Romeinen 11:33-36 ‘O, diepte van rijkdom, zowel van wijsheid als van kennis van God, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen!’ 33. Paulus prijst God over de manier waarop God zijn reddingsplan tot herstel van de mens uitvoert. Eeuwenlang had God Israël gebruikt om voor Zich een naam te bewaren en in de zienlijke wereld een schaduw en een voorbeeld te geven van zijn eeuwig voornemen in de onzienlijke wereld met het Israël van God. In de volheid van de tijd zond Hij zijn Zoon als eerste van deze nieuwe schepping en gaf Deze aan de hele wereld. De barmhartigheid van God gaat nu uit naar het hele mensdom (een rest van Israël inbegrepen). Daarom is een rijkdom van genade geopenbaard, zoals nooit tevoren in het oude verbond getoond was. >>>>>
Tekst voor tekst
1 Corinthe 15:21-28 ‘Want omdat de dood er is door een mens, is ook de opstanding van de doden er door een Mens. Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden’ 21,22. Paulus licht nu het vorige vers toe door een vergelijking te maken tussen Adam en Christus. Hij zal dit later in dit hoofdstuk opnieuw doen in de verzen 45-49, waar de eerste Adam gesteld wordt tegenover de laatste. Ook in Romeinen 5:12-21 werkt hij deze tegenstelling tussen Adam en Christus uit. Het gaat hier dus over wat de mens door één mens verloren heeft en wat hij door één Mens gekregen heeft. >>>>>
2 Timotheüs 2:20-26 ‘Maar in een groot huis zijn niet alleen voorwerpen van goud en van zilver, maar ook van hout en aardewerk. Sommige zijn voor eervol, maar andere voor oneervol gebruik. Als iemand zich dan van deze dingen reinigt, zal hij een voorwerp zijn voor eervol gebruik, geheiligd en van veel nut voor de Heer, voor elk goed werk klaargemaakt’ 20,21. >>>>>
1 Corinthe 15:12-20 ‘Als nu van Christus gezegd wordt dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe kunnen sommigen onder u dan zeggen dat er geen opstanding van de doden is?’ 12. Er is nog een laatste probleem dat moet worden opgelost in verband met de boodschap van het evangelie van Jezus Christus. Hoewel door de apostelen en leraars duidelijk als fundamentele waarheid ‘in alle gemeenten van de heiligen gebracht was dat Jezus uit de dood was opgestaan’ waren er leden te Corinthe die de opstanding slechts als een eenmalig feit zagen. >>>>>
Romeinen 11:22-24 ‘Hou daarom Gods goedheid voor ogen, maar ook zijn strengheid voor de takken die zijn afgevallen en zijn goedheid t.o.v. u, als u tenminste zijn goedheid trouw blijft. Anders wordt ook u weggekapt. En wat hen betreft, als zij niet in hun ongeloof volharden, zullen ook zij weer worden geënt. Want God is in staat hen opnieuw te enten’ 22,23. >>>>>
1 Corinthe 14:20-23 ‘Broers, word geen kinderen in uw denken, maar wees kinderlijk in de slechtheid en word in uw denken volwassen’ 20. Paulus richt zich nu weer tot de ‘adelphoi’, een woord waarmee niet alleen broers maar ook zusters kunnen bedoeld zijn. De apostel wil dat zij hun verstand in de gemeente volledig in dienst van God stellen. De mens gebruikt zijn verstand altijd met een bepaald doel. Vandaar de opdracht van Jezus dat men ‘God zal liefhebben met heel zijn hart, met heel zijn ziel, met al zijn kracht en met zijn hele verstand’ (Luc.10:27). >>>>>
2 Timotheüs 2:16-19 ‘Maar ontwijk onheilige, inhoudsloze praat. Want zij die dat doen, zullen steeds meer in goddeloosheid toenemen’ 16. De apostel geeft nu Timotheüs in verband met de dwaalleraars de raad om zich niet bezig te houden met onheilig en inhoudsloze gezwam, dus met slogans die geen enkele innerlijke waarde hebben, zoals bv. de uitgevonden kreet van vandaag: ‘De God van Abraham Isaak en Jacob…’. ‘God’ dan met een heilig ontzag voor de nooit bekeerde Joden op aarde, geschreven als G’d, om Hem vooral niet te beledigen… >>>>>
1 Corinthe 14:29-33 ‘En laten twee of drie profeten spreken en laten de anderen het beoordelen’ 29. De geest van de profetie (Op.19:10) kan over allen komen, met het gevolg dat allen profeteren en zelfs buitenstaanders overtuigd worden. Dan brengen dus alle leden van de gemeente geïnspireerde woorden voort. Maar niet allen zijn profeten (12:29). Zij hebben een aparte plaats in de samenkomst omdat zij regelmatig gebruikt worden door Gods Geest (12:10 en Rom.12:7). >>>>>
2 Timotheüs 3:3-5a ‘Onheilig, liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede’ 3. Paulus somt nog meer tekenen op van het verval in de laatste dagen. Onheilig wil zeggen: verbonden met de demonen van de duisternis, beschadigd en niet geheeld. Het evangelie heeft dus zijn vernieuwende werking in de leden van de kerk van de laatste dagen niet kunnen uitvoeren. >>>>>
Romeinen 11:13-21 ‘Ik spreek nu tot degenen onder u die uit heidense volken komen. Zeker, ik ben een apostel voor de heidenen, maar ik schat mijn taak juist dáárom zo hoog, omdat ik hoop jaloezie bij mijn volksgenoten op te wekken en een deel van hen te redden’ 13,14. Paulus was de geroepen apostel van de heidenen. Hij moest de gelovigen uit de volken vaak een hart onder de riem steken. Dan liet hij duidelijk uitkomen, dat zij geestelijk niet de minderen van de Joden waren. Zo schreef hij aan de Efeziërs: ‘Zo zijn jullie dan geen vreemdelingen en gasten meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God’ (2:19). >>>>>
1 Corinthe 14:34-36 ‘Laten uw vrouwen in de gemeenten zwijgen. Het is hun immers niet toegestaan te spreken, maar bevolen onderdanig te zijn, zoals ook de wet zegt. En als zij iets willen leren, laten zij dat dan thuis aan hun eigen man vragen. Het is immers een schande voor vrouwen om in de gemeente te spreken’ 34,35. >>>>>
Romeinen 12:9-13 ‘Laat de liefde oprecht zijn. Heb een afkeer van het kwaad en hou vast aan het goede’ 9. Na de christelijke manier van leven, schrijft Paulus over de christelijke plichten en het persoonlijke gedrag. Hij spreekt over de liefde als de vervulling van de wet van God. De gaven staan daarbij in dienst van de gemeente, het lichaam van de Heer. Net zoals in 1 Corinthiërs 13 volgt de oproep tot liefde na het opsommen van de diversiteit van gaven. >>>>>
1 Corinthe 14:7-19 ‘Dat geldt ook de levenloze dingen die geluid geven, of het nu een fluit is of een citer, als zij zich niet onderscheiden in hun klanken, hoe zal men weten wat op de fluit of op de citer gespeeld wordt? Want ook als de bazuin een onherkenbaar geluid geeft, wie zal zich gereedmaken voor de strijd? Zo is het ook als u door de taal geen goed verstaanbaar woord voortbrengt. Hoe zal dan begrepen worden wat er gezegd wordt? U bent dan namelijk als iemand die maar wat in de lucht spreekt’ 7-9. >>>>>
2 Timotheüs 2:9-13 ‘Daarvoor lijd ik verdrukkingen en draag ik zelfs boeien als een misdadiger. Maar het Woord van God is niet gebonden’ 9. Paulus legt aan Timotheüs uit dat hij, omdat hij het evangelie brengt, moet lijden. Overal stuitte Paulus op weerstand, vaak werd hij vervolgd. De Joden in Jeruzalem en in Asia hadden besloten dat hij met ‘zijn evangelie’ een pest was en een onruststoker. Zij ergerden zich aan hem. Voor de Grieken was zijn evangelie een dwaasheid en de geleerden in Athene verachtten hem openlijk. >>>>>