Antwoord aan een dominee

‘Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen’ (Herz. St. Vert.).

Een gereformeerde dominee vraagt:

  • ‘Is het een ‘nietszeggende frase’ als wij belijden, dat de Heilige Geest in ons het geloof werkt en dat Hij het is, Die ons toe-eigent wat wij in Christus hebben, de afwassing van onze zonden en de dagelijkse vernieuwing van ons leven, totdat wij eindelijk onder de gemeente van de uitverkorenen in het eeuwige leven onbevlekt zullen gesteld worden?’ (Doopsformulier van de Gereformeerde Gemeenten).

Werkt de Heilige Geest in ons het geloof?

Zoals God aan het lichaam onder andere de zintuigen schonk en aan de ziel het verstand, gevoelsleven, begeerte, de wil, liefde en het geweten, zo schonk Hij aan de mens de geest met het geloofsvermogen. Het geloof van de mens heeft de eigenschap dat het zich door de wil ergens op richten kan, zowel in de zienlijke, als in de onzienlijke wereld. Daarom staat er:

  • ‘Aan diegenen die Hem toch opnamen, aan hen heeft Hij het vermogen gegeven om kinderen te worden van God: aan hen die geloven in zijn Naam’  (Johannes 1:12).

Als de Heilige Geest het geloof in ons hart werkt, hoe kan er dan sprake zijn dat Jezus de Leider en de Voleinder (dat is degene die het tot volmaaktheid brengt) van ons geloof is? Het geloof moet dus geleid en tot volmaaktheid gebracht worden, maar wat van Gods Heilige Geest komt, is goed en volmaakt: ‘Elke goede gave en elk volmaakt geschenk is van boven en daalt neer van de Vader van de lichten’ (Jacobus 1:17). Alles wat van de mens komt, moet geleid worden en tot volmaaktheid gebracht. Waarom moeten wij anders de eenheid van het geloof proberen te bereiken (Efeze 4:3)? Deze eenheid bestaat daarin dat het geloof geheel en uitsluitend gericht is op de Zoon van God. Telkens lezen wij: ‘Uw geloof heeft u behouden’.

Het geloof is als een buis, die ons met God verbindt. Door deze buis ontvangen wij de Geest van God en komt al Gods geluk tot ons. Hoe wijder de buis, hoe rijker de ervaringen. Zoals een lichaam groeit, omdat het voedsel opneemt, zo groeit ook het geloof en wordt het ‘vermeerderd’ door gebed, Schriftlezing en het spreken in talen.

Een andere functie van de geest is de macht om zich uit te drukken in het woord, dus in de taal. Ook God die geest is, richt zich op deze wijze tot de mens. Deze grijpt door het geloof het woord van God aan en eigent zich het toe. De Geest van God brengt het woord van God in de mens tot realiteit, want geest en kracht zijn onafscheidelijk verbonden. Zo ontstaat de nieuwe mens: uit het woord, in het geloof door de kracht van de Heilige Geest. In dit verband wordt veel de tekst gebruikt uit Efeze 2:8:

  • ‘Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen’ (Herz. St. Vert.).

De kanttekeningen van de Statenvertaling en enkele andere Schriftuitleggers willen ons laten geloven, dat de woordjes ‘en dat’ terugzien op geloof, hoewel dit volgens het taaleigen niet juist is. Men zou daar dan uit kunnen afleiden dat het geloof telkens opnieuw een rechtstreekse gave van God was. Er staat dus niet dat het geloof een gift zou zijn, zoals maar al te veel wordt gezegd om de onmacht van de mens te accentueren. Wij zouden dan in dit laatste geval maar moeten wachten tot het God zou behagen ons geloof te schenken. Dit zou de verantwoordelijkheid van de mens te enen male wegnemen. Onze redding is echter uit genade geschonken.

Bovendien is het woordje ‘dat’ in de grondtaal onzijdig en ‘geloof’ is vrouwelijk. Daarom verwijzen de meeste vertalers inclusief Calvijn naar de gehele voorgaande gedachte van een zaligheid die door genade is geschonken. De christen wordt behouden door de genade die God schenkt. Deze genade ontspringt in de onzienlijke wereld en kan dus alleen door het geloof toegeëigend worden. Wij kunnen haar niet door werken verwerven, maar alleen als een gave van God door ons geloof aannemen.

Kunnen geloven is een eigenschap van de menselijke geest, die de dingen die men niet ziet, kan grijpen, dus voor waar houden. De juiste schriftprediking richt het geloof op God die Geest is. Het geloof van de Thessalonicenzen richtte zich ooit op de afgoden, maar later schreef de apostel: ‘Maar overal is uw geloof, dat zich op God richt, bekend geworden’ (1 Thess.1:8).

‘charisma’ of ‘doron’?

Dat het geloof vanaf de geboorte in alle mensen een scheppingsgave is, staat buiten kijf. Een dier bijvoorbeeld mist dit kostbare geschenk. Ook ons verstand kan op deze manier als gave worden gezien. Paulus gebruikt voor ‘gave’ niet het woord ‘charisma’ (geestelijke gave), maar ‘doron’, dat is hier dus een geschenk aan alle mensen. Het aanwijzende voornaamwoord ‘dat’ in ‘dat niet uit uzelf’, ziet niet terug op geloof, maar op genade (charis). Men zou dus ‘door het geloof’ tussen haakjes kunnen zetten en lezen:

  • ‘Want uit genade bent u behouden (door het geloof) en dat niet uit uzelf, het is een geschenk van God’.

God heeft de mens geschapen om gemeenschap met Hem te hebben in de geest door het geloof. ‘Maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven’  (Hab. 2:4). Leven betekent verbinding hebben met God. Als Gods Heilige Geest in ons hart het geloof zou werken, door wie wordt het dan in de demonen gewerkt? Of is het zo, dat de duivelen geloven, omdat zij geesten zijn (Jac.2:19)?

Er is nog een bijzondere gave of openbaring van de Heilige Geest, zoals wij deze vinden in 1 Cor.12:9: ‘aan de één geloof door dezelfde Geest’. Zoals de Geest in bepaalde gevallen door ons heen kan bidden: ‘de Geest zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen’, zoals de Geest kan spreken door profetie en klanktaal, zo spreekt het vanzelf dat als geloven een functie van de geest is, Gods Geest dit vermogen ook bezit. Wanneer deze Geest in ons woont, zal Hij ook in bijzondere gevallen zijn geloof door ons heen openbaren. Bijvoorbeeld voor het onmogelijke. Voor wat boven ons bidden en denken ligt!

Eigent de Heilige Geest ons toe, wat wij in Christus hebben?

Niet de Heilige Geest eigent ons toe wat wij in Christus hebben, maar door het geloof eigenen wij ons op grond van zijn Woord zijn volbrachte werk toe. Op de catechisatie leerden wij dat het geloof de hand was, waarmee wij de verzoening en de afwassing van de zonden grepen en ons toe-eigenden. Door het geloof eigenen wij ons iedere belofte van de Vader toe. Ook die van de doop in Heilige Geest. De Heilige Geest werkt in ons de beloften uit en: ‘de kracht die in ons woont, is bij machte oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen’ (Ef.3:20). De Heilige Geest eigent ons dus niet de dagelijkse vernieuwing toe, maar Hij werkt de belofte uit: ‘Zie, Ik maak alle dingen nieuw.’ Daarom wordt in het nieuwe verbond geen krachtsinspanning geëist als door de wet van de Sinaï, maar alleen geloofsgehoorzaamheid en een volledige overgave aan de leiding van Gods Geest.

Als wij zouden leren dat de Heilige Geest het speciale ‘zaligmakende’ of ‘ware’ geloof geeft, dit dan weer onderscheiden van het historisch geloof en het tijdgeloof, enzovoort en van het natuurlijke geloof in de psychologie, dan schuiven wij de verantwoordelijkheid van de mens geheel van ons af. Dan is de oproep: ‘Geloof in de Heer Jezus en u zult behouden worden,’ een frase en bovendien weet geen enkel mens meer met welk soort geloof hij nu eigenlijk behept is.

Ook de verwerving van de redding en verlossing wordt dan weggeschoven door een warnet van spitsvondigheden, die de levensweg blokkeren. Men blijft dan wachten op het aangeboden en toegezegde behoud, omdat de duidelijke weg, die God heeft aangewezen om het te verkrijgen, versperd wordt. De consequent doorredenerende zoeker komt tenslotte tot de verzuchting: ‘Och, mocht het eens komen te gebeuren, dat mij nog iets van de genade geschonken werd! Het schijnchristendom zit vol verbalismen en frasen, die de mens beletten om de heerlijkheid van God te weerspiegelen. En dat is geen leven.

Wanneer worden wij onbevlekt gesteld?

De gemeente van de uitverkorenen is in de eerste plaats hier op aarde en het eeuwige leven ontvangen wij nu. ‘Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven.’ Niet ‘de dood is de doorgang tot het eeuwige leven’, maar Jezus Christus schenkt het ons. In dit leven genieten wij Gods hulp en gunst. Wat later komt, is niet geopenbaard. ‘Wie dit van Hem verwacht, maakt zich rein, zoals Jezus rein is’ (1 Joh.3:3). Nu willen wij ‘ons richten op het volkomene’ (Hebr.6:1). Zich richten op, betekent geloven in het volkomene. Jezus Christus wil ons nu heiligen:

  • ‘Om de gemeente voor zich te plaatsen in al haar luister, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, maar heilig en onbesmet’ (Ef.5:27); ‘En mag de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heer Jezus Christus. Die u roept is getrouw: Hij zal zijn woord houden’ (1 Thess.5:23,24).

De Bijbel spreekt niet over een ‘eindelijk’, dat de mens de gelegenheid verschaft hier zijn schuld dagelijks groter te maken en een wissel te trekken op een onzekere en vage toekomst. ‘Wat wij in Christus hebben’ is de Geest, die Jezus uit de doden opgewekt heeft en die in ons woont!

De dominee vraagt ook:

  • ‘In dit geloof in de Heilige Geest hebben door de eeuwen heen miljoenen mensen, zonder dat zij ‘bijzondere’ Geestesgaven bezaten hun troost en hun kracht gevonden en hebben velen van hen dit geloof bezegeld in hun martelaarsdood. Zij stonden, nog eens weer: ook zonder bijzondere gaven van de Geest, niet bij een uitgedroogde beek, maar ze hebben gedronken uit de fontein van levend water.’

Is het geloof in de Heilige Geest onze troost en kracht?

‘En in dit geloof in de Heilige Geest hebben door de eeuwen heen miljoenen mensen hun troost en kracht gevonden.’ Nee, niet in het geloof in de Heilige Geest, maar in Gods Heilige Geest zelf, die door het geloof woning in onze harten komt maken en zijn werk in ons verricht! Ook hier heeft de uitgevonden valse Drie-eenheidleer weer zijn slag geslagen. Jezus sprak: ‘Ik stuur u de Trooster, Gods Heilige Geest’. ‘Deze zal u leiden en alles leren en Hij zal u de weg wijzen tot de volle waarheid’. Gods Heilige Geest (en niet 1/3e godheid) komt in ons wonen en brengt zijn eigenschappen met zich. Dat zijn de gaven van Gods Heilige Geest. Daarmee troost, heelt en leidt Hij.

Theologie en dogmatiek zijn tot bevrediging van het verstand, meest van intellectuelen en gestudeerden. Zij leiden niet tot de gerechtigheid en de volmaaktheid, maar: ‘ten aanzien van de uitingen van de Geest wil ik u niet in het onzekere laten. Aan ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen’ (1 Cor.12:1,8,9). Op deze aangehaalde teksten volgen dan de negen gaven van de Heilige Geest.

Defaitistische standpunten

Waar men de gaven van de Geest verwerpt, maakt men het de Heer onmogelijk de gemeente te stichten en op te bouwen. Hij kan dan niet tot zijn doel komen en men moet tevreden zijn met het defaitistische standpunt: wij blijven tot onze dood zondaren, dat wil zeggen, gebonden en in de macht van de vijand. Paulus zegt: ‘Wie in een tong spreekt, bouwt zichzelf op’ (1 Cor.14:4). Daarom dankt Paulus God dat hij deze opbouwende gave meer dan allen mag gebruiken (1 Cor.4:18). Zo is het charisma van de profetie tot vermaning, bemoediging en vertroosting van de hele gemeente. Deze is nodig om de overwinning op de zonde te behalen. Zo geeft de gave van genezing en die van kracht blijdschap, vrede en rust in de ziel of het lichaam van de mens. Het Koninkrijk van God komt hiermee over hem. Deze gaven voeren de mens omhoog en met de liefde verbonden voeren zij hem naar de top van de berg Sion, waar degenen zijn die het Lam volgen waar Het ook heengegaan is. Daarom: ‘Jaag de liefde na en streef naar de gaven van de Geest’ (1 Cor.12:31, 14:1).

De gaven van de Geest zijn nooit te scheiden van de vruchten van de Geest, zo min als een fototoestel (de gave) van de foto (de vrucht). Door het gebruik van de geestelijke gaven heiligt en reinigt God de gemeente. Waarom probeert men dan door een andere deur binnen te komen dan die God zelf geopend heeft? Het schijnchristendom met de orthodoxe ‘zuivere leer’, verwerpt al 18 eeuwen lang de belofte van de Vader en de daarmee verbonden geestelijke gaven. Daarom is men onmachtig het goede te doen. Men heeft immers het evangelie van Jezus van zijn kracht beroofd! Men maakt de schuld naar eigen belijden dagelijks groter, in plaats van in dit(!) leven en niet ‘eindelijk..’ veranderd te worden naar het beeld van Jezus Christus van heerlijkheid tot heerlijkheid.

Wat was de troost en kracht die miljoenen gevonden hebben?

Wij waren stijl kerkelijk opgevoed en bestudeerden de werken van Kuiper, Bavinck en later die van Schilder. Maar met ons zondeprobleem waren wij even ver als al die miljoenen naast ons en die voor ons leefden. Voor een oplossing konden wij niet terecht bij een ouder, een onderwijzer of een predikant. Deze waren immers zelf niet klaar met hun problemen en zonden. De blinde moest de blinde leiden. Men had geen betere adviezen dan: ‘Blijf maar bidden en doe je best maar’. Overwinning over de zonde kon men niet garanderen. Men bezat haar zelf niet en praatte er ook maar liever niet over. Wat er nog van bevrijding en verlossing terecht kwam, berustte in feite op eigen inspanning. Wij zouden het tot een fatsoenlijk mens kunnen brengen, om het Oudtestamentisch uit te drukken: ‘wiens zonden bedekt zijn.’ Dan zou de omgeving tevreden zijn. Dan had men zijn plaats ingenomen onder het kerkvolk.

Maar een humanist bewandelt dezelfde weg! Ons plafond was niet de volmaaktheid en de ruimte van de hemel, maar de begrenzing van het menselijk kunnen. Met al hun mooi klinkende woorden was er geen overwinning op het rijk van de duisternis in zonde en ziekte. Veel ouderen hebben gezegd: ‘Ik wilde dat ik het eeuwig en Bijbelse evangelie eerder gehoord had!’  We lazen een gedicht, waar de volgende regels ons opvielen en die de algemene opvattingen typeren:

‘Heer, als Gij wederkomt … hergeef de blinden dan het gulle licht en laat weer concerteren voor de doven.’ ‘Heer, als Gij wederkomt .. genees de rustelozen van hun vrees.’

Als dit alles pas zou moeten gebeuren, als onze Heer terug komt, dan hebben deze blinden, doven en rustelozen hier op aarde maar weinig troost gevonden en merken zij maar weinig van de kracht. Jezus zei al, toen Hij de eerste maal op aarde was, dat Hij kwam om blinden het gezicht te geven en doven het gehoor en Hij zei toen al: ‘Kom tot Mij, u allen die vermoeid en belast zijn en Ik zal u rust geven’. Het was zelfs nodig dat Hij zou weggaan, omdat Hij dan door Gods Heilige Geest zijn werk op een grotere en rijkere wijze zou voortzetten.

Overaccentuering van de gaven?

De gereformeerde dominee zegt ook:

  • ‘De overaccentuering van de bijzondere gaven van de Heilige Geest brengt het hart van het evangelie meermalen in verdrukking. Dit hart is het verzoenend lijden en sterven van Christus’.

Hierbij willen wij in de eerste plaats opmerken dat in de Bijbel het lijden en sterven van Christus nergens het hart van het evangelie wordt genoemd. Jezus Christus en zijn werk is wel het fundament, waarop de hele gemeente met zijn geloof, zijn hoop en zijn liefde is gebouwd. Wanneer er onder ons gesproken wordt over Heilige Geest, dan verheerlijken wij daarin Jezus, dat wij Hem aanroepen als de Doper in Gods Geest, want Hij deelt deze met zijn gaven naar de belofte van de Vader aan Gods kinderen uit. Hij kan dit doen, omdat Hij als overwinnaar uit de strijd is gekomen en Hem alle macht gegeven is in de hemel en op aarde. De Vader heeft deze Geest beloofd aan degenen die het werk van Christus hebben aangenomen en die staan op het fundament, dat Jezus eerst gelegd heeft en de apostelen na Hem. Jezus heeft ons Gods Geest niet voor niets toegedeeld.

Wij vragen ons af, of het overaccentuering van het werk van de Heilige Geest is, wanneer de apostelen bidden: ‘Laat door het uitstrekken van uw hand genezingen en tekens en wonderen gebeuren door de naam van uw heilige knecht Jezus’ (Hand.4:30). Kent de Heer Jezus een te grote plaats toe aan het werk van Gods Geest, als Hij in zijn grote opdracht zegt:

  • ‘Als tekens zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in talen zullen zij spreken, op zieken zullen zij de handen leggen?’ (Marc.16). Overwaardeerde Paulus de Heilige Geest en zijn gaven, toen hij schreef: ‘Streef naar de geestelijke gaven?’ ‘Wordt vervuld (dat is vol van) met Gods Geest?’

Schrijft deze predikant dit alles nu vanuit de volheid van de Heilige Geest of vanuit een vacuüm aan geestelijke gaven? Wij willen deze predikant ook eens een paar vragen stellen.

  • Wat doet u wanneer u als ouderling en dienstknecht van Jezus Christus bij een zieke wordt geroepen? Handelt u dan in het geloof naar de opdracht van onze Heer en naar Jacobus 5:14? Zalft u de zieke dan ook met olie?
  • Wanneer iemand tot u komt, die door boze geesten gekweld wordt, drijft u dan boze geesten uit naar het gebod van de Heer?
  • Wanneer iemand in uw vergadering in talen zou spreken, zoals Paulus en al de apostelen deden, zou u hem dit verhinderen?
  • Hebt u zelf wel gestreefd om de belofte van de Vader te ontvangen, zodat Hij zijn gaven in u tot ontplooiing zou kunnen brengen? Of bent u in al deze Bijbelse ervaringen niet geïnteresseerd?

Wij weten dat de Heer deze gaven wil gebruiken tot opbouw van zijn gemeente in het geheel en van ieder van de leden afzonderlijk. Daarom blijven wij ons ernaar uitstrekken, want wij weten dat wij nog maar aan het begin staan. Als wij denken aan de vele gebondenen, die nog bevrijd moeten worden, aan de zwaarmoedigen, aan dronkaards, aan seksueel gebondenen, aan driftkoppen, angstige mensen, imbecielen, geesteszieken, aan de verslaafde rokers, gokkers, junks, chronische patiënten en invaliden, blijven wij bidden om de openbaring van het ware evangelie van Jezus Christus. Want het is zo dat al deze mensen niet alleen gevonden worden in de wereld van de goddelozen, maar ook onder de kinderen van God.

Bij het volkomen ontbreken van enige geestelijke gave moet ieder zwak geluid wel op een donderslag lijken en ieder schijnsel van Gods licht in onze duisternis wel op overbelichting. Dan houdt men iedere zwakke beklemtoning voor ‘overaccentuering’. Laat deze predikant de evangeliën eens doorlezen en in de werken van Jezus Christus zien, hoe de Heilige Geest functioneert!

Wat zijn martelaars?

‘Martelaar’ is het Nederlandse woord van het Grieks: ‘Getuigen.’ Altijd zijn er mensen geweest, die hun leven offerden voor een goede of slechte zaak. Zij leden voor een politieke ideologie of een dictatuur voor het vaderland, voor de leer van een kerk, voor een of ander dogma of omdat zij zich niet wilden onderwerpen aan een macht die sterker was dan zij. Het geloof in een enkel goede God, kostte bijna 1 miljoen Katharen het leven en nergens zijn er zoveel vermoord als de wederdopers die de babybesprenkeling verwierpen. In de Bijbel lezen wij van martelaars, van wie de zielen onder het altaar zijn. Van hen staat geschreven dat zij gedood waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God. Nu lezen wij in Openbaring 19:10, dat het getuigenis van Jezus de geest van profetie is. Deze zijn dus gestorven omdat zij geloofden in Jezus Christus. Wanneer wij Gods Woord lezen, merken wij dat God een God van wonderen is.

Wij willen acht geven op het model dat Jezus Christus ons vertoonde, toen Hij, gedoopt met Heilige Geest, hier op aarde rondging: ‘weldoende en allen genezende die door de duivel overweldigd waren, want God was met Hem’ (Hand.10:38). God is weer met ons, als wij het evangelie van Jezus Christus gaan geloven en wij gaan spreken zoals Hij sprak en gaan doen, zoals Hij deed. Daarom willen wij zonder ophouden de mensen weer confronteren met Gods Woord. Er is alleen redding en herstel mogelijk langs de Bijbelse weg. Daarom bidden wij ook om wonderen en tekens en streven wij naar de geestelijke gaven.