Zondag 45 H.C.

Wij hoorden een gereformeerde dominee naar aanleiding van zondag 45 (over het bidden) van de Heidelbergse Catechismus o.a. zeggen:

  • Wij moeten appelleren op Zijn beloften. Daar ligt ook de zware kritiek van de kerk, die trouw is, op de z.g. gebedsgenezers, die ook bij onze zieken komen en die rustig zeggen tegen patiënten: je moet geloven dat je beter wordt en vanuit dat geloof bidden. Als de patiënt niet beter wordt komen ze veertien dagen later terug en zeggen: je hebt geen geloof. Dat is een leugen! Iedereen die ziek is heeft nergens een belofte in de Bijbel gelezen dat hij beter wordt en daarom kan ook nooit een appèl op zo’n belofte uitgaan en ook nooit zo’n gebed. Dergelijke mensen acht ik gevaarlijker voor de zielen van Gods kinderen dan de man die hier onlangs een vrouw en een kind vermoord heeft. Dit zijn geestelijke doodslagen, geïnspireerd door de satan. Want het gaat allemaal om buiten het Woord van God en het is niets anders dan een mensenstem en een mensenstem uit eigen initiatief is niets anders dan revolutie tegen de eeuwige God. Wat ik u bidden mag: ban ze uit uw midden weg en geef ze geen gehoor, deze dwaalleraars, deze verleiders van geesten, opdat de verhouding tot uw Heer God in de Christus gesaneerd blijft door het godvruchtig buigen naar de regels van de Schriften, onder Zijn Vaderlijk bestel.’

Wanneer wij bij patiënten komen, die in hevige pijnen liggen, zouden wij vragen: ‘Gelooft u dat deze ziekte en pijn van God is of van de duivel?’ Zou zo’n zieke zeggen, dat dit een goede en volmaakte gave van boven is, afdalende van de Vader van de lichten, dan zouden wij met zo iemand niet bidden om herstel van zijn ziekte. Wanneer de patiënt echter overtuigd is met een werk van de duivel te doen te hebben, kunnen wij een beroep doen op Hem, Die gekomen is om de werken van de duivel te verbreken. Zo’n beroep berust dus op het aanvaarden van het Woord van God. Wij zouden wijzen op het woord van Jesaja, dat door de striemen van Jezus ons genezing is geworden. Wij zouden hem aanraden zo mogelijk de evangeliën door te lezen en te letten op de manier, waarop de Heer en Verlosser handelde: ‘Hij is rondgegaan, weldoende en allen genezende, die door de duivel overweldigd waren’ (Hand.10:38). Nooit zouden wij tot iemand die zich vasthoudt aan de beloften van God, kunnen zeggen: ‘Je hebt geen geloof.’ Wij willen alleen dit geloof opbouwen door het Woord van God. Wij zouden de zieke aanraden een ouderling of dominee te laten komen om hem te zalven met olie volgens Jacobus 5:14. Deze oudsten zullen:

  • ‘over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam van de Heer. En het gelovig gebed zal de lijder gezond maken en de Heer zal hem oprichten.’

Wij begrijpen dat veel ouderlingen dit niet doen, omdat zij het geloof daarvoor missen. Wanneer wij zieken de handen opleggen of hen zalven in de naam van de Heer wil dit zeggen, dat wij voor hen in de bres gaan staan. Wanneer een zieke niet geneest na handoplegging of zalving, komt de vraag van het meer of minder staan in het geloof in de eerste plaats tot hen, die voor de zieke op de bres stonden: ‘Jezus hun geloof ziende.’ Men moet vaak met zieken die niet meer kunnen denken, of die pas op de weg zijn, handelen als met een kind. Wij weten dat er overheden van de duisternis zijn, waartegen wij nog niet zijn opgewassen en de toestand in de gemeente vaak zo is, dat er velen ziek zijn en er weinig kracht is ter genezing (1 Cor.11:30).

Wanneer deze dominee ons wil vergelijken met de moordenaar die onlangs een vrouw en kind vermoordde en ons zelfs nog gevaarlijker acht, kunnen wij dit slechts zien als een verblinding, die geen onderscheid meer heeft in de juiste proporties. Dat de Heer deze dominee genadig mag zijn, zodat er niet gezegd wordt dat hij tegen God strijdt!