Van vrouw tot vrouw

De verhouding tussen mannen en vrouwen is veranderd. De vrouw is zelfstandig geworden. Ze heeft haar eigen rechten. Ze hoeft niet meer de ‘huisvrouw’ te zijn. Zij is niet langer ‘anders’ dan de man. En als ze dat nog wel is, zal ze daar tot elke prijs een verandering in aanbrengen. De man heeft zich inmiddels hieraan aangepast.

Is deze verandering ten goede of ten kwade en hoe moeten wij als opnieuw geboren christenen daar nu tegenover staan? Sommige situaties zijn zeker ten goede veranderd. In veel gezinnen was de vrouw al blij als de man zijn salaris in huis bracht, of een gedeelte van het salaris. Van verdere inbreng was meestal geen sprake. De vrouw ploeterde dan verder om de zaak in het gareel te houden. Toch is het de duivel gelukt om – net als met zoveel andere zaken – veel van het goede weer uit zijn evenwicht te halen.

Is het waar dat er geen verschil is tussen man en vrouw? Moeten in alle beroepen de vrouwen evenveel kansen hebben? Heeft een vrouw binnen het huwelijk dezelfde rechten als haar man? Als een vrouw geen zin heeft in het huishouden, mag ze er dan haar man mee opschepen? Heeft zij recht op een eigen leven, eigen hobby’s, een eigen carrière? Wie naar de snowflakes in hun safespace van vandaag kijkt, krijgt er koude rillingen van en de snowflakes zelf worden er ook niet goed van.

Verschillen

Dat er verschil is tussen man en vrouw zal niemand – hoe je de feiten ook draait (of verdraait) – ontkennen. Fysiek gezien is het duidelijk. En hoewel de moderne vrouw niet graag als ‘het zwakke geslacht’ bestempeld wordt, is het toch een feit, dat ze als zodanig behandeld wordt. Wie heeft ooit op de Olympische Spelen vrouwen tegen mannen zien uitkomen? Het is nog altijd de vrouw die negen maanden lang haar kind onder het hart draagt (alle emancipatie ten spijt). Ook na de geboorte is zij meestal degene die het kind voor een groot deel verzorgt. Heeft de Heer haar niet bijvoorbeeld dat wonderlijke voorrecht gegeven het kind te kunnen voeden?

Men is er achter gekomen dat de hersencellen van de vrouw anders zijn als die van de man, waardoor zij haar specifiek vrouwelijke manier van denken heeft. Hieruit blijkt wel duidelijk dat de Heer vanaf de schepping al een ander doel met de vrouw had dan met de man. Door de grotere, emotionele kwaliteiten waarmee de Heer haar bij de schepping bekleedde, zou zij in staat zijn liefde te geven (tegen de mannen moest immers specifiek gezegd worden: ‘heb uw vrouw lief’, tegen de vrouwen hoefde dat niet zo gezegd te worden), te helpen (God had haar immers geschapen als ‘een hulp’) en te verzorgen.

Hoe het was en nu is

Eeuwenlang hebben de vrouwen dan ook hun plaats als ‘helpsters’ en ‘verzorgsters’ ingenomen. De getrouwde vrouwen hebben voor hun kinderen gezorgd, zijn hun man tot ‘hulp’ geweest en zo was het gezin een hechte pijler in het maatschappelijk leven. De ongetrouwde vrouwen hebben hun kwaliteiten gebruikt in het verpleegwerk, verzorgingswerk, opleiding van kinderen enzovoort. Helaas hebben veel mannen in het verleden en ook nog in de tegenwoordige tijd misbruik gemaakt van deze mooie vrouwelijke eigenschappen. Het is logisch dat hier een reactie op kwam en blijft komen. In veel landen is echter de balans nu naar het andere uiterste doorgeslagen. De meestal niet christelijke vrouw heeft zich vrijgevochten. Zij wenst niet meer de helpende, zorgende vrouw te zijn. Zij wil gelijk zijn aan de man en maar al te vaak ontaardt dit zelfs in een dominerende positie met vaak rampzalige gevolgen. 

Voor een opnieuw geboren christen is het vaak ontzettend moeilijk de Bijbelse principes vast te houden in zaken waar de wereld zo’n uitgesproken standpunt inneemt en waar dit een reactie vormt op iets dat werkelijk fout was. Nooit zullen we echter onze meningen mogen laten vormen door de tendensen in deze wereld. Die zullen steeds verder gaan afwijken van de oorspronkelijke bedoelingen die God met zijn schepping had (de wetteloosheid zal toenemen). Met een oprecht hart zullen we na moeten gaan wat Gods intenties van het begin af geweest zijn.

De Bijbel spreekt

Op verschillende plaatsen lezen we in het Nieuwe Testament over de positie van de vrouw. Zo staat bijvoorbeeld in Galaten 3:26 geschreven:

  • ‘Want door het geloof en in Christus Jezus bent u allen zonen van God … Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen’. In Colossenzen 3:18 staat echter geschreven: ‘Vrouwen, erken het gezag van uw man, zoals past bij uw verbondenheid met de Heer’.

Deze twee uitspraken staan schijnbaar diametraal tegenover elkaar en onder gelovigen worden beide teksten veel gebruikt. Elk om een eigen standpunt te verdedigen. Er is een categorie die Colossenzen 3:18 neemt om de vrouw onder de plak te houden. Met de hand op de Bijbel wordt slaafse gehoorzaamheid van de vrouw geëist. Er is in onze dagen een even zo grote categorie, die Galaten 3 gebruikt om feministische tendensen in de gemeente te introduceren. Dergelijke stellingnamen zijn echter nooit Gods bedoeling geweest.

Als Paulus schrijft, dat er bij het zoonschap van God geen sprake is van Jood of Griek, bedoelt hij dan dat óf de Jood óf de Griek daarbij zijn eigen identiteit moet verliezen? Moeten ze voortaan dezelfde taal gaan spreken? Hun eigen cultuurpatroon prijsgeven? De gebruiken en gewoonten en zelfs de eigen karaktertrekken veranderen? Natuurlijk niet. In het natuurlijke zou de Jood een Jood blijven en de Griek een Griek. Precies zo is het met het mannelijke en het vrouwelijke. Is het de bedoeling dat de vrouw haar identiteit moet verliezen om gelijk te worden aan de man? (waarom eigenlijk niet omgekeerd?) Het spreekt vanzelf dat de apostel dit niet bedoelt. Hij spreekt hier uit geestelijk oogpunt. De geestelijke waarde van het kind van God – of hij nu man is of vrouw – is gelijk. Háár geestelijke inbreng is net zo waardevol als de zijne. De vrouw kan net zo goed het doel van God bereiken als de man.

Vrij zijn

Paulus’ uitspraken bewijzen dus juist dat er wél verschillen bestaan in het natuurlijke leven. Verschillen van ras. Verschillen van status en verschillen in sekse. Deze hoeven juist niet te veranderen om gelijkheid van waarde binnen het Koninkrijk van God te bereiken. Een Griek kan rustig een Griek blijven en toch de volle groei bereiken van het zoonschap van God. Een slaaf hoeft niet perse eerst vrij te worden om de volheid van God in zijn leven gerealiseerd te zien. Een vrouw hoeft zich niet als een man te gedragen om de heerlijkheid van God in haar leven te kunnen openbaren. Een vrouw mag blij zijn met de rijke karaktereigenschappen, die de Heer haar bij de schepping meedeelde: liefde geven, zorgen voor anderen, de helpende hand bieden. Is zij met die gaven nu minder als de man die weer andere eigenschappen mee gekregen heeft? Zeker niet. Zij is alleen ánders. En wat zullen vrouwen gelukkig worden als zij dit heerlijke ‘anders-zijn’ volledig zouden accepteren i.p.v. er tegen in opstand te komen!

Sara

Dat is ook het geheim van Paulus’ uitspraak in Colossenzen 3:18, waarin hij dus zegt dat de vrouw de man onderdanig moet zijn. Er zullen weinig teksten in de Bijbel staan die zoveel irritatie opwekken als deze. Toch is het alleen een opwekking van de apostel voor de vrouw, om in haar dienende taak te gaan staan, die zij bij de schepping meegekregen heeft. In 1 Petrus 3:6 worden de vrouwen opgewekt op Sara te gaan lijken, die ‘Abraham gehoorzaamde en hem heer noemde’. Merkwaardig in dit gedeelte is de uitspraak ‘U bent haar dochters wanneer u het goede doet (je ingeboren taak vervult) en u zich geen angst laat aanjagen’. Heel duidelijk blijkt hieruit, dat er dus geen sprake mag zijn van slaafse onderworpenheid, van straf, schrik of dreiging in de verhouding tussen man en vrouw. In Efeziërs 5 staat direct onder de vermaning aan de vrouw om haar man onderdanig te zijn het bevel aan de mannen: ‘heb uw vrouw lief’. Wanneer de man voldoet aan deze Bijbelse norm, zal er nooit sprake kunnen zijn van enige vorm van misbruik van de dienstbaarheid van de vrouw. Hij op zijn beurt zal alles doen om haar leven gelukkig te maken.

In Efeziërs 5:29 zegt Paulus tegen de mannen: ‘hij voedt en koestert haar.’ In deze uitspraak komt duidelijk de Bijbelse norm voor de taak van de man tot uiting. Hij ‘voedt’ zijn vrouw en zijn gezin. Zorgt voor alles wat nodig is. Hij staat op de bres voor de natuurlijke zorgen. Hij verschaft zijn vrouw en kinderen onderdak. Maar ook ‘koestert’ hij haar. God legde in hem het heerlijke vermogen om te beschermen; om veiligheid en geborgenheid te geven. Waar zij de ‘zwakkere’ is, zowel fysiek als emotioneel, daar weet zij dat er iemand is, die haar op kan vangen, op wie ze steunen kan als ze het moeilijk heeft. En in deze context zal de man beslist wel eens bijspringen in het huishouden waar dit nodig is. Niet omdat dit nu bij zijn levenstaak hoort. Hij zal het met een blij hart vrijwillig doen, omdat hij voldoet aan dat wat wél zijn opdracht is, namelijk zijn vrouw liefhebben.

Als Sara haar man ‘heer’ noemt, betekent dit dat hij de leiding heeft in het gezin. In het dagelijkse leven is het nodig dat er leiding is. Zaken hebben chefs, directeuren en bedrijfsleiders. Een land heeft (als het nog goed is) een beschermende regering voor het volk. Een vliegtuig heeft een gezagvoerder. En uitgerekend in het huwelijk wil men vaak twee kapiteins op het schip hebben. Iedere leiding heeft weer mensen die hen bij het uitoefenen van hun taak bijstaan. De getrouwde vrouw heeft het voorrecht met haar talenten haar man ‘tot hulp‘ te zijn. Zij mag dienen.

Dienen

Is dit discriminerend? ‘Dienen’ heeft een onaangename klank: Het houdt volgens velen in dat je minder bent dan de ander. En dat wil men nu juist niet. Maar dan heeft men absoluut niets begrepen van het woord ‘dienen’. In de Bijbel kan het zelfs betekenen dat je méér bent dan een ander. Hoe vaak wordt er door vrouwen niet gemopperd op het (minderwaardige) werk van eten koken, kinderen verzorgen, huis schoonmaken en zo voort. In hoeveel gezinnen is daardoor niet keer op keer de sfeer in huis bedorven en zijn de kinderen de straat op gevlucht? ‘Ik hoef dat toch niet op te ruimen?’ is een opmerking die maar al te vaak wordt gehoord. Dit doet denken aan een Bijbels voorbeeld waar men ook vond dat het wassen maar door een ander gedaan moest worden. En wat lezen we dan in Johannes 13 over de Heer zelf:

  • ‘En onder de maaltijd .. stond Hij .. tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had.’

In deze handeling leerde de Heer ons een principe, dat voor ieder van levensbelang is. Wie dient is niet minder en is niet onbelangrijker dan degene die een hogere plaats inneemt. Jezus was Koning en Heer. ‘U noemt Mij Meester en Heer en u zegt dat terecht’. Jezus was Zichzelf bewust van zijn koninklijke waarde (ondanks zijn schort, géén geest van verwerping!). Toch pakt Hij rustig een bak met water en begint twaalf paar vieze voeten te wassen.

Dienen is mooi. Als je het vrijwillig met een blij hart doet, kan het samengaan met een grote Koninklijke waardigheid. Denk maar eens na: wat is moeilijker, met de vuist op tafel te slaan om te proberen je recht te verkrijgen of om – met een blij hart – de minste te zijn en de soms moeilijke situatie onder ogen te zien en dan (met innerlijke rust en kracht) maar stil aan het werk te gaan. Niet met een ondergronds gemopper in je hart van: ‘Dan moet ik maar weer.’ Maar met dank in het hart, dat je het doen mág en doen kán. Dat is juist een bewijs dat je ‘heer’ bent.

De leerlingen wilden hun rechten en waarden in het natuurlijke leven stevig vast houden. Zij bleven keurig op hun banken liggen (zij waren toch geen slaven!) Jezus zegt: ‘wie is de eerste: die aanligt of die dient?’ (Luc.22:27). ‘Is het niet die aanligt?’ Jezus verliet vrijwillig die eerste plaats en zegt: ‘maar Ik ben in uw midden als dienaar’. Laten ook vrouwen ophouden hun plaats te veroveren. Laten ze treden in de voetsporen van Jezus en vrijwillig ook die dienende positie innemen, waarvoor de Heer ons al bij de schepping zo rijk begaafd heeft. Dan zal ons innerlijk leven evenredig daaraan groeien in rijkdom en kracht.

Variatie

Natuurlijk is er een grote variatie mogelijk bij de uitwerking van deze dienende taak onder invloed van allerlei maatschappelijke situaties en omstandigheden. Ook kan het rollenpatroon wel eens veranderen. Wanneer bijvoorbeeld door ziekte of invaliditeit of door andere oorzaak de man niet kan functioneren als de leider van het gezin, kan het zijn dat de vrouw voorop moet gaan. We hebben bewondering voor sommige vrouwen, die met grote moed en dynamiek die taak op zich nemen. Wij weten echter zeker, dat die vrouwen dolgraag de rollen weer omgekeerd zagen en dat ze daar om bidden. Het gaat hierbij om de intentie van het hart.

Hier ziet men ook de fout van Martha van Bethanië. Doordat Martha liep te mopperen dat Maria ook wel eens iets kon doen, voelde de Heer Zich genoodzaakt haar te corrigeren. De Heer zou dat niet gedaan hebben als ze met een blij hart en een vrolijk gezicht had rondgelopen. Blij over het feit dat ze met haar kookkunst haar Heer kon dienen. Zij begreep echter niet dat deze dienst van grote geestelijke waarde kon zijn, als ze het deed uit liefde voor de Heer. Ze vond het nu maar een natuurlijk en minderwaardig werk. Daarom kon ook Jezus er geen waarde aan hechten.

Eens sloeg de Heer een veel simpeler en ‘waardelozer’ werk wél hoog aan. Wat denkt u van een vrouw die een fles stuk slaat en parfum over Jezus heen giet? Dan kan er toch maar beter een lekkere maaltijd klaargemaakt worden. De leerlingen zeiden dan ook:

  • ‘Waarom die verkwisting’? (Matth.26:9). Maar Jezus antwoordde: ‘Voorwaar, Ik zeg u, overal waar dit evangelie verkondigd zal worden in de hele wereld, zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van wat zij gedaan heeft’.

Het geheim was de intense liefde waarmee zij haar Heer wilde dienen. Dat was dat éne wat nodig was (Luc.10:42). Alles wat men doet, of men nu stil zit aan de voeten van Jezus, zoals de contemplatieve Maria, of dat men zorgt zoals de ijverige Martha (vergelijk ook Johannes 12:2), als men het doet uit oprechte toegewijde liefde, is het goed in de ogen van Jezus.

Wanneer vrouwen diezelfde bereidheid om te dienen en lief te hebben in hun leven tot uiting brengen (als ze hun man en hun gezin dienen, doen ze dat toch ook ‘als voor de Heer’), zal de Heer van zijn kant heerlijke dingen in hun leven kunnen doen. Hij zal die koninklijke, innerlijke kracht in hun leven tot ontwikkeling laten komen en daarin zal dan ook het gezin, de naaste omgeving, de werkkring of wat dan ook, gezegend worden.