Liefde en haat

Liefde is een onderwerp waar veel over gesproken, gezongen en geschreven is. Het vreemde nu is dat men het bijna nooit heeft over de bron van alle liefde: God. Terwijl er zoveel over te schrijven en te spreken valt. In 1 Johannes 3:16 staat dat God liefde is; dat is dus zijn wezen. Als we hiervan uitgaan, leren we een heel andere god kennen dan de god, die door de kerken geleerd wordt. Zij hebben een schizofrene god, die het goede en het kwade geeft, die het ene moment aait en het andere moment slaat. Van wie men ook ziekten, zorgen en nood moet ontvangen (zondag 10). Een strenge god, die straft en voor wie je zoveel moet doen en laten. Heel de verhouding tussen God en de mens is scheef getrokken. God zo hoog en onbegrijpelijk en de mens zo klein en slecht.

Een verademing is het dan om te weten dat onze God enkel goed is en dat Hij dit altijd is. God is goed en was goed en zal ook altijd goed blijven. Hij is alleen maar positief. Het komt niet in zijn gedachten op om iemand eens flink wat ellende te bezorgen. Integendeel, Hij is er juist op uit om de mens op te richten, hem te herstellen en gelukkig te maken. God heeft een geweldige instelling die door en door goed is en waar geen enkele bijbedoeling bij is. Wat fijn om zo’n God te hebben, een God die liefde is.

Gevende liefde

Een kenmerk van de goddelijke liefde is, dat zij altijd gevend is. God wil alles geven wat Hijzelf heeft. Hij wil dat wij weten wie Hij is, dus dat wij Hem kennen. Dat we weten dat Hij trouw is en goed, barmhartig en geduldig, dat er bij Hem een sfeer van vrede, blijdschap en gerechtigheid is. Hij staat klaar om te geven. Er staat in Jacobus 4:5 dat God onze geest begeert met jaloersheid. Nu klinkt dat niet echt positief, want jaloersheid is toch verkeerd? Als iemand jaloers is, misgunt hij iemand iets en dit komt van de duivel. De duivel zelf is immers één brok jaloezie. Hij gunt de mens het Licht in de ogen niet, hij gunt hem het leven niet en is stinkend jaloers op de hoge plaats die de mens bij God in mag nemen.

Zoals de duivel ons het goede benijdt, zo gunt God ons het kwade niet. Het gaat Hem aan zijn hart, als Hij ziet hoe de mens door de satan wordt onderdrukt. Daarom brandt Hij van verlangen om Zich te ontfermen over de mens en deze het goede te geven. Hij zoekt gemeenschap met de mens, want daar heeft Hij hem en haar speciaal voor gemaakt. Hij speurt naar mensen waar Hij zijn gedachten en liefde aan kwijt kan, mensen waar Hij aansluiting bij vindt en waar Hij helemaal één mee kan zijn. Dit vindt Hij niet bij planten of dieren, zelfs niet bij engelen, maar uitgerekend bij ons, bij de mens, ook al is deze verziekt en verleugend en leeft hij lang niet naar zijn oorspronkelijke bestemming.

God houdt vast aan zijn plan. Hij maakt ook niet een ander soort plan of wezen, maar blijft uitzien naar de mens en Hij heeft alles in het werk gesteld om die te redden. Daarom is er ook zo’n grote blijdschap in de hemel als een zondaar zich bekeert (Luc.15:7). Niet zozeer om het hebben, maar omdat God dan kan schenken en er engelen actief kunnen worden. De hemelse Vader heeft er genoegen in als Hij kan helpen en geven. Dat is bij ons trouwens ook het geval. Ga maar eens na als je een ander uit de put haalt, als je iemand blij maakt, als je kunt getuigen of gewoon iets goeds doet. Dan word je enorm blij en heb je een geweldige blijdschap. Dat zijn momenten waarin je je intens gelukkig voelt en beseft hoe rijk je eigenlijk bent. Zo is het voor God ook heerlijk om van zijn rijkdom uit te delen. Jezus had ook dezelfde gezindheid. Dit kunnen we volop lezen in de evangeliën. Hij is rondgegaan, goeddoende en genezende allen die door de duivel overweldigd waren (Hand.10:38). Hij is er zelfs niet voor teruggedeinsd om zijn leven te geven. Zo heeft de Heer ook getoond dat Hij ons liefheeft.

Hebben wij lief?

Maar liefde moet altijd van twee kanten komen. Hoe hebben wíj de Heer lief? Wat wil het eigenlijk zeggen Jezus lief te hebben?  Dikwijls wordt nog gedacht aan die lieve Heer Jezus, die we kennen van die sentimentele posters aan de muur, de man met die baard, die zo vriendelijk en zo goed was. Dat beeld neemt men dan in gedachten en daar gaat men dan van houden. Maar dat is een liefde op een kinderlijk en aards niveau. Het gaat God er helemaal niet om of we Jezus nu wel zo aardig vinden, maar dat we de boodschap die Hij bracht gaan begrijpen. Jezus is het Woord van God, uit Gods Logos dat vlees geworden is (Joh.1:14). Nu gaat het niet om dat vlees of die gedaante op zich, maar om dat Woord van God, om de waarheid, dat we die liefhebben. Jezus liefhebben is dus eigenlijk, de Waarheid liefhebben, en de Waarheid liefhebben is Jezus liefhebben. Want Jezus was zo één met Gods Woord en de Waarheid dat Hij er ook naar genoemd werd (Joh.1:14 en Joh.16:4).

In Zacharia 8:19 staat dat we de waarheid en de vrede lief moeten hebben. Wie trouw de gemeente bezoekt en naar de boodschap luistert, wordt er door gegrepen, net als Paulus (Fill.3:12). Men wil dan alleen maar de waarheid horen, zodat men die Waarheid eigen kan maken. Want het is toch geweldig dat, ondanks alle leugenachtige en kromme gedachten van satan, er steeds meer gedachten van God openbaar worden. Dat we steeds meer gaan zien waar het op aankomt en hoe alles in elkaar zit. God vertrouwt zijn gedachten aan ons toe, we mogen zelfs zijn plan weten, ja, Hij openbaart ons geheimenissen. We worden hervormd in ons denken. Heerlijk is dat, vooral omdat het geen ingewikkelde dogma’s en droge theorieën zijn. De gedachten van God zijn logisch en zij kloppen met de werkelijkheid. De waarheid is eenvoudig, zuiver en doorzichtig. We bewijzen de Heer dus geen liefde door vooral dierbaar over Jezus te praten, maar wel door ons open te stellen voor zijn Woord en zijn liefde. Door Hem de kans te geven Zichzelf aan en in ons te openbaren.

We hoeven ons ook niet uit te sloven voor de Heer en allerlei activiteiten op touw te zetten. Onze liefde ligt niet in het feit dat wij iets doen, maar dat we de Heer iets laten doen. Of beter gezegd: dat wij ons openstellen voor Gods Geest van de waarheid, dat we die de ruimte geven, want die zal ons de weg tot de volle waarheid wijzen. Als wij zo leven en ons daarop richten, zal in elk facet van ons leven de boodschap van herstel gaan doorwerken. Dan worden we mensen zoals God het bedoeld heeft en krijgt Hij eer van zijn werk en die komt Hem ook toe.

Gehoorzaamheid

Een gevolg van liefhebben is gehoorzaamheid (Joh.14:5). Wie van de ander houdt, wil graag dat er eenheid is en gaat rekening houden met wat de ander wil. Jezus kon daarom gehoorzaam zijn, Hij had de Vader lief en wist dat wat Hij deed goed was, zo kon Hij zeggen: ‘Niet mijn wil, maar Uw wil gebeurd’ (Luc.22:44). Het leven met de Heer wordt ook een stuk eenvoudiger en ontspannener als men leeft vanuit de liefde tot de Heer. Want dan doet men het niet omdat het moet, maar omdat men wil. Dan is het: ‘Ik wil strijden, ik wil vrij zijn, ik wil dat God tot zijn eer komt in mijn leven, want ik heb Hem lief’. Bijbel lezen en bidden gebeurt dan niet omdat men toch op z’n minst een kwartier ‘stille tijd’ moet houden, maar omdat men er plezier in heeft. Men behartigt dan de dingen van het Koninkrijk van God.

Hoe meer men echter met het Koninkrijk van God bekend raakt, hoe meer men ook het koninkrijk van satan leert kennen. Hoe scherper men de waarheid gaat zien, des te beter onderkent men de leugen. Dit gaat altijd samen. En hoe meer men God en het goede gaat liefhebben, des te meer gaat men satan en het kwade haten. Er staat in Amos 5:15: ‘Haat het kwade en heb het goede lief’. Dit gaat dus altijd samen op. Het is onmogelijk om goed en kwaad beiden lief te hebben, want men kan geen twee heren dienen. Er is een scherpe scheiding, het goede, de waarheid hoort bij God en het kwade, de leugen bij satan. Daarom moet men radicaal zijn en breken met de ongerechtigheid. Het is onzinnig om met je te laten bidden voor een bepaalde zonde of wat dan ook als je er geen afkeer van hebt, maar het ergens nog koestert. Als er geen haat is, hoeft men ook niet te vechten.

In de onzienlijke wereld ontstaat er haat, als men gaat zien dat de werken van satan lijnrecht tegenover de werken van God staan. De duivel maakt kapot, hij is een moordenaar, biedt surrogaat-geluk, verdraait de waarheid zodat het een leugen wordt, een dwaalweg. Hij is de vader van de leugen en daarmee ook de vader van de egoïsten. Het is zijn bedoeling om de mens van God en zijn heerlijkheid af te houden, hem in bezit te nemen. Hij wil er in wonen, terwijl hij er geen recht op heeft. Het gaat er bij satan om, zoveel mogelijk mensen naar de afgrond mee te sleuren. Maar wie de Heer lief heeft, walgt van de duivel en zijn praktijken. Van zijn werken in de onzichtbare én zichtbare wereld.

Daardoor wordt men strijdlustig en is men gemotiveerd om voor broers en zussen op de bres te gaan staan. Men wil niet langer geknecht en onderdrukt worden. Men komt in opstand en zo begint de strijd om los te komen en te blijven uit het rijk van de duisternis. Satan wordt geen plaats meer gegund in het leven, want dat is hij niet waard.

De Heer komt alle eer toe; Hij heeft ons gemaakt en Hem behoren wij toe. De duivel en zijn trawanten zijn ook de enigen die wij mogen en ook juist moeten haten. De liefde is een oersterke kracht die niet te houden is. Als wij ons openstellen voor die goddelijke liefde, die door Gods Geest in ons woont, kunnen we veel aan. Als we daar vol van zijn, zijn we in staat de werken van God te doen. Dan komt God tot zijn doel in ons leven.