De enige weg

Het evangelie naar Europa

Op zijn tweede zendingsreis verliet Paulus Klein-Azië en kwam hij in Filippi, een Romeinse kolonie. Filippi was een overwegend Romeinse stad geworden door het groot aantal veteranen wat er woonde (Hand.16:21). Daar bracht de apostel aan enkele godsdienstige vrouwen het evangelie. Zij kwamen samen bij de rivier vanwege de rituele wassingen die het joodse geloof voorschreef. Zij hoorden dus bij de categorie heidenen ‘die God vereerden’.

Omdat de Joden in Filippi maar een kleine groep vormden, was er geen synagoge waar men de voorgeschreven ceremoniën kon uitvoeren. Opvallend is dat Lydia, de purperverkoopster, het wetsvrije evangelie dat Paulus bracht (Galaten 3) direct begreep en accepteerde. Het levende woord van God opende haar hart, zodat zij de essentiële verschillen opmerkte met de joodse religieuze plichten en oefeningen. Na haar doop in water stelde zij haar huis aan Paulus beschikbaar om daar een huisgemeente te vormen. Voortaan kwam men niet meer samen aan een klein ‘Ganges riviertje’ maar aan dè rivier van het Levenswater (Op.22:1,2).

Door het visioen van Paulus over de Macedonische ‘man’ (Hand.16:9), ontstond in Europa een samenkomst waar vrouwen de meerderheid vormden. Denk bijvoorbeeld aan Euódia en Syntyche, die met Paulus samenwerkten, dus vooraanstaande posities hadden in de gemeente en van wie de namen in het levensboek waren opgetekend (Fil.4:3). Later zou men de vrouwen onder de kerkgangers discrimineren en haar het zwijgen opleggen, waarmee men dan het grootste aantal van de leden uitschakelde.

Pythonissa

Op weg naar de gebedsplaats is er ineens een andere vrouw, die de mannen steeds achterna loopt. Zij is door de duivel gestuurd, want de strijd om Europa was al in de hemelse gewesten begonnen. Zij was een slavin, die niet alleen aan haar meesters was onderworpen, maar vooral aan de draak, de oude slang, dat is de duivel en satan (Op.20:2). Zij was bezet door een waarzeggende geest of letterlijk ‘een geest Python’ of ‘Pythische geest’. Denk hierbij aan een draak of een slang, die door middel van een waarzegster orakels uitsprak in de stad Delphi. De Griekse godenleer leert dat deze vreselijke slang uit het slijk van de zondvloed was geboren. De slavin was daarom een Pythonissa, een profetes die geïnspireerd werd door de duivel, die ook de vader is van de Griekse mythologie. De slang, die ieder mens wil vernietigen, maakte zich klaar om het evangelie van Jezus Christus onder het opkomend christendom aan te vallen. De vrouw begint te roepen:

  • ‘Deze mannen zijn dienaars van de Allerhoogste God…’

De slang had in de onzienlijke wereld waarschijnlijk ook de stem van de Macedonische man gehoord. Deze had geroepen: ‘Kom over en help ons. Wij hebben het moeilijk. Verlos ons van het juk van de duivel door middel van het evangelie van Jezus. Maak ons vrij zodat we kinderen van God zijn’. Meerdere dagen lang horen de oudsten van de gemeente de python uitroepen, dat zij dienaars zijn van de allerhoogste God, die de Vader van de lichten is, namelijk de Vader van zijn dienaars in hemel en op aarde. Om dit geloof sidderen de demonen en niet alleen voor God, maar ook voor Zijn zonen en dochters, de uitvoerders van Zijn plan. Dezen hebben immers macht ontvangen om het hele leger van de vijand aan zich te onderwerpen. Dit riep ook de demon die tegen Jezus zei:

  • ‘Wat hebt U met mij te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God. Ik bezweer U bij God: doe mij geen pijn’ (Marcus 5:7).

Alternatieve wegen

De waarzeggende geest vervolgt dan:

  • ‘Zij vertellen u over (de) weg hoe u gered kunt worden’ (Hand.16:17).

Zo klinken tenminste de meeste Nederlandse Bijbelvertalingen. Toch staat er niet dè weg maar één(!) weg! Ook The Twentieth Century New Testament heeft ‘a’ way of salvation’. The Interlineair Greek-English New Testament geeft ook als letterlijke vertaling ‘een’ weg. Doordat in de oorspronkelijke tekst het lidwoord ‘voor’ weg ontbreekt, roept de bezetene feitelijk dat Paulus en Silas zomaar een weg van behoud aanwijzen. Er zouden dus meerdere wegen naar het doel leiden! Hier schuilt de leugen van satan onder de waarheid, die hij bracht. Wij weten dat er maar één Naam onder de hemel gegeven is, door wie wij behouden moeten worden (Hand.4:12). De waarzeggende vrouw is een gevaar voor het werk van God. Zij relativeert het en Paulus mag dat niet ‘verdragen’.

In het Grieks staat letterlijk: ‘weg van de zaligheid’. Dit kan in het Grieks, omdat dat deze taal het onbepaalde lidwoord ‘een’ niet heeft. Een kenner van deze taal schreef hierover:

  • ‘In sommige gevallen mag men toch vertalen ‘de weg’, maar in de zinsconstructie die hier gebruikt wordt, is het ‘een weg tot behoud’.

Zo hebben alle vertalers in 1 Corinthiërs 12:31 terecht staan: ‘één weg die nog veel hoger ligt’ en niet ‘dè weg’.

Het is te begrijpen dat het getuigenis van de waarzeggende geest Paulus veel verdriet doet. Hij wees immers dé weg aan, van het éne evangelie. Met ‘dé weg’ bedoelt de Bijbel de hoge weg. Jesaja 35:8 spreekt in het Engels van ‘high way’, een pad dat boven het omliggende land uitsteekt en dat de voeten van het volk van God behoedt voor vuil en modder. Op deze weg lopen geen onreine mensen, want satans demonen worden er tentoongesteld en zij worden overwonnen. Deze weg is de heilige weg, want de ‘roofdieren’ krijgen geen kans erop te komen. De vrijgekochten en verlosten van de Heer weerstaan ze in de naam van Jezus, zodat ze wegvluchten. Vergelijk hierbij de uitleg van tijdperkenknippers en aardse Israëlaanbidders

‘Die van dè weg waren’

De eerste christenen werden aangeduid als ‘die van dè weg waren’. Zij werden onder druk gezet door de wettisch ingestelde joden en later door de aardse christenen, net als vandaag. Saulus had (vóór zijn bekering) niet alleen mannen, maar zelfs vrouwen ‘die van dè weg waren’ vervolgd.

Apóllos

Apóllos was helemaal thuis in de Schriften, maar hij werd vernieuwd in zijn denken toen hem dè weg van de Heer werd uitgelegd. Deze weg is een manier van leven en handelen die helemaal is ingesteld op het evangelie van het Koninkrijk van de hemelen (Hand.9:2; 18:25; 19:9; 22:4 en 24:14). Het is een exclusieve weg, want al zou een engel uit de hemel door middel van een waarzeggende geest spreken over ‘een weg’, dus een ander evangelie brengen als van gelijke waarde naast dat van Paulus, dan rust op zo’n geest een vloek:

  • ‘Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden brengen, anders dan wat wij u gebracht hebben, die is vervloekt. Zoals wij al eerder gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer: Als iemand u een evangelie brengt anders dan wat u ontvangen hebt, die is vervloekt!’ (Gal.1:8).

Het is de smalle weg waarvan Jezus zei, dat weinigen hem vinden. Op deze hoge weg lopen mensen die hun wandel in de hemel hebben. Jezus is niet een van de vele wereldleraars, niet een van de ‘hoogst ingewijden’ in de mysteriën van het Koninkrijk van de hemelen, niet één van de verlichte Boeddha’s, maar Hij is hét licht van de wereld en zonder Hem is het duisternis. Ook is er buiten deze weg geen mogelijkheid om een volk van God te vormen. Alleen het Israël van God dat verbonden is met Jezus Christus zal terug keren:

  • ‘Jubelend komen zij naar Sion, gekroond met eeuwige blijdschap. Juichend trekken de stad binnen, geklaag en verdriet vluchten er uit weg’.

Er is maar één naam onder de hemel gegeven door wie wij gered worden, die van Jezus Christus alleen. Hij is dè weg.

Confrontatie met judaïsme en hellenisme

De leugen van ‘een weg’ is diep in de kerken doorgedrongen. Allereerst zien wij de penetratie van de joodse zuurdesem. Kerkgangers hebben daarnaast leringen met ontelbare wetten en regels, dogma’s en geschriften, het vieren van dagen die gewijd zijn aan ‘heiligen’ of aan het vasten. Het geloof werd verbonden met wijwater, heilige gebouwen, geestelijken met gewijde soepjurken en petjes, een altaar met onbloedige offers en goede werken. Katholieken hebben een liturgisch woordenboek van ruim 4.300 pagina’s, wat zeker wijst op uitgebreide riten. Er is een babybesprenkeling die niets te maken heeft met belijdenis van zonden, een besnijdenis van het hart, de nieuwe geboorte of vernieuwing van denken, maar met een natuurlijke afkomst. Men doopt geen kinderen van God, maar baby’s van ouders, die het verschil niet kennen tussen hun rechter- en linkerhand. Zo worden de kerken net als Israël een volks- of een familiekerk. Deze kerken zijn gefundeerd op het oude testament. Paulus schreef aan de Filippenzen:

  • ‘Wij zijn het die besneden zijn, wij voeren onze dienst uit door de Geest van God en laten ons voorstaan op Christus Jezus, niet op onszelf of onze afkomst’ (Fil.3:3).

Hij vergeestelijkte hiermee de oude ceremoniën om tot een nieuw volk van God te komen. Ook leest men eeuwenlang de wet van de tien geboden voor, die niet in staat is om de mens te bevrijden van satans demonen. Men kan niet meer werken met de wet van de Geest van het Leven, de Koninklijke wet, die van de vrijheid. Die letterlijke wet is niet meer dan een religieuze, repeterende term voor kerkslaven op zondag.

De wijsgerige stelsels van o.a. Plato en Aristoteles

De waarzeggende geest die Paulus’ pad kruiste vertegenwoordigde ook het klassieke denken, dat ook zijn wortels diep in de kerk heeft geslagen. We noemen als voorbeeld de wijsgerige stelsels van Plato en Aristoteles, die ruim 400 jaren voordat Paulus voet aan wal zette, in Athene leefden. Ook van hun stelsels kon de apostel zeggen:

  • ‘De Grieken zoeken wijsheid’ en ‘Ik zal de wijsheid van de wijzen vernietigen’ (1 Cor.1:22,19).

De theologen in de kerken werden en worden echter bij hun opleiding met de Griekse filosofieën doordrenkt. De resultaten zijn een ramp.

Plato bepleit het volmaakte en eeuwige grondpatroon van iets – de norm van het leven en zijn vastigheid. Zo is bijvoorbeeld ‘rond’ een idee, die alleen in het denken zou bestaan. Door waarneming is het absoluut ronde echter niet te vinden. Geen enkel voorwerp is zuiver rond. Rechtvaardigheid is er alleen maar als ideaal, maar niets in de zienlijke wereld voldoet er aan. Geen enkele handeling is werkelijk rechtvaardig. Alles is slechts betrekkelijk en niets is volmaakt (verg. de platte aarde uit de middeleeuwen). ‘Kerkvader’ Augustinus werd ook door dit denken beheerst. Daarom geloven de meeste kerkgangers niet meer in de woorden die Jezus vol vertrouwen in zijn hemelse leer uitsprak:

  • ‘Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is’ (Matth.5:48).

Of zoals de apostel de Griekse broers schreef:

  • ‘Mag de God van de vrede zelf uw leven in alle opzichten heiligen en mogen heel uw geest, ziel en lichaam zuiver bewaard zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus’.

Vol geloof aan zijn evangelie voegde hij eraan toe:

  • ‘Hij die u roept is trouw en doet wat Hij belooft’ (1 Thess.5:23,24).

Ook schreef hij aan zijn leerling en medewerker:

  • ‘Elke door God geïnspireerde Bijbeltekst kan gebruikt worden om onderwijs te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen en om op te voeden tot een deugdzaam leven, zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust’ (2 Tim.3:16,17).

Deze woorden komen ook nu als dwaasheid over, als een ‘vrome’ wens. Volgens de belijdenisgeschriften zijn ze “een onbereikbaar ideaal aan deze kant van het graf…” Alleen de dood, de laatste vijand, is de doorgang tot het eeuwig behoud.

De boom van de kennis van goed én kwaad

Aristoteles probeerde de wijsbegeerte van zijn tijd tot een sluitend systeem te maken. Hij werd de voorman van de scholastiek, dat is het systematisch samenstel van wijsbegeerte en godgeleerdheid. Hij streefde naar de volmaakt deugdzame, natuurlijke mens. Zijn filosofie werd overgenomen door Thomas van Aquino, die de richting van de rooms-katholieke kerk bepaalde in haar moraaltheologie met een uitgewerkt geheel van nauwkeurig omschreven geboden en verboden. De heidense wijsbegeerte van de Grieken heeft de kerk vervreemd van de leer van het Koninkrijk van de hemelen. Zij gaf geen inzicht in de hemelse gewesten ondanks alle nederigheid en kastijding van het lichaam, boetedoeningen, (rozenkrans)-gebeden, onthouding, vasten, enz., en zo voort.

Het Judaïsme

Noch met de verjoodsing van het christelijk geloof in onze tijd, noch met de heidense filosofieën waarin men ‘veel dagen’ en eeuwen werd onderwezen, staat men voor de berg Sion, voor de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem en voor duizenden engelen die in blijdschap bij elkaar zijn, voor de gemeenschap van eerstgeborenen, die in de hemel ingeschreven zijn (Hebr.12:23). De alternatieve wegen zijn producten van de boom van de kennis van goed en kwaad en voeren de zielen naar het dodenrijk. Aan de Filippenzen schreef de apostel over de weg van de volmaaktheid waarmee hij voortdurend bezig was: ‘Maar één ding is zeker: ik vergeet wat achter me ligt – dat is het judaïsme en het hellenisme – en richt mij op wat voor me ligt. Ik ga recht op mijn doel af, namelijk de hemelse prijs waartoe God mij door Christus Jezus roept’ (Fil.3:14). De waarzeggende demon met zijn relativerend denken wilde zeggen:

  • “Een andere weg kan ook goed zijn, ieder heeft slechts een facet van het idee van de waarheid…!”

Inderdaad zijn er veel wegen die naar de ontrouwe kerk leiden, maar er is maar één weg door de hemelse gewesten, die Jezus ons toonde en voorging.

Overwinning van het eeuwige evangelie

Paulus was een dienaar van het evangelie van het Koninkrijk, dat Jezus was begonnen te brengen. Voor zijn heengaan had de Heer in zijn laatste, grote opdracht de gelovigen bevolen, dat zij in zijn naam demonen zouden uitdrijven (Marcus 16). Daarom beval de apostel – nadat hij veel dagen achter elkaar de leugen van de slang met haar gespleten tong had aangehoord – de waarzeggende geest om de slavin te verlaten. De demon was ontmaskerd en de waarheid van het eeuwig evangelie had overwonnen in de onzienlijke wereld. Na deze eclatante overwinning op de python kwam de engel van satan, de geweldgeest, die de apostel steeds bedreigde, in actie.

Paulus en Silas gemarteld

Natuurlijk duurde het enige tijd voordat de meesters van de slavin constateerden, dat deze de gave om te voorspellen kwijt was. Toen zij merkten dat hun hoop op winst voorgoed vervlogen is, namen zij wraak op Paulus en Silas. Zij sleepten hen naar het marktplein, waar de magistraten waren om recht te spreken. Daar vulden de beide Godsmannen in hun lijdende lichamen aan wat nog ontbrak aan de verdrukkingen van Christus voor zijn lichaam, dat is de gemeente (Col.1:24). Het stichten van gemeenten op het fundament van de volle waarheid gaat altijd gepaard met vervolging. De Filippenzen lieten zich gemakkelijk ophitsen en dan speelt zich op de markt ongeveer hetzelfde toneel af als wat ook gebeurde bij het proces van Jezus voor Pilatus. De menigte keert zich tegen Paulus en Silas, want zij beschouwt hen als afgevaardigden van een fanatieke joodse sekte. Zonder verder verhoor worden ze door de lectoren gegeseld en als gevaarlijke misdadigers zo diep mogelijk in de gevangenis weggesloten en met de voeten in het blok geklemd.

Welke leer zou het uiteindelijk in Europa en later op de hele aarde vooralsnog winnen? Zoals Jezus bij het begin van zijn lijden ‘s nachts met zijn leerlingen het loflied uitsprak, zo wekte Gods Geest Paulus en Silas op hetzelfde te doen. Jezus wist immers dat door het doen van de wil van zijn Vader het goede, het welgevallige en ook het volmaakte aan zijn volgelingen gegeven zou worden. Zo wisten Paulus en Silas dat het evangelie van God zou overwinnen ondanks het verzet van de verleidende en misleidende demonen. Door Gods Geest geleid zongen deze afgevaardigden van Christus ‘s nachts hun lofliederen in talen van mensen en engelen. Ook zij zouden de overwinning behalen net als Jezus, toen Deze bij zijn opstanding de gevangenis van het dodenrijk verliet. Door het ingrijpen van de grote kracht van God verlieten Paulus en Silas als overwinnaars de gevangenis. Die nacht werd de cipier met heel zijn familie gered en gedoopt in water.

De vrouw van Christus, de gemeente, zal uit haar slavernij worden bevrijd

De gebeurtenis in Handelingen 16 is meer dan een geschiedkundig verslag van de tweede zendingsreis van Paulus. Zij is een profetie over de toekomst van het christendom die ‘veel’ eeuwen omspant. Schijnbaar zou de waarzeggende geest in het gelijk worden gesteld, want de heidense wijsbegeerte, het wetticisme en het legalisme zouden in de plaats komen van het evangelie van de heerlijkheid van Christus (verg. Op.6:5,6). De kerkgeschiedenis werd de beschrijving van een doorlopende vervreemding van het evangelie van het Koninkrijk van de hemelen.

Ondanks deze woordverkrachting zal echter het licht in deze geestelijke duisternis doorbreken. Het evangelie van de onzienlijke wereld zal weer opnieuw verteld worden en gevolgd worden door tekens en wonderen van herstel. De vrouw van Christus, de gemeente, zal uit haar slavernij worden bevrijd. Natuurlijk zal de geest van geweld deze vervulling proberen te keren, maar aan het einde van de eeuwen zullen de ware christenen volledig in aanraking komen met een krachtige werking van Gods Geest, terwijl tegelijkertijd een neerstorting van demonen op een verworden christenheid te zien is. Hierover spreekt de Joëlsprofetie. Dan zullen de gevangenismuren wankelen en het volk van God zal worden uitgeleid. Jezus zei:

  • ‘Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verspreid als getuigenis voor alle volken, zal het einde – de heerlijkheid en de kracht ervan – komen’ (Matth.24:14).

Daarom gaan wij met blijdschap de toekomst tegemoet. Gods volk zal weer functioneren in de hemelse gewesten, want ‘dan zullen uw zonen en dochters profeteren, de jeugd zal visioenen zien en oude mensen dromen begrijpen’ (Hand.2:17,18). Een grote groep mensen die niemand tellen kan, uit alle volken, naties en talen zal tot het geloof komen en de exclusieve, smalle weg kiezen, die door de hemelse gewesten voert. Het evangelie van het Koninkrijk, het Woord van God, trekt uit, overwinnende en om te overwinnen!