Bezwaren tegen onze site

Een lezer heeft verschillende bezwaren tegen onze site, waaronder onze visie ten opzichte van het natuurlijke Israël:

  • ‘Inderdaad zijn wij allen (ieder wedergeboren christen) van het geestelijk Israël, dus van Abrahams zaad. Maar dat neemt niet weg dat Jezus Christus de bloedband met zijn volk Israël – want Hij is immers ook een Israëliet – volledig van Zich zou afwerpen’.

Wij zijn blij dat onze lezer erkent dat wij bij het geestelijk Israël horen. Het natuurlijke Israël is van geen belang, ‘want besneden zijn of niet besneden zijn betekent niets, maar of men een nieuwe schepping is’ (Gal.6:15). Toch beweert de schrijver dat Jezus de bloedband met zijn volk niet volledig van Zich afgeworpen zou hebben. De Mensenzoon zou dan na zijn opstanding nog (gedeeltelijk) bij het volk Israël horen. Zullen wij dan na onze opstanding nog Hollanders zijn of Belgen? Wanneer de Bijbel nu zegt dat in Christus geen Jood of Griek (Gal.3:28) is, bezit Jezus dan zelf nog wel de Joodse nationaliteit? Of is Hij het hoofd van een nieuwe mensheid ‘die geheel anders is’?

Armageddon

De Belgische lezer gelooft ook niet dat de slag van Armageddon in de hemelse gewesten zal plaatsvinden: ‘Dat gelooft niemand!’ We merken op dat wij dat wel vaker horen. In Openbaring 19:19 lezen we, dat het beest en de koningen van de aarde hun legers verzameld hadden om oorlog te voeren tegen Hem, die op het paard zat en tegen zijn leger’. In vers 14 wordt duidelijk gezegd, dat dit hemels leger onder aanvoering staat van de ruiter op het witte paard, wiens ogen vuurvlammen zijn en op wiens hoofd veel kronen zijn en die bekleed is met een kleed dat in bloed is geverfd. Mijn vraag is welke wereldoorlog met modern wapentuig tegen zo’n leger witte paarden wordt gevoerd. Ik geloof niet in zo’n ‘sprookje’ op aarde, maar wel in de eindslag van de oorlog waarvan Paulus spreekt in Efeziërs 6:10-17. Gods volk heeft een worsteling te voeren tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen satans’ demonen in de hemelse gewesten. De slag van Armageddon is de climax van deze oorlog. Het ‘beest’ is immers geen aardse macht, maar een geest die uit de afgrond opkomt (Op.13:1,2; 13:14).

Erfzonde
  • ‘Uw afkeer van de erfzonde kan ik ook niet onderschrijven. Zegt Romeinen 5:18 niet duidelijk, dat door één daad van overtreding het voor alle mensen tot veroordeling gekomen is. Immers waarom moeten de kinderen van gelovige ouders door hun ouders geheiligd worden, als zij geen schuld hebben. Waarom is dat dan nodig?’

Onze lezer citeert de halve tekst. Het vervolg luidt: ‘Zo komt het ook door één daad van gerechtigheid voor alle mensen tot rechtvaardiging ten leven’. Het bijwoord ‘zo’ wijst op een parallel, namelijk zoals door één zondige daad alle mensen – die zondigen – veroordeeld zijn tot de dood, zo komt het door één daad van gerechtigheid voor alle mensen – die haar aanvaarden – tot rechtvaardiging ten leven. Om de rechtvaardiging te ontvangen is het aannemen nodig. Om zondaar te worden moet men contact krijgen met de duistere demonen.

Weet de schrijver wel wat ‘heiligen’ betekent? Dit is: apart zetten, zodat het heel en gaaf blijft en aan God gewijd. God heiligde (in het oude verbond!) voor Israël de zevende dag, dat betekent dat Hij deze dag afzonderde van de overige dagen van de week. Er staat dat de hemelse Vader, dus de ouder, zijn Zoon geheiligd had (Joh.10:36). Had Jezus dan schuld? Nee, maar de kanttekenaars van de Statenvertaling merkten al op, dat dit woord ‘afzonderen’ betekent. Wij heiligen onze kinderen, niet omdat ze zondig zijn, maar om ze voor de satan te bewaren!

Uitverkiezing
  • ‘Ook in de uitverkiezing geloven velen, maar u niet. Maar als je Handelingen 13:48,49 leest, kunt je daar niet meer aan twijfelen’.

Ik geloof in de uitverkiezing, want er staat: ‘Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging van de wereld’. De Zoon was van eeuwigheid uitverkoren als eersteling en als hoofd van een nieuwe schepping, die heilig en onberispelijk voor Gods aangezicht zou zijn. Wanneer wij ‘in Christus’ zijn, horen wij bij de van eeuwigheid Uitverkorene. Op de vraag: hoe komt de mens ‘in Christus’ luidt het antwoord: allen die Hem aangenomen hebben – dat betekent zijn woord in geloof hebben aanvaard – heeft Hij macht gegeven kinderen of zonen van God te worden (Joh.1:12). De tekst uit Handelingen 13:48,49 luidt: ‘En allen, die bestemd waren tot eeuwig leven, kwamen tot geloof’. De Calvinistische uitverkiezingsleer zou hieraan kunnen toevoegen: en die uitverkoren waren tot eeuwig verderf, kwamen niet tot geloof. Calvijn leerde immers de dubbele predestinatie. Hij schreef in zijn Institutie, hoofdstuk 21:

  • ‘De hoofdzaak is, dat God door Zijn eeuwige en onveranderlijke raad eenmaal vastgesteld heeft, welke mensen Hij tot zaligheid wilde aannemen, maar ook welke Hij aan het verderf zou overgeven’.

Dit is een onmenselijke, harde leer die niet past bij het wezen van de goede God, die wil dat alle mensen behouden worden (2 Petr.3:9). Zij is in strijd met de christelijke ethiek die ons voorhoudt dat wij altijd het goede zullen doen, dus ook bedenken. Geen wonder dat men deze leer in de praktijk van alle kanten probeert bij te schaven, want veel calvinisten zijn beter dan hun leer.

In verband met de aangehaalde tekst uit Handelingen 13 zien we dat de Joden de prediking van Paulus en Barnabas hadden verworpen. Zij hadden het evangelie verstoten en keurden zich het eeuwige leven niet waardig (vers 46). Zij voelden dus niets voor de nieuwe opvattingen en zij hielden zich vast aan de oude inzichten. Het evangelie vond in hen geen goede voedingsbodem, zij aanvaardden de woorden van Jezus niet, dus hadden zij geen deel aan de Uitverkorene. Paulus en zijn medewerker wendden zich toen tot de heidenen. Dezen hadden niet allerlei tegenwerpingen, maar waren blij met de prediking van de volle waarheid. Zij hongerden en dorstten naar de gerechtigheid. Zij zagen de leegte en waardeloosheid van het heidendom in. Hun godsdienst kon hun niet bevredigen en zij zagen verlangend uit naar redding uit hun geestelijke nood. Zulke mensen zijn bestemd, verordineerd of voorbeschikt voor het eeuwige leven (Rom.2:14,15).

Als hongerigen en als dorstigen waren zij toebereid om woorden van leven tot zich te nemen en het levenswater te drinken. Zij vormden de goede grond waarin het zaad van het evangelie viel, wortel schoot en zich ontwikkelde tot een plant die opgroeide en vruchten voortbracht (Matth.13:23). Zulke mensen komen dus door de prediking tot het geloof! (Rom.10:14,15).