Wees volwassen!

1 Corinthiërs 13, één van de bekendste gedeelten van de Bijbel. ‘Het hoofdstuk van de liefde’, zal ieder meteen weten. ‘Het hoofdstuk van de volwassenheid’, zouden we het ook kunnen noemen. Wanneer de apostel Paulus in hoofdstuk 12 gesproken heeft over de geestelijke gaven, zegt hij aan het eind: ‘En ik wijs u een weg, die nog veel verder omhoog voert’. Die weg is de weg van de gezindheid van Christus. Van zijn geestelijke statuur. Tot eenheid in het geloof en in de kennis van de Zoon van God, tot eenheid in de volmaakte Mens, tot de volmaakte rijpheid van Christus (Ef.4:13). De Heer wil dat we dit niveau bereiken. Paulus zegt:

  • Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind. Nu ik een man ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk was (1 Cor.13:11).

Wie pas tot het geloof gekomen is, is zo’n kind. We mogen echter niet op dit niveau blijven. Wij moeten groeien. Zelfstandig leren functioneren. We moeten mensen worden die hun verantwoordelijkheden kennen en ze ook willen dragen. God zoekt moedige mensen. Mensen die zich inzetten voor het Koninkrijk van God.

Nu is het geen probleem wanneer een kind zich als een kind gedraagt. Bij elke leeftijd hoort een bepaald gedrag. En zo lang leeftijd en gedrag met elkaar in evenwicht zijn, is alles gaaf en goed. Van kinderen kunnen we veel verdragen omdat ze kinderen zijn. Wanneer echter een tiener een gedragspatroon aanneemt van iemand die de helft jonger is, dan klopt er iets niet.

De Heer geeft aan ieder de gelegenheid zijn (geestelijke) kindertijd te beleven. Misschien zelfs wel een puberteit. Maar we moeten daar wel doorheen komen. God wil dat we ons tot geestelijke volwassenen ontwikkelen. De Hebreeënschrijver klaagt over mensen die naar de tijd gerekend leraars zouden moeten zijn, maar die nog de eerste beginselen van de uitspraken van God moesten leren. Mensen die nog melk moesten drinken, terwijl ze al lang aan vast voedsel gewend moesten zijn. Qua kennis van de waarheid waren ze achtergebleven. Maar vooral ook in hun handelwijze. De kennis kreeg geen vlees en bloed in hen.

God wil dat gelovigen volwassenen worden:

  • …die door ervaring hun zinnen geoefend hebben in het onderscheiden van goed en kwaad (Hebr.5:14).

Waarin verschilt nu een kind van een volwassene? Een kind moet met al zijn problemen bij de ander terecht kunnen. Ook het geestelijke kind. Het wil alles weten. De volwassene echter weet zelfstandig zijn vragen te overdenken en zelf antwoorden te geven. Hij brengt zijn uitspraken in praktijk en krijgt daardoor gezag. Een kind is daar niet aan toe. Een kind neemt gemakkelijk het geloof van anderen over. Het vertrouwt op wat het hoort en heeft weinig onderscheidingsvermogen. De uitspraken van een kind kunnen overmoedig zijn. Het kent dikwijls zijn beperkingen niet. Achteraf blijken de dingen niet zo gemakkelijk realiseerbaar als het dacht. In 1 Corinthiërs 2:15 zegt Paulus echter:

  • De geestelijke mens beoordeelt alle dingen.

Een kind kan impulsief zijn. Het zegt gemakkelijk dingen waar het later spijt van heeft. Een volwassene weet beter in te schatten wat hij al of niet zeggen kan. Hij voelt aan wat mensen verdragen kunnen. Jezus was het volmaakte voorbeeld daarin. Van Hem staat geschreven dat Hij toenam in wijsheid en genade bij God en bij mensen.

Een kind kan zorgeloos zijn. Onbezorgdheid is goed. Maar er zijn grenzen. Vaak richt het kind zich op wat het ontvangen kan in plaats van zich gevend op te stellen. Volwassenen weten wat zelfverloochening is:

  •  …De liefde zoekt zichzelf niet.

Voor een kind draait alles om de vraag of zijn gebed maar verhoord zal worden. Als verhoring uitblijft, kan hij dit niet verwerken. Een volwassen iemand blijft volharden in het gebed. Hij laat zich niet teleurstellen ook al gaan zijn wensen niet direct in vervulling. Kinderen worden snel gekwetst. Volwassenen worden niet zo snel gekwetst. Ze zien door de dingen heen. Een kind leeft vanuit zijn gevoel. Als het goed gaat, is het blij. Dan zingt het en uit het zijn vreugde.

Wanneer het opgroeit, zal het echter leren tot lofprijzing te komen, ook al voelt het zich niet zo happy. Het zal zijn gevoelens onder de controle van de Geest moeten brengen. Kinderen in het geloof komen gemakkelijk onder de indruk van de situaties van het leven. Een volwassen gelovige laat zich niet zo gemakkelijk imponeren door natuurlijke omstandigheden. Een kind maakt zijn besluiten op grond van wat het prettig vindt – naar aanleiding van zijn menselijke verlangens. Het ziet hierin niet voldoende het onderscheid tussen goed en kwaad. Een volwassene houdt rekening met de plannen en bedoelingen van de Heer. Hij bekijkt de dingen vanuit de dienst van God. En de liefde is de basis van al zijn beslissingen. Een kind is weinig geoefend in de strijd. Volwassenen in het geloof weten ergens doorheen te breken – samen met de Heer.

Wees volwassen, wees sterk! Dat is de opdracht van de Heer. De dingen van het kindschap moeten worden afgelegd. Mensen zullen zich volwassen moeten gaan gedragen – vol geloof! Volwassen leven is gericht op de Heer. Vanuit de liefde – tot God en tot de medemens.