Het evangelie vàn het Koninkrijk

  • ‘Hij zei hun: Zo lijkt iedere Schriftgeleerde die een leerling van het koninkrijk der hemelen is geworden op een huismeester die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen tevoorschijn haalt’ (Mattheüs 13:52).

Het evangelie ‘over’ Jezus

Over het algemeen wordt er in de kerken een boodschap gepredikt over één of meer aspecten van de persoon of het werk van Jezus. Dit is het evangelie ‘over’ Jezus. In de belijdenisgeschriften van de kerken beschrijft men de ‘Christus van de Schriften’ als degene die zich bekend maakte door vele wonderen, die de zonden verzoende aan het kruis van Golgotha en die daarna opvoer naar de hemel. Dit soort kennis is inderdaad essentieel, want onwetendheid over deze feiten kunnen de mens ertoe brengen, zijn vertrouwen te stellen op een andere Jezus; een Jezus van wie de apostelen niet getuigd hebben. In het evangelie ‘over’ Jezus staat de persoon van de Heer dus centraal. Dit evangelie is het fundament van het geloof. In 1 Cor.2:2 schreef Paulus: ‘Ik had besloten u geen andere kennis te brengen dan die over Jezus Christus – de gekruisigde.’ De vergeving van de zonden en de rechtvaardigmaking werden bewerkstelligd door een gekruisigde Christus en er bestaat geen verlossing, bevrijding, genezing, herstel, vervulling met Heilige Geest of groei tot het zoonschap, dan alleen op grond van de genade en waarheid, die door Jezus Christus zijn gebracht (Joh.1:17).

Het evangelie ‘van’ Jezus

Het evangelie ‘over’ Jezus is de onmisbare ‘melk’, maar het is niet voldoende om de kinderen van God tot de volmaakte volwassenheid te brengen. Hiervoor is het nodig, dat het evangelie ‘van’ Jezus Christus wordt gepredikt. Dit is de boodschap die Jezus zelf predikte, toen Hij nog op aarde rondwandelde. Het evangelie van Marcus begint met de woorden: ‘Begin van het evangelie ‘van’ Jezus Christus’. Van stad tot stad, van dorp tot dorp, bracht Jezus een speciale boodschap, een boodschap van het Koninkrijk der hemelen, en deze prediking ging gepaard met tekens en wonderen van herstel. Mattheüs 4:23 zegt:

  • ‘Hij trok rond in heel Galiléa; hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws van het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal onder het volk.’

Dit was het evangelie ‘van’ Jezus! De Heer sprak niet in de eerste plaats over zijn eigen persoon, maar Hij openbaarde de geheimen van het onzichtbare Koninkrijk der hemelen. Hijzelf wandelde in het Koninkrijk van God en zijn hele leven was een openbaring van dit feit. Hij predikte niet alleen over het Koninkrijk van God, maar Hij toonde ook, wat dit leven in al zijn volheid inhield. In woord en waarheid predikte Hij het ‘evangelie van de heerlijkheid’. Zijn boodschap was volslagen nieuw. Hij verklaarde het wezen van de Vader, want niemand had ooit God gezien, maar Jezus openbaarde de Vader die in de hemelen is. Hij was de eersteling van de nieuwe schepping. Dat wil zeggen: de eerste geestelijke mens die de bedoelingen van God bekend maakte.

Jezus toonde ons dat de onzichtbare engelenwereld geschapen is om hen, die zich tot God keren, te beschermen en te dienen. Ook ontmaskerde Hij de boze machten, omdat zij zich verzetten tegen het plan van God met de mens. Hij stelde hen openlijk ten toon als vijanden van God en van de mens en als verwekkers van iedere wetteloosheid in geest, ziel of lichaam. Hij opende een geheel nieuwe wereld voor allen die zijn prediking begrepen. Aan hen die Hem volgden, gaf Hij macht om te heersen in de hemelse gewesten. Hij liet zien dat niet de mens, maar de duivel met zijn demonen de oorzaak zijn van alle kwaad. Hij leerde ons zijn methode kennen om van de duivel verlost te worden, opdat dat wij: ‘ontkomen aan onze vijanden, hem zonder angst zouden dienen, toegewijd en oprecht, altijd levend in zijn nabijheid’ (Luc.1:74,75).

Leerling van het Koninkrijk der hemelen

De prediking van het evangelie ‘van’ Jezus is niet opgehouden nadat Hij naar de hemel gegaan is. Ook is zij niet verouderd, want het gaat om eeuwige en onveranderlijke werkelijkheden. ‘Jezus Christus is gisteren en vandaag dezelfde tot in eeuwigheid’ en daarbij is ook zijn evangelie ingesloten, want Jezus is het woord van God. Zijn methode om te redden, te genezen, te herstellen en te vervullen met de Heilige Geest is ook onveranderlijk. Daarom moeten zijn volgelingen de boodschap brengen die Hij ook gepredikt heeft en het doel nastreven, waartoe Hij hen geroepen heeft zoals er geschreven staat: ‘Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is’ (Matth.5:48). In Handelingen 1 merkt Lucas op, dat hij alles verteld had ‘wat Jezus begonnen was te doen en te leren, tot de dag dat Hij werd opgenomen’. Hieruit blijkt duidelijk, dat de apostelen het evangelie ‘van’ Jezus hadden overgenomen en dat zij op hun beurt weer doorgingen het door te geven.

In Romeinen 1:9 schreef Paulus: ‘Want God, die ik met mijn geest dien in het evangelie ‘van’ zijn Zoon, is mijn getuige’. Toen hij afscheid van de oudsten te Efeze nam, zei dezelfde apostel dat hij rondgereisd had ‘met de prediking ‘van’ het Koninkrijk’ (Hand.20:25). Zijn gedachten waren niet bezig met de zichtbare dingen maar met de onzichtbare (2 Cor.4:18). Het was zijn bedoeling ‘om heidenen tot gehoorzaamheid te brengen door woord en daad, door kracht van tekens en wonderen, door de kracht van de Geest’ en op die manier had hij ‘van Jeruzalem uit rondreizende tot Illyrië toe, de prediking van het Evangelie ‘van’ Christus, volbracht’ (Rom.15:19). Hij getuigde van de geheimen van het Koninkrijk der hemelen zoals blijkt uit zijn woorden van Efeze 3:4,5:

  • ‘Aan de hand daarvan kunt u zich, wanneer u dat leest, een beeld vormen van mijn inzicht in dit mysterie ‘van’ Christus. Het is onder vorige generaties niet aan de mensen onthuld, maar nu door de Geest geopenbaard aan zijn heilige apostelen en profeten.’

Paulus was met recht een leerling geworden van het Koninkrijk der hemelen. Hij besloot zijn brief aan de Romeinen met de woorden: ‘Aan hem die bij machte is u kracht te geven, overeenkomstig het evangelie ‘van’ (niet ‘over’) Jezus Christus dat ik verkondig, overeenkomstig de onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is, maar dat nu is geopenbaard en op bevel van de eeuwige God door de geschriften van de profeten bij alle volken bekend is geworden om ze tot gehoorzaamheid en geloof te brengen – aan hem, de enige, alleen wijze God, komt de eer toe, door Jezus Christus, tot in eeuwigheid. Amen’ (Rom.16:25-27).

Oude en nieuwe dingen

Zo’n Schriftgeleerde, die door woord en geest onderwezen is in de situaties van de onzienlijke wereld, wordt door Jezus met een huisvader vergeleken die voor zijn huisgenoten uit zijn rijk gevulde voorraadkamer de opbrengst van zijn land en tuin, zowel van hetzelfde jaar, als van de vorige jaren tevoorschijn haalt, om zo in de behoeften te kunnen voorzien. Merkwaardig is, dat Jezus de ‘nieuwe dingen’ voorop zette, in tegenstelling tot de schriftgeleerden van zijn tijd, die vasthielden aan de overjarige dingen die hun vaderen hadden nagelaten. Tegen hen zei de Heer: ‘Daarom, zie, Ik zend tot u profeten en wijzen en schriftgeleerden. Van hen zult u sommigen doden en kruisigen en van hen zult u anderen geselen in uw synagogen en vervolgen van stad tot stad.’

De schriftgeleerden die ingaan in het Koninkrijk der hemelen, zullen nooit geaccepteerd worden door de aardsgerichte leraars. Zij zullen deel hebben aan de verwerping van hun Heer, omdat zij Hem volgen in Zijn denkwereld. Degenen die het evangelie ‘van’ Jezus begrepen hadden, noemde Hij ‘Schriftgeleerden die leerlingen geworden waren van het Koninkrijk der hemelen.’ Voor hen die het evangelie ‘over’ Jezus aanvaard hebben, moet díe boodschap dus centraal staan. Om de leer ‘van’ Jezus Christus te verstaan, moet men de schriften nauwkeurig bestuderen en in staat zijn de geestelijke betekenis ervan te zien. De nieuwe dingen zien op de leer van het Koninkrijk der hemelen, zoals Jezus deze verkondigde. Door het evangelie ‘over’ Jezus aan te nemen, gaat men binnen in het Koninkrijk. Door de leer ‘van’ Jezus worden de wandel, de strijd en de overwinning in de hemelse gewesten tot een geestelijke realiteit.

Het Eeuwige en het Tijdelijke

De leerling van het Koninkrijk der hemelen begint niet met de oude dingen uit te delen, maar de nieuwe. Hij verkondigt dus ‘de redding die allereerst verkondigd is door de Heer’ (Hebr. 2:3). Daarom gaat het onderwijs uit het Nieuwe Testament voorop. Het nieuwe verbond is geen voortzetting van het oude, maar het is als de verhouding schaduw – werkelijkheid, zoals het tijdelijke staat tot het eeuwige. De apostel Paulus schreef dat de gebeurtenissen in het oude verbond voor ons als een voorbeeld, gebeurd en opgetekend zijn: ‘Wat hun overkomen is, moet ons tot voorbeeld zijn; het is geschreven om ons, voor wie de tijd ten einde loopt, te waarschuwen’ (1 Cor.10:6 en 11). Daarom moeten wij het Oude Testament lezen bij het licht van het nieuwe. De geschiedenissen die er in vermeld zijn, zullen we gebruiken als illustratie en ze interpreteren in de onzienlijke wereld. Met andere woorden, we zullen ze moeten vergeestelijken. Daarom mogen wij ons ook, als het Israël van God, de beloften toe-eigenen, die in het Oude Testament voor Gods volk gegeven zijn. Want in Christus en in zijn zaad – dat is de gemeente – zijn alle beloften van God en al zijn toezeggingen ‘ja en amen’. De apostel Petrus bevestigde ook dat de profeten van de voor ons bestemde genade profeteerden (1 Petr.1:10).

Perspectieven

Paulus zei: ‘Het oude is voorbijgegaan, zie het nieuwe is gekomen’. Dit nieuwe is: ‘het evangelie van de heerlijkheid ‘van’ Christus, die het beeld Gods is’ (2 Cor.4:4). De heerlijkheid betekent: het klimaat of de sfeer van het Koninkrijk van God, dat bestaat uit vrede, gerechtigheid en blijdschap. Degene die op deze weg is gaan wandelen, merkt, dat in de onafzienbare ruimten van het eeuwige rijk van God steeds nieuwe ontdekkingen worden gedaan. Het is de Heilige Geest, die de nieuwe dingen op overvloedige wijze inspireert.

Het heerlijke van het evangelie van het Koninkrijk is, dat de mens in staat gesteld wordt, zelfstandig ontdekkingen te doen en het gordijn, dat de onzienlijke wereld verbergt, steeds verder wordt weggeschoven. Op de berg Sion in de hemelse gewesten zal God ‘de sluier vernietigen, die alle natiën omsluiert en de bedekking, waarmee alle volken bedekt zijn’ (Jes.25:7). Men leert de gedachten van de vijand kennen, zoals de apostel Paulus schreef, maar ook steeds meer de methode van de Heer toepassen, die tot overwinning leidt. Het evangelie van het Koninkrijk der hemelen opent een nieuw levensperspectief voor de zonen van God, voor wie voorspeld is:

  • ‘Toch weten wij, dat wanneer de openbaring gekomen is, wij Hem gelijk zullen zijn, want wij zullen Hem zien zoals Hij is’ (1 Joh.3:2).