Zien, grijpen, vasthouden en hanteren

Het natuurlijke leven is een beeld van het werkelijke, geestelijke leven. Vandaar dat je in het alledaagse leven zoveel mooie beelden kunt vinden. Een voorbeeld daarvan is de ontwikkeling van een baby. Het eerste wat bij een baby opvalt is de geweldige levenslust. Van binnenuit heeft hij de drang en de wil om te leren en zich te ontwikkelen. Dat doet hij uit zichzelf, het is aangeboren en hij heeft enorm veel plezier en zin in het leven. Het is dan ook verbazingwekkend wat een kind in een jaar tijd leert. Als nu in de zichtbare wereld al geldt: ‘Waar leven in zit, dat groeit’, hoeveel te meer geldt dit in de onzichtbare wereld. Wij hebben goddelijk leven in ons, dus is er sprake van groei. Zo mogen wij als kinderen van God ook levensblije en levenslustige mensen zijn, die zich verheugen in de ontwikkeling van het zoonschap. Groeien is een proces, daarbij spelen verschillende facetten een rol.

Het eerste wat een kind gaat doen is kijken. Nu, er is heel wat te zien,  hoewel hij in het begin lang niet overal oog voor heeft, maar hoe ouder hij wordt, hoe meer hij zijn blik verruimt. Hij leert dingen en mensen kennen en gaat onderscheid maken tussen wat vreemd en eigen is. Wat op dat kijken volgt is het grijpen. Dit klinkt heel eenvoudig, maar is voor zo’n kleintje nog zo moeilijk. ‘t Lijkt eigenlijk meer op graaien wat hij doet, want vaak grijpt hij nog mis. Maar al doende leert hij en zo zie je dat hij steeds beheerster en gerichter de dingen kan pakken die hij ziet.

Vervolgens is het de kunst om wat hij gegrepen heeft ook vast te houden. Wat met moeite gegrepen is, kan hij soms zo weer kwijt zijn. Tenslotte komt dan het hanteren, dan heeft hij het zo goed in de vingers dat hij er wat mee kan doen. Hij weet met de dingen om te gaan en ze te gebruiken waarvoor ze bedoeld zijn. Als we nu deze ontwikkeling gaan verplaatsen in de hemel, waar kinderen van God geboren zijn en opgroeien, merken we dat hier een gelijkenis in zit.

Zien

Wat is geestelijk zien? Geestelijk zien heeft niets te maken met bepaalde voorstellingen in je gedachten, maar met begrijpen. Als je iemand iets wil uitleggen, zeg je wel eens: ‘Kijk, dat  zit zo’. Dat kijken slaat dan niet op het zien met je ogen, maar betekent: ‘Let op, wees aandachtig’. En wanneer je iets begrepen hebt, zeg je: ‘O, nu zie ik het’. Geestelijk zien is dus eigenlijk, de dingen door hebben, begrijpen waar het om gaat en hoe het in elkaar zit. En bij ons gaat het om de gedachten van God, dat we die door krijgen, dat we weten wie Hij is en wat Zijn bedoelingen zijn. We willen inzicht krijgen in die onzienlijke wereld.

Maar wanneer kun je dat? Johannes 3:3 zegt: ‘Tenzij iemand opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien’. Opnieuw geboren worden is dus de voorwaarde om te kunnen zien. Zo is het ook met  een natuurlijke geboorte, een baby kan pas zien als hij geboren is, dan is hij overgegaan van het duister naar het licht. Maar hoewel hij wel kan zien, is hij toch nog niet in staat om alles om hem heen waar te nemen. Langzamerhand beginnen er dingen hem op te vallen en gaat hij pas goed kijken. Zo zijn ook wij bezig om geleidelijk aan onze blik te verruimen en ontdekken we steeds meer facetten van het Koninkrijk van God. Je hebt er oog voor gekregen, want je bezit verlichte ogen van het hart’ (Ef.1:18).

Wat kun je nu zoal zien in de geestelijke wereld? Het eerste wat opvalt is de goedheid van God. In Psalm 34:9 staat: ‘Smaak en zie dat de Heer goed is’. Het is een verademing als je er achter komt dat God helemaal niets te maken heeft met straf, maar dat Hij van je houdt, een Vader voor je is en graag vergeeft. Dat Hij altijd goed is en nooit kwaad en er ook nooit iets negatiefs van Hem uitgaat. Dit is een gedachte die voor ons niet nieuw meer is, maar het is wel zo’n kernachtige gedachte dat, als het eenmaal goed tot je doorgedrongen is, het je hele manier van denken verandert. Je bekijkt de wereld met heel andere ogen en weet dat de satan de wereldbeheerser is en dat bij hem alle narigheid vandaan komt. Je stelt je anders op tegen die nare buurman of dat lastige kind, want je weet wie je vijand is.

Wat ook erg opvalt in dat Koninkrijk van God is de sfeer. Je proeft en ziet dat er vrede, blijdschap en gerechtigheid is en dat het bestaat uit kracht (1 Cor.4:20). En natuurlijk zien wij ook Jezus. In Hebreeën 12:2 staat: ‘Laat ons oog alleen gericht zijn op Jezus, de Leider en Voleinder van ons geloof’. Er wordt ook weleens gezegd: ‘Zie, maar op de Heer’. Wat wil dat zeggen? Dat je de dingen van boven bedenkt. Jezus is het vleesgeworden Woord van God en als je dat begrijpt, zie je Jezus. Het gaat er bij de Heer om dat je Zijn bedoelingen leert kennen. Dat je de boodschap volledig kunt bevatten, zodat je scherp en duidelijk ziet waar het op aan komt.

Om dit te kunnen heb je wel de Heilige Geest nodig. Want de Geest  is het die ons tot de volle waarheid leidt (Joh.16:13). Daarom gaan er ook steeds meer geheimenissen voor ons open. Verhalen uit het Oude Testament gaan we in een heel ander licht zien, zodat we de geestelijke betekenis ervan begrijpen. Maar er is nog veel meer te ontdekken is in dat Koninkrijk van God. Daarom houden we onze geestelijke ogen wijd open. Paulus zeg daarom: ‘Let wel, de Heer zal u in alles inzicht geven’ (2 Tim.2:7).

Grijpen

Wat is grijpen? Grijpen is vlug en krachtig iets pakken. Je doet het alleen als je iets graag wilt hebben. Als we die baby weer even voor ogen nemen, zien we dat hij eerst de dingen bekijkt en als het dan aantrekkelijk genoeg is, grijpt hij ernaar. Achter grijpen zit dus altijd een verlangen om iets in bezit te nemen, het je eigendom te maken. Je kunt natuurlijk ook van een afstand bekijken hoe mooi het is, maar als je het niet grijpt, wat heb je er dan aan? Je blijft altijd een toeschouwer in plaats van een deelgenoot. Wanneer je niet wezenlijk deel hebt aan het Woord van God, kun je ook geen standhouden tegen de satan.

Hoe kun je nu geestelijk grijpen, waar doe je dat mee? Met je geloof. In Galaten 3:22 staat dat de beloften deel zullen worden van hen die geloven. Door het geloof wordt het dus je deel. Een ander woord voor geloven is aannemen oftewel beetpakken. In het geloof grijp je dus de beloften van God. Ben je bijvoorbeeld gaan zien dat God graag vergeeft? Geloof dat Hij het doet en dat je een rechtvaardige bent. Je ziet, bij de Heer is vrede, de Heer zegt: ‘Vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u’ (Joh.14:27). Dus, pak aan, blijf je niet vergapen aan al die kostbare schatten, maar geloof dat ze speciaal voor jou bedoeld zijn.

Zo is het ook met blijdschap, kennis, wijsheid, rust, geduld, kracht, overwinning enz. Als je ze ontdekt, grijp ze dan gerust en verzamel die geestelijke schatten. Je hoeft van de Heer ook helemaal niet bescheiden te zijn in deze dingen, want alles ligt voor het grijpen en Hij wil niets liever dan dat we dat dan ook doen. In 1 Timotheüs 6:12 staat: ‘Grijp het eeuwige leven waartoe u geroepen bent’. We zijn geroepen tot het eeuwige leven, maar we zijn ook geroepen om dat eeuwige leven te grijpen. Het is duidelijk dat we daarmee niet tot het ‘hiernamaals’ hoeven te wachten. We mogen nu al dat bovennatuurlijke, goddelijke leven bezitten en bezig zijn met hemelse dingen. In dat eeuwige leven zit alles besloten wat de Heer te bieden heeft, het omvat alle geestelijke zegeningen. Hoe meer je daarvan grijpt, des te meer eeuwig leven bezit je.

Je zou het zo kunnen zeggen: Elk stapje verder, iedere overwinning is weer een stukje van dat eeuwige leven meer. Op het laatst hebben we zoveel overwinningen en schatten gegrepen en bezitten we zoveel leven dat, zoals in 2 Corinthiërs 5 staat, het sterfelijke door het leven wordt verslonden. Paulus zegt: ‘Ik jaag ernaar (naar die volkomenheid) of ik het ook grijpen mocht’. En waarom? Omdat hij ook door Jezus Christus gegrepen was (Fill.3:12). Het evangelie nam al zijn aandacht in beslag. Met ons is dat net zo gegaan, dit evangelie doet ons wat, het verandert ons en wij zijn en blijven erdoor geboeid. Alle nieuwe inzichten die de Heer ons geeft, willen we helemaal gaan snappen en in bezit nemen.

Zolang er nog veel te zien is in de hemel gaan we dus rustig door met het grijpen van deze dingen. Soms is dit echter erg moeilijk. Vaak is de oorzaak daarvan dat je dan eerst iets los moet laten. Je kunt onmogelijk deze boodschap volledig grijpen als je nog vasthoudt aan een of andere kerkleer, aan je verleden of wat dan ook. Wil je het nieuwe pakken dan moet je eerst het oude loslaten. Want oud en nieuw bij elkaar, dat gaat niet.

Het kan ook weleens gebeuren, dat je echt alles wilt doen om het te grijpen, maar dat het je toch niet lukt. Je hebt het gevoel dat je er net niet bij kan, dat het je niet raakt en je er geen deel aan hebt. Het is vreselijk beroerd als je in zo’n situatie zit, want je wilt het zo graag je eigendom maken. Je bent dan eigenlijk iemand die er alleen maar watertandend naar staat te kijken. Zoiets gemeens kan alleen maar bij de duivel vandaan komen. In zo’n geval zit er dus altijd een boze geest achter, die je tegenhoudt om dat Woord te grijpen. Ergens wel logisch want hij is doodsbang voor het Woord van God, want daarmee wordt hij verslagen. Blijf dus niet staan watertanden, maar laat je bevrijden van die duistere overheersers, zodat je volledig dit kostbare evangelie kunt grijpen.

Vasthouden

Nu komen we bij de volgende stap, dat is ‘vasthouden’. Het is iets wat nogal veel energie vraagt en het is vooral in het begin nog weleens moeilijk. Dat zien we weer heel duidelijk bij die baby. Heeft hij net met alle inspanning iets gegrepen, even later is hij het weer kwijt en als het dan ook nog buiten zijn bereik valt, is het brullen geblazen. Gelukkig is er altijd wel iemand in de buurt die hem weer terug geeft wat hij kwijt was. Zo zal de Vader ook nooit moe worden om ons iedere keer weer het goede voor te houden, zodat we het weer opnieuw kunnen grijpen. Als een kind kan vasthouden, leert hij wat hij in handen heeft beter kennen. Hij voelt of het hard of zacht is, licht of zwaar, groot of klein, enzovoort. Hij leert de waarde ervan kennen en krijgt er plezier van. Zo is het in de geestelijke wereld ook, neem nu bijvoorbeeld rust, als je dat kan vasthouden, ontdek je wat voor grote waarde dat heeft en wordt het een eigenschap van je, de mensen om je heen ervaren dat er rust van je uitgaat.

Wat ook een belangrijk facet van vasthouden is, is dat het nodig is om te leren staan. Een kind moet eerst vast kunnen houden wil hij zich ergens aan optrekken om te gaan staan. Als wij dat Woord van God vasthouden, kunnen we ons er ook aan optrekken zodat we overeind komen. Wanneer heb je nu de grootste moeite met vasthouden? Als er aan getrokken wordt. En wordt er weleens aan onze vrede, rust en andere schatten getrokken? Nou, reken maar. Er is er een die steeds op de loer ligt en alles benut om af te pakken wat wij bezitten. Het vraagt dan kracht, inspanning  en uithoudingsvermogen van ons om te blijven vasthouden. Want wie wint er? De aanhouder!

In de zichtbare wereld zie je weleens dat een grote knul iets afpakt van een klein kind, zodat dat kind een keel opzet. Zo laf werkt de duivel ook. Maar als het je gebeurt en je bezit nog niet voldoende kracht, doe dan net als dat kind en geef gerust een gil, sla maar alarm. Een kind schaamt zich niet om hulp in te roepen als hij in nood zit, dus laten wij dat ook niet doen. De gemeente is er niet voor niets. Wij laten ons dus niet op de kop zitten. Wat wij gekregen hebben, is ons eigendom, daar hebben we recht op en de satan heeft daar maar van af te blijven. Waaraan kun je vasthouden? Job zegt: ‘Aan mijn gerechtigheid houd ik vast’ (Job 27:6). Dat zei hij niet voor niets, want als je ergens op aangevallen wordt, is het wel op je gerechtigheid.

De duivel probeert je altijd aan te klagen. In Openbaring 12:10 wordt hij dan ook de aanklager van de broers genoemd, die hen dag en nacht aanklaagde. Altijd wijst hij op zwakke plekken, probeert hij je schuldgevoelens aan te praten, om je zo je gerechtigheid te ontfutselen. Ga niet in op zijn redenatie, maar houdt vast net als Job: ‘Ik ben een rechtvaardige’. In Lucas 8:15 staat ‘Het Woord gehoord hebbende, dat vasthouden’. Hier gaat het om het Woord. Het is het belangrijkste dat we dat vasthouden, want het Woord van God dat doet het hem juist. Het verandert ons denken en vernieuwt ons leven. Zorg daarom dat je vertrouwd raakt met Gods gedachten, zodat je onderscheid kunt maken als er leugen, twijfel of wat voor gedachten van de satan dan ook op je af komen. Je kunt dan het Woord er tegenover zetten en vasthouden: ‘Wat God zegt is waar en dat komt altijd uit’. Als je vasthoudt aan het Woord, kan het ook nooit misgaan, kijk maar naar Jezus.

Er wordt ook nog gesproken over de hoop vasthouden. Dat is, ondanks alles, het goede blijven verwachten, de moed niet opgeven. Als je de hoop gegrepen hebt, helemaal hersteld te worden, houd dat dan altijd vast tot het einde toe, ook al zegt de duivel je honderd keer dat het nooit zal lukken. De aanhouder wint en dat zijn wij.

Verder heeft Hebreeën 4:14 het over je belijdenis vasthouden. Hoe vaak gebeurt het niet dat je op een belijdenis wordt aangevallen. Heb je net beleden dat het zo goed met je gaat en daar krijg je me het toch opeens weer moeilijk zeg. De satan is er als de kippen bij om te zeggen dat je belijdenis niet klopt, maar laat je niet afschrikken door deze leugens. Hou vast aan je belijdenis en blijf dit heerlijke evangelie belijden, daar doe je goed aan.

Tenslotte lezen we in Openbaring 2:25, daar staat ‘Maar wat u hebt, houdt dat vast, totdat Ik gekomen ben’. Hier worden we nogmaals aangespoord om vol te houden. Door de kracht van de Geest is dat ook mogelijk. We gooien dus nooit het bijltje er bij neer, dat doet de Heer ook niet. Hij wordt in Romeinen 15:5 zelfs de God van de volharding genoemd. Hij houdt het al zo lang vol om aan Zijn plan vast te houden. Hij geeft het niet op, dus wij ook niet. Ben je toch op een of andere manier iets kwijtgeraakt, begin dan weer opnieuw. Zie het in, grijp het weer en houd het nog steviger vast. Al doende leren we.

Hanteren

Als een kind zo ver is dat hij goed kan vasthouden, leert hij vervolgens het hanteren. Hij leert dan met de dingen om te gaan, hij oefent zich daarin en krijgt er steeds meer greep op. Zo leren wij in de geestelijke wereld met het Woord van God om te gaan. Het is ook de bedoeling dat als je het je eigen hebt gemaakt, je er iets mee gaat doen. Lucas 8:15 heeft het over mensen die met een goed en vroom hart het woord gehoord hebbende, dat vasthouden en staat er dan achter, vrucht dragen in volharding. Het volhardend vasthouden werpt dus een vrucht af. Je hebt al die gaven van God niet alleen voor jezelf gekregen. Je gaat nu ook uitdelen aan anderen.

In het begin heb je het steeds maar druk met de verdediging, daar gebruik je je geestelijke wapenuitrusting voor. Je vecht om wat je gegrepen hebt je niet te laten afpakken. Maar als het de duivel niet meer lukt om iets van je af te pakken, worden de rollen omgedraaid. Dan gebruiken we onze geestelijke wapenuitrusting om in de aanval te gaan. In plaats dat de satan afpakt, pakken wij terug wat hij geroofd heeft. We zijn dan in staat om dezelfde werken te doen die Jezus gedaan heeft. Je leert het zwaard van de Geest hanteren, om scheiding te maken tussen licht en duisternis, goed en kwaad.

Hoe meer we zelf hersteld zijn, des te meer kunnen we strijden voor het herstel van anderen. Maar het vraagt wel oefening, om iets op de juiste manier te hanteren. De Heer Zelf geeft ons echter les en het is Gods werk om ons geschikt te maken (2 Cor.3:5). Daarom is het zo belangrijk om je open te stellen voor de werking van de Heilige Geest, zodat de gaven van de Geest in je gaan functioneren. We hebben zoveel van de Heer gekregen, laten we er dan ook gebruik van maken. Het is fijn werk om uit te delen en je hoeft niet bang te zijn dat je er zelf minder van wordt.

Het geheim van de overvloed die de Heer geeft is, dat je niet arm wordt als je uitdeelt, maar nog rijker. Je kent nog meer vreugde als je een ander helpt op deze weg en je mee kan werken aan zijn herstel. Alle eigenschappen van Jezus worden jouw eigenschappen; je wordt dus net als Hij door en door goed. Dat is ook de bedoeling van God. In 2 Timotheüs 3:17 staat: ‘Zodat de mens van God volkomen is, tot alle goede werken volkomen toegerust’. Zo zullen wij worden en daar zijn we nu mee bezig. Die zonen van God die openbaar worden zijn vaklui, ze hebben een gedegen opleiding gehad en doen hun werk met de inzet van hun leven.

Voor het echter zo ver is, moeten we eerst duidelijk en scherp kunnen zien oftewel, die boodschap leren begrijpen, vernieuwd worden in onze gedachten. Vervolgens moeten we in het geloof grijpen wat we zien en het ons eigendom maken. En dan komt het er op aan om het ook vast te houden, er voor te zorgen dat je er zo een mee bent dat het niet meer van je los te denken is. Zodoende worden wij medewerkers van God, die Zijn Woord weten te hanteren en in staat zijn de werken van de duivel te verbreken net zo zoals Jezus dat gedaan heeft. Het is een mooi groeiproces in opgaande lijn!