Zelfdiscipline

Een van de belangrijkste aspecten van onze opvoeding tot volwaardige zonen van God, die in dienst staan van de Koning der koningen, is ‘zelf-discipline’, ‘zelf­beheersing’, het ‘zelf-bestuur’ over eigen geest en ziel. Willen we ooit ‘heersen als koningen’, dan moeten we allereerst één van geest en ziel zijn met de Hoogste Koning. Dan alleen kunnen we loyale en betrouwbare bestuurders zijn aan wie de Kurios (Opperheer) veel kan toevertrouwen.

We zullen moeten leren om in de eerste plaats onszelf goed te besturen. Om in alle omstandigheden onze zelfbeheersing te bewaren. Als iemand zelfbeheersing heeft over eigen geest en ziel, is hij geschikt om leiding te geven aan anderen (1 Tim.3:5). God noemt die mens groot, die in de onzichtbare wereld een goed bestuurder is van zijn eigen geest en ziel. Daarom zegt de Spreukendichter:

  • Een geduldig mens (die niet driftig en onbeheerst wordt), overtreft een held. Wie zijn geest beheerst, overtreft hem die een stad inneemt (16:32).

Aspirant-koningen die willen leren regeren, zullen deze woorden van God in elke situatie voor ogen moeten houden. Onze Koning verwacht dat wij goede bestuurders (rentmeesters) zullen zijn, totdat Hij terugkeert in de zichtbare wereld. Dan zal Hij tot de goede beheerders zeggen:

  • ‘Goed gedaan, jij goede en trouwe slaaf, over weinig (namelijk over je eigen geest en ziel en over je naaste omgeving) ben je trouw geweest, over veel zal ik u stellen. Ga in tot het feest van uw Heer’. Ofwel: ‘Neem plaats naast Mij op de troon van mijn Vader, om diens schepping te bevrijden, te herstellen en te besturen.’

Tijdens onze opleiding is het niet zo dat de Heer het stuur van ons overneemt. Hij verwacht dat wij zelf leren sturen onder zijn inspiratie en leiding. De heilige Geest is de ‘erbij-geroepene’, de Helper. In beeldspraak: Gods Heilige Geest is als de rijinstructeur, die de ander onder zijn leiding het stuur in handen geeft. Of als de trainer van een sportbeoefenaar, de leermeester van een musicus.

God zoekt geen willoze slaven of robots, maar mensen met een gezond hart en verstand, die vanuit hun volkomen toewijding aan Hem, zelf ‘bedenken wat waar is en waardig en rechtvaardig en rein en beminnelijk en welluidend, en alles wat deugd heet en lof verdient’. Zoals regeringen (vroeger!) pas goed konden functioneren als deze gedragen en vertrouwd werden door het volk, zo kan goede zelfdiscipline pas echt harmonisch functioneren als deze voortkomt uit een rein hart dat vurig verlangt voortdurend een van geest te zijn met de Heer.

Niet door pure wilskracht of door opgelegde wetten komt zelfbeheersing in ons leven tot stand, maar dankzij een intieme relatie met Jezus, onze Heer. Niet door harde en liefdeloze tucht, maar door een soepele, mensvriendelijke gezindheid van de Heer t.o.v. ons. Zelfbeheersing immers is een vrucht van de gemeenschap met Gods Geest. De ongeestelijke mens zegt: ‘Zelfbeheersing betekent het in toom houden van je ‘eigen’ verkeerde driften en hartstochten’.’ Maar de geestelijke mens, die heeft leren denken zoals de Heer denkt, zegt: De mens was in het begin zeer goed en hij wordt opnieuw zeer goed als hij verlost is van de overheersing van elke boze geest en met heel zijn wezen zijn Schepper leert liefhebben en gehoorzamen. Onze opdracht is dus niet in eerste instantie: ‘Hou je ‘eigen’(!) driften en hartstochten in toom.’ Maar: ‘Hou de geweldenaar in toom’ – de satan en zijn onheilige engelen – de demonen (zie Jesaja 1).

Daarnaast moeten we leren ‘de wereld’ waarin wij leven te overwinnen (1 Joh.5:4,5). Wij moeten niet mee willen gaan in de sfeer van deze wereld met haar goddeloze klimaat en steeds verder gaande onderdrukking. Hoe groter onze zelfbeheersing is die uit een onverdeeld hart komt, des te groter zal onze blijdschap en onze kracht zijn. Als deze discipline in de praktijk verslapt, ervaren wij het tegenovergestelde. Met een variant op Spreuken 29:17 en 21, zegt de Heer:

  • Tuchtig uw ziel en zij zal u vreugde bereiden, maar wie zijn ziel verwent (door toe te geven aan begeerten, verleidingen en een arrogant leven die de mens aftrekken van Gods bedoelingen), voor zo iemand zal het einde weerbarstigheid zijn.

Jezus zegt ook: ‘Leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart’. Dus niet weerbarstig, niet weerspannig, maar juist soepel, gewillig en meegaand met de Heilige Geest. Vanuit deze gezindheid en visie kunnen wij heel concreet gaan oefenen in zelfdiscipline!