De Bedelingenleer

De aanhangers van de Bedélingenleer (tijdperkenknippers) lezen alle profetieën uit het O.T. letterlijk in de natuurlijke wereld. Door iedere geestelijke betekenis te elimineren, maken zij het enige fundament wat er ligt – Jezus Christus – belachelijk. Zij erkennen Hem ook niet als Kurios (Heer), maar zeggen openlijk dat Hij heeft gefaald. God zou daarom een ander evangelie achter de hand houden speciaal voor de Joden in het aardse land Israël. Het boek Openbaring is ook na hoofdstuk 4 uit hun Scofieldbijbel geschrapt. De resterende hoofdstukken zijn immers voor de joden bestemd terwijl de plotseling opgenomen gemeente gerieflijk vanaf wolkjes toekijkt hoe de Joden dan voor 2/3e worden uitgeroeid. Werkelijk een verschrikkelijke leer, die vrijwel heel het protestants christenvolk in NL heeft besmet. Zij aanbidden nu de demonen die deze leugens hebben geïntroduceerd. Wee hen!

Tijdperkenknippers en duistere abracadabra

Toen de Heer rond de voorlaatste eeuwwisseling zijn Geest over duizenden van zijn kinderen uitstortte ‘als in het begin’, begon onder Gods volk de zekerheid te leven, dat Jezus’ wederkomst wel zéér dichtbij was. Immers, was het niet juist voor het ‘laatste der dagen’ dat de Heer zijn volk de late regen van zijn Geest had beloofd? Opmerkelijk is het echter dat deze nieuwe Geest-uitstorting, wat betreft de leer van de ‘laatste dingen’ onder hen die met de Geest gedoopt waren, weinig vernieuwing van denken met zich bracht. De pinksterbeweging die weldra wereldwijd ontstond, nam namelijk zonder enig gewetensonderzoek praktisch álle leerstellingen over die ook onder haar meest fervente tegenstanders gangbaar waren.

Bepalend voor de eindtijdopvattingen van veel pinkstermensen werd zo de Bedelingenleer of ‘tijdperkenknippers’. Een leerstelsel dat zich ook juist in die jaren rond de vorige eeuwwisseling in de Angelsaksische landen in een geweldige populariteit verheugen mocht. Terwijl men juist in de kringen waar deze leer veel opgang deed 2 eeuwen gelden het pinkstergebeuren met argusogen bekeek en het als de ‘laatste doodssnik van de hel’ kenmerkte, namen pinkstermensen doodleuk de rampzalige leugens uit die kringen over. Het lezen wat er staat, maar niet verstaan wat men leest, werd het nieuwe normaal en is bij duizenden vandaag standaard.

De openbaring van de geestelijke wereld die Jezus Christus en zijn apostelen ons gaven, is met deze leer bij het grof vuil gezet en de Heer met zijn gemeente zijn daarmee als leugenaars afgeserveerd. Men moet immers lezen wat er staat zonder het verstand te gebruiken!

Artikelen: