De ceder van de Libanon

Deel 8 Het paradijs

In de allegorie van Ezechiël 31 heeft de grote ceder een belangrijke taak in zijn beschermende functie:

  • ‘In zijn takken nestelden alle vogels uit de lucht. Onder zijn twijgen wierpen alle wilde dieren haar jongen. In zijn schaduw zetten allerlei talrijke volken zich neer’ (Ez.31:6. Petr. Can. vert.).

Zo had God het gewild: wat groot, sterk en machtig is, wat begaafd is en rijk, heeft de opdracht het mindere, het onedele, het zwakke, het arme en minder begaafde, maar ook het zich ontwikkelende, te beschutten en te helpen. Dit was dan ook de opdracht voor de aartsengel Lucifer en verder voor alle machten en heerschappijen in de onzienlijke wereld. In een gezin hoort de man zijn vrouw te beschermen ‘als het zwakkere vat’, de ouder het kind te helpen, de tiener het voor zijn kleine broertje op te nemen en de volwassenen omzien naar hun ouderen die hun verzorgd en opgevoed hebben. >>>>>