouden waardeloos worden als Jezus God zou zijn geweest en geen mens. Daarom is dit onderwerp in deze tijd zo actueel geworden. Honderden miljoenen, ‘zich christelijk noemenden” geloven immers nog steeds in een uitgevonden ‘drie-eenheid’. De duivel wil uit alle macht voorkomen dat wij er naar streven óók zonen van God te worden. Dat houdt hij voor onmogelijk; dat is niet meer haalbaar voor een (gevallen) mens. Dus wil hij ons die leugen inpeperen: wat met Jezus is gebeurd, kan met ons niet gebeuren, nl. dat de mens van God komende is in ons vlees. Jezus moet dus maar als een uitzondering gezien worden, desnoods als God zelf. In ieder geval mag Hij geen mens zijn. Begrijpt u, lezers, dat het zoeken naar de juiste inzichten over al deze zaken niets te maken heeft met theoretische haarkloverijen, maar al een voorronde is van de worsteling met de geest van de antichrist (1 Joh.4:3,4)?
Het geslacht van David
Vanwege de volledigheid m.b.t. ons onderwerp en om eventuele knelpunten al vooraf op te lossen, komen we even terug op de Bijbelse vermelding dat Jezus uit het geslacht van David stamt. Diverse theologische bronnen vermelden dat zowel Jozef als Maria uit Davids geslacht stammen. In de twee geslachtsregisters die de Bijbel kent, eindigt de stamboom van David bij Jozef, de man van Maria (Matth.1:16,20). We weten dat hij niet de vader van Jezus was, maar eigenlijk zijn stiefvader. Toch blijkt uit de Bijbel dat dit voldoende is om Jezus als nakomeling, als zaad, van David te beschouwen (Matth.1:1). Ook Jezus’ tijdgenoten dachten daar zo over. De stamboom in het Lucas evangelie wordt wel gezien als die van Maria. Overigens zal het duidelijk zijn dat dit gegeven weinig heeft te maken met het mens-zijn van Jezus. Het is en blijft de méns Maria – als vertegenwoordigster van de mensheid – die, na Gods bevruchting door Zijn Geest, de Zoon voortbracht.




