Wat is Bijbelgetrouw?

Een lezer schrijft:

  • “Beste redactie, ik ben een trouwe lezer van uw site. Veel artikelen zijn zeer goed en leerzaam. Daarom betreur ik het dat u regelmatig zo schrijft dat het nu lijkt of het Oude Testament niet het geïnspireerde woord van God is. U bekritiseert verschillende inzichten van oudtestamentische schrijvers. Niet een van de nieuwtestamentische schrijvers heeft dit ooit gedaan, zelfs Jezus niet, denk aan zijn uitspraak: ‘Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij die horen’. U bent dan ook op een zeer gevaarlijke dwaalweg gekomen ten opzichte van uw oudtestamentische Bijbelkritiek. U verspeelt zodoende alle goodwill bij de trouwe Bijbelgelovigen en sticht ontzettend veel kwaad, want niet de oudtestamentische schrijvers faalden, maar u bent op dit punt door satan verblind en deze dwaling vreet voort als de kanker en de zotste beweringen zijn het gevolg.”

Ons antwoord:

De Bijbel is een geestelijk boek en God heeft zijn Woorden gegeven om de mens die in Hem gelooft, op te voeden tot een geestelijk wezen, tot iemand die uit de macht van de duisternis overgezet is in het Koninkrijk van zijn geliefde Zoon.

Opnieuw geboren worden

In dit onzienlijke Koninkrijk heeft de opnieuw geboren en Geestvervulde christen zijn burgerschap, zijn wandel, zijn strijd en daar zal hij overwinnaar moeten worden zoals Jezus overwinnaar werd; om tenslotte met zijn Meester te zitten op de troon van de Vader om mee te regeren over al de werken van Gods handen. Om dit doel te bereiken is God ook na de zondeval bezig gebleven met de mens en heeft Hij zijn gedachten en plannen geopenbaard in de woorden van de profeten, zoals er staat:

  • ‘Want een profetie is nooit voortgekomen uit menselijk initiatief; door Gods Geest gedreven hebben mensen gesproken van Godswege’ (2 Petrus 1:21).

Van al deze woorden geldt:

  • ‘Elk (van God) geïnspireerd Schriftwoord is ook nuttig om te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, zodat de mens van God volkomen is, tot alle goede werken volkomen toegerust’ (2 Timotheüs 3:16,17).

Wij hebben dan ook geen enkele kritiek op enig van God geïnspireerd Schriftwoord. De Heer legt er echter grote nadruk op, dat wij wat wij horen of lezen, ook zullen begrijpen.

De Woorden van God niet begrijpen…

Bij iemand die het goede woord van God niet verstaat, komt satan en rooft wat in zijn hart is gezaaid weg! Wie het woord hoort en verstaat, draagt echter vrucht tot het eeuwige leven (Matth.13:18-23).

  • ‘Maar een ongeestelijk mens (die volgens Jesaja 1:3 geen begrip en geen inzicht heeft in de onzienlijke wereld) aanvaardt niet wat van Geest van God is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan’ (1 Corinthe 2:14). De profetie is naar de mate van het geloof en dit grijpt iets uit de onzienlijke wereld (Hebr.11:1).

Het merkwaardige is dat de oudtestamentische profeten zelf ook niet begrepen waarover ze spraken. Ze hebben gezocht naar de redding van het nieuwe verbond. Ze hebben onderzocht op welke omstandigheden en wat voor tijd de Geest van Christus in hen, doelde (1 Petrus 1:10,11). Ze begrepen dat hun godsspraken verder reikten dan het natuurlijke leven en het natuurlijke Israël. Zij hadden echter nog geen deel aan het onzienlijke Koninkrijk van de hemelen, waarvan de minste burger groter of verder ontwikkeld is dan zij waren.

Wanneer Jezus sprak, gebeurde het ook vaak dat zijn leerlingen het niet verstonden en veel dingen pas later begrepen. Wat de oudtestamentische profetieën betreft, moest de Heer hun verstand verlichten, voordat Hij kon uitleggen wat in het oude verbond over Hem gesproken was. Met wie had de Heer de meeste moeite en bij wie ontmoette Hij de grootste vijandschap? Was het niet onder hen die de profetieën van het oude verbond letterlijk en in de natuurlijke wereld projecteerden, de zogenaamde ‘Bijbelgetrouwe’ Schriftgeleerden en farizeeërs van zijn dagen?

De eunuch uit Ethiopië (let op de waardeloze druppeltje water)

De eunuch uit Ethiopië, die ook de profeet Jesaja letterlijk gelezen had, keerde zich echter niet af, toen Filippus hem vroeg: ‘Verstaat u ook wat u leest? En hij zei: Hoe zou ik dit kunnen, als niet iemand mij de weg wijst?’ Door zijn doop IN water getuigde hij dat de geestelijke visie door hem was aanvaard. Hij was een hemels Koninkrijk binnengegaan.

De evangelisten laten met hun ‘zodat vervuld zou worden’, ook telkens weer de geestelijke strekking zien van de profeten. Ook Paulus was een meester in het transponeren van de uitspraken, van de beelden, van de schaduwen, ja zelfs van de geschiedenissen van het Oude Testament, naar de geestelijke wereld. Dit was geen kritiek op het Oude Testament, maar dit gaf verheldering. Het maakte Gods bedoeling met zijn volk duidelijk. Het wierp licht op een schaduwtijdperk. Het liet de werkelijkheid zien áchter het beeld.

Weet u wat de zogenaamde ‘Bijbelgetrouwe’ tijdgenoten van Jezus zeiden?:

  • ‘Hij verleidt het volk.’ Tot hun dienaars zeiden ze: ‘Zijn jullie soms ook verleid?’ (Joh.7:12,47). Van Paulus schimpten ze: ‘Want wij hebben bevonden, dat deze man een pest is, iemand, die opstanden verwekt onder alle Joden over de hele wereld’ (Hand.24:5).

Zowel Jezus als Paulus hebben door hun boodschap van de geestelijke wereld de ‘goodwill’ van hun ‘Bijbelgetrouwe’ volksgenoten verspeeld!

Om een van de ‘zotte beweringen’ van onze site te illustreren, vervolgt de schrijver dan: 

  • “U schrijft regelmatig: ‘wij geloven niet dat God de mensen straft’. Als men na de zondeval leest dat God Adam en Eva direct verschrikkelijk straft. Als men leest dat God de hele schepping verdrinkt op Noach na, als men leest van Korach, Dathan en Abiram, als men de discussie van Jezus met de farizeeën leest, waarin Hij steeds zegt: wee u, als men Romeinen 1 leest en het boek Openbaring, waarin staat dat de zondaars ‘geworpen worden in de poel van vuur en zwavel’ en vele andere Schriftplaatsen, dan is het onbegrijpelijk dat u zo iets on-Bijbels schrijft. Onvoorstelbaar gewoon!

Antwoord:

God heeft de mens als een vrij wezen  geschapen. Hij kon zelf kiezen wie hij gehoorzamen wilde en: ‘in wiens dienst men zich stelt, diens slaaf is men’ (Romeinen 6:16). Wanneer God tot de mens zei dat deze niet mocht eten van de boom van kennis van goed en kwaad, wees Hij er ook op, dat hij bij overtreding ‘de dood zou sterven’, dit wil zeggen dat hij zich dan innerlijk zou losmaken van het leven en van zijn ontwikkeling tot volmaakt geestelijk mens. Hij zou naar de uiterlijke mens sterven en terugkeren tot de aarde. Toen de mens zondigde, strafte God hem niet, maar Hij oordeelde als een rechtvaardig rechter.

God toont dan dat deze keus verstrekkende gevolgen heeft. Het ‘vermenigvuldig u en vervul de aarde’ zal wel doorgaan, maar het zal voor de vrouw gepaard gaan met pijn. Dat de man over de vrouw zou ‘heersen’, lag zeker niet in Gods plan, maar ook dat is het gevolg van de zondeval. Het onderwerpen ván en het regeren óver de aarde zal ook voortgaan, maar het zal de mens veel moeite en inspanning kosten. God gaf de mens over aan zijn eigen keuze. De duivel zou wel doorgaan om de hiel van de mens vermorzelen en om diens ontwikkeling tegen te houden, maar God zou de mens toch overwinnaar maken, wanneer hij de kop van de slang zou verpletteren. Ook het wegsturen van Adam en Eva was geen straf, maar een voorziening in Gods barmhartigheid, zodat de mens niet eeuwig zou voortleven als Satans slaaf in het rijk van de duisternis.

De zondvloed

In de tijd vóór de zondvloed was de mens zo ongeestelijk geworden en was hij zo verknocht aan de aarde en werd hij zo opgejaagd door geesten van geweld, dat God geen enkel contact meer met hem kon krijgen. Daarom leverde Hij hem over aan de geweldmachten van de aarde, zodat deze wankelde.

Korach, Dathan en Abiram

Ook Korach, Dathan en Abiram kwamen om door deze geweldgeesten van de natuur, toen God hen overgaf en zij uit het midden van het volk verdwenen.

De storm op het meer

Wanneer de geweldgeesten echter de leerlingen bedreigden in de storm op het meer, bestrafte de Heer deze demonen. Het ‘wee u’ door Jezus uitgesproken, was ook een waarschuwing voor de farizeeën en Schriftgeleerden, dat de weg waarop zij gingen, slecht was en naar het verderf voerde. Bij het laatste oordeel, wanneer God rechtvaardig oordeelt, vluchten hemel en aarde, dus satans demonen met de mensen die met hen verbonden zijn, naar de vuurpoel. Voor hen geldt dat zij de duisternis liever hadden gehad dan het licht (verg.1 Joh.5:17). Straf komt overeen met negatief loon en dit wordt nóóit door God uitgekeerd. God is alleen een beloner van degenen die Hem liefhebben. Het loon van de zonde wordt door de duivel uitgekeerd in ellende, pijn en dood. De satan zal daarom zelf óók voor eeuwig in de vuurpoel branden (Op.20:14,15).

Voor God gekocht

God straft de mens niet, maar heeft integendeel het kostbaarste wat Hij bezat, Zijn eigen Zoon, geschonken om de mens (vrijwillig door zijn Zoon) vrij te kopen uit de macht van satan (Op.5:9), om hem een plaats te geven in zijn Koninkrijk zoals Hij dit van eeuwigheid gedacht had.

Waar Jezus in de gelijkenis van de verloren zoon een beeld schept van de verhouding tussen God en de mens (vader en zoon), blijkt dat de vader de zoon de volle vrijheid laat om zijn eigen keuze te volgen. De ellende of de straf kwam niet van de vader, maar was het gevolg van de omgeving die de jongen zélf had gezocht. Ook bij zijn terugkeer wachtte hem geen straf, maar zijn goede en rijke vader herstelde hem in zijn oorspronkelijke positie!