- ‘Wie de dag van het kleine begin, gering hebben geschat, zullen zich verheugen als zij de middensteen zien in de hand van Zerubbabel’ (Zacharia 4:10).
In Zacharia 4:10 treffen we als terloops deze onopvallende uitspraak aan. Door het boek Ezra weten wij onder andere dat de profeet Zacharia, samen met zijn collega Haggaï, nauw betrokken was bij de herbouw van de tempel te Jeruzalem. Deze beide Godsmannen waren tijdgenoten van Zerubbabel, die de algehele leiding had bij de genoemde heropbouw. Ezra vermeldt heel duidelijk: ‘En de profeten van God stonden hen bij met hun hulp’. Wij hebben geleerd om deze oudtestamentische verhalen te doorzien, dit wil zeggen dat we zijn gaan zien, dat deze geschiedenissen ook een belangrijke boodschap bevatten voor de gemeente van Jezus Christus. Dit inzicht is in wezen niet zo opzienbarend, want de gelovigen van het nieuwe verbond hebben dat alle eeuwen van de kerkgeschiedenis geloofd en beleden. Pas in onze eigen eeuw wordt dit inzicht geweld aangedaan en wordt de gemeente van Jezus Christus verweten zich ten onrechte de oudtestamentische beloften toegeëigend te hebben.
De geest van Kores
De kleine dingen waarover Zacharia spreekt, zijn in werkelijkheid geweldige zaken die in de troon van God hun begin vinden. Meestal onzichtbaar en onkenbaar voor natuurlijke mensen, maar imponerend voor hen die bekend zijn met de mogelijkheden van God. Het begon allemaal in Perzië, het tegenwoordige Iran, nu het land van de fanatieke ayatollahs. De Bijbel geeft een nuchter en eenvoudig verslag van een feit, dat wellicht de wereldgeschiedenis veranderd heeft:
- ‘De Heer wekte de geest van Kores op’ (Kores of Cyrus was de toenmalige alleenheerser van Perzië) ‘om God een huis te bouwen in Jeruzalem’.
Is dat niet adembenemend? God wekt de geest op van een heidense vorst, om het onmogelijke, mogelijk te maken. Zo is God, ook vandaag nog. Het begint bijna altijd heel klein, maar niets ter wereld kan dat kleine begin tegenhouden. In onze eigen omgeving mogen we soms ook getuige zijn van zo’n klein begin. Is Gods Geest niet bezig om de geest van kinderen van God op te wekken, onverschillig wat hun voorgeschiedenis ook mag zijn, om samen een geestelijke tempel te vormen, wat zichtbaar wordt in de gemeente? Is dit gezien de grote geloofsafval van vandaag niet een groot wonder? Het huis van God is nog lang niet klaar, maar het kleine, hoopgevende begin zullen we niet verachten. In ons mag het geloof krachtig zijn, dat God die in staat was om koning Kores te inspireren, niet veranderd is en ook in staat is om alle muren van verdeeldheid, eigenbelang en trots, af te breken.
Tegenstand
Waar kinderen van God in gehoorzaamheid edoorzetten, verschijnt ook altijd – dat is een geestelijke wetmatigheid – de tegenstander. Hij wil één ding: het werk van God saboteren, ophouden en de werkers ontmoedigen. Hij doet dit onder andere door de dienstknechten van God te belasteren en hen in een kwaad daglicht te stellen, zodat er verwarring ontstaat en het werk grote schade kan lijden.
De eerste die in de geschiedenis het mikpunt van de satan wordt, is de hogepriester Jozua. Geen wonder, dat Satan juist hem op de korrel nam. Op zijn schouders rustte immers de verantwoordelijkheid voor de eredienst in de tempel en daardoor voor de redding en verlossing van het volk. Door zijn ambt was hij ook een symbool van geestelijke eenheid en een samenbindende factor. Om deze redenen was hij voor Satan een belangwekkend doel en laten we ons ervan bewust zijn, dat de duivel ook niet veranderd is en vandaag nog net zo opereert. Sla de hogepriester en je slaat de hele natie.
Ieder mens heeft wel ergens een zwakke plek, waar men meer kwetsbaar is dan op andere terreinen van het leven. Jozua’s zwakte bestond onder meer hieruit, dat hij niet op Palestijnse grond geboren was en uit de ballingschap naar Jeruzalem was teruggekeerd. Nu vonden de Joden, die het geluk hadden gehad aan deportatie en ballingschap te ontkomen en op eigen grond hadden mogen wonen, deze nieuwe hogepriester maar een verdacht figuur. Ongetwijfeld vroegen zij zich af of Jozua wel van alle vreemde invloeden vrij was gebleven. Wij zouden in onze terminologie gesteld, ons afvragen of hij in dat heidense land niet occult gebonden was geraakt. Veel liever hadden zij een hogepriester uit eigen kring gewild. Het zal duidelijk zijn, dat hier al de kiem van een schisma of scheuring zichtbaar wordt.
Zerubbabel
De al eerder genoemde Zerubbabel was het tweede doel waar het rijk van de duisternis zijn vurige pijlen op afschiet. Hij was de man die naast de hogepriester de wereldlijke leiding en verantwoording voor het volk droeg. Hij kwam ook uit de ballingschap, maar zijn problematiek lag op een ander terrein, meer op het zakelijke en natuurlijke vlak. Ezra schildert ons hoe de vijand gebruik maakte van omkoperij en geroddel. Deze wapens waren zo effectief, dat tenslotte het werk voor jaren lam werd gelegd.
We lezen vervolgens de opmerkelijke woorden in Ezra 4:23:
- ‘en deden hen met kracht en geweld het werk staken’.
Hoe reageert een dienstknecht van God, die in het bijzonder belast is met de opbouw van de tempel, op kracht en geweld? Gaat hij in eigen kracht daar tegenaan of is het de wil van God, dat het werk dat met een geestelijke opwekking begonnen is – denk aan Kores – ook op een geestelijke wijze voltooid zal worden? Van Tv. en internet weten we hoe in het natuurlijke leven geweld – door slechte mensen bewerkt – vaak alleen maar te stuiten is door geweld van de autoriteiten. Het ‘zwaard’ is immers de overheid niet voor niets gegeven. Hoe vanzelfsprekend moet het Zerubbabel toegeschenen hebben om het geweld van de vijand met gelijke munt, ja met de nodige rente, terug te betalen. Hij droeg immers toch ook het zwaard niet tevergeefs. Hier lag nu zijn verzoeking, want God is geen God van geweld.
Profetisch ingrijpen
Hoe gemakkelijk kan een door God gewilde actie zo tenslotte verzanden of besmeurd raken. De beide leiders van het werk in opspraak geraakt en de hele missie dreigt in het honderd te lopen. De Satan zal het echter niet winnen, want er zijn oplettende profeten, die door Gods Geest geïnspireerd, in staat zijn om de juiste koers aan te geven. Door hun godsspraken pareren ze de aanvallen van de geestelijke vijand.
Het zal zonder meer duidelijk zijn, dat er ook vandaag grote behoefte bestaat aan mannen en vrouwen, die geïnspireerd door de Geest van God, aan hen die bezig zijn met de opbouw van de geestelijke tempel, richting te wijzen. Dan moeten we niet vreemd opkijken, wanneer we dan iets te horen krijgen dat we wellicht niet verwacht hadden. Zacharia kon de hemelse kant van al deze gebeurtenissen belichten. Het gevolg was dat er nu duidelijkheid geschapen werd. Wat is zuivere en duidelijke profetie een geweldige bron van opbouw, vermaning en bovenal bemoediging.
De bedoelde profetieën vinden we in Zacharia 3 en 4. Het gaat te ver om deze godsspraken hier uitvoerig te bespreken. Toch zijn enkele opmerkingen op hun plaats. Heel duidelijk wordt namelijk, dat achter de beschreven aanvallen, de Satan zelf als tegenstander openbaar wordt. Voor het oude verbond is dit toch wel een vermeldenswaardige zaak. Satan wordt de aanklager genoemd, degene die veroordeelt en die door zijn beschuldigingen de medewerkers van God lamlegt. Wat is het dan heerlijk om te zien, dat onze God het is die rechtvaardigt, dat Hij de ongerechtigheden wegneemt en in zijn onbegrensde liefde Zijn kind bekleedt met een feestmantel en hem opnieuw een geweldige opdracht geeft om het volk van God te richten en te leiden. Wat God deed voor Jozua, dat doet Hij ook voor ons. Hij is niet veranderd.
In hoofdstuk 4 wordt Zerubbabel gecorrigeerd en bemoedigd. We kennen allen die geweldige woorden: Zerubbabel, denk erom, niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest! Deze Godsman mag leren, dat God zelf op onnavolgbare wijze zijn werk in stand houdt en dat de bronnen van God – gesymboliseerd door de twee olijfbomen waaruit de goudgele olijfolie bij voortduring de kandelaar voedt (Zach.4) – onuitputtelijk zijn.
Opnieuw worden wij nu hierdoor bemoedigd. Is de kandelaar niet een beeld van de gemeente? Een gemeente die herstel nodig heeft en nog lang niet het einddoel bereikt heeft, ja, lijkt het er soms niet op dat het werk stagneert en stilligt? Juist dan hebben wij profeten nodig die ons op koers houden en ons een blik gunnen in de hemel en ons bemoedigen met wat zij daar opmerken.
De kleine dingen
Soms vinden er in het gemeenteleven grote, belangrijke dingen plaats. Er kunnen opmerkelijke doorbraken of ontwikkelingen zijn, maar als we het daarvan moeten hebben, liggen teleurstelling en ontmoediging naast de deur. Dan is er sprake van een verkeerde instelling en kan men lelijk uit balans raken. Ook de teruggekeerde ballingen in de tijd van Zacharia moesten er niet op hopen, dat het werk aan de tempel in een spectaculair tempo zou gebeuren. Zij hadden het beslist vaak heel moeilijk. Ongetwijfeld hadden zij een voorstelling van de pracht en de heerlijkheid van de oude tempel, maar waar zij mee geconfronteerd werden was een troosteloze puinhoop. Zij verzamelden echter moed, wanneer zij Zerubbabel, hun leider, met het paslood in de hand voorbij zagen gaan. Dit paslood, het eenvoudigste instrument onder alle gereedschappen, getuigde: er wordt herbouwd. Door zo rond te gaan en te doen wat voor handen lag, stimuleerde hij zijn geloofsgenoten. Straks geeft de optelsom van al die schijnbaar kleine dingen een fantastisch resultaat: een nieuwe tempel.
Wat een bemoediging tenslotte ook voor het volk van het nieuwe verbond. Elke gemeente kent haar kleine dingen, niets spectaculairs; toch perspectief biedend op een gemeente zoals God die bedoeld heeft. Een nieuw gezin aan de gemeente toegevoegd, een overwinning over een slechte gewoonte bevochten, een bres gesloten en veel andere kleine dingen die wekelijks in elke gemeente gebeuren. Laten we ze niet verachten, ze zijn de voorboden van een volledig herstel.
- ‘En haar poorten zullen overdag nooit gesloten worden, want daar zal geen nacht zijn. En zij zullen de heerlijkheid en de eer van de naties daarin brengen’ (Op.21:25,26).


