Het openbaar maken van het eeuwig evangelie

  • ‘En ik zag een andere engel, die hoog aan de hemel vloog. En hij had het eeuwige Evangelie, om dat te verkondigen aan hen die op de aarde wonen en aan elke natie, stam, taal en volk’ (Openb.14:6).

Wanneer de apostel Paulus voor de oudsten van de gemeente in Efeze verantwoording aflegt van het doel en de inhoud van zijn prediking, noemt hij in Handelingen 20:24-27 deze drie karakteristieke eigenschappen, waaraan hij zich bij zijn bediening gehouden heeft:

  • ‘Het brengen van de goede boodschap van Gods genade’
  • ‘predikend het Koninkrijk van God’
  • ‘openbaar makend het plan van God in zijn geheel’.

Het is de genade van God die door het bloed van zijn Zoon al onze zonden vergeeft. Het is het Koninkrijk van God dat geopenbaard wordt in deze wereld, waardoor een opnieuw geboren mens vrijgemaakt wordt van de macht van de zonde en zonder angst mag leven voor God. Het is het plan van God in zijn geheel, waarvan Paulus getuigt niets achter gehouden te hebben. Het hele plan van God heeft hij voor hun oren geopenbaard. Als een tempel zal het oprijzen in heerlijkheid.

Paulus spreekt dus over een eeuwig evangelie, waarin hij niets weggelaten heeft waardoor hij in de gunst zou komen bij Joden of heidenen, of waarin hij zich aangepast zou hebben aan de tijdsomstandigheden of waarin hij uit kracht van traditie, opvoeding of eigen inzicht iets zou veranderd hebben, om zo het evangelie meer acceptabel te maken voor zijn tijdgenoten.

Wanneer wij telkens het eeuwige evangelie noemen, bedoelen wij hiermee dat wij niet alleen de hele Bijbel aanvaarden als de woorden van God, maar bovenal dat wij van de woorden van onze Heer en Verlosser, van zijn profeten en van zijn apostelen, niets mogen afdoen of er niet aan mogen toedoen. Deze zijn bedoeld voor alle eeuwen en alle mensen. Wij leven vanuit het eeuwig evangelie, dat God bedoeld heeft voor allen die in zijn Naam geloven. Wij bidden of dit evangelie, dat eenmaal door Paulus en de apostelen beleden werd, met kracht mag doordringen in vele harten. Dit rijke evangelie dat als een kostbare schat onder de stoflaag van menselijke tradities en leringen tevoorschijn is gekomen, moet weer glanzen en schitteren in deze wereld.

De komst van de Heer is dichtbij en dit evangelie alleen zal een toegerust volk voor de Heer bereiden. Deze boodschap geeft een visie op de eindtijd. In onze dagen met nood in het geestelijke en natuurlijke leven, moet gepredikt en aanvaard worden, dat Jezus’ woorden waarheid zijn, als Hij zegt:

  • ‘Ik wil dat zij overvloed hebben’ (Joh.10:10).

In de laatste dagen gaat God zijn verlossend werk voltooien. De dorsvloeren zullen vol zijn en de perskuipen zullen overlopen van de genade die gezien wordt in de eindtijd. Het naamchristendom lijkt op de fundering van een toren, die een man gemaakt had; maar die het werk niet kon voltooien. Allen die het zagen begonnen hem te bespotten, omdat zijn werk niet afgemaakt werd. Zo bespot de wereld de zogeheten naamchristenen, omdat hun christendom bij het fundament blijft steken. Zij geloven in hun onvolkomenheid en onvolmaaktheid en doordat zij het eeuwig evangelie verwerpen, dat Jezus’ kracht en macht en overwinning belijdt, worden zij in deze wereld niet voor vol aangezien.

Maar in de volheid van de tijd zal de Heer zich weer een toegerust volk formeren, dat als een lichtstad boven op een berg ligt en hen beschijnt die in duisternis wandelen. Het zal opnieuw gehoord worden, als in de dagen van vroeger: hij of zij is vol van de Geest, want Hij, die het beloofd heeft, is trouw, Hij zal zijn woord houden.

De volheid van de tijd

Wij leven in een revolutionaire tijd. De mens leeft nu in een tijdperk, dat totaal verschilt met dat van een vorige eeuwen. Deze en de vorige eeuw brengt een veelheid van techniek, van cultuur, van kennis. De Bijbelse profetie spreekt daarbij nog van een aarde vol van slechtheid, wetteloosheid en onrust. Een verbasterd of afvallig kerkvolk is onmachtig hier enige volheid tegenover te stellen. De mond van de waarheid moet klagen: ‘Geen van uw daden heb Ik volwaardig bevonden voor het oog van mijn God’ (Openb.3:2). Zal de kerk bestand zijn tegen de laatste en felle aanslagen van de duisternis?

Wij zien al hoe de occulte demonen uit de afgrond ontbonden worden. God heeft de engelen, die gezondigd hebben, overgegeven aan de ketenen van de duisternis om tot het oordeel bewaard te worden (2 Petr.2:4). Het gericht over de aarde is komende. Deze engelen van het verderf zijn aan de duisternis gebonden en waar deze op de wereld toeneemt, zullen de demonen vrijheid vinden om te verleiden, te teisteren, te kwellen en te pijnigen. Maar de kinderen van God die geen gemeenschap met de duisternis hebben en die in het licht wandelen, zullen niet beschadigd worden. Christus bewaart hen en ‘de satan krijgt geen vat op hen’ (Joh.5:18).

Het eeuwig evangelie is voor nu

  • ‘In Christus Jezus zijn al de beloften van God ja en amen, tot Gods heerlijkheid door ons’ (2 Cor.1:20).

Volgens de woorden van Jezus zijn wij nu in het aangename jaar van de Heer (Luc.4:21). Wij hebben het beloofde ontvangen, waar de ouden naar uitgezien hebben, omdat God iets beters met ons voor had (Hebr.11:40). Een reddende kracht is voor ons opgericht en wat beloofd is door de mond van de profeten, mag voor ons waarheid worden (Luc.1:69). De Geest getuigde van de heerlijkheid van Christus die op zijn lijden volgen zou en die heerlijkheid betreft ons (1 Petr.1:11,12).

De Bijbel geeft geen beschrijving van de ‘gelukzaligheid van de doden’. Het beschrijft geen leven onder een nieuwe hemel of op een nieuwe aarde, want .. het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen (1 Joh.3:2). De openbaring heeft dus te maken met het heden en met de heerlijkheid, de glorie, de kracht en de genade die wij nu mogen ontvangen. Niet voor vroeger, niet voor later, maar voor nu. Dat is het eeuwige evangelie! Het eeuwig evangelie gelooft alle dingen en het verwacht alle dingen. Hij is immers trouw, Hij houdt zich aan zijn woord. Paulus vraagt:

  • ‘Wie zal mij verlossen uit het lichaam van de dood?’ (Rom.7:24).

Is het zijn inspanning? Is het zijn stipte wetsonderhoud? Moet er een dagelijkse dood van de oude mens plaats vinden? Is het door zelfheiliging? Paulus’ antwoord is alleen maar een dankbetuiging voor een volbracht werk: ‘Ik dank God door Jezus Christus.’ Dit is het wonder van de verlossing. Jezus vergeeft niet alleen de zonden vanwege zijn lijden en sterven, maar Hij verlost ook van de zondemacht: ‘De God van de vrede, moge Hij u heiligen, geheel en al; moge u volkomen, naar geest, ziel en lichaam, ongerept bewaard blijven tot de komst van onze Heer Jezus Christus’ (1 Thess.5:23). Wie gelooft in deze mogelijkheid? Wie predikt dit geluk? Het eeuwige evangelie belijdt wat Paulus eraan toevoegt: ‘Hij die u roept, is trouw en Hij zal zijn woord houden.’

Jezus zal!

Niet ik zal, niet de oude Adam zal, maar Jezus zal. Hiermee liggen alle opvattingen die de mens gekoesterd heeft ondersteboven. Wij leven slechts bij deze twee woorden: Jezus zal. Wij letten niet op enige situatie of omstandigheid, niet op eigen zwakheid of machteloosheid, maar richten het oog op Hem die trouw is, die zijn belofte uitvoert. Wat een grenzeloos geluk ligt in deze woorden ‘Jezus zal’ besloten. De mens krijgt deel aan de goddelijke natuur. Hij is een nieuwe schepping. Het oude is voorbij gegaan: het is alles nieuw geworden. Dit is Gods barmhartigheid, dat Hij dacht aan zijn verbond, waarbij Hij zijn wetten in ons verstand geeft en in ons hart schrijft (Hebr.8:10).

  • ‘En weer een ander deel viel in goede aarde; het kwam op en droeg honderdvoudig vrucht. Wie oren heeft om te horen, moet horen’ (Luc.8:8).

Een onberispelijke geest, een onberispelijke ziel, een onberispelijk lichaam! Prijs de Heer, want deze woorden zullen echt blijken te zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus. Leef uit deze beloften. Er zijn geen grenzen aan Jezus’ macht. U die misschien ziek bent naar ziel, geest of lichaam: ‘Daarom, hef de slappe handen op, strek de wankele knieën, laat uw voeten rechte wegen gaan; het kreupele lichaamsdeel mag niet ontwricht worden, maar moet genezen’ (Hebr.12:13). Grijp moed en geloof het evangelie van God. Het is voor u een blijde boodschap, want Jezus zal uw geest onberispelijk bewaren. Geloof de beloften van de Heer als voor u en voor nu gegeven.

Het eeuwige evangelie ook in ons land verkondigd

Wij hebben een boodschap voor ons volk, dat vastgeketend is aan traditie, aan leerstellingen en aan wereldgelijkvormigheid. De meeste Nederlanders hebben het eeuwige evangelie nooit gehoord. Zij hebben geen flauw begrip van de macht van Jezus Christus in het leven van een zondaar en een zieke. Zij kennen niet de vruchten van de Levensboom noch de bladeren die tot genezing zijn. Maar dit eeuwige evangelie zal gepredikt worden tot aan de uiteinden van de aarde en dan zal het einde komen, want het is het evangelie van het Koninkrijk (Matth.24:14). Ook in ons land zullen de schellen van de ogen vallen. Gods Woord keert niet krachteloos terug. Het is de ruiter op het witte paard, die voor de oordelen uitrijdt, overwinnende en om te overwinnen!