Collectieve verootmoediging – Vraagt God dit van ons?

‘In de naam van de Messias is de Joden veel leed aangedaan door de christenen, bewust of onbewust’, was de aanklacht van dit bulletin, waarop volgde: ‘Aan het woord zijn de organisatoren van de dag van de verootmoediging jegens Israël….’

Het is weer zover. Grote verzoendag. Een Jaarlijks terugkerend pak slaag van fanatieke aanklagers. We lazen een persbericht van ‘Gospel Productions’, waarin opgeroepen werd om een ‘dag van christelijke verootmoediging voor Israël’ te houden:

Wij zijn allen schuldig, bewust of onbewust, klein en groot, of men gezondigd heeft of niet, het doet er niet toe!

Weer een dag van massale verootmoediging. Boete doen voor zaken waar een christen part nog deel aan heeft gehad. Harde, blinde geesten leggen de christen weer op de pijnbank en de occulte Israëlaanbidders vinden dit heerlijk. Daar is dan weer het bekende Jodenprobleem, want deze verootmoediging was bedoeld als een gelegenheid voor christenen om ‘hun collectieve schuld ten opzichte van het Joodse volk te belijden’. U kent lied 90 uit Glorieklokken wel: ‘Al mijn schuld is weggedaan door het dierbaar bloed van Jezus. Vrolijk kan ik voorwaarts gaan door het dierbaar bloed van Jezus’. ‘Vrome’ geesten houden niet van kinderen van God die vrolijk voorwaarts gaan. Mocht Paulus in Hebreeën 10:22 schrijven, dat we mogen ‘toetreden met een hart, in volle verzekerdheid van het geloof, met een hart dat door besprenkeling gezuiverd is van besef van kwaad’, hier werden wij met de neus gedrukt op alweer(!) een onbewuste schuld.

U bent bewust of onbewust toch medeplichtig aan Jodenhaat of antisemitisme

De Joden hadden vroeger – behalve dat zij schuldoffers brachten voor hun bewuste zonden – nog een grote verzoendag, waarop de zonden die in onwetendheid bedreven waren, weggedaan werden. Volgens de opstellers van ‘Dienst aan Israël’ (niet: dienst aan God) bezitten de christenen deze reiniging echter niet. Zo heeft de aanklager van de broeders weer een vurige pijl uit zijn koker te voorschijn gehaald om de christen te treffen. Met elkaar zijn wij schuldig aan het lijden van de Joden… ‘Om zo geconcentreerd mogelijk te zijn bij deze dag van vergeving kent Jom Kipoer vijf verboden:

  1. op eten,
  2. drinken, (ook de mond wordt niet gespoeld),
  3. op leren schoenen lopen (ook niet op schoenen waarin leer is verwerkt),
  4. op het contact tussen man en vrouw.
  5. op zich wassen, alleen de vingers en oogleden mogen ‘s morgen gewassen worden’.

U ziet hoe minutieus en fanatiek de slavendrijvers (juist in Nederland) het volk voortjagen en afmatten. ‘Alleen vingers en oogleden wassen…’ Maar misschien zegt u: ‘Ik weet van niets.’ Jammer dan, u blijft bewust of onbewust toch medeplichtig aan Jodenhaat of antisemitisme. Er wordt hier gesproken van een ‘collectieve schuld ten opzichte van het Joodse volk!’ Ons wacht dus ook een collectieve straf!

Collectieve schuld … dan ook een collectieve straf!

Wij kennen de uitdrukking ‘collectief’ vooral als toenmalig begrip uit de tweede wereldoorlog. De Joden werden collectief weggevoerd vanwege een collectieve schuld: ‘Jud ist Jud, ob mit oder ohne Beine’ schreef generaal Christiansen als antwoord op een verzoekschrift van een Jood die bij de strijd aan de Grebbeberg onder meer een been verloren had. Vanwege het duivelse principe van collectieve schuld werden op 1 oktober 1944 circa 600 personen uit het Gelderse Putten naar concentratiekampen in Duitsland gevoerd, van wie er ongeveer 40 terugkwamen; de anderen kwamen om. De Bijbel verwerpt uitdrukkelijk alle collectieve schuld, want: ‘Iemand die zondigt zal sterven, maar een zoon hoeft niet te boeten voor de schuld van zijn vader, en een vader hoeft niet te boeten voor de schuld van zijn zoon; wie rechtvaardig is wordt als een rechtvaardige behandeld en een slecht mens wordt voor zijn slechte daden gestraft’ (Ezechiël 18:20).

Iedere jaar is er nu een dag van verootmoediging jegens Israël. Talrijke nieuwe joodse dagen worden vandaag minutieus uitgebreid en toegevoegd door de Israëlfanaten en de EO. Het voorzetsel ‘jegens’ betekent: ten aanzien van, tegenover. Het is een synoniem van ‘tegen’. Verootmoedigen wil zeggen: zich ootmoedig maken, een gevoel van onderdanigheid hebben, onderworpen zijn en zich vernederen. De opstellers van deze brief verlangden dat wij ons met elkaar zouden vernederen. Wij moesten ons als Nederlandse christenen verootmoedigen voor Israël, want er was sprake van ‘christelijke verootmoediging’!

De koperen slang

Eenmaal gebruikte God een koperen slang om het volk Israël te genezen van de dodelijke ziekte die de vurige slangen in de woestijn door hun beet hadden veroorzaakt. Deze slang had voor haar tijd de raad van God vervuld, maar later trok het volk uit om de slang Nehustan op afgodische wijze te vereren en zich ervoor neer te buigen. Daarom verwijderde koning Hizkia deze fetisj. Zo heeft het volk Israël zijn taak verricht. Het heeft de Messias voortgebracht en vanwege zijn ongehoorzaamheid sprak onze Heer:

‘Daarom zeg ik u: het koninkrijk van God zal u worden ontnomen, en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen. Wie over die steen struikelt zal gebroken worden, en iedereen op wie die steen valt zal worden verpletterd.’ Toen de hogepriesters en de farizeeën zijn gelijkenissen hoorden, begrepen ze dat hij over hen sprak. Ze wilden hem graag gevangennemen, maar ze waren bang voor de reactie van de volksmassa, omdat men Hem voor een profeet hield’ (Mattheüs 21:43-45).

Dit is duidelijke taal! Wie Jezus Christus dumpt, verliest zijn plaats onder het volk van God. Het uitverkoren volk is niet het natuurlijke geslacht Israël, maar dat zijn allen die bij de gemeente van Jezus Christus horen en Hem gehoorzaam zijn. Daarom vernederen wij ons, dit wil zeggen onderwerpen ons alleen aan Jezus Christus. Wij erkennen de leiding van zijn Geest die wijzer is dan onze menselijke geest. Door de Israëlcultus wordt echter het Joodse volk verheerlijkt net als de slang in de tijd van Hizkia. Wij zouden ons moeten verootmoedigen jegens Israël? Niet voor God, maar voor Israël, een uitverkoren ras? Dit wordt dan een voorwerp van verering en het geheel een occulte bezigheid. Het persbericht eindigde:

Onze schuld, zowel van deze als van de vorige generaties, willen we belijden in de ware Geest van Christus Jezus, Die met grote ontferming Zijn oude volk liefheeft….’

De christen moet weer hangen! Geen christen ontkomt aan dit schuldcomplex. De tweede wereldoorlog met zijn antisemitische gruwelen ligt al bijna 70 jaar achter ons. De huidige generatie weet van de Jodenslachting alleen maar uit de schoolboekjes, maar toch zouden ze deel hebben aan de zonden van hun voorvaders. Die schuld is nog niet verzoend! Ook niet door het lijden en sterven van Jezus Christus. Zij moeten op de grond kruipen om genade te verwerven. Zoals de mormonen zich laten dopen voor de doden om gestorven familieleden te redden, zo moeten onze jonge mensen de schuld opnemen van de voorvaders. Men zegt: wij zijn allen schuldig, bewust of onbewust, klein en groot, of men gezondigd heeft of niet, het doet er niet toe:

We willen schuld belijden in de ware Geest van Christus Jezus.

Wat betekent dit: in de ware Geest van Christus Jezus? Heeft de Heer ooit een collectieve schuld met zijn volk beleden? Of heeft Hij, geleid door Heilige Geest, Zich gedistantieerd van hen die God verwierpen, toen Hij tot de Joden sprak: ‘U hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen’ (Johannes 8:44). De apostel van de liefde schrijft immers: ‘Ieder die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet’ (1 Johannes 2:23).

Israël dient niet de ware God, net zomin als een boeddhist, een communist of een atheïst. Het Joodse volk is er geestelijk ook niet bij gebaat als christenen zich voor hen verootmoedigen. Wil een Israëliet gered worden, dan zal hij zich moeten bekeren net als een Nederlander die buiten Christus Jezus leeft. En nee, God heeft de harten van de joden niet verhard, zoals de Bedelingenleer uitdraagt, maar dit doen zij nog steeds zelf. Inderdaad heeft Jezus zijn volk met grote ontferming liefgehad, zoals Hij ook de wereld liefhad, toen Hij zijn bloed gaf voor de zonde van het hele menselijke geslacht. En ‘in Christus Jezus’ is geen ‘sprake van Jood of Griek en niet allen die afstammen van Israël, horen bij Israël en zij zijn ook niet allen kinderen, omdat zijn nageslacht van Abraham zijn, maar: ‘Door Izak zal men van nageslacht van u spreken. Dat wil zeggen: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen van God, maar de kinderen van de belofte gelden voor nageslacht.’

We leven in een tijd van grote afval van de wetten en van de gedachten van God. Enerzijds komt de boze met allerlei zondige verleidingen en veel christenen worden meegevoerd op de weg van ongerechtigheid en wetteloosheid. De organisatoren van de ‘verootmoedigingsdag’ en zij die het woord voerden, waarschuwen wel tegen de wetteloosheid in de natuurlijke wereld, maar tegelijkertijd worden zij misleid in de geestelijke wereld, waar ze een volk van rechtvaardigen dat door het bloed van Jezus is vrijgekocht, willen laten neerbuigen voor een ras dat de Zoon verwerpt en daarmee ook de Vader verworpen heeft. Zij willen het ware volk van God opnieuw brengen tot schuldbesef, terwijl Jezus hen maakte tot een koninklijk priestergeslacht.

De regelmatig terugkerende oproepen tot verootmoediging en boete wijzen op ongeloof in de ware schuldvergeving en belemmeren de ontplooiing van het geestelijke leven. Ze houden de christen klein in plaats van hem te doen opgroeien tot de volmaakte volwassenheid. Door zonde te noemen wat de Bijbel geen zonde noemt, weven ze draad voor draad spinnenwebben, waarin de argeloze kinderen van God gevangen worden:

Het is verboden om te eten en te drinken, zich te wassen en seksuele omgang te hebben. Ook mag de orthodoxe jood geen leren schoenen dragen. Zo laat hij zien dat hij de heiligheid van de aarde (niet: God de vader en zijn Zoon Jezus Christus), respecteert.

Tenslotte was de oproep tot verootmoediging voor Israël een onderdeel van de ‘internationale dag van verootmoediging en gebed’, waarbij opgeroepen werd zich voor God te vernederen vanwege de zonden van het volk, waartoe men behoort en waarvoor men mede verantwoordelijk zou zijn. Men wilde hiermee bereiken dat het oordeel van God afgewend werd van land en volk.

Als opnieuw geboren en Geestvervulde christenen hebben we ook aan deze oproep geen gehoor gegeven, omdat wij niet verantwoordelijk zijn voor zonden van anderen en omdat wij verwachten dat de Heer voort zal gaan met scheiding te maken, dat is oordelen, tussen goed en kwaad. Dit oordeel begint bij het huis van God en zal voltrokken zijn, wanneer alles wat ongerechtigheid en leugen is, uit de mensheid en uit de schepping is gebannen. Die het beloofd heeft, is trouw, Hij zal het ook doen:

Want zie, duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de natiën, maar over u zal de Heer opgaan en zijn heerlijkheid zal over u gezien worden.’ Jezus sprak: ‘Wanneer dat alles staat te gebeuren, richt u dan op en hef uw hoofd, want uw verlossing is nabij!