Mozes, de schrijver van het verhaal over de torenbouwers en de spraakverwarring, herinnerde in Deuteronomium 32:8,9 het volk Israël, dat klaar stond om Kanaän binnen te trekken:
‘…aan de tijden van weleer. Toen de Allerhoogste land toewees aan elk volk en de mensen ieder hun deel gaf, bepaalde Hij de grenzen voor alle volken naar het aantal nazaten van Israël. Want voor de Heer gold dat volk als het zijne, Jacob was het deel dat hij zichzelf toemat’. >>>>>
