Dwalingen

Leugens, verdraaiingen en dichtgeschroeide gewetens

En toen het Lam het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie! En een ander paard, dat rood was, trok uit en aan hem die erop zat, werd macht gegeven de vrede van de aarde weg te nemen en te maken dat men elkaar zou afslachten. En hem werd een groot zwaard gegeven. En toen het Lam het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag een zwart paard en hij die erop zat, had een weegschaal in zijn hand. En ik hoorde te midden van de vier dieren een stem zeggen: Een maat tarwe voor een penning en drie maten gerst voor een penning. En breng de olie en de wijn geen schade toe. En toen het Lam het vierde zegel geopend had, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag een grauw paard en die erop zat, zijn naam was de dood, en het rijk van de dood volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde (Openbaring 6:3-8).

In dit hoofdstuk willen wij ingaan op talrijke dwalingen en christelijke religies ‘naar het vlees’. Dwalingen die het Bijbelse fundament uit Hebreeën 6:1,2 afwijzen en de strijd in de hemelse gewesten loochenen; die de mens niet vernieuwen in zijn denken en niet de dingen van boven zoeken waar Christus is (Col.3:1). Dwalingen die Gods plan met de mens niet willen verstaan en daardoor het koninkrijk der hemelen afsluiten i.p.v. te openen (Mattheüs 23:15). Daarbij rekenen we ook alle niet-Rooms-katholieke kloostervarianten, de moderne filosofische ideologieën, het fanatieke wettisisme en het hobbyistisch kerkje spelen. Ook het hedendaagse collaboreren met politieke, van God losse bananenkartels in NL en EU. Deze vaak zeer geraffineerde dwalingen en leugens zijn nooit door Jezus Christus en zijn apostelen verkondigd. Zij leiden de christen af van de enige hoge weg die naar de geestelijke volwassenheid voert. Omdat het er zeer veel zijn is het bijna onmogelijk ze allen te noemen.

Het plan van God met de mens heeft als doel:

  • ‘De mens die God toebehoort, tot alle goede werken volkomen toegerust’ (2 Timotheüs 3:17).
  • Om te komen tot ‘de gelijkvormigheid aan Zijn eniggeboren Zoon’ (1 Corinthiërs 15:49; 2 Corinthiërs 3:18; Filippenzen 3:10,21; Colossenzen 3:10).
  • Of zoals er staat in Efeziërs 5:27: ‘De gemeente, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, heilig en onbesmet.’

Dit alles in dit leven, op deze aarde en in dit tijdperk. Iedere lering die dit niet beaamt of nastreeft, belet dit groeiproces en maakt de mens onbekwaam voor Gods plan met de schepping.

Series / Thema’s:

Meer leugens en dwalingen: