Marcus 16 hoort in het Woord!

Toen zei hij tegen hen: Trek de hele wereld door en maak aan alle schepsels het goede nieuws bekend. Wie gelooft en zich laat dopen, zal gered worden, maar wie weigert te geloven, zal veroordeeld worden. God zal hen die geloven, met de volgende tekens bijstaan: zij zullen in mijn Naam demonen uitdrijven en nieuwe talen spreken; slangen zullen ze oppakken, zelfs vergif drinken zonder er nadeel van te ondervinden; en als ze zieken de handen opleggen, zullen die weer gezond worden. Toen Jezus, de Heer, was uitgesproken, werd hij opgenomen in de hemel en hij nam plaats aan de rechterzijde van God. De leerlingen trokken eropuit en maakten overal het goede nieuws bekend. De Heer werkte met hen mee en bevestigde de boodschap door de wondertekens die hun woorden begeleidden (Marcus 16:15-20).

Wat is de essentie van het christendom? Is het de gemeenschap van gelovigen die gestalte krijgt in een gemeente? Ongetwijfeld valt dit element niet uit het christelijke geloof weg te denken. Doe je dat wel, dan houd je iets over dat minder is dan het ware christendom bedoelt te zijn. Er is echter nog een element dat men niet ongestraft weg kan nemen: het bovennatuurlijke. Een christendom waarin het geloof in het bovennatuurlijke en de beleving daarvan ontbreken is zonder meer onder de Bijbelse maat. Het ‘normale christelijke leven’ is per definitie bovennatuurlijk.

De kracht van Gods Geest

Helaas, het nominale christendom van onze tijd is zo ver van Gods oorspronkelijke bedoelingen afgegleden, dat het begrip ‘bovennatuurlijk’ bijna een vies woord geworden is. ‘Mensen die in wonderen geloven, daar is eigenlijk een steekje aan los’ vindt men. Waarom zou God ingrijpen in de natuurwetten die Hij zelf heeft vastgelegd? Het bovennatuurlijke wordt op die manier geassocieerd met het buitenissige, het bizarre, extreme. Alsof het bovennatuurlijke per definitie ‘tegennatuurlijk’ zou zijn. Maar dat is het niet. Wat men brandmerkt als ‘bovennatuurlijk’, is in feite niets meer dan de openbaring van een geestelijke dimensie die uitgaat boven dat wat wij met onze natuurlijke zintuigen waarnemen is de openbaring van wetten van een hogere orde, wetten die boven het natuurlijke uitgaan.

De evangelist Marcus – Gortzius Geldorp (1553 – ca. 1616) – Museum Catharijneconvent, Utrecht

In een volwassen, gerijpt christendom neemt het bovennatuurlijke een belangrijke plaats in. Vandaar dat het overal, waar het evangelie gepredikt wordt, automatisch tot openbaring komt. Terwijl uiterlijk – in de natuurlijke wereld – de hele kosmos nog zucht onder het juk van desintegratie en ontbinding, zijn er in de geestelijke wereld al heel andere wetten in werking getreden. De wetten van Gods Koninkrijk dat zich baan breekt met kracht. Jezus is daar overwinnaar. Door zijn kruisdood overwon Hij de ontbindende machten van ziekte, zonde en dood. Aan Hem werd bij zijn opstanding – ook zoiets ‘bovennatuurlijks’ – een naam gegeven die is boven alle naam, opdat in die naam álles zich aan Hem onderwerpen zou – óók de natuurlijke wetten die ogenschijnlijk maatgevend zijn voor een ieders bestaan in deze wereld.

Als christenen het evangelie verkondigen, mogen ze niet alleen spreken van deze overwinning, maar haar ook laten zien. Vandaar dat hun optreden vergezeld zal worden door wonderen en tekens. Geen tegennatuurlijk, zinloos en kermisachtig ingrijpen in de wetten van de natuur, maar een bovennatuurlijk werken aan het herstel van de mens en de situatie waarin deze zich bevindt, vanuit het gezag van de Naam van Jezus. De ‘bovennatuurlijke tekens’ die de gelovigen naar Jezus’ belofte zullen volgen, zijn alle tekens van zijn heerschappij. Zij zullen in onbekende talen spreken – als teken van de heerschappij van Gods Geest over de menselijke geest. Zij zullen duivelen uitdrijven – als teken van Jezus’ macht over de demonen. Zij zullen, als dat in noodsituaties aan de orde komt, zelfs slangen opnemen of vergif drinken als teken van Jezus’ macht over de natuur. Zij zullen onder handoplegging zieken genezen – als teken van zijn heerschappij over het fysieke bestaan van de mens. Waar het evangelie verkondigd wordt, neemt men het gedeelte van Marcus 16 dat deze tekens bij name noemt, graag serieus. Omdat ze overeenstemmen met de essentie van het evangelie. Daar staat:

Degenen die tot geloof zijn gekomen, zullen herkenbaar zijn aan de volgende tekens: in Mijn Naam zullen ze demonen uitdrijven, ze zullen spreken in onbekende talen, met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niet deren en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen.

De Codex Vaticanus

Helaas, het christendom van deze tijd neemt de echtheid van deze woorden van Jezus in twijfel. Zogenaamd op grond van wetenschappelijke, historische overwegingen. Bij velen rijzen er bij het lezen van Marcus 16:17 en 18 grote moeilijkheden. Men twijfelt aan de Bijbelse echtheid en overweegt de mogelijkheid van een latere invoeging in de originele tekst. Om deze reden zetten veel vertalingen dit Bijbelgedeelte tussen haakjes – waarmee aangegeven wordt, dat deze verzen in enkele van de beste handschriften ontbreken en dat zij misschien niet eens deel uitmaken van de Heilige Schrift. Het probleem is echter terug te brengen tot het volgende: zijn deze veronderstelde uitspraken van Jezus geloofwaardig? Gaat het hier over authentieke beloften, of hebben we hier te doen met een opzettelijke, brutale vervalsing van het woord van God?  Het is bekend dat het gedeelte ontbreekt in twee van de belangrijkste handschriften – de Codex Vaticanus (4e eeuw) en de Codex Sinaïticus (340 na Chr.). In de Codex Vaticanus ontbreekt inderdaad dit einde van Marcus 16, maar op dezelfde manier mist men in dit handschrift hoofdstukken en zelfs hele boeken. Bijvoorbeeld Genesis hoofdstuk 1 tot 46 is er niet in te vinden. Dit geldt ook voor Psalm 105 tot 137 of Hebreeën 9:14 tot 13:25. Wat betreft de boeken kunnen we nog noemen de brieven van Paulus aan Timotheüs, Titus en Filémon. En tenslotte ontbreekt nog het hele boek Openbaring!

De Codex Sinaïticus

Het is interessant om op te merken, dat – op de plaats waar de laatste verzen van het evangelie van Marcus hoorden te staan – een wit stuk is opengelaten. In plaats dat we hier te maken hebben met een ongeoorloofde toevoeging aan het woord van God, zou hier ook wel sprake kunnen zijn van opzettelijke weglating. Ook de Codex Sinaïticus is absoluut niet volledig: behalve het gedeelte van Marcus ontbreken verschillende delen van het Oude Testament. Er bestaan ongeveer 4200 handschriften, waarvan er 618 de evangeliën bevatten. Slechts twee hebben het genoemde gedeelte niet. Is het dan juist om op grond hiervan tot de conclusie te komen dat het hier een vervalsing betreft? Het is goed te bedenken, dat er praktisch niet één handschrift is, waar niet één of ander gedeelte uit weggelaten is. Als we vandaag een oude Bijbel zouden vinden, van – laten we zeggen – honderd jaar oud, waar enkele pagina’s aan ontbreken, dan zou het toch ook niet juist zijn om de gevolgtrekking te maken dát die pagina’s er niet bij horen.

De Vetus Itala

Er is nog een punt dat we in beschouwing moeten nemen: het einde van Marcus ontbreekt alleen maar in de voornaamste Griekse handschriften. Dit gedeelte staat bijvoorbeeld wel in de Vulgata, de Latijnse versie van Gods Woord. Dit is toch wel beslissend in deze zaak. Er zijn Latijnse vertalingen van de Griekse tekst, die dateren uit de tweede en derde eeuw. In 382 ontving Hiëronymus de opdracht om deze oude vertalingen te herzien. Deze patriarch kende het Griekse Nieuwe Testament van zijn dagen en ook de Vetus Itala van de tweede eeuw, die ook het gedeelte van Marcus 16 bevatte. De oudste Griekse manuscripten die bewaard bleven, zijn dus jonger dan de handschriften van waaruit de Griekse tekst in het Latijn werd vertaald. Daarom prevaleert de waarde van de Vulgata, die oudere handschriften als uitgangspunt heeft, boven die van de bekende Griekse manuscripten. En de Vulgata bevat het gedeelte van Marcus 16.

De Syro-Sinaïticus

Er is nog een ander handschrift in het Syrisch, dat de vier evangeliën bevat. Het is de Syro-Sinaïticus. Dit dateert ongeveer van het midden van de tweede eeuw, dus van ongeveer 150 na Chr. Nog geen honderd jaar nadat het laatste evangelie geschreven werd, bestond er al een vertaling in het Syrisch. En in deze versie vinden we de gewraakte woorden van Marcus 16!

Tot slot moet in aanmerking worden genomen, dat ongeveer 100 schrijvers geschriften nalieten, die betrekking hebben op de inhoud van Marcus 16 en die ouder zijn dan de oudste manuscripten. Uit deze geschriften blijkt duidelijk dat de bedoelde verzen als een essentieel onderdeel van het evangelie beschouwd werden. Nogmaals: Zijn Marcus 16 vers 17 en 18 betrouwbaar? Uit het bovenstaande blijkt dat er talloze redenen bestaan, om op deze vraag een positief antwoord te geven. Deze beloften van de Heer zijn authentiek en er mag immers geen schade toegebracht worden aan de olie en de wijn (Op.6:5,6).

Laat men dan eens nadenken over de consequenties van deze stellingname! Is uw geloof zo Bijbels dat de genoemde tekens u volgt?