Het smalle pad

  • ‘Zodat wij geen jonge kinderen meer zouden zijn, heen en weer geslingerd door de golven en meegesleurd door elke wind van leer, door het bedrog van de mensen om op listige wijze tot dwaling te verleiden, maar dat wij, door ons in liefde aan de waarheid te houden, in alles toe zouden groeien naar Hem Die het Hoofd is, namelijk Christus. Van Hem uit wordt het hele lichaam samengevoegd en bijeengehouden door elke band die ondersteuning geeft, overeenkomstig de mate waarin ieder deel werkzaam is. Zo verkrijgt het lichaam zijn groei, tot opbouw van zichzelf in de liefde’ (Efeze 4:14-16).

Wij zijn onderweg naar het door God bepaalde doel: het volle zoonschap. We bewandelen daarvoor de hoge weg door de hemelse gewesten. En tijdens onze reis groeien we in elk opzicht naar Hem toe, die ons Hoofd is. God is de bouwmeester van deze weg en Christus Jezus de uitvoerder. De Heer baande de weg naar de heerlijkheid van de hemel. We noemen deze weg hoog, omdat hij naar een verheven doel voert.

Anderen spreken soms liever van het smalle pad. Het wordt bewandeld door hen die door de nauwe poort zijn gekomen. Maar ook zij zijn onderweg naar hun door God geplande bestemming. Het door hen betreden pad is smal, jazeker, maar het voert onmiskenbaar naar de top. De hoge weg en het smalle pad zijn daarom geen tegengestelde grootheden; het zijn twee verschillende aanduidingen voor dezelfde geestelijke ontwikkeling. Er is maar een accentverschil: door de ene benaming wordt de exclusiviteit van de geestelijke weg benadrukt, door de andere omschrijving de uitzonderlijke positie van de weinigen die hem vinden. Jezus zei:

  • ‘Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader, dan door Mij’.

Hijzelf is de nieuwe en levende weg, die terecht hoog genoemd wordt en tegelijkertijd in een bepaalde betekenis, smal.

Een effen weg

De door Jezus gebaande weg is goed begaanbaar; Hij heeft er geen struikelblokken op gelegd. Er komen geen valkuilen in voor en (volgens Gods woord) worden er ook geen verscheurende dieren op gevonden. Deze weg voert de mens niet langs gapende afgronden en tot de bijbehorende voorkomende verschijnselen horen geen verraderlijke valwinden. Het betreden van het smalle pad is daarom allerminst een hachelijke onderneming.

Men beweert wel eens dat de weg van Jezus niet alleen smal, maar ook steil en haast onbegaanbaar is. Zo’n redenering klopt niet. Jezus’ weg is een geestelijke weg; alleen geestelijke mensen kunnen deze bewandelen. Voor de natuurlijke mens is hij volstrekt onbegaanbaar. Een categorie daar tussenin – voor wie de weg bijna tot de onmogelijkheden zou horen – is er niet. Wij hoeven geen halsbrekende toeren langs een steile berghelling uit te halen: we wandelen op het smalle pad, we bewegen ons voort op een geleidelijk hoger wordend niveau. De hemelse Bouwmeester heeft geen zwerfstenen in zijn wegenplan opgenomen. Hij confronteert ons niet met half verborgen struikelblokken. Integendeel: de hoge weg is een effen weg, want het is een volmaakte weg.

Ook hoeven we niet te kruipen op het einde van de weg – zoals de blinde pelgrims naar Santiago de Compostella – want elke losse steen waar we op stuiten, is ons door de duivel voor de voeten geworpen. Hij verzint onophoudelijk mogelijkheden om ons te laten struikelen. Iedere mogelijkheid pakt hij met beide handen aan, want hij is door en door wetteloos. Maar Jezus Christus heeft ons Gods Geest gegeven. We zijn daardoor in staat satans achterbakse streken bijtijds te onderkennen. Op deze manier zal de Heer ons zelfs voor struikelen behoeden … als wij maar letten op de volmaakte aanwijzingen die geformuleerd zijn in zijn plan.

Regel op regel

Voor kerkmensen bestaat de dienst aan God louter uit geboden en voorschriften. Zij hebben een stelsel van al dan niet omschreven inzettingen en verboden. Ieder die zich daar niet nauwgezet aan houdt, wordt al snel met scheve ogen aangekeken. Ik stond eens bij het kerkgebouw van een zeer conservatieve gemeente in het westen van het land. Het was (zo’n kleine dertig jaar geleden) op een zonnige zomerdag en het liep tegen vijven. Twee bij de mensen daar onbekende personen kwamen op de fiets naar de kerk gereden. Men zou verwachten dat het tweetal hartelijk verwelkomd werd, maar dat pakte, merkwaardig genoeg, enigszins anders uit. Zij werden unaniem met misprijzende blikken bekeken. Wat was namelijk het geval? Door van een vervoermiddel gebruik te maken, hadden ze de zondagsrust verstoord. Zulke mensen hoorden kennelijk niet bij het ‘volkje’ en werden op één lijn geplaatst met afgodendienaars en eigenzinnige wetsverachters!

Het smalle pad wordt meermalen kunstmatig smal gehouden. Men maakt het smaller dan de Heer het bedoeld heeft, doordat men van menselijke verordeningen uitgaat. Maar de Geest van God laat zich niet in een te nauw jasje wringen. Voor wie het probeert, dreigt er een bedenkelijke versmalling in het denken te ontstaan.

Het smalle pad is iets totaal anders dan het slappe koord. De koorddanser beweegt zich innerlijk gespannen over het koord; hij weet dat een verkeerde beweging fatale gevolgen voor hem zal hebben. Ieder, die aan Jezus’ hand zijn weg vervolgt, zal echter volkomen ontspannen kunnen zijn. Hij weet zich bij Hem veilig en geborgen en hoeft zich door eventuele wetjes niet van de wijs te laten brengen. Zelfs al zal men in de zichtbare wereld, vanwege de zwakkeren in het geloof, bepaalde dingen ontzeggen.

Ingaan door de poort

Om het smalle pad te bewandelen moet men door de smalle poort gegaan zijn. Er is nu eenmaal geen andere mogelijkheid erop te komen. Men zal zich echter kunnen afvragen hoe deze poort te passeren is. Het is voor de hand liggend dat – naar het innerlijk zwaarlijvige figuren – er klem komen te zitten. Het gevaar ligt daardoor op de loer dat men suggesties gaat doen in de richting van het afleggen van de dingen. Een veelgehoorde kreet in dit verband is de nietszeggende opwekking ‘alles’ af te leggen. Wanneer in het woord van God het afleggen ter sprake komt, worden er concrete zaken genoemd. ‘Alles’ is in dit kader een term die bijna niets duidelijk maakt.

Om door de nauwe poort te gaan hoeft niemand zich een keurslijf van verbodsbepalingen aan te meten. Want wat men ook doet of nalaat, de desbetreffende poort zal voor hen altijd te smal blijken te zijn. Voor niemand zal de doorgang op basis van verdiensten ontsloten worden. Op de hoge weg valt het kruis van verdienste volkomen weg tegen Jezus’ verdienste op het kruis van Golgotha. Jezus is de weg naar het doel van Vader.

Hij is ook de deur van de schaapskooi (Johannes 10:1-4). Wanneer iemand door de smalle poort heen de weg naar het leven wil betreden, zal hij als de Zoon van God moeten worden. Dat wil zeggen: hij zal zich Diens gezindheid eigen maken. Als deze gemist wordt, zal men tevergeefs proberen binnen te gaan. De poort is niet wijd genoeg voor zulke personen. Alleen als iemand zich op de dingen van de Heer richt, zal de geestelijke weg daarmee toegankelijk worden. Uiteraard na een persoonlijke bekering, opnieuw geboren worden en doop in Heilige Geest. Dit is de sleutel die op de nauwe poort past.

Breed genoeg

Voor het burgerschap van het Israël van God hoeft men gelukkig niet eerst de volmaaktheid bereikt te hebben. Wanneer dat het geval was, zou iedereen nog buiten staan! De maatstaf die de hemelse Vader aanlegt, betreft de innerlijke gerichtheid van de mens. Wanneer deze goed is, legt Hij geen belemmeringen in de weg. Het smalle pad is een exclusieve baan, slechts door weinigen gevonden. Maar die hem ontdekt hebben, constateren bij het voortgaan dat er een uitdrukkelijke verbodsbepaling van kracht is. Men leeft er namelijk in de vrijheid van de kinderen van God; daarom is het er ten strengste verboden om … te verbieden! Alles is degenen, die in Christus zijn, geoorloofd. Dit betekent dat zij, die in eendracht met Christus Jezus zijn, volkomen vrij zijn in het nemen van beslissingen. Voorwaarde daarbij is dat zij de besluiten in gemeenschap met Christus nemen, verbonden met Zijn lichaam (de gemeente). Het is daarom een duidelijke zaak dat alleen de natuurlijke mens het pad veel te smal vindt. De geestelijke mens ervaart er een vrijwel onbeperkte ruimte. In Christus is men niet enghartig, eerder ruim van denken.

Het Koninkrijk van God is geen benauwde beweging die platgetrapte paadjes bewandelt. Het is een wereldwijde gedachtestroom die verfrist, verkwikt en gezond maakt. Men wordt er opgebeurd en bemoedigd, opgebouwd en vervolmaakt. De weg van Jezus is onvoorstelbaar breed. Precies zoals de brede weg (die naar het verderf voert) veel te smal van opzet is. Als koningskind hoort men bij het koninklijk gezin. Men maakt deel uit van de troon; ook al zit men er momenteel nog niet op. Met de rijkdom van Gods gedachten, zal de brede weg te smal blijken te zijn. Wie het vatten kan, die vatte het (geen drie-eenheid-leer!).

Het doel bereiken

Wat is nu eigenlijk het doel van God; waar loopt deze weg op uit? Wel, we weten dat God enkel goed is en dat al zijn uitingen volmaakt zijn. Het is daarom een logische zaak dat Zijn weg naar de volkomenheid leidt. Het is zijn uitdrukkelijke verlangen dat ieder die deze weg is gaan bewandelen, dit ook tot het einde toe zal doen. De geestelijke weg gaan is geen verheven uitdrukking voor het aanwenden van oprechte pogingen het elke dag een beetje beter te gaan doen. Dit laatste is de weg van de ‘zelfwerkzaamheid’. Van het menselijk streven in eigen kracht. Dat kan heel goed bedoeld zijn, maar het is gedoemd te mislukken.

Onze sterkte ligt in de gemeenschap met de Heer en in het contact met de broers en zussen die dezelfde weg gaan. In het huisgezin van God worden we positief gebouwd en gericht op het plan van God. We willen aan Gods verwachtingen beantwoorden en we kunnen dat alleen als we zijn aanwijzingen ter harte nemen. We hebben de leiding van Gods Geest nodig om het doel te kunnen bereiken. En deze Geest leidt ons stap voor stap verder. Elke dag wat hogerop, voetje voor voetje, dichter bij het doel.

De Geest activeert ons tot het medewerker zijn. Ons natuurlijke beroep is misschien dat van leraar, loodgieter, vuilnisman of verpleegkundige. Ons goddelijke beroep is dat van priester in het geestelijke huis van God. Want al gaande op de hoge weg, kan ik in het Licht wandelen en dat Licht ook weer verspreiden. Hoe? Door mijn oog op Jezus gericht te houden en te luisteren naar Zijn stem. En daar dan amen op te zeggen. Met mijn mond en met mijn hart. Met heel mijn wezen dat God toebehoort. Dit is de wandel op het smalle pad. Hier ga ik; ik kan en wil niet anders!