Inductieve Bijbelstudie

  • ‘Vanuit de bijzondere elementen die men in de tekst bestudeert, probeert men tot een totaalbeeld van het gebodene te komen’.

Het huisgezin van God

Het Nieuwe Testament brengt in een aantal beelden naar voren wat het wezen van de gemeente van Jezus Christus is. Zo worden de plaatselijke gemeenten voorgesteld als kuddes die gehoed worden door herders, die daartoe door Gods Heilige Geest worden aangesteld. Ook bestaat de gemeente uit soldaten, die samen als een hecht leger zich werpen in de ‘goede strijd’ om daarbij te vechten ‘volgens de regels van de strijd’. En ook wordt de gemeente ook als een lichaam naar voren gebracht, waarin ieder zijn eigen plaats en functie heeft.

Een heel ander beeld dat duidelijk een belangrijk aspect van het gemeente-zijn naar voren brengt, is dat van ‘het gezin’. Wil dit Bijbelse beeld van de plaatselijke gemeente als het ‘huisgezin van God’ tot zijn recht komen, dan zullen we de sfeer van het gezin moeten zien in te passen in de opzet van de gemeente. In een (goed) gezin zal niemand vereenzamen en elk lid de zorg en de ruimte krijgen die nodig is om goed te kunnen functioneren. In een goed gezin zal elk lid serieus genomen worden en een luisterend oor vinden. Om zijn ervaringen met die ander te delen, te spreken van de ontdekkingen die hij deed. En de dingen, die hij persoonlijk leerde, op informele wijze door te geven. Niet alleen de ‘ouders’ zijn in het gezin aan het woord, maar ook de ‘kinderen’ moeten gelegenheid krijgen om zich te uiten, om op deze wijze gevormd te worden.

Het is schrijnend te moeten constateren dat in onze tijd met zoveel mogelijkheden tot communicatie er toch nog zoveel mensen steeds meer te kampen hebben met gevoelens van eenzaamheid, omdat men op het persoonlijke vlak niet voldoende gelegenheid vindt zich bij anderen te laten horen.

Kleine groepen

En dit gevaar bedreigt net zo goed de gemeenten. Zeker als die enkele honderden leden tellen. Het antwoord daarop wordt algemeen gezien in kleine groepen – van bijvoorbeeld 3 tot 12 personen – waar men met elkaar delen kan wat men op het persoonlijke vlak vanuit Gods Woord en het leven met de Heer allemaal heeft ontdekt. Ook de Bijbel erkent het nut van kleine groepen waarin men geestelijk gevormd kan worden door met elkaar te delen. Zo concentreerde Jezus zijn zorg en onderwijs op twaalf leerlingen. In die kleine groep was er volop ruimte voor het uitwisselen van gedachten. De eerste gemeente kende kleine groepen die in de huizen ‘het brood braken’. Uit Handelingen 2:42-47 blijkt dat deze groepen zich in de eerste gemeente vooral kenmerkten door ‘de gemeenschap’ – het onderling uitwisselen van ervaringen en inzichten. Christenen blijken vaak geestelijk het best te groeien wanneer ze ontspannen zelf met Gods Woord bezig kunnen zijn in de kleine groep.

Inductieve Bijbelstudie

De Bijbel kan op verschillende manieren bestudeerd worden. De leider van de kleine groep kan zelf een Bijbelstudie voorbereiden en kant en klaar opdienen. Niets op tegen. Maar er is een andere manier die mensen in staat stelt zelf de waarheden van de Schrift te ontdekken in, wat men wel noemt: ‘inductieve Bijbelstudie’. Een oud gezegde luidt: ‘Geef een man een vis en hij zal een dag kunnen leven, maar leer een man vissen en hij zal zijn hele leven voor zichzelf kunnen zorgen’. Zo ook hier. De wijsheid en bemoediging die men zelf uit Gods Woord opdiept, blijkt vaak van meer belang te zijn dan de kennis die men door een ander krijgt voorgeschoteld. Leiders van kleine groepen zijn vaak op hun best als ze een klimaat scheppen, waarin elk lid van de groep gaat ontdekken wat God persoonlijk tot zijn hart te zeggen heeft vanuit zijn Woord.

Hoe kan men dit klimaat nu bevorderen? Door niet zelf steeds aan het woord te zijn, maar bewust specifieke vragen te stellen over de Bijbelse teksten, die we als uitgangspunt voor de studie gekozen hebben. De definitie van het begrip ‘inductief’ zegt het zo:

  • ‘Vanuit de bijzondere elementen die men in de tekst bestudeert, probeert men tot een totaalbeeld van het gebodene te komen’.

Dat voor zo’n aanpak studie en training nodig is, spreekt voor zich.

Actieve deelname

Een ander oud spreekwoord zegt: ‘Wanneer ik hoor, dan vergeet ik het, wanneer ik zie, dan herinner ik het me. Maar wanneer ik het doe, dan begrijp ik het!’ En zo is het ook met de inductieve Bijbelstudie. Mensen worden daarbij actief betrokken om zelf iets te doen aan het beantwoorden van de vragen waar men zich voor gesteld ziet. Het is een bekend feit: 90 procent van wat we horen, vergeten we weer. Wanneer iemand ons uit de Bijbel onderwijst, dan zal daar minder van blijven hangen dan wanneer we de Bijbel zelf lezen en bestuderen. Maar de Bijbelse passages gaan pas echt voor ons leven wanneer die in groepsverband worden gelezen en men elkaar wederzijds over het gelezene vragen probeert te stellen.

Voorbereiding

Ook als maar een enkele tekst als uitgangspunt wordt gekozen voor een Bijbelstudie, is het toch aan te bevelen eerst eens het Bijbelboek in z’n geheel onder de loep te nemen. Elk Bijbelboek vormt als regel een geheel en draagt daardoor ook een eigen boodschap in zich. In feite vormt alleen het boek Spreuken hierop een uitzondering. Een paar eenvoudige richtlijnen kunnen bij de ‘voorstudie’ van een Bijbelboek behulpzaam zijn: wie, waar, wanneer, wat, waarom en hoe? Dat kan het volgende opleveren:

  • Wie – namen, aan wie geschreven;
  • Waar – plaats van handeling;
  • Wanneer – de tijd van het jaar, de plaats in de geschiedenis;
  • Wat – sleutelwoorden, de soort actie;
  • Waarom – de reden waarom de auteur in de betreffende passage gebruik maakt van juist dat materiaal;
  • Hoe – op welke manier komt de tekst tot ons: verhaal, aanhaling, gelijkenis, lering.

Al deze feiten kan men gebruiken om de bedoeling van de passage beter te begrijpen. Men zou een heel Bijbelboek in een enkele maal vluchtig door kunnen werken, waarbij dan de voornaamste thema’s, de onderverdeling, de ‘sleutelwoorden’ en het karakter van het Bijbelboek worden genoteerd. Ook kan men zo zoveel mogelijk informatie verzamelen over de historische context. Wie zich verplaatst in de tijd waarin het boek werd geschreven, kan zich voorstellen dat de bewuste passage voor nu werd geschreven. Pas dan is het tijd voor de eigenlijke bestudering van het boek.

Observeren en interpreteren

Bij ‘inductieve Bijbelstudie’ wordt uitgegaan van een paar belangrijke vragen. Wat zegt de passage? Dat zijn de zogenaamde observatievragen. Wat betekent het gedeelte? Dat zijn de interpretatievragen. Voor observeren is de mentaliteit van een onderzoeker nodig. Denk maar niet dat die zijn uitkomsten opschrijft zonder zich dingen af te vragen. En om de Bijbelse feiten te weten te komen, zal men de juiste vragen moeten stellen. De waarheid in een bepaald Bijbelgedeelte kan door studie reliëf krijgen, ook al doordat de samenhang van de zinnen onderling gezien wordt.

Maar de zo verkregen kennis gaat pas echt winst opleveren, wanneer men nog een laatste vraag stelt: Wat betekent deze passage voor mij persoonlijk? De kennis die men opdoet, moet ook toegepast worden! Ieder moet zich afvragen of de betreffende Bijbelpassage al eigen is gemaakt. En wat God hem door de studie duidelijk maakte over zichzelf. Roept deze ‘inductieve Bijbelstudie’ op tot verandering van opvattingen en zet zij aan tot actie? Daar is het God om te doen in ons leven: vernieuwing van denken en doen!