Levend lid van de gemeente

Als ik groei naar Christus toe, groeit de Gemeente waarvan ik een levend lid ben.

In de gemeente van Jezus Christus is plaats voor ieder die naar het Hoofd van de Gemeente, Jezus Christus, wil toegroeien. In de plaatselijke gemeente krijgt ieder lid volledig de ruimte om Gods plan onder leiding van Jezus nauwkeurig uit te werken. Het is van groot belang dat ieder persoonlijk de plaats en verantwoordelijkheid als levende lid van de gemeente goed begrijpt. Op die manier kunnen de leden van de Gemeente uitgroeien tot zonen van God en deel krijgen aan de heerlijkheid van Jezus Christus. Door de opbouw en groei van de gemeenten groeit de Gemeente. De groei van de gemeente is verbonden met de groei van de mensen die deel uitmaken van de gemeente. Hiermee wordt dus niet de toename in aantal bedoeld, maar de groei van ieder lid afzonderlijk naar het Hoofd toe, Christus.

Dit is de diepste kern van gemeentebouw: de mogelijkheden die God in mensen heeft ingeschapen en waarvan Jezus bij het bouwen van zijn Gemeente uitgaat. Het werk van Jezus begint in het hart van de mens. Als Jezus daar kan werken, kan hij werken aan zijn Gemeente.

Alle individuele vermogens die de mensen zijn gegeven, kunnen in de gemeente en in gemeenschap met Jezus worden ontwikkeld. Elk gemeentelid heeft de opdracht om te bouwen en te werken aan de gemeente. De individuele invulling van de roeping tot gelijkvormigheid aan het beeld van de Zoon, maakt de vervulling van de taak van de gemeente mogelijk. Elke persoonlijke overwinning is een overwinning voor de gemeente en doet het plan van God met de Gemeente verder tevoorschijn komen.

Jezus wil zorg dragen voor de eenheid van de Geest in de gemeente. Dat de Satan op alle mogelijke manieren die eenheid binnen een gemeente wil verstoren, is vanuit de kerkgeschiedenis bekend. Dit is gebeurd door de innerlijke eenheid in de mens aan te tasten. Alles wat de eenheid in mensen verstoort, werkt verstorend op onderlinge eenheid. Vooral de leidinggevenden in de gemeente zijn hiervoor gevoelig, omdat de Satan juist door hen de grootste scheuringen kan veroorzaken. Vaak is de drang om alles zelf te willen regelen en controleren hierbij een van de oorzaken. Ook overtrokken aandacht en erkenning zijn struikelblokken gebleken. Dit doet echter niets af aan de mogelijkheden die door Jezus voor alle mensen op alle plaatsen ter wereld zijn geopend. Deze zijn er nog steeds. De verlossing van de mens door Christus, is ook de basis waarop de Gemeente in Christus kan worden gebouwd.

Leden van één lichaam

Over de plaats en taak van elk gemeentelid afzonderlijk en de opdracht naar elkaar toe als leden van één lichaam, schrijft Paulus in Efeziërs 4:16:

  • ‘Christus is het Hoofd waaruit heel het lichaam, hecht verbonden en bijeengehouden door de steun van al zijn gewrichten, naar de kracht die elk deel is toegemeten zijn volle wasdom bereikt en zichzelf opbouwt in liefde’.

Paulus spreekt niet over de kracht van sommige leden, maar over de kracht die elk lid uitoefent. God wil dat alle mensen behouden worden, dus allemaal volledig inzetbaar en geschikt zijn voor zijn Koninkrijk. Deze persoonlijke inbreng in het gemeentegebeuren is niet uit te drukken in een aantal ‘speciale taken’ die in elke gemeente uitgevoerd moeten worden, want daarvoor heeft God sommigen aangesteld. Het gaat hier om een uitoefening van kracht die ieder lid kan inbrengen: de inzet van zijn persoonlijk leven.

Paulus geeft aan hoe hij de persoonlijke inbreng van ieder lid in de bouw van de gemeente ziet. Hij gaat uit van een compleet fundament in het leven van iedere gelovige. Hij noemt dit fundament hier kortweg Jezus Christus. Een fundament is nog geen gebouw; wanneer het fundament gelegd is, zal daarop doorgebouwd moeten worden. En juist dit is een zaak waarin Paulus de gelovigen een persoonlijke verantwoordelijkheid toeschrijft: Ieder moet wel toezien, hoe hij daarop bouwt. Hij raadt elke gelovige aan om door te bouwen met goud, zilver en kostbaar gesteente. Dit zijn geen andere materialen dan waar het fundament mee is gelegd; het zijn dezelfde onvergankelijke ‘bouwstoffen’. We mogen in vol geloof op dit fundament blijven bouwen, waardoor uiteindelijk ons vernederd lichaam veranderd zal worden, zodat het aan het verheerlijkt lichaam van onze Heer Jezus Christus gelijkvormig wordt.

De opnieuw geboren mens straalt een grote, positieve kracht uit in de gemeente. Hij laat in zijn leven het geloof, de hoop en de liefde blijven. Hij leeft bewust in twee werelden tegelijk, streeft de liefde na en streeft naar gaven van de Geest. Bij dit alles doet hij de Heer Jezus Christus aan en laat in zijn gedrag de gezindheid van Christus naar voren komen. Zijn woorden en werken hebben waarde, zijn werk is niet vergeefs in de Heer. Hij gaat met zijn hele hart in op het eeuwig evangelie en hanteert het in de praktijk. Hij neemt toe in kennis en inzicht, in wijsheid en grootte en genade bij God en bij mensen.

Eén lichaam

In Colossenzen 2:19 wordt gesproken over het lichaam, de gemeente, door banden en pezen ondersteund en samengehouden. Paulus doelt hier op het gemeenschappelijk bezig zijn van de leden en de waarde die dit voor de gemeente heeft:

  • Samen met anderen geloven in één God,
  • samen gemeenschap hebben met één Heer,
  • samen geloven in één waarheid,
  • samen gedoopt zijn in één Geest,
  • het besef samen te horen tot één gemeente.

Dit geeft de mogelijkheid om dit gemeente-zijn in al haar facetten te beleven. Samen strijden, samen overwinnen, samen visie hebben op één doel en daar samen alles voor inzetten. In dit alles is de liefde van onschatbare waarde. In Colossenzen 3:14 staat:

  • ‘En doe bij dit alles de liefde aan, als de band van de volmaaktheid’.

De liefde is hierin ‘allesbepalend’. Het zal de volmaaktheid brengen: een volheid in eigen leven en een volheid in de gemeente.

Structuur

In Efeziërs 4:11,12 staat dat Christus aan de gemeente zowel apostelen als profeten geeft, zowel evangelisten als herders en leraars, om alle heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van zijn lichaam. Jezus acht het noodzakelijk dat het eeuwig evangelie zuiver gebracht wordt, dat er goede leiding wordt gegeven in de gemeente, dat er concrete Bijbelse pastorale zorg geboden kan worden enz. Dus dat er mensen zijn die namens Hem kunnen spreken, onderwijzen, vermanen, aanmoedigen, leiden en voorgaan. Deze mensen hebben niet alleen te zorgen voor de opbouw in eigen leven, zij dragen ook zorg voor de opbouw in het leven van anderen.

Deze mensen worden door de Heer voor zo’n bijzondere taak geroepen. Deze roeping zal niet alleen in het hart van de betrokkene(n) klinken, maar ook herkend worden door anderen binnen de gemeente en mogelijk zelfs daarbuiten. In hun leven zullen zij voldoen aan de normen die Paulus aanreikt in 1 Timotheüs 3. Zij zullen vormgeven aan deze taak en bediening vol geloof, hoop en liefde. De Heer zal hun werk bevestigen en zegenen.

De leden van de gemeenten zullen op hun beurt hun voorgangers en oudsten gehoorzamen en zich aan hen onderwerpen, want zij zijn het die waken over hun zielen en zullen daarvan ook rekenschap moeten afleggen. Dit is echter geen opgelegde of blinde gehoorzaamheid, maar een vrijwillige en bewuste keuze en aanvaarding op basis van liefde tot het plan van God en tot de gemeente. Zij zullen hun oudsten, die goede leiding geven, eren. Ook ten aanzien van deze wederzijdse inzet en verantwoordelijkheid werkt de liefde als band van de volmaaktheid.

In de gemeente zijn verder veel taken uit te voeren. Voor allen gelden dezelfde normen. Ook deze taken en bedieningen zullen vanuit een deelhebben aan het evangelie in liefde worden uitgevoerd. Dit komt in alle geledingen; bij alle werk dat binnen de gemeente wordt gedaan, naar voren.

De inzet voor het plan van God is de inzet van je leven!

Dat is bepalend, dat heeft verstrekkende gevolgen. De gemeente wordt niet bij elkaar gehouden door een paar mensen in de gemeente; het hecht verbonden zijn ontstaat door de kracht, die elk lid op zijn eigen manier uitoefent. In zo’n lichaam, zo’n gemeente zal Christus zich volledig kunnen openbaren. Het gaat er in de gemeente niet zo zeer om wat je doet, maar eerder hoe je het doet, met welke visie en op welk doel gericht. Het gaat erom dat ieder persoonlijk bewust vanuit zijn positie in Christus functioneert als levende lid van zijn gemeente en doet waartoe de Heer hem oproept.

‘De God van alle genade, die ons in Christus geroepen heeft tot zijn eeuwige heerlijkheid, zal ons hierin volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten’ (1 Petr.5:10).