Volmaakt zijn

  • ‘Wees dus volmaakt, zoals uw hemelse Vader volmaakt is’ (Mattheüs 5:48)

Gods wil vanaf het begin

Nadat God de hemel en de aarde geschapen heeft, staat er in de oude vertaling: ‘God zegende de zevende dag en verklaarde die heilig, want op die dag rustte hij van heel zijn scheppingswerk’ (Gen.2:3). God schiep geen aarde vol met bloemen en met bossen, maar Hij zei:

  • ‘Overal op aarde moet jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin’ en: ‘En zo gebeurde het: De aarde bracht jong groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin’.

God schiep het begin, het zaad dat de levensmogelijkheid en de groei in zich had, ieder naar zijn aard. God schiep geen zee vol met vissen of miljarden vogels die de lucht bevolkten, maar Hij zei: ‘Wees vruchtbaar en wordt talrijk’. Zo schiep de Heer maar één mens uit wie de vrouw genomen werd. Adam was wel gaaf en volkomen, zoals bijvoorbeeld ook een baby kan zijn, maar hij moest zich vermenigvuldigen, zich ontplooien, kennis verzamelen en ernaar toegroeien om de aardbodem aan zich te onderwerpen. Na miljarden jaren (satan heeft dit plan van God met de mens gesaboteerd), is de mens hier nog mee bezig. In Adam legde God een rijke ontplooiingsmogelijkheid. Uit hem kwam dan ook een grote variatie van leven. In hem was de ingenieur, de musicus, de onderdaan en de koning, het scheppende genie, maar in hem was ook de laatste Adam, de volmaakt geestelijke mens. Zoals in een rups de vlinder aanwezig is, zo was in de natuurlijke mens de mogelijkheid gelegd een inwoner te worden van het Koninkrijk der hemelen.

Uit de laatste Adam komt de grote groep mensen die niemand tellen kan, uit alle volk, stammen en natiën en talen. Uit Hem is het onvolwassen kind van God, de leraar, de profeet, maar ook de man van God tot alle goede werken volkomen toegerust. Ook deze volmaakte mens zal tevoorschijn komen uit het Woord van God, net als de atoomgeleerde met zijn nieuwe inzichten na zoveel eeuwen door de natuurlijke mens werd voortgebracht. God wacht erop totdat het ‘zaad van God’ zijn volle vrucht oplevert. Er is geen sprake van eenvormigheid, maar een rijke variatie heeft zich ontwikkeld uit de eerste en is bezig zich te ontwikkelen uit de laatste Adam, Jezus Christus.

Waarom nooit geleerd?

Waarom schrijven de belijdenisgeschriften niet over de mens van God naar wie de hemelse Landman verlangend uitziet? Waarom is hier geen dogma over? In de woorden van Jezus ligt immers niet alleen een gebod, maar ook een belofte: ‘Wees dan volmaakt’. Deze volgroeide mens komt tevoorschijn zoals de rijpe korrel uit de aar. Waarom schrijven de kanttekenaars van de Statenvertaling helemaal niets bij onze tekst en zwijgen zij? Bij de nieuwe vertaling is het afzwakkende commentaar, dat men consequent moet zijn in de liefde. De Scofieldbijbel die ons zo graag voorhoudt dat we moeten lezen wat er staat, merkt op: ‘Hier is godsvrucht en volwassenheid en geen zondeloze perfectie’. Maar Jezus zegt tot de rijke jonge man: ‘Als je volmaakt wilt zijn’, als je het doel van God met de mens wilt bereiken, luister dan naar mijn woorden. Paulus schreef:

  • ‘Hem verkondigen wij, om ieder mens in Christus – dat is in zijn Lichaam – volmaakt te laten zijn’. Jacobus getuigde: ‘De volharding moet volkomen doorwerken, zodat u volkomen en onberispelijk bent en in niets tekort schiet’.

De Bergrede is geen goddelijke ironie, geen ideaal voor een paradijstoestand, maar zij bevat de levenswet voor ieder die in het Koninkrijk der hemelen wil wandelen. Waarom heeft men de volmaaktheid niet geleerd en aangegrepen? Omdat men de volmaakte Vader niet kende. Men schreef aan Hem immers zowel goed als kwaad toe. Vanuit zijn vaderlijke liefde ontving men z.g. gezondheid maar ook kanker. Hij gaf het dagelijkse voedsel maar ook misoogst en hongersnood. Velen hebben een god die schizofreen is. Hij is licht maar ook duister. Hij is liefde maar kan ook van toorn branden. Omdat het naamchristendom een gespleten god heeft, zijn zij zelf ook verdeeld van hart. Ja, ze beschouwen zelfs het kwaad als wezenlijk horende bij hun natuur. Het past in hun religieus denken dat goed en kwaad uit dezelfde bron kunnen komen!

God is enkel licht

God is goed en vol liefde en zijn mededogen gaat uit naar alle mensen, ‘want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het (vruchtbaar) regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen’. Zo handelt Hij in de natuurlijke wereld. Maar ook in de geestelijke wereld vinden wij deze zelfde positieve gezindheid: ‘Zo lief heeft God de wereld gehad!’ ‘Hij wil dat alle mensen behouden worden’. God bemoeit Zich niet met het kwaad, maar Hij zoekt die mens te vinden met wie Hij verder kan om zijn doel te bereiken. Zo vond God Noach en Abraham en Jezus ‘vond Filippus’. God zoekt degenen die Hem aanbidden in geest en in waarheid. Daarom getuigde Paulus:

  • ‘God slaat echter geen acht op de tijd waarin men hem niet kende, maar roept nu overal de mensen op om een nieuw leven te beginnen’.

In het oude verbond kende men God niet. Job moest tenslotte belijden, dat hij dingen had verkondigd zonder inzicht, dingen die hij niet begreep. Hij kende God alleen van horen zeggen. Alles wat uit de onzienlijke wereld tot hen kwam, schreven de oudtestamentische gelovigen aan God toe: ‘De Heer maakt dood en maakt levend!’ Uit het Nieuwe Testament weten we echter dat de dood de laatste en grote vijand van de mens is. In God is het leven en dit leven is het licht van de wereld. God is licht en in Hem is geen duisternis, ziekte of dood. Daarom kon Johannes schrijven: ‘Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon die aan het hart van de Vader, die heeft Hem ons doen kennen’. Mozes, David noch Johannes de Doper hebben God volkomen gekend. Zij kenden immers de waarheid niet, want deze is door Jezus Christus geworden (Joh.1:17 St. Vert.).

Asaf

Asaf kwam er met zijn godsbegrip niet uit. Hij was jaloers op de voorspoed van de goddelozen (Psalm 73). Hij snapte er niets van. Hij tobde zich af om dit met Gods rechtvaardigheid in overeenstemming te brengen het was een kwelling voor zijn ziel, totdat hij in Gods heiligdommen inging en op het einde van de goddeloze lette. Een ogenblik steeg Asaf op tot in de hemelse gewesten. Toen zag hij het: deze goddelozen bereiken het doel niet. De weg die zij gaan, voert hen ver weg van hun bestemming als mens van God. Het einde van hun reis is niet het nieuwe Jeruzalem en de volmaaktheid, maar het verderf. Wie slechts op aarde rondkijkt, begrijpt er niets van, maar de hemelse visie geeft het antwoord. God wil zijn werk volmáken dat Hij geschapen heeft. Hij wil de mens voltooien, zodat deze aan het beeld van zijn Zoon gelijk wordt. God wacht af en Hij is goed voor allen, zegt Jezus. Maar de duivel is in het bijzonder een vijand van de kinderen van God. Daarom hebben wij het vaak zo moeilijk en worden meer verdrukt. De brullende leeuw probeert ons te verslinden en wij weten dat de broederschap in de wereld hetzelfde lijden krijgt toegemeten.

Perfectionisme

Velen zoeken hun perfectie niet in de eerste plaats in de hemel, maar op aarde. Zij denken door volmaakt in de natuurlijke wereld te zijn, een ruimere ingang te hebben in het Koninkrijk van God. Maar Jezus zegt juist: ‘Zoek éérst dit Koninkrijk en zijn gerechtigheid’. Aardsgerichte christenen streven in hun religie naar de volmaaktheid in de uiterlijke dingen: het prachtige kerkgebouw, het perfecte koor, een wijdingvolle liturgie, het houden van de Dag van de Heer, het minutieus bijdragen van tienden en het schenken van bijzondere giften. Het organiseren van vrome bijeenkomsten, het dragen van aangepaste jurken. Zij zeggen: het beste is voor God niet goed genoeg, maar zij denken daarbij niet aan het bewandelen van de hoge weg. Zo zijn ze ook bezig zich in te zetten voor de derde wereld (op andermans kosten) en zij willen de gemeenschapsband tussen de broers en zussen op het natuurlijke vlak perfectioneren. Het naamchristendom is oudtestamentisch georiënteerd.

In het leven van deze mensen zien wij het tweeslachtige van hun gedachtewereld. Zij belijden dat de zonde hun altijd ‘aankleeft’. Zij zijn dus ongehoorzaam aan hun Vader in de hemel, maar zij eisen als rechtzinnige ouders van hun kinderen stipte gehoorzaamheid. Hoewel zij ook in hun gezin beelddragers moesten zijn van hun Schepper, staan zij wél klaar om hun kinderen ‘te doen naar hun zonden en te vergelden naar hun ongerechtigheden’. Zij eisen van hun natuurlijke kinderen een perfectie die zij zelf niet kunnen opbrengen. Zij houden er geen rekening mee dat deze kleinen leven in een verdorven wereld, waar de overste uit het rijk van de duisternis heerschappij voert en dat deze kinderen (net als zijzelf) nooit gedoopt zijn met Gods Geest. Het enige Bijbels fundament is immers nooit in hun leven gelegd. Hun jongens en meisjes worden vanuit de onzienlijke wereld bedreigd en zonder de positieve hulp van hun ouders redden ze het niet.

  • Onze kinderen zijn niet moeilijk, maar ze hebben het vaak moeilijk. Daarom moeten zij zich in hun strijd geestelijk aan hun ouders kunnen vasthouden, zoals dezen zich in hun worsteling behoren te richten op hun hemelse Vader.

De jeugd moet in hen geduld, zachtmoedigheid en liefde vinden. Wij moeten positief staan tegenover onze kinderen. Wij zullen onze zegen moeten verspreiden. Wij mogen, wanneer onze naaste of ons kind vanuit de onzienlijke wereld aangevallen wordt, er geen schepje extra bovenop leggen, ze niet ‘in de grond stampen’! Wij moeten niet zeggen dat ze slecht zijn. De duivel alleen is slecht en wie één geest met hem wordt, wordt slecht. Van onze kinderen staat echter dat zij zuiver en heilig zijn. Dit zegt het Woord van God. Wij moeten geestelijk boven de situatie staan en een claim voor het Koninkrijk van God op de kleinen leggen. Wij pleiten voor hen, Jezus stierf ook voor onze kinderen.