Niertransplantatie

Organen doneren?

Een lezer vroeg ons het volgende:

  • ‘Is het een christen geoorloofd na zijn dood zijn organen ter beschikking te stellen voor transplantatie, dus het overbrengen van een orgaan of weefsel naar een andere plaats? Het gaat dan hier over heterotransplantatie, overbrenging op een ander mens. Zo was het in het begin van de 20e eeuw al mogelijk dat een troebel en ondoorzichtig hoornvlies vervangen werd door een hoornvlies van een overledene. Een man bij ons in de gemeente heeft vorig jaar een nieuwe nier gekregen. Ze zijn hier eigenlijk niet zo voor’.

In onze moderne tijd worden telkens vragen gesteld en problemen opgeworpen waarover in de Bijbel niet wordt gesproken. In zekere zin is bloedtransfusie ook een overbrenging of transplantatie. Je kan je dan afvragen: mag je je opgeven als bloeddonor? Zou je als nog levend mens een orgaan af mogen staan aan je eigen zieke kind? Ieder mens is rentmeester over zijn eigen lichaam en daarom geroepen om het goed te verzorgen. Hij zal dan ook in genoemde gevallen zelf een beslissing moeten nemen. Voordat hij dit doet, kunnen wij hem alleen maar aanraden zijn probleem in gebed te brengen. Wat je dan verder in geloof en vertrouwen op de Heer doet, zal je de rust geven die je nodig hebt. Je bidt om wijsheid en deze zal je worden gegeven, als je niet twijfelt. Dan vraag je ook om leiding om zo’n besluit te nemen, dat je je later niets hoeft te verwijten.

Wanneer ik mijzelf voorneem mijn genezing alleen van de Heer te verwachten, is dit mijn eigen zaak. Veel moeilijker wordt het om voor een kind een beslissing te nemen. Dit vraagt dubbele wijsheid, want je staat voor een dubbele verantwoordelijkheid. Voor een volwassene zouden we nooit een advies pro of contra willen geven. We zullen hem alleen adviseren die beslissing te nemen, die hem innerlijk vrede en rust geeft. Of iemand al of niet na zijn dood zijn organen ter beschikking stellen wil, is zijn eigen zaak. Zijn innerlijk leven is na zijn sterven niet meer betrokken bij wat er met zijn stoffelijk overschot gebeurt.

Dit is dan ook ons antwoord aan een vrouw uit San Jose, Californië , U.S., zij reageerde:

  • ‘Onze dochter die 19 jaar is, is nierpatiënte. Zij moet sinds twee jaar drie maal per week in het ziekenhuis aan de dialyse. Ons hele gezin is daar zeer verdrietig om, maar ons geloof en liefde voor Jezus is erdoor versterkt. We proberen ook steeds elke negatieve gedachte te onderdrukken. Nu het probleem: hoe staan we als christen tegenover een niertransplantatie? Als er eventueel een mogelijkheid daartoe zou zijn, moet zij een operatie ondergaan. Stellen we dan niet langer ons vertrouwen op God en houden we dan de touwtjes zelf in handen? Of is het zo, dat wat voor beslissing je ook maakt, je het volle vertrouwen mag hebben dat God alles zal goed maken?’

Wij hebben ervaren dat iemands geloof begrensd is. Je kunt dit niet met geweld forceren en iets grijpen, waaraan je nog niet toe bent. Een kind van tien jaar kan doodeenvoudig niet doen wat hem met zijn veertigste gemakkelijk afgaat. Laat je niet opjagen door ‘vrome’ geesten, die het zo goed voor een ander weten, maar vraag de Heer om raad, vraag Hem dat je in ieder geval geleid wordt door zijn Geest op het niveau waarop je nu bent of dat je door deze situatie nog kunt bereiken. Het is daarbij een zegen, als je ondersteund wordt door opnieuw geboren en Geestvervulde christenen, die altijd en hoe je ook beslissen zult, positief met hun gebed achter je staan.