Babybesprenkeling

Deze dwaling leeft al 18 eeuwen in Bijbelbelten, Rome en Staphorster Varianten. Een openlijke verminking van de volwassendoop van Jezus Christus in de Jordaan

Over de kinderbesprenkeling schrijft vader Bennet, rector van de episcopaalse kerk van ‘Sint Lucas’ te Seattle, een pionier van de charismatische beweging:

  • ‘De neo-pentecostal-vernieuwing bestaat uit mensen die binnen hun eigen kerken en tradities werkzaam zijn om anderen tot Christus te brengen en tot de doop met de Heilige Geest. Het nieuwe Pinksteren is het sterkst in de liturgische kerken: luthers, episcopaal, rooms-katholiek en ook sterk in andere. Al deze kerken belijden de babybesprenkeling. Als iemand overgehaald wordt om zich te laten ‘herdopen’ als gelovige, stelt hij of zij daarmee de hele achtergrond van hun kerk disputabel en het geloof van hun ouders, van hun predikant, en van de gehele betrouwbaarheid van de christelijke traditie waarin zij werden opgevoed. Ik merk op dat de bekendste christenen in het verleden – mannen als Wesley, Luther, Calvijn, Finney, Sint Franciscus, om slechts enkelen te noemen, als kind werden besprenkeld’.

In verband met de samenwerking van de kerkelijk charismatische beweging in Nederland en de al bestaande pinksterbeweging schreef ds. W.W. Verhoef in zijn brochure ‘Er waait weer wat’ over de doop:

  • ‘Veel is misgegaan door allerlei doopconflicten. Mensen uit de kerken, die gegrepen worden door de pinksterbeweging komen tot de conclusie, dat zij zich na hun tot geloof komen door onderdompeling moesten laten herdopen. Vele Pinksterkerken zijn baptistisch van doopopvatting en verwerpen de babybesprenkeling. Deze omstandigheden maken het dikwijls onmogelijk, dat men binnen de andere kerken actief kan blijven meedoen. Op het ogenblik reageert men in de kerken wat soepeler op de gevallen van herdoop. Maar tegelijkertijd zijn de ontwikkelingen in de charismatische beweging anders. De charismatische beweging sluit zich aan bij de bestaande dooptradities’.

Tegenwoordig is er nòg een andere mogelijkheid in de kerken: men gaat uit van de ‘normale doop’ d.w.z. de babybesprenkeling, maar – om de kool en de geit te sparen – accepteert men ook leden die zich volwassen willen laten (her)dopen.

Ieder weet dat in evangelische gemeenten een aanzienlijk percentage van de leden als kind besprenkeld werd, maar zich later liet dopen. Deze ‘herdoop’ was een daad van gehoorzaamheid en bracht meestal veel strijd, conflicten of verdrukkingen mee. Deze gemeenten achten de doop op geloof door onderdompeling in water een noodzakelijk en essentieel deel van het enige Bijbelse fundament. Het ligt voor de hand dat de kerkelijk charismatische beweging daarom voornamelijk contact zoekt met pinkstergemeenten die weinig Bijbels gefundeerd zijn. Zij vormen geen gevaar voor haar, sommigen zijn zichzelf immers ook al ‘kerk’ gaan noemen. Er zijn contacten met leiders in de pinksterbeweging die niet direct betrokken zijn bij een gezonde gemeente-opbouw. Zij moeten het hebben van tentsamenkomsten, conferenties of massale opwekkingsdagen. Vandaar de opmerking van ds. Verhoef:

  • ‘In de erg radicale stromingen neemt bovendien de antikerkelijkheid toe. Het gaat hierbij om veel doopconflicten. De sterke verabsolutering van de volwassendoop, ook gesteld als voorwaarde voor de doop met de Heilige Geest, kritiseert de kinderdoop meedogenloos’.

Tegenover deze opvattingen staat echter een Bijbels fundament, waarbij bekering en nieuwe geboorte vóór de doop in Heilige Geest gesteld wordt, wat natuurlijk niet uitsluit dat het vaak voorkomt dat iemand in Heilige Geest gedoopt wordt, voordat hij in de waterdoop getuigenis heeft afgelegd van zijn bekering en wedergeboorte.

Scheiding tussen woord en Geest

Een van de frappantste beweringen van ds. Verhoef in bovengenoemd boekje is wel de volgende uitspraak over Jezus Christus:

  • ‘Hij komt niet met een nieuwe leer (Jezus was een orthodoxe Jood) maar met een nieuwe werkelijkheid. Een werkelijkheid die in de verwachting van Israël leefde, door de profeten was aangekondigd, hopend tegemoet werd gezien. Ook het werk van de Heilige Geest komt in deze samenhang van begin af aan ter sprake. Want volgens de verwachting van de profeten zou de Messiaanse tijd een tijd zijn van een nieuwe nabijheid van God, tijd van de Geest in volheid voor het hele Godsvolk.’

De schrijver stelt dus het evangelie van Jezus Christus los van ‘de nieuwe heilswerkelijkheid op aarde’. Het evangelie van het Koninkrijk der hemelen dat Jezus verkondigde, wordt echter in de synagoge van Kapernaüm door ‘allen’ onderkend als: ‘een nieuwe leer met gezag’ (Marc.1:27). Wat Jezus predikte, had nooit iemand voor Hem uitgesproken, want ‘Hij verkondigde wat sinds de grondvesting van de wereld verborgen gebleven was’ (Matth.13:35). Hij bracht een boodschap die Hij uitdrukkelijk ‘Mijn leer’ noemde (Joh.7:16) en poneerde deze met gezag. Daarom was het volk ‘verbaasd’. Met dit nieuwe evangelie trok Jezus van dorp tot dorp en van stad tot stad. ‘Hij leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk’ (Matth.4:23). Deze leer hebben zijn leerlingen verder gebracht, namelijk ‘wat Jezus was begonnen te leren’ (Hand.1:1).

Ook distantieerde Jezus zich van de orthodoxie in zijn dagen. Hij waarschuwde zijn leerlingen ‘voor de leer van de Farizeeën en Sadduceeën’ (Matth.16:12). Wel was met deze leer van Jezus een nieuwe heilswerkelijkheid verbonden, maar deze kon pas haar volle realisatie ontvangen na de doop in Heilige Geest. Daarom moesten de leerlingen met het brengen van het evangelie te Jeruzalem op deze doop wachten. Wie dus niet opmerkt dat de leer van het Koninkrijk der hemelen volkomen verschilt van ieder ander Joods of kerkelijk dogma, zal tussen de verschillende leringen, vanwege een gewenste oecumenische eenheid, geen klare wijn willen schenken. In de charismatische beweging is daarom de leer niet primair. Tenminste voorlopig niet! Ds. Verhoef merkt dan verder op:

  • ‘Hiermee is niet ontkend dat de waarheidsvraag een vraag van nader order kan zijn. Maar nu is dat zo niet. Nu gaat het om een gebeuren van liefde en bezinning. Trouwens, hoe zullen we de dogmatische kwesties oplossen, als wij niet eerst allen delen in de volle heilservaring? Pas van hieruit kan gaan blijken, dat de Geest ons de weg zal wijzen tot de volle waarheid (Joh.16:13)’.

Deze uitspraak van ds. Verhoef, oprichter van het maandblad ‘Vuur’ van de charismatische werkgemeenschap Nederland, is kenmerkend voor het hele pinksterdom dat niet allereerst en bovenal leeft bij het Woord, maar bij de ervaring. Het gaat dan in eerste instantie over ‘liefde en bezieling’, en niet over de liefde tot de waarheid, maar om de emoties van het zielenleven. Buiten de waarheid om zou men deel kunnen hebben aan een ‘volle heilservaring’, terwijl Jezus toch zegt: ‘Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren’ (Joh.14:23). Deze ‘volle heilservaring’ staat daarom los van het werk van de Heilige Geest, die het ‘uit het Zijne neemt’, dus uit de woorden van Jezus.

Nieuwe dwalingen

De ‘charismatische werkgemeenschap Nederland’ brengt zeker wel allerlei leringen en nog wel zulke als de daarin vertegenwoordigde kerken nooit geleerd hebben. Aan het grote Babel van leerstellingen die de oecumene probeert samen te bundelen, voegt de charismatische werkgemeenschap nog enkele specifiek onkerkelijke dwalingen toe. Zo is er een door haar uitgegeven ‘Vuurpijlserie’. Daar hoort bijvoorbeeld het boek ‘Troost, troost mijn volk’ van E. van Petegem-Feij bij. Dit wordt aanbevolen met de woorden:

  • ‘De schrijfster brengt hierin een boodschap voor land en volk en voor de kerken op grond van profetische openbaring’.

Visioenen, vanuit de geestelijke wereld geïnspireerd, ondersteunen in dit boek de aards gerichte en rassen discriminerende Brits- en Holland-Israël-leer. Ook hoort bij deze serie de werken van M. Basilea Schlink over ‘Maria, de weg van de moeder van de heer’ en verder een boek over de toekomstverwachting: ‘Het einde is nabij’. Deze moederoverste is bekend om haar angstaanjagende, sinistere profetische uitleggingen. Haar boeken missen iedere vorm van licht en leven, zoals het Nieuwe Testament ons deze geeft. Ook draaien haar ‘eindtijdboeken’ altijd weer om het natuurlijke Joodse volk:

  • ‘Gods volk, Jeruzalem, waar de Heer zich openbaart, Jeruzalem, dat voor alle tijden de stad van God, de stad van de grote Koning is, waar zijn zetel was. Ja, Jeruzalem is de stad, de troonzetel van God, de Heer van alle volken…’

De schrijfster geeft er blijk van geen kijk te hebben op het nieuwe of hemelse Jeruzalem. Zij denkt alleen in de zichtbare wereld, zowel wat Jeruzalem als Gods oordelen betreft: ‘Atoombommen, waterstofbommen, kobaltbommen: Amerikaanse bommenwerpers van het type B-52, kunnen een lading vervoeren, overeenkomende met 2500 Hirosjimabommen. Anders gezegd: één enkel vliegtuig kan 16 tot 17 maal zoveel aan springlading uitwerpen als er tijdens de tweede wereldoorlog in totaal op Duitsland is terecht gekomen’. Wat de terugkomst van de Heer betreft, schrijft zij:

  • ‘Plotseling verschijnt er hoog boven Jeruzalem een ruiter op een wit paard. Jezus, de Koning der koningen en de Heer aller heren’.

Je kunt je afvragen, wat je bij zo’n ongeestelijke voorstelling van dat paard moet denken? Uit welke stal is dit paard? Ook hier geldt de vuistregel: ongeestelijke christenen houden zich bezig met het ongeestelijke Israël, maar geestelijke christenen verwachten het geestelijke Israël. Deze dwaze, sensationele en ongeestelijke dwalingen, die nooit in enige traditionele kerk verkondigd werden, worden door de charismatische beweging in Nederland geïntroduceerd. De invloed van het bijgeloof uit de rooms-katholieke kerk blijkt uit het boek van ds. W.C. van Dam: ‘Demonen eruit, in Jezus’ Naam’. Deze hervormde predikant is een vaste medewerker van ‘Vuur’. Hij schrijft:

  • ‘Angstige reacties op het kruisteken worden uit alle eeuwen vermeld en maakte ik ook zelf mee. Soms hielden we, met hetzelfde gevolg, de demon een kruisje voor. We zagen al dat de demonen woedend reageerden op het feit dat een bezetene steeds een kruisje bij zich droeg. ‘We konden haar niet in trance krijgen, ze hield dat rotkruis in haar hand’ hoorde ik heel wat keren.’

Hier maakt dominee van Dam een rooms-katholiek sacramentalie tot de zijne. Aan het gebruik van bepaalde voorwerpen worden bepaalde genaden van God verbonden met werkingen en krachten. Zo zou aan het kruis of een kruisteken beschermende krachten worden toegeschreven. Wat dit betreft kan de roomse kerk zich wellicht beroepen op een eeuwenlange traditie, maar de apostelen hebben er nooit over gesproken. Paulus sloeg geen kruis, toen hij een waarzeggende geest uitdreef. De auteur komt op deze manier op het occulte.

Geen liefde tot de waarheid

Wie zich aansluit bij de charismatische beweging, moet niet praten over leergeschillen. De charismatische beweging is oecumenisch. Op de vraag waarom er eigenlijk een oecumene nodig is, kan misschien het antwoord luiden: om de schande van de verdeeldheid weg te nemen, waardoor iedere kerk meent haar gezicht in de wereld verloren te hebben. De charismatische kerkleden voelen zich wel bijzonder eenzaam in eigen omgeving. Om een profetisch beeld te gebruiken:

  • ‘Zeven vrouwen (kerken) zullen te dien dage één man (de oecumene) aangrijpen en zeggen: Ons eigen brood willen wij eten en ons eigen kleed aantrekken (wij willen dus onze eigen leringen en liturgieën behouden), laat ons slechts uw naam (oecumene) dragen, neem onze smaad weg’ (Jes.4:1).

Zo zegt David du Plessis, een vooraanstaande man uit die beweging:

  • ‘Hoe een charismatische rooms-katholiek in zijn kerk kan blijven? Net als een bekeerde heiden blijft in zijn heidens land en preekt tot zijn mensen. Het is unfair, van de charismatische rooms-katholieken te verlangen, dat zij hun kerk verlaten. Je kunt Rome niet in één nacht veranderen.’

Natuurlijk ligt er het feit dat vele duizenden pinkstergelovigen wel de rooms-katholieke kerk of ook de protestantse gemeenschappen verlieten vanwege de dwalingen die daar verkondigd worden. De Bijbel zegt immers: ‘Heb ook geen deel aan de zonden van anderen, houd u rein’ (1 Tim.5:22). De vergelijking met de bekeerde heiden die in zijn land blijft, gaat volkomen mank. Een opnieuw geboren heiden blijft immers wel in zijn land, maar hij zal niet meer in bv. de boeddhistische pagode komen. Hij bekeert zich van zijn afgoden om in waarheid de levende en waarachtige God te dienen (1 Thess.1:9). Hij houdt afstand m.b.t. zijn vroeger godsdienstig ritueel en daarom lijdt hij verdrukking en ondergaat hij vervolging.

De apostel Paulus ging drie maanden naar de synagoge te Efeze om de aanwezigen door besprekingen te overtuigen over het Koninkrijk van God. Hij predikte daar dus de nieuwe leer van Jezus. ‘Maar toen sommigen verhard en ongehoorzaam bleven, maakte hij zich van hen los en zonderde zijn leerlingen af’ (Hand.19:9). Wat Rome betreft: zij is ‘niet in één nacht te veranderen’, want van haar kan gezegd worden: ‘Wij hebben Babel proberen te genezen, maar het is niet te genezen; verlaat het en laten wij gaan’ (Jer.51:9).

Om dwalingen te bedekken, gebruikt men in de charismatische beweging het begrip liefde. Nog een keer David du Plessis:

  • ‘Wat was ik vroeger een vurig bestrijder van de kinderdoop. Altijd maar vechten met de dominees van de Kerk. Tot ik ziek werd en God tegen mij zei: ‘David, je staat de Heilige Geest in de weg. Je bent altijd maar bezig, de wereld te overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel. Maar in de Bijbel staat, dat dit het werk is van de Heilige Geest. Jij mist de liefde. Jouw enige taak is, mijn grote liefde te preken. En dan doet de Geest de rest’.

David du Plessis is van het ene (verkeerde) uiterste in het andere gevallen. De Heer vraagt niet om met de dominees te gaan bekvechten over de babybesprenkeling. Ook niet om bij de kerkdeuren met doopfolders te staan, want dit is in strijd met de fatsoensnormen. Maar de Heer roept wel op om te getuigen in persoonlijke gesprekken, in evangelisatiesamenkomsten en waar men er ook maar naar vraagt. Daarbij worden de charismatische gaven niet ‘verabsoluteerd’, als er met buitenstaanders nergens anders meer over gesproken zou worden. Waarom wel een gereformeerd kerklid overtuigen van de noodzakelijkheid van de doop met Heilige Geest maar niet van die in water? De charismatische gaven zijn nodig tot opbouw van de gemeente van de levende God, waarvan de Bijbel zegt, dat zij ‘een pijler en fundament van de waarheid’ is (1 Tim.3:15).