Een getuigenis
Om de grote veranderingen die in mijn leven zijn gebeurd, duidelijk naar voren te laten komen, is het noodzakelijk dat ik eerst iets vertel over het verleden. Dat was een tijd waarin ik jaar in jaar uit geconfronteerd werd met ‘De Schrift’. Een tijd waarin ik ontelbare preken heb aangehoord zonder dat er werkelijk iets veranderde. Mij is in al die tijd nooit iets duidelijk geworden, ondanks alle preken over het plan van God met de mens. Ik groeide op binnen de christelijk gereformeerde kerk en ik dacht dat daar de meest zuivere waarheid gebracht werd. Maar ik zag nóch mijzelf nóch veel anderen werkelijk in geestelijk opzicht veranderen.

Af en toe waren er momenten in mijn leven dat ik hunkerde naar een levende verhouding met God, maar niemand vertelde mij hoe dit nu te doen. Alles was vrijblijvend in de kerken en er was geen werkelijke kracht van God. Velen zitten in deze kerken jaar in jaar uit, maar er is geen leven. Ik zag zo weinig van de verlossing en bevrijding door het evangelie van God. De meesten zijn religie aan het bedrijven; velen blijven zitten met een zondeschuld omdat over de zonde steeds voluit gepraat wordt en zelf had ik meer angst voor dan vertrouwen in God. Ook toen ik alle kerkelijke stadia doorlopen had en belijdend lid van de kerk geworden was, durfde ik niet deel te nemen aan het Avondmaal, net als veel anderen. Wat mij soms verbijsterde was de enorme schijnheiligheid. Ik wist dat er innerlijk met mij iets moest gebeuren, voor ik echt aan het Avondmaal zou kunnen meedoen.
Er waren ook tijden in mijn leven dat ik niet naar de kerk ging. Allerlei zaken buiten de kerk gaven mij meer plezier dan de religie. Diep in mijn hart voelde ik dat echt leven met God anders was dan wat ik om mij heen zag in de kerk. Van tijd tot tijd kreeg ik weer nieuwe hoop; ik leefde dan in de verwachting dat er iets gebeuren zou. Maar dan ebde die hoop weer weg. Dat ik een zondaar was, daar was ik wel diep van doordrongen. Soms verbaasde ik mij dat al die kerk mensen zo gemakkelijk dag in dag uit konden leven met dat zondaarsbesef.
De uitverkiezingsleer
Door de leer van de erfzonde en de uitverkiezing kwam ik vaak in een dal van moedeloosheid terecht. Die uitverkiezingsleer is fnuikend voor iemands geestelijk welzijn en deze forse dwaling heeft haar duizenden verslagen. Men wordt er door overgeleverd aan een god wiens raadsbesluiten ondoorgrondelijk zijn en die volkomen naar willekeur handelt (Zondag 10). Een god die Jezus en de apostelen ons nooit hebben getoond en geleerd. In deze kerk werd ook nooit een echte oproep gedaan om je te bekeren. Vaak dacht ik aan het eind van de preek: ‘Nu moest de dominee eens ronduit vragen: wie wil zich bekeren en aan Jezus overgeven, die komt maar naar voren’. Er zou wel een schok door het kerkvolk gegaan zijn, een schok die echter hoognodig was. Maar je kon vrijblijvend en rustig na elke preek het kerkgebouw weer uitwandelen. Men kan zich dan ook niet zelf bekeren volgens deze leer (dat moest God doen) maar het was wel je eigen schuld als je verloren ging. De resultaten waren er dan ook naar: een dor, steriel leven.
Slechts een klein beginsel…
We leerden zelfs uit de catechismus dat de allerheiligsten maar een klein beginsel van gehoorzaamheid bezitten (Zondag 44 vraag 144). Voor mij waren dat dus de dominee, de ouderlingen en de diakenen, maar als die nog maar ‘een klein beginsel’ hadden, waar bleef ik dan? Dit alles was zeer ontmoedigend. Ik zag zo weinig kracht, blijdschap en overwinning in de kerk. Er werd meer gezucht óver de genade dan geroemd ín de genade. Als de ouderlingen bij ons op bezoek kwamen, was ik dan ook nogal eens recalcitrant tegen hen, omdat ze zelf dikwijls niet eens de zekerheid hadden een kind van God te zijn. Dan zei ik: ‘Ik merk wel dat u mij ook niet kan helpen, want u tobt zelf nog teveel met onzekerheden’. Over zulke dingen kon ik dan lang nadenken, hoe ouderlingen werkelijk zouden moeten zijn, mannen vol van geloof en Gods Geest. Zo bleef ik in het duister ronddwalen en wist dat ik verloren was.
Toch bleef er diep in mijn hart een hunkering naar een waarachtig leven met God. Doordat ik veel in de Bijbel las, bleven bepaalde teksten in mijn geheugen hangen en ik bleef daar over nadenken. Ik las bijvoorbeeld hoe Paulus sprak over ‘de vrede van God die alle verstand te boven gaat’. Een dergelijke vrede, ondanks alle situaties, zou dus mogelijk moeten zijn. Maar in mijn kerk merkte ik daar zo weinig van; ik zag bij de anderen hetzelfde als bij mijzelf: geestelijk niet verder komen en alsmaar in een kringetje ronddraaien.
Op een nacht kon ik maar niet in slaap komen; ik had het vreselijk benauwd. Er was maar steeds één Bijbeltekst die me bezighield, namelijk deze:
- ‘Ik weet uw werken, dat u noch heet, noch koud bent. Was u maar koud of heet! Zo dan, omdat u lauw bent en nóch heet nóch koud, zal Ik u uit mijn mond spuwen’ (Op.3:15,16).
Ik had het gevoel of ik in een bodemloze put viel; steeds dieper ging het, op weg naar de verlorenheid! Ik ging m’n bed uit en ging op het balkon staan, terwijl ik naar adem snakte. Voor mijn vrouw wilde ik niet weten wat er aan de hand was en ik zei alleen maar dat ik het benauwd had. Ook daar ben ik weer doorheen gekomen.
Mijn oom, de Rozenkruiser
- Toen de satan doorkreeg dat hij mij niet langer met de leringen van deze kerk kon vasthouden, probeerde hij het op een heel andere manier, namelijk via een oom. Deze was een vriendelijke, sympathieke man, die veel indruk op mij maakte wanneer hij over zijn ‘geloof’ sprak. Hij was namelijk ‘rozenkruiser‘ en probeerde mij te interesseren voor deze mystieke beweging. Allerlei lectuur kreeg ik van hem en ik begon deze uitgebreid te bestuderen. Ik hongerde naar dé waarheid! Ik maakte er zelfs veel aantekeningen bij. Toch kon dit mij niet overtuigen en dus ging ik verder op onderzoek uit. Ik zat vaak op internet en kon dan uren lezen over allerlei lectuur van talrijke religies. Ik zocht en zocht, maar had nog steeds niet gevonden waarnaar ik op zoek was: vrede met God. Mijn ziel schreeuwde om verzoening, om het echte, het zuivere! Tenslotte liet ik alle informatie met rust en bleef alleen maar lezen in het woord van God. Dit begreep ik wel: dáár moet het ware licht vandaan komen. Het licht wat ik zo nodig had in mijn donkere bestaan.
Op een dag had ik weer eens een gesprek met een zakenrelatie en deze kwam met heel iets merkwaardigs aandragen. Hij zei: ‘Je moet eens met me mee gaan. Ik heb mensen ontmoet en met hen gesproken over het geloof en die hebben me zulke fijne dingen verteld, daar moet jij ook eens mee gaan praten’. Ik voelde hier helemaal niets voor, maar mijn vriend bleef aandringen. Eindelijk had hij me zover dat ik toestemde om eens met hem mee te gaan. De betreffende middag bleek er echter niemand thuis te zijn en vreemd genoeg, ik was allang blij. Toch stonden we een week later weer voor dezelfde deur en toen bleek de vrouw des huizes thuis te zijn. We werden allerhartelijkst ontvangen. Mijn vriend stelde mij voor aan haar als iemand die de Bijbel erg goed kende en daarover met haar wel eens van gedachten wilde wisselen. Nu, daar is niet veel van terecht gekomen. Ik werd geconfronteerd met de kracht van Gods Geest! Al mijn kerkelijke achterdocht en bezwaren versmolten als sneeuw voor de zon toen ik merkte dat deze vrouw datgene bezat waarnaar mijn hele wezen verlangde: een blijde en levende gemeenschap met de Heer! Dat proefde je uit alles wat zij vertelde. Blijdschap, vrede en vriendelijkheid straalden gewoon van haar af. En ze had het steeds maar weer over Jezus.
Dat was voor mij een heel nieuwe ervaring, want bij ons in de kerk komt de naam van Jezus vaak maar moeilijk over de lippen en spreekt men meer over de ‘Here God’ en de ‘Christus der Schriften’. Maar hier lag het geheel anders; deze vrouw sprak over Jezus alsof Hij haar naaste vriend was, alsof zij Hem persoonlijk heel goed kende. En dat was ook zo. Ze vertelde wat de Heer allemaal in haar leven gedaan had en ook bij haar man en vele anderen. Na een poosje vroeg zij mij: ‘Bent u ook een kind van God?’ Een vraag waarbij veel kerkmensen hun ‘vrome’ stekels opzetten. Toch kon ik daar niet ronduit ‘ja’ op zeggen; ik kon alleen maar zeggen dat ik christelijk-gereformeerd was, belijdend lid en de kerkelijke leer grondig onder de knie had.
- ‘Maar je kunt het zeker weten dat je een kind van God bent’, zei ze. ‘Je hoeft er niet heel je leven over te doen om dat te ervaren’.
Dat gesprek heeft mij bijzonder goed gedaan; hier werden in één keer veel dingen duidelijk, die jarenlang voor mij verborgen waren gebleven. Elke dinsdagavond was er Bijbelstudie aan huis bij deze mensen en samen met mijn vriend ben ik daar elke dinsdag naartoe gegaan. Wanneer ik thuis kwam, sprak ik met mijn vrouw over wat ik gehoord en geleerd had, waardoor zij toch ook interesse begon te krijgen. Méér nog dan ik had zij de Heer nodig, want zij stond aan de rand van overspannenheid.
Doordat ik veel weg was, zat zij vaak alleen thuis (we hadden inmiddels enkele kinderen). Ze was heel erg mager en moest van de dokter elke dag veel vette maaltijden eten maar er kwam geen grammetje gewicht bij. Ook rookte ze door overspannenheid bijzonder veel en werd ook gekweld door angst om dood te gaan. Het was dus goed dat wij beiden bij deze mensen terecht kwamen. Deze mensen vertelden ons wat wij in de kerk nét niet hoorden. Ze vertelden niet alleen dat wij ons moesten bekeren (dat wisten we al heel lang), maar maakten ons duidelijk hóe wij dat konden doen. En mochten doen. De tekst uit Johannes 1:12 kwam ter sprake:
- ‘Maar allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen van God te worden, hun die in zijn Naam geloven’.
Jezus nodigt uit ons uit om Hem aan te nemen en Hij zal nooit zoiets vragen als wij dat niet kunnen. Het was of er een groot licht in mijn ziel verscheen. Het ging om een vrijwillige keuze van ons; wij mochten Jezus als onze Verlosser aannemen. ‘Willen jullie dat?’, vroeg deze zuster. Voordat ik het zelf besefte greep ik mijn vrouw bij de arm en wij vielen op onze knieën. Er werd heel persoonlijk met ons gebeden en we beleden voor God onze zonden en mochten ervaren: het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonden. Het werd een begin van een totaal nieuw leven. Voor ons hele gezin. Toen begreep ik ten diepste de tekst uit Efeziërs 4:23,24: ‘Maar u geheel anders: u hebt Christus leren kennen.’ Ik was verlost van een kerkgod en mocht ervaren dat Jezus onze Vriend en Koning wil zijn.
Voordat wij die avond vertrokken, kwam er nog een stuk nood naar voren, namelijk een probleem met één van onze kinderen. Mijn vrouw zei: ‘Wij hebben een kind thuis met zwaar astma; kan die er ooit van genezen?’ Het antwoord van deze mensen was erg simpel, wars van elke vorm van theologie. ‘Natuurlijk, de Heer geneest; wij zullen jullie als ouders de handen opleggen en dan gaan we bidden voor deze jongen; we gaan geloven dat de Heer hem geneest’. Zoiets hadden we nog nooit gehoord en beleefd in de kerk. We voelden: er gaat iets gebeuren. En een groot wonder is er toen gebeurd, want vanaf dat moment heeft dit kind nooit meer een aanval van astma gehad. Jezus heeft hem werkelijk meteen genezen!
Het was inmiddels al nacht geworden, toen wij naar huis terugreden. Eerst bleef het erg stil in de auto, maar toen brak de blijdschap door. In ons hart was een psalm, die hebben we uit volle borst gezongen. In de loop van de tijd hebben we andere lofprijzingen geleerd, niet enkel de psalmen, waar toch altijd een waas van vroomheid omheen hing (denk aan de gewijde muziek en de hele of halve noten).
De genade van Jezus Christus
Onze blijdschap is sindsdien alleen maar groter geworden. De genade van Jezus Christus begon door te werken in ons leven en ook ik veranderde van binnen en van buiten. Vroeger had ik sceptisch gestaan tegenover geestelijke zekerheden; ik zag de kerkmensen meer zuchten over hun eventueel behoud dan juichen. Altijd werden we heen en weer geslingerd en ‘echte zekerheid’ werd wat achterdochtig bekeken. Je hoorde dan uitdrukkingen van: ‘zo genoten, zo weer weg gevloten’, ‘een ingebeelde hemel’, ‘een gestolen Jezus’, enz., enz….
Maar nu zag ik in hoe ik vele jaren door de duivel verleugend was geworden. Hoe ‘vrome’ kerkgeesten de mensen parten spelen. Zij laten de dominees en ouderlingen op zondag ook in zwarte pakken lopen. Over ‘vrijheid in de Geest’ gesproken! Al zulke ‘vrome’ drogredenen hadden mede kans gezien om mij buiten het bereik van de uitgestoken hand van Jezus te houden.
Calvijns geliefde uitverkiezing
- ‘Wij zeggen dat de Schrift op zijn minst duidelijk aantoont, dat (mijn) god door zijn eeuwige en onveranderlijke raad eens en voor altijd heeft vastgesteld, in welke persoon hij een behagen had om hem tot behoud aan te nemen en anderzijds in welke persoon hij een behagen had hem te veroordelen tot verderf…’
Wat heb ik vaak een diep medelijden gehad voor mijn oude moeder, die gebukt ging onder deze leer van de uitverkiezing. Hoe hunkerde haar hart naar bevrijding en verlossing. Vaak mocht ik met haar spreken en bidden en dan rolden de tranen over haar wangen. ‘Je bent altijd zo blij, je bidt zo heel anders dan de dominee en de ouderlingen’, zei ze dan. Maar ze kon maar niet begrijpen dat ik het nu buiten haar ‘kerk’ gevonden had. Wat is er toch een verschrikkelijke kerkelijke gebondenheid! Merkwaardig hoe mensen soms kunnen reageren. Toen mijn vrouw er zo goed ging uitzien doordat de Heer haar aangeraakt had, zei een familielid: ‘Ja, maar komt dat nu niet door je leeftijd..?’ Wonderlijk dat men altijd de natuurlijke middelen wil erkennen en niet het wonder van de Heer.
De doop met Gods Geest
Naarmate wij verder op de weg met Jezus gingen, begonnen de Woorden van God steeds meer voor ons te leven. Vooral toen ik gedoopt en vervuld werd met Gods Geest. Daar werd in onze kerk nooit over gesproken en dan verwacht ook niemand het. Mijn vrouw was van begin af aan vol van Gods Geest, maar bij mij duurde dat wat langer. Had ik teveel gelezen en getheologiseerd? Er moest nog meer met mij gebeuren en op een conferentie over de gaven van Gods Geest was er een uitnodiging. Meteen ging ik hier op in en twee broeders gingen met mij bidden onder handoplegging. Toen mocht ik weer een ervaring rijker worden: Jezus is de Doper met Gods Geest. Tijdens dit gebed ervaarde ik dat de kracht van God over en in mij kwam. Een geweldige blijdschap overstroomde mij.
Weer thuisgekomen, denk je aan hen die je lief en dierbaar zijn. Wat leeft men in de kerken toch geestelijk met minimale dingen. Je zou het ieder wel willen toeroepen: ‘Lieve mensen, er is méér, veel méér’. Wat is het dan diep teleurstellend dat je op zo’n grote tegenstand stuit van mensen, die wekelijks maar trouw naar hun kerk gaan. Ik heb er echt wel eens om gehuild, vooral om mijn moeder. Met ons gezin hebben we ons aangesloten bij een gemeente die het eeuwig evangelie brengt vanuit het enige Bijbelse Fundament. We hebben ons daar voor de volle honderd procent gegeven.
God ging grote dingen doen in ons gezinsleven. Eén voor een kwamen de kinderen tot een bewuste keuze en werden allemaal vervuld met Gods Geest. Mijn vrouw en ik kunnen soms maar niet begrijpen dat wij allemaal op de weg van de Heer zijn en dat niemand in ‘de wereld’ leeft. Wat een genade van God! Maar de Heer had een taak voor mij. Het was soms een grote verdriet voor mij dat zoveel jaren nutteloos waren heen gegleden. Wat had ik nu gehad in de kerk? Het was alles zo’n sleurleven geweest. Toen vertroostte de Heer mij met een tekst uit de profeet Joël (2:25):
- ‘Ik zal u vergoeden de jaren. toen de sprinkhaan alles opvrat, de verslinder en de kaalvreter’.
Als één van de oudsten in de gemeente mocht ik in de bediening staan en later mocht ik Bijbelstudies leiden. Toen kwamen er spreekbeurten, ook in andere gemeenten en heeft de Heer mijn weg geleid naar een plaats, waar ik voorganger geworden ben. Aanvankelijk gaf het nog wel enige problemen, doordat deze gemeente dezelfde gedachtevernieuwing moest doormaken, die ook ikzelf had doorgemaakt. Daarmee is een profetie over mijn leven in vervulling gegaan. Wat is God goed!
Het aardse Israël zonder Jezus Christus, volk van God ???
Jarenlang heb ik ook geloofd dat het natuurlijke volk Israël nog altijd Gods uitverkoren volk was. Maar hoe meer ik de Woorden van God onderzocht en geestelijk ging verstaan, des te moeilijker kreeg ik het er mee. Ik stuitte op teksten die mij van andere dingen overtuigden. Ik wist uit ervaring dat gebed wonderen kan doen. Het was op een nacht dat ik bezig was met deze dingen – ik was alleen in de kamer – dat ik op mijn knieën ging en bad: ‘Zend Heer uw licht en uw waarheid, want ik kom er niet uit en ik voel ergens dat het zo niet is als overal geleerd wordt’. Ik kan zeggen dat mij toen overkwam wat Paulus overkwam: mij werd ineens veel duidelijk, de Heer toonde mij één lange, heerlijke geestelijke weg. Toen wist ik en heb nooit meer getwijfeld. Wat een rijkdom gaat het Nieuwe testament dan bieden.
‘Zij die uit het geloof zijn, zijn kinderen van Abraham’ (Gal.3:7).
Over veel dingen ging steeds meer het licht op. Op onze wekelijkse Bijbelstudies ben ik toen begonnen om heel de Romeinenbrief te behandelen. De gemeente ging door de barrière en het is wonderlijk hoe de gemeente geestelijk gegroeid is. Zijn we nu beter dan andere christenen? God ziet het hart aan en hoogmoed komt voor de val, maar de nieuwe geboorte, de doop met Gods Geest en de rest van het hele fundament hebben we wél in ons leven gelegd, in tegenstelling met het naamchristendom, dat nauwelijks iets weet van deze Bijbelse principes uit Hebreeën 6:1,2. Wij weten ons hemelburgers, omdat we overgezet zijn naar het koninkrijk van Gods geliefde Zoon Jezus en we helpen mee aan de tempel van God in de geestelijke wereld. Ook iets waar de kerken geen notie van hebben. Maar als oprechte christenen word je altijd beschuldigd van hoogmoed. Altijd!
De wijze en dwaze maagden
Ook Jezus werd hiervan beschuldigd. Maar we zien wel in dat er steeds meer een scheiding komt tussen dwaze en wijze maagden en alle tien noemden zich christelijk! Jarenlang waren de tien maagden samen opgetrokken en tóch kwam er op een gegeven moment scheiding. Ook de dwaze maagden zongen de liedjes van Sion. Echter, ze waren op het kritieke moment niet vervuld met Gods Geest. We hebben een geweldige fijne gemeente, waar onderling een goede sfeer heerst. Er is saamhorigheid en onderlinge liefde en vrijwel allen willen de hoge weg gaan die de Heer ons de laatste tijd gewezen heeft. Het doel van God met de gemeente wordt steeds duidelijker. De mens van God, tot alle goede werken volmaakt toegerust zal er inderdaad gaan uitkomen (2 Tim.3:16,17). De gemeente van Jezus Christus is het volk waarmee God een heerlijke doel heeft. Zij zal worden gesteld als een lof op aarde! Het volle zoonschap zullen wij bereiken – de schepping wacht erop.
De strijd in de hemelse gewesten
Als ik nog eens terugdenk aan die vroegere kerkelijke periode besef ik dat de onzienlijke wereld daar heel vaak volslagen onbekend is. Men worstelt nog steeds met de begrippen zonde, genade en verlossing. Nooit heb ik in een kerk duidelijk gehoord wat de strijd in de hemelse gewesten betekent. Wat nu eigenlijk die vurige pijlen zijn, die de satan op ons afstuurt. Hoe wij nu werkelijk het schild van het geloof moeten hanteren. Hoe wij werkelijk een vreugdevol overwinningsleven kunnen leiden.
Wat ik ook heb ingezien is het feit dat de duivel nog niet eens zoveel bezwaar maakt tegen het leggen van het fundament van het geloof, maar o wee als er geprobeerd wordt om op dat fundament verder te bouwen. Dan komt heel zijn satanische leger in beroering en je ondervind juist tegenstand uit de zich ‘christelijk’ noemende hoek. De gemeente die tot de volheid wil komen is de satan een doorn in het oog, dat wil hij ten koste van alles verhinderen. ‘Zondaar zijn en blijven tot aan je dood’, dat laat de duivel het liefst iedere christen belijden. Ook christenen afleiden met de meest krankzinnige propaganda en hen mee laten draaien in een waanzinnige politiek is een van zijn hobby’s. Het zal overigens niet lukken; Gods plan gaat door! Daar ben ik heel zeker van omdat God het belooft!









